-A +A

Taalwijziging in strafzaken - criteria - objectiveerbare omstandigheden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 10/11/2015

1. Artikel 23 taalwet gerechtszaken kent aan een beklaagde in beginsel het recht toe om in de in die bepaling bedoelde gevallen de verwijzing te horen bevelen naar een gerecht waar de taal van de rechtspleging die is welke de betrokkene kent of waarin hij zich gemakkelijker uitdrukt.

2. Artikel 23 taalwet gerechtszaken bepaalt niet langer dat de rechtbank op grond van haar kennis van de door een beklaagde gevraagde taal kan beslissen niet in te gaan op zijn verzoek tot taalwijziging.

3. De rechter mag het verzoek om taalwijziging afwijzen indien er objectiveerbare omstandigheden zijn eigen aan de zaak die maken dat het aangewezen is dat hijzelf de zaak beoordeelt. De rechter oordeelt onaantastbaar over het voorhanden zijn van dergelijke omstandigheden. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

De omstandigheden dat een beklaagde de feiten in essentie niet heeft betwist gelet op een deels betaalde minnelijke schikking, er voldoende Franse tolken ter beschikking staan waarop desgewenst een beroep kan worden gedaan en een taalwijziging in een dergelijke vrij eenvoudige zaak de berechting volkomen nodeloos zou vertragen en geenszins bevorderlijk is voor de goede rechtsbedeling, zijn geen objectiveerbare omstandigheden eigen aan de zaak die maken dat het aangewezen is dat de rechtbank de zaak zelf dient te beoordelen.
 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/7
Pagina: 
527
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(D.D. - Rolnr.: P.14.1296.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 27 juni 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Voorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
1. Het middel voert schending aan van artikel 23 taalwet gerechtszaken: op grond van de redenen die het overneemt van het beroepen vonnis, te weten dat de rechtbank voldoende de Franse taal beheerst, de eiser in essentie de feiten niet heeft betwist, de eiser beroep kan doen op een Franstalige tolk en de verwijzing in een vrij eenvoudige zaak de berechting van de zaak volkomen nodeloos zou vertragen en geenszins bevorderlijk is voor de goede rechtsbedeling, kan het bestreden vonnis niet naar recht beslissen niet in te gaan op eisers vraag tot verwijzing naar een Franstalige rechtbank; dat de rechtbank de door de beklaagde gevraagde taal kent, is geen grond meer tot afwijzing van de vraag tot verwijzing en de overige redenen vormen geen “omstandigheden van de zaak” als bedoeld in artikel 23 taalwet gerechtszaken.

2. Artikel 23, tweede en vierde lid taalwet gerechtszaken bepaalt:

“De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van de rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt.

In de gevallen bedoeld in de leden 1 tot 3, gelast de rechtbank de verwijzing naar het dichtstbijgelegen gerecht van dezelfde rang, waarvan de taal van rechtspleging de taal is die door de beklaagde is gevraagd. De rechtbank kan evenwel beslissen wegens de omstandigheden van de zaak niet op de aanvraag van de beklaagde te kunnen ingaan.”

3. Artikel 23 taalwet gerechtszaken kent aan een beklaagde in beginsel het recht toe om in de in die bepaling bedoelde gevallen de verwijzing te horen bevelen naar een gerecht waar de taal van de rechtspleging die is welke de betrokkene kent of waarin hij zich gemakkelijker uitdrukt.

De rechter mag het verzoek om taalwijziging evenwel afwijzen indien er objectiveerbare omstandigheden zijn eigen aan de zaak die maken dat het aangewezen is dat hijzelf de zaak beoordeelt. De rechter oordeelt onaantastbaar over het voorhanden zijn van dergelijke omstandigheden. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

4. Het bestreden vonnis bevestigt de afwijzing van eisers verzoek om taalwijziging op de gronden dat de rechtbank voldoende de Franse taal kent om de eiser te verstaan indien hijzelf in de Franse taal zijn verdediging zou willen voordragen, de eiser in essentie de feiten niet heeft betwist gelet op een deels betaalde minnelijke schikking, er voldoende Franse tolken ter beschikking staan van de rechtbank waarop desgewenst een beroep kan worden gedaan en een taalwijziging in een dergelijke vrij eenvoudige zaak de berechting volkomen nodeloos zou vertragen en geenszins bevorderlijk is voor de goede rechtsbedeling.

5. Artikel 23 taalwet gerechtszaken bepaalt niet langer dat de rechtbank op grond van haar kennis van de door een beklaagde gevraagde taal kan beslissen niet in te gaan op zijn verzoek tot taalwijziging. De overige redenen die het bestreden vonnis in aanmerking neemt zijn geen objectiveerbare omstandigheden eigen aan de zaak die maken dat het aangewezen is dat de rechtbank de zaak zelf dient te beoordelen.

Het middel is gegrond.

(…)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

(…)

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank van Antwerpen, rechtszitting houdend in hoger beroep.

(…)

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 11/07/2017 - 18:11
Laatst aangepast op: di, 11/07/2017 - 18:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.