-A +A

Tijdelijke vennootschap Geen rechtspersoonlijkheid - Rechtsvordering - Uitoefening door een vennoot

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 06/05/2016
A.R.: 
C.15.0540.F

Een vennoot in een tijdelijke vennootschap kan in eigen naam en voor zijn eigen aandeel in rechte optreden

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
Uitgever: 
Intersentia
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0540.F

GENERAL TECHNOLOGY, afgekort GENETEC nv,

tegen

WAALS GEWEST,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 22 november 2013.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek;

- de artikelen 17, 43, inzonderheid eerste lid, 2°, 702, 860, eerste lid, 861, 867 en 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek;

- de artikelen 2, inzonderheid § 1, 47 en 53 van het Wetboek van Vennoot-schappen;

- algemeen rechtsbeginsel, beschikkingsbeginsel genaamd;

- algemeen rechtsbeginsel, dat met name is vastgelegd in de artikelen 774 en 1138, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, volgens hetwelk de rechter gehouden is, met eerbiediging van het recht van verdediging, de rechtsnorm die de voor hem gebrachte vordering regelt te bepalen en toe te passen;

- voor zover nodig, de artikelen 774 en 1138, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek;

- voor zover nodig, algemeen beginsel van het recht van verdediging.

Aangevochten beslissingen

Het arrest, dat het vonnis van de eerste rechter wijzigt, "verklaart de rechtsvorde-ring die [de eiseres] heeft ingesteld bij dagvaarding van 11 januari 2011 onontvankelijk" (lees: 30 december 2010, want de datum van 11 januari 2011 slaat op de inleidende zitting die vermeld wordt in de dagvaarding).

Die beslissing steunt op de volgende gronden:

"De overheidsopdrachten die aan de basis liggen van de litigieuze facturen werden toegekend aan de tijdelijke vereniging [van de eiseres en de vennootschap C.].

De betrokken facturen zijn trouwens door die vereniging uitgereikt;

Welnu, zowel de aanmaning van 23 december 2009 als de dagvaarding van 30 december 2010 werden enkel in naam van de [eiseres] benaarstigd;

Luidens artikel 2 van het Wetboek van Vennootschappen heeft de tijdelijke han-delsvennootschap geen rechtspersoonlijkheid. Hieruit volgt dat elke vordering in rechte die een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een tijdelijke ver-eniging, aanbelangt, moet worden ingesteld door de vennoten die samen of in eigen naam optreden [...]. Wat bovendien betekent dat een van de vennoten weliswaar zowel in eigen naam als in naam van zijn vennoot, als lasthebber, kan optreden, maar in de dagvaarding dient te vermelden dat hij niet alleen in eigen naam maar ook in de hoedanigheid van lasthebber van zijn vennoot is opgetreden;

In voorliggend geval onderstreept de [verweerder] terecht dat de dagvaarding uitsluitend op verzoek van de [eiseres] werd betekend en de rechtsvordering der-halve onontvankelijk is;

De dagvaarding vermeldt het bestaan van een tijdelijke vereniging tussen de [ei-seres en de vennootschap C.] niet, zodat de eiseres de enige partij in het geschil is;

Het maakt weinig uit dat de [eiseres] in de loop van het geding een lastgeving heeft overgelegd die door de vertegenwoordigers van de [vennootschap C.] was ondertekend op 24 augustus 2011, dus nadat de dagvaarding was betekend en de [verweerder] het middel van niet-ontvankelijkheid had opgeworpen;

Volgens rechtsleer en rechtspraak staat het vast dat de hoedanigheid en het belang om een rechtsvordering in te stellen, in de zin van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek, moet worden beoordeeld op het ogenblik dat de vordering wordt ingesteld;

De [verweerder] voert terecht aan dat de artikelen 860 en 867 van het Gerechtelijk Wetboek, en dan meer bepaald de leer van de dekking van de nietigheden, niet op deze zaak van toepassing zijn. Het gaat hier niet om een verzuim in de dagvaarding wat betreft de identiteit van de eiser;

In voorliggend geval gaat het erom dat de [eiseres] niet de hoedanigheid van ver-tegenwoordiger van de tijdelijke vereniging heeft en niet dat die hoedanigheid niet werd vermeld, aangezien de dagvaarding nergens zinspeelt op het bestaan van de tijdelijke vereniging.

Het kan niet worden betwist dat een lasthebber, wanneer de rechtsvordering door hem wordt ingesteld, niet kan vermelden dat hij in eigen naam optreedt maar, in-tegendeel, de identiteit van zijn lastgever moet vrijgeven (toepassing van de rechtsspreuk "nul ne plaide par procureur") want de zaak gaat over de identifica-tie, al vanaf de gedinginleidende akte, van de eiser. Artikel 702 van het Gerechtelijk Wetboek verplicht ‘op straffe van nietigheid de naam, de voornaam en de woonplaats van de eiser' op te geven.

De lastgeving ad litem is toegestaan maar de naam van de lastgever mag niet worden verzwegen. De miskenning van die regel wordt niet gestraft met een middel van niet-ontvankelijkheid maar met een exceptie van nietigheid die de openbare orde niet raakt, en de artikelen 861 en volgende zijn van toepassing;

In voorliggend geval heeft de [eiseres] zich - in de dagvaarding - echter niet voorgesteld als lasthebber van een andere vennootschap waarvan zij de identiteit niet zou hebben vermeld. Zij is alleen en in eigen naam opgetreden. De leer van de nietigheden is dus niet van toepassing maar de vraag rijst naar het belang en de hoedanigheid van de eiseres op het ogenblik van de betekening van de dag-vaarding;

De lastgeving van de [vennootschap C.], waarnaar is verwezen ná die betekening, kan dat verzuim niet verhelpen. Dat geldt ook voor de commissieovereenkomsten en zelfs voor de overeenkomst van tijdelijke vereniging die door [de eiseres], op verzoek van het hof [van beroep], is neergelegd, aangezien dat stuk nergens naar een lastgeving verwijst".

Grieven

(...)

Zesde onderdeel (subsidiair)

De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop toe-passelijke rechtsregels. Hij heeft de verplichting om, met eerbiediging van het recht van verdediging, ambtshalve de middelen op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen.

Wanneer twee partijen gebonden zijn door een overeenkomst van tijdelijke vereniging, kan elk van hen alleen en in eigen naam optreden tegen de derde met wie die twee partijen een overeenkomst hebben aangegaan. In dergelijk geval zal de rechtsvordering maar gegrond verklaard kunnen worden tot beloop van het gedeelte in de zaak van de vennoot die zelf de medecontractant heeft gedagvaard.

Het arrest, dat beslist dat de eiseres enkel in eigen naam de dagvaarding van 30 december 2010 had "benaarstigd", welke ertoe strekte de verweerder te doen veroordelen tot betaling van facturen betreffende overheidsopdrachten die waren toegewezen aan de tijdelijke vereniging van de eiseres en de vennootschap C., heeft de vordering vervolgens niet naar recht in haar geheel onontvankelijk kunnen verklaren.

Het hof van beroep had het aandeel van de eiseres in de zaak moeten bepalen en de vordering tot beloop van dat aandeel ontvankelijk en, in voorkomend geval, gegrond moeten verklaren.

Het arrest, dat de vordering in haar geheel onontvankelijk verklaart, op grond dat de eiseres voornoemde vordering in haar eigen naam en niet als vertegenwoordiger van de tijdelijke vereniging had benaarstigd, schendt de draagwijdte en de gevolgen van het beginsel volgens hetwelk een tijdelijke vereniging geen rechtspersoonlijkheid heeft, zodat de vennoten enkel in eigen naam de betaling kunnen vorderen van de facturen die zijn uitgereikt in het kader van overeenkomsten die zijzelf met derden hebben gesloten, met het oog op de verwezenlijking van het doel van hun vereniging (schending van de artikelen 2, inzonderheid § 1, 47 en 53 van het Wetboek van Vennootschappen).

Het arrest, dat de vordering in haar geheel onontvankelijk verklaart, zonder na te gaan wat het aandeel van de eiseres in de zaak was, teneinde in voorkomend geval de verweerder te veroordelen tot betaling van dat aandeel, miskent daarenboven het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk de rechter gehouden is, met eerbiediging van het recht van verdediging, de rechtsnorm die de voor hem gebrachte vordering regelt te bepalen en toe te passen (miskenning van voornoemd algemeen rechtsbeginsel en, voor zover nodig, schending van de artikelen 774 en 1138, 2° en 3°, van het Gerechtelijk Wetboek alsook miskenning van de andere twee, in de aanhef van het middel bedoelde algemene rechtsbeginselen).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Zesde onderdeel

Luidens artikel 2, § 1, Wetboek van Vennootschappen heeft de tijdelijke handels-vennootschap geen rechtspersoonlijkheid.

Artikel 47 van voornoemd wetboek bepaalt dat de tijdelijke handelsvennootschap een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid is die, zonder een gemeenschap-pelijke naam te voeren, een of meer bepaalde handelsverrichtingen tot doel heeft.

Krachtens artikel 53 zijn de vennoten in een tijdelijke handelsvennootschap hoof-delijk gehouden jegens de derden met wie zij hebben gehandeld. Zij worden rechtstreeks en persoonlijk gedagvaard.

Uit die bepalingen volgt dat een vennoot in een tijdelijke handelsvennootschap in eigen naam en voor zijn eigen aandeel in rechte kan optreden.

Het arrest stelt vast dat "de overheidsopdrachten die aan de basis liggen van de litigieuze facturen werden toegekend aan de tijdelijke vereniging van de vennoot-schap C. en van [de eiseres], dat "de betrokken facturen zijn trouwens door die vereniging uitgereikt" en dat "de [eiseres], bij dagvaarding van 30 december 2010, de veroordeling van de [verweerder] tot betaling van [...] de onbetaalde facturen heeft gevorderd".

Het arrest stelt vast dat "de dagvaarding van 30 december 2010 enkel in naam van de [eiseres] werd benaarstigd", dat "de dagvaarding het bestaan van een tij-delijke vereniging tussen de vennootschap C. en de [eiseres] niet vermeldt" en dat "de dagvaarding enkel op verzoek van [de eiseres] werd betekend".

Het arrest, dat overweegt dat "[de eiseres] alleen en in eigen naam is opgetre-den", verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat "[haar] rechtsvordering [...] niet ontvankelijk is".

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

Er bestaat geen grond tot onderzoek van de overige onderdelen van het middel, die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel,  en in openba-re terechtzitting van 6 mei 2016 uitgesproken

 

Noot: 

Rechtsleer:

• Revue Pratique des Sociétés [TRV/RPS] SIMONART, Valérie; Note 'L'exercice par un seul associé d'une action en justice intéressant une société momentanée' 2017, n° 8, p. 1038-1048.

De tijdelijke vennootschap of vereniging heeft geen rechtspersoonlijkheid. Hierdoor behoudt elke elke vennoot zijn eigen subjectief recht om alleen te handelen teneinde zijn persoonlijke belangen te vrijwaren, die beperkt zijn tot zijn aandeel in de tijdelijke vereniging.

Rechtspraak:

• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 7 maart 2014, RW 2014-2015, 1610

AR nr. C.11.0601.F

Vennootschap naar Frans recht A.A. en NV E.R. t/ G.L. e.a.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 20 januari 2011.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Wanneer een van de vennoten van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid een vordering instelt, moet die rechtsvordering enkel wat hem betreft worden aangenomen.

Wanneer de leden van een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid een overeenkomst aangaan met een derde, worden enkel de vennoten schuldeiser en schuldenaar van de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen, die in de regel onder hen verdeeld en in hun vermogen opgenomen worden.

De eiseressen betogen niet dat het hoger beroep betrekking zou hebben op een onsplitsbaar geschil of dat de verplichting onsplitsbaar was.

Het arrest, dat beslist dat “de [eiseressen] ten onrechte de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep [van de vierde verweerster aan de andere drie verweersters] willen tegenwerpen, op grond dat de niet-ontvankelijkheid ten aanzien van eerstgenoemde het hoger beroep in zijn geheel zou aantasten”, beslist wettig dat het “middel kan niet worden aangenomen, aangezien de tijdelijke vereniging geen rechtspersoonlijkheid heeft en elke vennoot derhalve zijn eigen subjectief recht behoudt om alleen te handelen teneinde zijn persoonlijke belangen te vrijwaren, die beperkt zijn tot zijn aandeel in de tijdelijke vereniging”.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 26/06/2018 - 20:25
Laatst aangepast op: di, 26/06/2018 - 20:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.