Transacties met de fiscus zijn dadingen in de zin van artikel 2044 B.W.
Wanneer het bestuur transigeert in de door artikel 263 A.W.D.A. bepaalde omstandigheden, is deze overeenkomst een dading zoals bedoeld in artikel 2044 B.W. die, in zoverre zij rechtmatig is aangegaan, een einde stelt aan de betwisting .
Nr. C.10.0506.N
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 februari 2010.
[...]
II. CASSATIEMIDDEL
De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Krachtens artikel 263 AWDA (Algemene wet douane en accijnzen, in zijn versie voor de wet van 20 juli 2005, kan door het bestuur worden getransigeerd met betrekking tot de geldboete, de verbeurdverklaringen en het sluiten van de onderneming.
Wanneer het bestuur transigeert in de door dat artikel bepaalde omstandigheden, is deze overeenkomst een dading zoals bedoeld in artikel 2044 Burgerlijk Wetboek. In zoverre zij rechtmatig is aangegaan, stelt de overeenkomst een einde aan de betwisting over de vrijgave van in beslag genomen goederen.
Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.
Tweede onderdeel
2. Het onderdeel gaat uit van de in het eerste onderdeel verworpen stelling dat de betwiste transactie geen dading is in de zin van de artikelen 2044 en volgende Burgerlijk Wetboek en dus kan vernietigd worden wegens verschoonbare dwaling.
Het onderdeel dat van een onjuiste rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.
3. Ingevolge de beslissing dat het om een dading gaat, hoefden de appelrechters geen vaststellingen te doen om rechtsdwaling uit te sluiten.
Het onderdeel kan in zoverre het schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, niet worden aangenomen.
Derde onderdeel
4. Krachtens de artikelen 1108 en 1131 Burgerlijk Wetboek is een overeenkomst slechts rechtsgeldig aangegaan indien zij een reële en geoorloofde oorzaak heeft.
Het voorhanden zijn van een rechtsgeldige oorzaak is een ontstaansvoorwaarde van de overeenkomst en dient derhalve te worden beoordeeld bij de totstandkoming ervan.
5. De appelrechters die met eigen redenen en onder verwijzing naar de redengeving van de eerste rechter oordelen dat de latere arresten van het Grondwettelijk Hof de rechtsgeldigheid van de dading niet kunnen aantasten, verantwoorden hun beslissing naar recht en voldoen aan het voorschrift van artikel 149 Grondwet.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres in de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiser op 300,04 euro en voor de verweerder op 146,24 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
