-A +A

"Uit de pleidooien blijkt" dat is geen motivatie van een vonnis

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 02/10/2012

Elk vonnis, zowel in starfzaken als in burgerlijke zaken dient gemotiveerd dit behelst dzat in burgerlijke zaken elk middel van de partijen wordt aangehaald en beantwoordt en de rechter beslissing op de strafvordering melding maakt van de overwegingen die de rechter van de schuld of onschuld van de beklaagde hebben overtuigd en dat zij minstens de voornaamste redenen aangeeft waarom de telastleggingen al dan niet bewezen werd verklaard. beslissing op de strafvordering melding maakt van de overwegingen die de rechter van de schuld of onschuld van de beklaagde hebben overtuigd en dat zij minstens de voornaamste redenen aangeeft waarom de telastleggingen al dan niet bewezen werd verklaard.

Of er nu conclusies zijn of niet verandert niets aan de zaak.

Een rechter in graad van beroep zal niet louter verwijzen naar de motiveri,ng van de eerste rechter en deze tot de zijne nemen zonder verder onderzoek of commentaar.

Een rechter in strafzaken zal niet loouter verwijzen naar de pleidooien, door te stellen "uit de pleidooien blijkt dat..." zonder weer te geven wat hij in de pleidooien meet gehoord te hebben.

Nog minder zal een rechter louter verwijzen naar het bundel om op basis daarvan zonder enige verdere commentaar een veroordeling uit te spreken.

Eén en ander is in strijd met art. 6.1 EVRM en met het respect dat de rechter aan de burger verschuldigd is en de taak die hem middels de grondwet werd toegekend.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2013/01
Pagina: 
14
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

(A.K./P)

1. Rechtpleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 29 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling -Artikel 6, 1. EVRM

1. Het bij artikel 6, 1. EVRM gewaarborgde recht op een eerlijke behandeling van de zaak houdt in dat de beslissing op de strafvordering melding maakt van de overwegingen die de rechter van de schuld of onschuld van de beklaagde hebben overtuigd en dat zij minstens de voornaamste redenen aangeeft waarom de telastlegging al dan niet bewezen werd verklaard.

2. Het recht op een eerlijke behandeling van de zaak houdt in dat de beslissing met redenen moet worden omkleed, zelfs als er geen conclusie is ingediend.

3. Het arrest oordeelt: "De telastlegging D in de zaak JIJ is, na onderzoek van de zaak door het Hof, bewezen gebleven in hoofde van [de eiser]." Met die redenen laat het

arrest na, zij het op beknopte wijze, de concrete redenen te preciseren waarom het de eiser schuldig verklaart. Aldus schendt het arrest de vermelde verdragsbepaling.

Middel

4. Het middel kan niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeft bijgevolg geen antwoord.

Prejudiciële vraag

5. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, is er geen grond tot het stellen van de voorgestelde prejudiciële vraag.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser wegens de telastlegging D schuldig verklaart en hem daarvoor tot straf en een bijdrage aan het slachtofferfonds veroordeelt.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Waar aanwezig waren: P. Maffei, afdelingsvoorzitter als voorzitter; A. Bloch, P. Hoet, A. Lievens en E. Francis, raadsheren; M. De Swaef, eerste advocaat-generaal.

Noot

De strafrechter moet ook bij afwezigheid van een conclusie een schuldigverklaring of vrijspraak motiveren: een concrete motivering is vereist, maar ze mag beknopt zijn

• H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, Brussel, la Charte, 2010, 1124

• J. DE CODT, Des nullités de l'instruction et du jugement, Brussel, Larcier, 2006, 201 (

• B. DEJEMEPPE, L'obligation de motivation des juridictions d'instruction, SPF Justice, Brussel, 2007, 1-2;

• M. FRANCHIMONT, A. JACOBS en A. MASSET, Manuel de procédure pénale, Brussel, Larcier, 2012, 819

• F. KUTY, "L'exigence de motivation en matière correctionnelle: un prévisible revirement de jurisprudence", JT 2011, 661-662, nr. 2;

• P. TRAEST, "De innerlijke overtuiging van de rechter en de motiveringsverplichting" in F. VERBRUGGEN, R. VERSTRAETEN, D. VAN DAELE en B. SPRIET (eds.), Strafrecht als roeping. Liber Amicorum Lieven Dupont, Leuven, Universitaire Pers, 2005, 562-563;

•R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2007, nr. 1564, p. 750-751 en nr. 2158, p. 1022 (hierna R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering).

• F. KUTY, "L'exigence de motivation en matière correctionnelle ... " l.c., 663, nr. 13; S.

• MOSSELMAN, "Invulling dan wel bijsturing van de motiveringsverplichting teneinde de gerechtelijke achterstand te verhelpen", Jus & Actores 2009, 93-94, nr. 34;

• J. VAN MEERBEECK, "Une décennie mouvementée pour la cour d'assises" (noot onder EHRM 16 november 2010), Rev.dr.pén. 2011, 394-395;

• R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, nr. 1565, p. 750-751.

• H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, 2010, 1128;

• G. DE MAESENEIRE, "Motivering rechterlijke beslissingen", NJW 2007, 197, nr. 10;

• P. MAFFE!, "La motivation des décisions judiciaires en matière répressive et son controle par la Cour de cassation de Belgique", Rev.dr.pén. 2009, 894.

• G. DE MAESENEIRE, "Motivering rechterlijke beslissingen'', NJW 2007, 197, nr. 10.

• G. DE MAESENEIRE, "Motivering rechterlijke beslissingen'',

• DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 1728, p. 767-768.

• J. DE CODT, Des nullités de l'instruction et du jugement, 203-204.

•. H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH EN M. BEERNAERT, DROIT DE LA PROCÉDURE PÉNALE, 2010, 1129.

• VAN MEERBEECK, JLMB 2011, 100, RTDH 2011, 695, noot A. ]ACOBS en V. MALABAT.

•. F. KUTY, "L'exigence de motivation en matière correctionnelle ... " l.c., 663, nr. 14.

• D. VANDERMEERSCH, concl. bij Cass. 8 juni 2011, P.11.0570.F.

• P. VANWALLEGHEM, "Cassatie verstrengt motiveringsplicht bij veroordeling", De Juristenkrant, 28 september 2011, 3.

• D. VANDERMEERSCH, concl. bij Cass. 8 juni 2011, P.11.0570.F.

• F. KUTY, "L'exigence de motivation en matière correctionnelle ... " l.c., 664, nr. 20.

• P. VANWALLEGHEM, "Cassatie verstrengt motiveringsplicht bij veroordeling", De Juristenkrant 28 september 2011, 3.

• D. VANDERMEERSCH, concl. bij Cass. 8 juni 2011, P.11.0570.F;

• M. FRANCHIMONT, A. ]ACBOS en A. MASSET, Manuel de procédure pénale, 2012, 821.

• P. VANWALLEGHEM, "Cassatie verstrengt motiveringsplicht bij veroordeling'', De Juristenkrant, 28 september 2011, 3.

• P. MAFFEI, "La motivation des décisions judiciaires en matière répressive et son controle par la Cour de cassation de Belgique'', Rev.dr.pén. 2009, 901-902.

• EHRM, 17 oktober 2000, Karakasis /Griekenland, ro 27.

• EHRM, 13 januari 2009, Taxquet ! België, JT 2009, 284, noot J. VAN MEERBEECK, JLMB 2009, 204.

•. EHRM, 16 november 2010, Taxquet ! België, JT 2011, 89, noot J. VAN MEERBEECK, Rev.dr.pén. 2011, 385, noot].

EHRM, 27 september 2001, Hirvisaari /Finland, ro 31.

• EHRM 3 december 2002, Lindmer & Hammermayer /Roemenië, ro 32;

• EHRM 21 mei 2002, ]akela/ Finland, ro 72;

• EHRM 27 september 2001, Hirvisaari /Finland, ro 30;

EHRM 17 oktober 2000, Karakasis /Griekenland, ro 27;

EHRM 21 januari 1999, Garcia Ruiz /Spanje, ro 26;

EHRM 19 februari 1998, Higgins /Frankrijk, ro 42;

EHRM 19 februari 1997, Helle/ Finland, ro 60;

EHRM 19 april 1994, van de Hurck /Nederland, ro 61;

 

• Cass. 6 januari 1993, Arr.Cass. 1993, 14;

• Cass. 27 oktober 1987, Arr.Cass. 1987-88, 246.

• Cass. 6 januari 1993, Arr.Cass. 1993, 14;

• Cass. 23 april 1985, Arr.Cass. 1984-85, 1127;

• Cass. 14 oktober 1975, Arr.Cass. 1976, 200;

• Cass. 13 oktober 1975, Arr.Cass. 1976, 195.

• Cass. 29 mei 2012, P.11.2037.N.

• Cass. 29 mei 2012, P.11.2125.N.

• Cass. 5 juni 2012, P.11.0902.N.

• Cass. 23 oktober 2012, P.12.0300.N.

• Cass. 23 oktober 2012, P.12.0326.N.

• Cass. 16 mei 2012, P.12.0112.F.

• Cass. 17 februari 1999, P.99.0183.F, Arr.Cass. 1999, 214.

• Cass. 8 november 2011, P.11.0115.N.

• Cass. 21november1989, Arr.Cass. 1989-90, 400.

• Cass. 9 november 2004, P.04.0849.N, Arr.Cass. 2004, 1781;

• Cass. 10 mei 2000, P.99.1888.F, Arr.Cass. 2000, 879.

• Cass. 29 januari 2009, P.08.1092.N, Arr.Cass. 2009, 195;

• Cass. 16 november 1999, P.97.1655.N, Arr.Cass. 1999, 1444;

• Cass. 16 juni 1999, P.98.1363.F, Arr.Cass. 1999, 866,

• Cass. 19 mei 1999, P.98.0970.F, Arr.Cass. 1999, nr. 688.

• Cass. 7 maart 1979, Arr.Cass. 1978, 788;

•. Cass. 8 juni 2011, P.11.0570.F, JT 2011, 490, concl. D. VANDERMEERSCH en noot F. KUTY.

• Cass. 5 januari 1976, Arr.Cass. 1976, 514; Cass. 3 november 1969, Arr.Cass. 1970, 221;

• Cass. 17 maart 1969, Arr.Cass. 1969, 660.

• Cass. 23 februari 1988, Arr.Cass. 1987-88, 811;

• Cass. 20 april 1983, Arr.Cass. 1982-83, 1004;

• Cass. 27 januari 1982, Arr.Cass. 1981-82, 669.

• Cass. 29 februari 1984, Arr.Cass. 1984-85, 824.

• Cass. 3 februari 1982, Arr.Cass. 1981-82, 725.

• Cass. 16 november 1999, P.97.1655.N, Arr.Cass. 1999, 1444.

• Cass. 4 mei 2005, P.05.0410.F, Arr.Cass. 2005, 997.

• Cass. 13 november 1990, Arr.Cass. 1990-91, 306;

• Cass. 28 mei 1985, Arr.Cass. 1984-85, 1330.

• Cass. 10 oktober 2000, P.00.0723.N, Arr.Cass. 2000, 1542;

• Cass. 18 mei 1999, P.97.1252.N, Arr.Cass. 1999, 681;

• Cass. 27 maart 1996, P.95.1105.N, Arr.Cass. 1996, 239;

• Cass. 27 november 1973, Arr.Cass. 1974, 353;

• Cass. 26 november 1973, Arr.Cass. 1974, 346;

• Cass. 20 januari 2009, P.08.1092, Arr.Cass. 2009, 194;

• Cass. 16 maart 2005, P.04.1592.F, Arr.Cass. 2005, 625;

• Cass. 16 juni 1999, P.98.1363.F, Arr.Cass. 1999, 866;

• Cass. 9 juni 1999, P.99.0231.F, Arr.Cass. 1999, 794;
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 21/07/2013 - 18:11
Laatst aangepast op: zo, 21/07/2013 - 19:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.