-A +A

Uiterst dringende noodzakelijkheid schorsingsprocedure voor de raad van state en moreel nadeel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 15/01/2015

De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 13).

Gevolgen voor derden, zoals de verwerende partij, de aangestelde kandidaat of studenten, kunnen de spoedeisendheid bijgevolg niet aantonen.

Wie deelneemt aan een selectieprocedure, moet er rekening mee houden dat aan haar wordt voorbijgezien. Verzoekster ervaart dit als gezichtsverlies.

Een dergelijk moreel nadeel kan in beginsel geheel worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest en vergt geen spoedeisende behandeling van de zaak in kort geding.

Met betrekking tot het gegeven dat verzoekster de uitwerking van de bestreden beslissing dient te ondergaan in een “beperkte professionele omgeving”, dient te worden opgemerkt dat die omstandigheid mogelijk het aangevoerde morele nadeel enigszins versterkt, maar niet in die mate dat een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring verzoekster geen volledige genoegdoening meer zou kunnen verschaffen. Zij diende er immers rekening mee te houden dat de uitoefening van een functie van doctor-assistent aan de universiteit haar geen garantie biedt op een latere aanstelling als docent en dat, zoals hiervóór al is opgemerkt, een deelname aan de selectieprocedure nu eenmaal het risico inhield niet te worden gekozen.

Waar verzoekster dan in haar uiteenzetting een “bijzonder” moreel nadeel ter sprake brengt, dat zij daarin gelegen ziet dat zij “zichtbaar grotere aanspraken” voor de te begeven functie kan doen gelden dan de kandidaat die erin werd benoemd, laat zij het vervuld zijn van de voorwaarde van de spoedeisendheid afhangen van de ernst van het middel waarin zij die “zichtbaar grotere aanspraken” verduidelijkt. Nochtans zijn dit twee afzonderlijk te beoordelen schorsingsvoorwaarden.

De onwettigheden die tegen de bestreden beslissing worden aangevoerd zijn op zich geen reden om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/12
Pagina: 
862
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(X. / Universiteit Gent)

I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 20 augustus 2014, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de raad van bestuur van de Universiteit Gent van 4 juli 2014 tot aanstelling van Johan Brandtler als voltijds docent (Tenure Track) in het vakgebied Zweedse taalkunde en taalvaardigheid en de impliciete weigering om X. in deze betrekking aan te stellen.

Daarnaast vraagt de verzoekende partij om de raad van bestuur van de Universiteit Gent te bevelen “dat zij onverwijld en uiterlijk één maand na de betekening van het tussen te komen arrest samenkomt om haar beslissing te heroverwegen en een nieuwe beslissing neemt over de ingediende kandidaturen, in aanmerking nemend het beschikkende gedeelte van het tussen te komen arrest en de overwegingen die er onlosmakelijk mee verbonden zijn”.

II. Verloop van de rechtspleging
(…)

III. Feiten
3. Bij vacaturebericht, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 21 april 2014 wordt in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent de vacature voor een betrekking van voltijds docent in het vakgebied Zweedse taalkunde en taalvaardigheid bekendgemaakt.

Onder meer verzoekster en Johan Brandtler stellen zich kandidaat voor deze betrekking. Beiden zijn op dat ogenblik doctor-assistent aan de faculteit. Zij bereiken, samen met A.S., de shortlist van drie kandidaten die uitgenodigd worden om een proefles te geven en een sollicitatiegesprek te voeren met de daartoe aangestelde beoordelingscommissie.

De beoordelingscommissie rangschikt vervolgens Johan Brandtler als eerste kandidaat en A.S. als tweede kandidaat. Verzoekster wordt op gemotiveerde wijze niet gerangschikt.

De faculteitsraad van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte beslist op 4 juni 2014 om Johan Brandtler voor te dragen aan de raad van bestuur van de universiteit.

De raad van bestuur volgt op 4 juli 2014 het advies van de beoordelingscommissie en de voordracht door de faculteit en beslist om Johan Brandtler met ingang van 1 oktober 2014 aan te stellen tot voltijds docent in het vakgebied Zweedse taalkunde en taalvaardigheid binnen de vakgroep Taalkunde.

IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.

V. Spoedeisendheid
Uiteenzetting
5. De zaak is volgens verzoekster spoedeisend om de volgende redenen:

“67. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert (RvS 8 juli 2014, nr. 228.026, VZW Gemeenschappen Zusters van Maria).

68. De verzoekende partij is zich bewust van de (oude) vaststaande rechtspraak van de Raad van State waarin wordt gesteld dat een moreel nadeel in de regel wordt hersteld door de genoegdoening die een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing met zich meebrengt.

Specifiek met betrekking tot benoemingen en bevorderingen wordt steevast de rechtspraak aangehouden dat het morele nadeel om bij een aanstelling te worden voorbijgezien ten voordele van een andere kandidaat, vanuit het oogpunt van het administratief recht in de regel volledig wordt goedgemaakt door de morele genoegdoening die een, overigens met terugwerkende kracht geldende, nietigverklaring van een benoeming of aanstelling verleent. Wie zich voor een aanstelling kandidaat stelt moet er voorts rekening mee houden dat hij wordt voorbijgezien. Dat risico is inherent aan elke kandidaatstelling, en geldt niet als het vereiste ernstig nadeel.

Dezelfde vaststaande rechtspraak aanvaardt echter evenzeer dat het in geval van bijzondere omstandigheden uitzonderlijk ook anders kan zijn.

69. De verzoekende partij ondergaat thans reeds een moreel nadeel omdat ondanks haar zichtbare grotere aanspraken de heer Johan Brandtler is aangesteld in de betrekking van docent in het Vakgebied Zweedse Taalkunde en Taalvaardigheid. Ze is bovendien reeds sinds 1996 verbonden aan de Universiteit Gent en in het bijzonder als doctor-assistent sinds 2007.

Vooralsnog wordt het morele nadeel niet bijkomend versterkt doordat de betrekking nog niet effectief is opgenomen door de heer Johan Brandtler.

Dit verandert op het ogenblik dat zulks wel gebeurt, ten vroegste op 1 oktober 2014.

Een bijkomende dergelijke versterking van het morele nadeel kan worden vermeden, minstens worden beperkt middels een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Het gezichtsverlies van de verzoekende partij binnen de beperkte professionele omgeving kan worden beperkt.

70. Een arrest in het kader van de schorsingsprocedure vermijdt dat de belangen van de verzoekende partij nodeloos (en bijkomend) worden geschaad.

Hetzelfde geldt overigens voor de belangen van de Universiteit Gent en de aangestelde kandidaat.

De verzoekende partij heeft zich bovendien diligent gedragen en heeft midden in het zomerverlof zonder dat de volledige beroepstermijn is benut een uitgewerkt verzoekschrift ingediend bij de Raad van State.

71. Op korte tot middellange termijn zijn er geen nieuwe vacatures voor een gelijkaardige ZAP-functie te verwachten binnen de Universiteit Gent.

De Universiteit Gent is overigens de enige universiteit in België die een opleiding Scandinavistiek en Noord-Europakunde verzorgt.

De verzoekende partij bevindt zich sowieso in een uiterst beperkte arbeidsmarkt.

Op 1 oktober 2014 verliest zij haar tewerkstelling en bijgevolg haar inkomen zonder dat daar op korte termijn verandering in kan komen. De bestreden aanstelling is een unieke kans voor de verdere tewerkstelling van de verzoekende partij in de academische wereld. Het wachten op een uitspraak in het kader van een beroep tot nietigverklaring is onverenigbaar met deze omstandigheden eigen aan de persoon van de verzoekende partij.

72. De (vermoedelijke) gevolgen van de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen voor alle belangen die kunnen worden geschonden, alsook het openbaar belang, zijn tot slot geenszins nadelig, laat staan dat ze op een kennelijk onevenredige wijze zwaarder wegen dan de voordelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen.

Een (snelle) uitspraak in het kader van een vordering tot schorsing creëert voor alle betrokken partijen duidelijkheid (voorafgaand aan het effectief opnemen en uitoefenen van de betrekking van docent in het Vakgebied Zweedse Taalkunde en Taalvaardigheid). Een snelle uitspraak van de Raad van State is niet enkel in het belang van de verzoekende partij, maar eveneens van de aangestelde kandidaat en de verwerende partij. De goede werking van de dienst is gebaat met een uitspraak op korte termijn. Zulks geldt des te meer nu de heer Johan Brandtler voor het academiejaar 2014-15 nog een laatste jaar van zijn mandaat als doctor-assistent aan de Universiteit Gent kan vervullen. Meer nog, als de verzoekende partij niet verder kan worden tewerkgesteld aan de Universiteit Gent, is er binnen de Afdeling Scandinavistiek en Noord-Europakunde niemand meer die het opleidingsonderdeel Deens kan doceren.

De schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing maakt het bovendien mogelijk dat de verwerende partij alsnog in het lopende academiejaar de verzoekende partij kan aanstellen en het belang van de dienst niet wordt geschaad.

Er staat dan ook geen belangenafweging in de weg aan de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

73. De zaak is op grond van bovenvermelde redenen te spoedeisend voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.”

Beoordeling
6.1. Naar eis van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4° van het procedurereglement kort geding van 5 december 1991.

Dit houdt in dat het aan verzoekster toevalt om aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de gevolgen van een (voortdurende) tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

Kortweg stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht, zal niet volstaan om de spoedeisendheid aan te tonen.

6.2. De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1, 13).

Gevolgen voor derden, zoals de verwerende partij, de aangestelde kandidaat of studenten, kunnen de spoedeisendheid bijgevolg niet aantonen.

6.3. Wie deelneemt aan een selectieprocedure, moet er rekening mee houden dat aan haar wordt voorbijgezien. Verzoekster ervaart dit als gezichtsverlies.

Een dergelijk moreel nadeel kan in beginsel geheel worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest en vergt geen spoedeisende behandeling van de zaak in kort geding.

6.4. Met betrekking tot het gegeven dat verzoekster de uitwerking van de bestreden beslissing dient te ondergaan in een “beperkte professionele omgeving”, dient te worden opgemerkt dat die omstandigheid mogelijk het aangevoerde morele nadeel enigszins versterkt, maar niet in die mate dat een uitspraak over het beroep tot nietigverklaring verzoekster geen volledige genoegdoening meer zou kunnen verschaffen. Zij diende er immers rekening mee te houden dat de uitoefening van een functie van doctor-assistent aan de universiteit haar geen garantie biedt op een latere aanstelling als docent en dat, zoals hiervóór al is opgemerkt, een deelname aan de selectieprocedure nu eenmaal het risico inhield niet te worden gekozen.

6.5. Waar verzoekster dan in haar uiteenzetting een “bijzonder” moreel nadeel ter sprake brengt, dat zij daarin gelegen ziet dat zij “zichtbaar grotere aanspraken” voor de te begeven functie kan doen gelden dan de kandidaat die erin werd benoemd, laat zij het vervuld zijn van de voorwaarde van de spoedeisendheid afhangen van de ernst van het middel waarin zij die “zichtbaar grotere aanspraken” verduidelijkt. Nochtans zijn dit twee afzonderlijk te beoordelen schorsingsvoorwaarden.

De onwettigheden die tegen de bestreden beslissing worden aangevoerd zijn op zich geen reden om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden.

6.6. Verzoekster acht het ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing door haar geleden nadeel ook “bijkomend versterkt” vanaf 1 oktober 2014, omdat de betrekking dan effectief wordt opgenomen door haar concurrent. Dat verzoekster op diezelfde datum haar betrekking verliest - met minstens kortetermijngevolgen voor haar inkomen, zolang zij geen ander werk vindt - is evenwel het gevolg van het verstrijken van haar mandaat van doctor-assistent op 30 september 2014 en staat los van de gemiste kans om tenure track docent te worden en, bijgevolg, van de bestreden tenuitvoerlegging van de aanstelling van Johan Brandtler. In die omstandigheden toont het feit dat verzoekster in afwachting van een tussen te komen vernietiging een andere wending aan haar loopbaan moet geven evenmin de spoedeisendheid aan.

7. Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoekster geenszins aantoont het resultaat van het annulatieberoep niet te kunnen afwachten. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.

8. Het in fine van het inleidende verzoekschrift geformuleerde verzoek tot het bevelen van een voorlopige maatregel wordt bijgevolg insgelijks verworpen.

(…)

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt.

Noot: 

Lust, P.-D.-S., « De spoedeisendheid in het administratief kort geding », R.A.B.G., 2016/12, p. 872-875

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/07/2017 - 12:49
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 08:21

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.