-A +A

Valsheid document terugbetaling geneeskundige verstrekkingen Strafvordering – Arbeidsauditoraat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 20/12/2016
A.R.: 
P.15.1538.N

Wanneer een telastlegging wegens valsheid betrekking heeft op een document dat de terugbetaling toelaat van geneeskundige verstrekkingen, bedoeld in de ZIV-wet, zijn, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 155, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, enkel de leden van het arbeidsauditoraat bevoegd de strafvordering wegens dergelijke inbreuken uit te oefenen en moet de kamer van het hof van beroep dat uitspraak doet over de strafvordering samengesteld zijn uit twee raadsheren in het hof van beroep, de voorzitter daaronder begrepen, en uit één raadsheer in het arbeidshof.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.15.1538.N

F.M.A.A.M. t/ RIZIV

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 13 oktober 2015.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen

– Artt. 101 en 155 Ger.W.

3. Krachtens art. 155, eerste lid Ger.W. wordt, onverminderd de toepassing van de bepalingen van art. 138, derde tot vijfde lid, de strafvordering wegens een overtreding van de wetten en de verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, voor de politierechtbanken en voor de rechtbanken van eerste aanleg uitgeoefend door de leden van het arbeidsauditoraat en voor de hoven van beroep door de leden van het arbeidsauditoraat-generaal.

In geval van samenloop of samenhang van genoemde overtredingen met een of meer overtredingen van andere wetsbepalingen die niet tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoren, wijst de procureur-generaal het parket van de procureur des Konings of het arbeidsauditoraat aan, en, in voorkomend geval, het parket-generaal of het arbeidsauditoraat-generaal dat bevoegd is om de strafvordering uit te oefenen, onverminderd de toepassing van art. 149.

Krachtens art. 76, § 2, tweede lid Ger.W. neemt ten minste één correctionele kamer van de rechtbank van eerste aanleg in het bijzonder kennis van de overtredingen van de wetten en verordeningen over een van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. Krachtens art. 101, § 1, tweede lid Ger.W. neemt ten minste één correctionele kamer van het hof van beroep kennis van het hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen gewezen betreffende de in art. 76, § 2, tweede lid bedoelde aangelegenheden.

Krachtens art. 101, § 2, tweede lid, thans derde lid Ger.W., is de in § 1, tweede lid bedoelde gespecialiseerde correctionele kamer samengesteld uit twee raadsheren in het hof van beroep, de voorzitter daaronder begrepen, en uit één raadsheer in het arbeidshof.

4. Krachtens art. 167, eerste lid ZIV-Wet behoren, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van art. 52, § 3, de betwistingen inzake de rechten en plichten voortvloeiend uit de wetgeving en reglementering betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank. Krachtens art. 73bis, 1o ZIV-Wet is het, onverminderd eventuele strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vervolging, en afgezien van de bepalingen uit de overeenkomsten of verbintenissen bedoeld in Titel III, de zorgverleners en gelijkgestelden verboden, op straffe van de maatregelen bepaald in art. 142, § 1, reglementaire documenten die de terugbetaling toestaan van de geneeskundige verstrekkingen op te stellen, te laten opstellen, af te leveren of te laten afleveren wanneer de verstrekkingen niet werden verleend, zoals hier toepasselijk.

Krachtens art. 232, 1o, a) Sociaal Strafwetboek wordt met een sanctie van niveau 4 bestraft eenieder die, met het oogmerk ten onrechte een sociaal voordeel te verkrijgen of te doen verkrijgen, valsheid in geschrifte heeft gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akte ten doel had op te nemen of vast te stellen.

5. Uit de samenhang van die bepalingen volgt dat wanneer een telastlegging wegens valsheid betrekking heeft op een document dat de terugbetaling toestaat van geneeskundige verstrekkingen, bedoeld in de ZIV-Wet, onder voorbehoud van het bepaalde in art. 155, tweede lid Ger.W., enkel de leden van het arbeidsauditoraat bevoegd zijn de strafvordering wegens dergelijke misdrijven uit te oefenen en de kamer van het hof van beroep dat uitspraak doet over de strafvordering moet samengesteld zijn uit twee raadsheren in het hof van beroep, de voorzitter daaronder begrepen, en uit één raadsheer in het arbeidshof.

6. De eiseres wordt vervolgd wegens valsheid door getuigschriften voor verstrekte hulp te hebben opgesteld ter staving van zogenaamde prestaties, terwijl in werkelijkheid deze prestaties niet verricht zijn en deze getuigschriften aldus intellectueel vals zijn. Deze feiten vormen een overtreding van de bepalingen van artikel 73bis ZIV-Wet.

7. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de strafvordering voor de correctionele rechtbank werd uitgeoefend door een magistraat van het parket van de procureur des Konings en voor het hof van beroep door een magistraat van het parket-generaal bij het hof van beroep en dat het hof van beroep niet wettig was samengesteld, bij gebrek aan een raadsheer bij het arbeidshof.

Het arrest bevestigt het beroepen vonnis dat de eiseres veroordeelt tot straf en vergoeding van de verweerder.

Het arrest dat niet vaststelt dat de strafvordering niet werd ingesteld en vervolgd door de bevoegde arbeidsauditeur en gewezen is door een kamer van het hof van beroep die niet wettig was samengesteld, is niet naar recht verantwoord.

Ingevolge art. 408, eerste lid Sv. dient de gehele rechtspleging die aan het arrest is voorafgegaan, tot en met de dagvaarding van de eiseres om te verschijnen voor de correctionele rechtbank, nietig te worden verklaard.

Noot: 

• Journal des tribunaux [JT] HENROTTE, Shelley; Observations 'La notion de confiance publique dans le cadre du faux en écriture' 2015, n° 6601, p. 339-340.

• S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, 313.

• Cass. 21 juni 2005, Arr.Cass. 2005, p. 1390

Strafwetboek / 1867-06-08 / Artt. 193, 196 en 197

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 09/09/2017 - 08:22
Laatst aangepast op: za, 09/09/2017 - 08:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.