-A +A

Valsheid in facturen voor de burgerlijke rechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
don, 09/06/2011

Tegen een valse factuur kan een verweerder voor de burgerlijke rechter de exceptie van valsheid inroepen

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
869
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV J. & S. t/ NV D.

...

Verweerster stelt tegen eiseres een “valsheidsvordering” in. Dit blijkt immers duidelijk uit haar eerste conclusies, waarin zij het in het beschikkend gedeelte ervan expliciet en nadrukkelijk heeft over valse stukken. Ook in haar navolgende conclusies volhardt verweerster in eenzelfde standpunt, aanvoerende dat zij nooit enig paard van eiseres zou hebben aangekocht (en nog minder een dergelijk paard nadien zou hebben doorverkocht) en melding makend van manipulatie van facturen om zo een fictief dossier te fabriceren.

In casu is er dan ook sprake van een tussenvordering wegens valsheid, d.w.z. van een valsheidsincident gerezen in de loop van een geschil.

Hoewel de rechtbank zich terdege bewust is van het feit dat het zgn. controlecriterium nog steeds door een belangrijke strekking in rechtspraak en rechtsleer wordt gehanteerd – in die zin dat valse vermeldingen in een opgestelde factuur geen strafbare valsheid in geschriften kunnen opleveren ten aanzien van de koper, omdat de factuur op haar juistheid gecontroleerd moet worden en slechts bewijswaarde verkrijgt na controle en aanvaarding (zie o.a.: L. Delbrouck, “Hoe vals kan een factuur zijn?” (noot onder Cass. 14 december 2010), RABG 2011, 590) – is de rechtbank van oordeel dat diegene tegen wie een (beweerde) fictieve factuur voor niet geleverde goederen of diensten wordt ingeroepen, zich wel degelijk kan beroepen op de valsheidsvordering.

Overigens wordt voornoemd controlecriterium meer en meer bekritiseerd in de rechtsleer (zie o.a.: T. Bijl, “De factuur in het strafrecht” in De factuur en verwante documenten, Brugge, Vandenbroele, 2008, p. 264, nr. 350; S. Van Dijck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, nrs. 165 e.v.).

Alle vermeldingen waarvan de valsheid een mogelijk nadeel kan opleveren, verdienen immers strafrechtelijke bescherming.

Valsheid is trouwens een aflopend misdrijf, en de omstandigheden waarin deze wordt begaan, worden gefixeerd ten tijde van de waarheidsvermomming, ongeacht de latere aanvaarding door de bestemmeling van de factuur.

Een geschrift kan bovendien maatschappelijke bewijswaarde genieten, zonder dat daarvoor moet voldaan zijn aan alle handelsrechtelijke bewijsregels.

Telkens als een (handels)geschrift juridische draagwijdte heeft (doordat het betrekking heeft op een rechtens relevant feit, dit is een feit dat op zichzelf beschouwd of in relatie tot andere feiten van aard is om het ontstaan, de wijziging, het tenietgaan of de vaststelling van een recht te bepalen) en maatschappelijke bewijswaarde bezit (omdat het als waar kan worden beschouwd), vervult dit een bewijsfunctie en is het erin gestelde vertrouwen maatschappelijk noodzakelijk en bijgevolg strafrechtelijk beschermingswaardig (vgl. F. Willio, “Het begrip beschermd geschrift in art. 193 e.v. Sw.”, RW 1993-94, (793), p. 796, nr. 15).

De wet beschermt in beginsel de waarheidsgetrouwheid van elk middel waarop een rechtsvordering kan worden gebaseerd.

Ten slotte en niet in het minst moet worden opgemerkt dat er een fundamenteel onderscheid bestaat tussen strafbare valsheid (zoals valsheid in geschriften/valsheid in facturen) en valsheid in de bewijsvoering. Dit verklaart ook waarom niet elke vorm van valsheid noodzakelijkerwijze strafbaar is (vgl. Corr. Gent 8 december 1992, RW 1993-94, 857). Daarom kan er sprake zijn van valsheid in burgerlijke zaken zonder dat opzet voorhanden is, terwijl opzet in beginsel echter vereist is opdat er sprake zou zijn van strafbare valsheid. Ook is de burgerlijke valsheidsprocedure gericht tegen een stuk, terwijl een strafrechtelijke valsheidsprocedure in essentie tegen een of meer personen is gericht.

Feit is dat elk bewijselement (elke informatiedrager) voorwerp kan uitmaken van valsheid, dus ook een factuur, die in essentie een schriftelijke aanspraakbevestiging inhoudt van de zijde van de emittent van deze factuur.

Het enige vereiste is overigens dat het stuk een bijzondere bewijswaarde moet hebben, d.w.z. tot het bewijs van een feit dient (reden waarom men bv. een conclusie niet kan beschuldigen van valsheid): valsheid impliceert niets anders dan de manipulatie van een bewijsstuk of bewijselement. Intellectuele valsheid onderstelt een materieel onaangeroerd instrumentum, met een gemanipuleerde inhoud, in die zin dat er feiten worden in vastgesteld in strijd met de waarheid (zie o.a.: B. Allemeersch, “Valsheid en leugen in burgerlijk proces en bewijs” in Liber Amicorum Tijdschrift voor Privaatrecht en Marcel Storme, Mechelen, Kluwer, 2004, (29), p. 54 e.v., randnrs. 29 e.v.).

Het is een elementaire regel van burgerlijk recht, a fortiori van het burgerlijk bewijsrecht, dat men uit bedrog of valsheid geen rechten kan putten: “fraus omnia corrumpit”. Een logische toepassing van voormeld beginsel leert dat ook vervalste bewijsmiddelen niet mogen worden overgelegd.

Inzake valsheid van stukken en geschriften voorziet het Gerechtelijk Wetboek in een specifieke procedure, namelijk de valsheidsprocedure (art. 895-914 Ger.W.). Hierdoor wordt preventief (en niet post factum, bv. via herroeping van het gewijsde) in de loop van de eigenlijke procedure waarin een mogelijk vals stuk wordt gebruikt, opgekomen tegen het aanwenden van een dergelijk stuk.

Valsheid onderstelt een verdraaiing van de waarheid; in casu wordt blijkbaar intellectuele valsheid ingeroepen. Verweerster voert aan dat eiseres een factuur heeft opgesteld aan haar, terwijl er geen enkele contractuele band bestond tussen beide partijen inzake de beweerde koop/verkoop van het paard (...). Frappant is voorts dat eiseres in conclusies erkent dat de kwestieuze factuur, die formeel volgens de factuurvermelding zelf dagtekent van februari 2010, pas werd ingeboekt (en dus in de boekhouding werd opgenomen) in juli 2010.

Met toepassing van art. 896, eerste lid Ger.W. moet de partij die een valsheidsvordering instelt, de redenen daartoe nauwkeurig opgeven; deze verplichting strekt ertoe lichtzinnige valsheidsvorderingen te vermijden en de rechter de mogelijkheid te bieden met kennis van zaken te oordelen over de opportuniteit en het nut van deze maatregel, aangezien per slot van rekening de procedure geschorst wordt tot na de uitspraak over de valsheidsvordering (art. 897 Ger.W.).

In casu moet worden vastgesteld dat verweerster (min of meer) voldoet aan voornoemd voorschrift: zij beschuldigt eiseres van het gebruik van een vervalst stuk, namelijk de bewuste factuur die volgens verweerster werd opgesteld zonder dat er enige onderliggende overeenkomst is; voorts zou deze factuur volgens haar dan ook niet verstuurd zijn geweest.

Krachtens art. 897 Ger.W. kan de rechtbank de zaak onmiddellijk behandelen wanneer blijkt dat de zaak zonder meer kan worden berecht, met andere woorden wanneer de van valsheid beschuldigde stukken niet ter beoordeling van het geding noodzakelijk voorkomen; anders stelt zij haar uitspraak uit.

De rechtbank is in casu evenwel van oordeel dat mogelijk rekening zal moeten worden gehouden met het van valsheid beschuldigde stuk; deze factuur vormt immers het voorwerp van de vordering van eiseres en buiten deze factuur is in casu, zo blijkt uit het stukkenbundel van eiseres, geen bestelbon of enig andere document dat ondertekend is door verweerster of aan verweerster is toe te schrijven.

Daarom stelt de rechtbank haar uitspraak over de hoofdvordering noodzakelijkerwijze uit.

...
 

Noot: 

Luc Delbrouck, Hoe vals kan een factuur zijn, RABG, 2011/08/590

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 19/01/2013 - 17:32
Laatst aangepast op: za, 19/01/2013 - 17:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.