-A +A

Valsheid in openbare geschriften

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 05/01/2016
A.R.: 
P.15.0045.N

Uittreksel uit het strafwetboek:

Art. 194. Ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn bediening valsheid pleegt,
Hetzij door valse handtekeningen,
Hetzij door vervalsing van akten, geschriften of handtekeningen,
Hetzij door onderschuiving van personen,
Hetzij door geschriften, in openbare registers of andere openbare akten na het opmaken of het afsluiten ervan gesteld of ingevoegd,
Wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar. 

Art. 195. Met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar wordt gestraft ieder openbaar officier of ambtenaar die bij het opmaken van akten van zijn ambt het wezen of de omstandigheden ervan vervalst.
Hetzij door andere overeenkomsten te schrijven dan die welke de partijen hebben opgegeven of gedicteerd,
Hetzij door als waar op te nemen, feiten die het niet zijn.

Art. 196. Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar worden gestraft de andere personen die in authentieke en openbare geschriften valsheid plegen en alle personen die in handels- of bankgeschriften of in private geschriften valsheid plegen, 
Hetzij door valse handtekeningen,
Hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen,
Hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de akten in te voegen,
Hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten ten doel hadden op te nemen of vast te stellen.

Art. 197. In alle gevallen in deze afdeling vermeld, wordt hij die gebruik maakt van de valse akte of van het valse stuk, gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.
Een lid van het college van burgemeester en schepenen dat in de notulen van een vergadering van dat college met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden een niet-waarheidsgetrouwe vermelding laat opnemen en deze notulen met die vermelding doet goedkeuren, ondertekent en laat ondertekenen, maakt zich schuldig aan het door artikel 194 Strafwetboek bedoelde misdrijf; de omstandigheid dat de notulen worden goedgekeurd in een niet-openbare vergadering, na een geheime stemming, doet daaraan geen afbreuk.

Uit de omstandigheid dat de appelrechters bij valsheid en gebruik van valse stukken het bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden op andere gronden dan de eerste rechter bewezen achten, volgt niet dat zij de omschrijving van de telastlegging hebben gewijzigd en dat zij de eiser de gelegenheid dienden te geven daarover standpunt in te nemen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.15.0045.N
G P V B,
beklaagde,
eiser,
tegen
CHRISTEIJKE INTEGRALE GEZONDHEIDS- EN BEJAARDENZORG, HUIZE TER WALLE vzw, met zetel te 8930 Menen, Bruggestraat 57-59,
burgerlijke partij,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 3 december 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 193, 194, 196, 197 en 214 Strafwetboek en artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiser wegens de telastlegging A voor een strafbare periode die in vergelijking met de door de eerste rechter in aanmerking genomen periode, werd uitgebreid en er blijkt niet dat dit eenstemmig is gebeurd; de eerste rechter verklaarde de eiser schuldig aan de op 27 oktober 2008 gesitueerde telastlegging A; de appelrechters verklaren de eiser schuldig aan deze telastlegging, die wordt gesitueerd op: "een niet nader bepaald tijdstip in de periode van 06.10.2008 tot en met 27.10.2008 en ten minste op 27.10.2008"; eisers veroordeling wegens de telastlegging A en we-gens de telastlegging B, die op de telastlegging A is gesteund, is bijgevolg niet wettig.

2. Met de in het middel vermelde precisering van de tijdsperiode voor de te-lastlegging A nemen de appelrechters geen langere misdrijfperiode in aanmerking in vergelijking met het door de eerste rechter aangenomen misdrijftijdstip, maar preciseren zij enkel het tijdstip van de met de telastlegging A geviseerde valsheid.

Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grond-slag.

Tweede middel

3. Het middel voert schending aan van de artikelen 193, 194, 196, 197 en 214 Strafwetboek en de artikelen 51, 53 en 54 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005: het arrest neemt ten onrechte aan dat een amendement op ontwerp-notulen van een vergadering van het college van burgemeester en schepenen tot bewijs strekt en zich aan de openbare trouw opdringt; het gaat immers slechts om een voorstel dat zonder goedkeuring geen enkele bindende of tegensprekelijke waarde heeft; het arrest kon de eiser bovendien niet veroordelen omdat de in een niet-openbare vergadering en na een geheime stemming genomen beslissing van goed-keuring van de notulen een collegiaal karakter heeft en dus niet aan één van de le-den kan worden toegeschreven.

4. Een lid van het college van burgemeester en schepenen dat in de notulen van een vergadering van het college van burgemeester en schepenen met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden een niet-waarheidsgetrouwe vermelding laat opnemen en deze notulen met die vermelding doet goedkeuren, ondertekent en laat ondertekenen, maakt zich schuldig aan het door artikel 194 Strafwetboek bedoelde misdrijf. De omstandigheid dat de notulen met een collegiale beslissing worden goedgekeurd in een niet-openbare vergadering, na een geheime stemming, doet daaraan geen afbreuk.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. In zoverre het middel de beoordeling bekritiseert door het arrest van de be-wijswaarde van een op de ontwerp-notulen ingediend amendement, is het gericht tegen redenen die de bestreden beslissing niet schragen en kan het bijgevolg niet tot cassatie leiden.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Derde middel

6. Het middel voert schending aan artikel 6 EVRM, de artikelen 193, 194, 196, 197 en 214 Strafwetboek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: door het door de eiser beoogde onrechtmatig voor-deel en het oogmerk om te schaden met betrekking tot de telastlegging A anders te omschrijven dan de eerste rechter zonder de eiser de mogelijkheid te bieden zich ter zake te verdedigen, miskent het arrest eisers recht van verdediging; bijgevolg is eisers veroordeling wegens de telastlegging A en de telastlegging B, die is gesteund op de telastlegging A, niet wettig.

7. De eiser werd zowel door de eerste rechter als door de appelrechters schul-dig verklaard aan valsheid in geschriften met vermelding in de telastlegging van een handelen met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden, zonder dat dit bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden nader werden gespecificeerd.

8. Uit de omstandigheid dat de appelrechters het bedrieglijk opzet of het oog-merk om te schaden op andere gronden dan de eerste rechter bewezen achten, volgt niet dat dat zij de omschrijving van de telastlegging A hebben gewijzigd en dat zij de eiser de gelegenheid dienden te geven daarover standpunt in te nemen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 117,21 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 5 januari 2016 uitgesproken

Noot: 

D. Wuyts, De rol van het misdrijf valsheid in geschriften in de strijd tegen verzekeringsfraude, R.W. 2011-2012, Noot onder Cass. 24/12/2009 RW 2011-2012 607.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 10/09/2017 - 08:01
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 08:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.