vaststelling vaderschap en betwisting vaderschap toepasselijk recht IPR
Betwisting vaderschap -> recht van de staat wettelijke vader
Vaststelling vaderschap -> recht van de staat van de genetische vader
Voorwerp van de vordering
M.VdV. en H.G. zijn getrouwd. Zij hebben beiden de Belgische nationaliteit. Tijdens dit huwelijk is H.G. op 20 april 2010 bevallen van een zoon R., zodat M.VdV. vermoed wordt de vader te zijn van R. (art. 315 BW).
De vordering van de eiser beoogt te horen zeggen voor recht dat M.VdV. niet de vader is van R.VdV. en dat de eiser de vader is van R.VdV. Ondergeschikt vraagt de eiser vooraleer te oordelen, een expertise te bevelen (DNA-test).
Waar H.G. aanvankelijk nog vroeg de vordering als niet ontvankelijk of minstens ongegrond af te wijzen, gedraagt zij zich thans – net als M.VdV. en de voogd ad hoc – naar het oordeel van de rechtbank. Uit de DNA-expertise die de echtgenoten VdV.-G. vrijwillig hebben laten uitvoeren, is immers gebleken dat M.VdV. inderdaad niet de vader is van R. Voor zover zou worden geoordeeld dat een voorafgaande expertise noodzakelijk is, vraagt zij dat daartoe LIFE-ID te (...) als gerechtsdeskundige zou worden aangesteld.
Beoordeling
Alle partijen wonen in België. De eiser heeft de Algerijnse nationaliteit (en had die ook op het ogenblik van de geboorte van R.VdV.). M.VdV. heeft de Belgische nationaliteit.
De zaak heeft dan ook een grensoverschrijdend karakter.
1. Internationale bevoegdheid
Aangezien R.VdV. in het gerechtelijke arrondissement Gent zijn gewone verblijfplaats heeft, is deze rechtbank bevoegd om de vordering te beoordelen overeenkomstig artikel 61 WIPR.
2. Toe te passen recht
Overeenkomstig artikel 62 WIPR worden de vorderingen tot vaststelling en tot betwisting van het vader- of moederschap van een persoon beheerst door het recht van de Staat waarvan die persoon de nationaliteit heeft op het ogenblik van de geboorte van het kind.
Concreet betekent dit in deze zaak dat:
– de vordering tot betwisting van het vaderschap van M.VdV. naar Belgisch recht dient beoordeeld,
– de vordering tot vaststelling van het vaderschap van de eiser naar Algerijns recht dient beoordeeld.
3. Ten gronde
3.1. Overeenkomstig artikel 318 §1 BW heeft de man die het vaderschap over een kind opeist, een vorderingsrecht om het vaderschap van de echtgenoot te betwisten binnen de in artikel 318 §2 BW bepaalde termijn (één jaar na de ontdekking van het feit dat hij de vader van het kind is). De eiser heeft derhalve de vereiste hoedanigheid, zodat zijn vordering toelaatbaar is. Tevens werd zijn vordering tij dig ingesteld, zodat ze ontvankelijk is.
3.2. Aangezien het onaanvaardbaar zou zijn dat een derde het vaderschap van de echtgenoot zou kunnen betwisten zonder zelf zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het kind te nemen, heeft de Belgische wetgever aan de gegrondheid van de vordering van de beweerde biologische vader voorwaarden en consequenties verbonden (G. VERSCHELDEN, Het hervormde afstammingsrecht: een nieuw compromis tussen biologisch en sociaal ouderschap, RW 2007-08, 344, nr. 31). Luidens artikel 318 §5 BW is de vordering van de persoon die beweert de biologische vader van het kind te zijn, maar gegrond als diens vaderschap is komen vast te staan. De beslissing die deze vordering tot betwisting van het vaderschap inwilligt, brengt van rechtswege de vaststelling van de afstammingsband met zich mee van deze verzoeker. M.a.w. naar Belgisch recht vormen de betwisting van het vaderschap van de echtgenoot door diegene die het vaderschap over dit kind opeist en de vaststelling van het vaderschap van laatstgenoemde over het betreffende kind, één geheel.
3.3. Het Algerijnse Familiewetboek bepaalt in artikel 40 dat de afstamming o.a. wordt bepaald door een rechtsgeldig huwelijk, de vaderlijke erkenning en het bewijs (van vaderschap); de rechter kan zich in afstammingszaken bedienen van wetenschappelijke bewijsmiddelen. M.a.w. ook naar Algerijns recht kan het vaderschap gerechtelijk worden vastgesteld (eventueel na wetenschappelijk bewijs daarvan).
Eensluidend met het advies van het openbaar ministerie, dient dan ook besloten dat de eiser – die zijn vaderschap op heden niet bewijst – moet worden toegelaten zijn biologisch vaderschap te bewijzen aan de hand van een expertise (wetenschappelijk bewijs). Bij gebrek aan gegevens over de wetenschappelijke werking van het centrum LIFE-ID komt het gepast voor de hierna bepaalde deskundige aan te stellen. De wetenschappelijkheid van de werkmethode van deze aangestelde deskundige staat immers vast.
OP DEZE GRONDEN,
DE RECHTBANK, op tegenspraak, (...)
Verklaart de vordering ontvankelijk.
Vooraleer nader te oordelen,
Stelt aan als deskundige (...)
P. Senaeve, Het toepasselijk recht bij een "2 in 1 vordering", T. Fam. 2011/10, 238
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
