-A +A

verjaring stuiting enkel gevolg voor wie partij bij de stuiting en verjaring voor de ene komt daarom niet de andere ten goede

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/06/2006
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2
Pagina: 
445
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 9 juni 2006

NV A. t/ S.R.W.D.L.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, dat op 28 maart 2003 is gewezen door het Hof van Beroep te Luik.

...

III. Beslissing van het Hof

...

Art. 2244 B.W. bepaalt dat een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling, of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting vormen.

Buiten de zich te dezen niet voordoende gevallen van hoofdelijkheid en ondeelbaarheid en tenzij de wet anders bepaalt, heeft de stuiting van de verjaring die het gevolg is van één van deze daden, enkel gevolgen voor de personen die daarbij partij zijn geweest en komt de door één van de schuldeisers verkregen stuiting derhalve de andere schuldeisers niet ten goede.

Door te oordelen dat de verjaring van de rechtsvordering van de verweerster, opdrachtgeefster, tegen de eiseres, onderaannemer van de hoofdaannemer, gestuit is door de door laatstgenoemde tegen de eiseres uitgebrachte dagvaarding, op grond dat die dagvaarding berust op dezelfde grieven als de rechtsvordering van de verweerster, verantwoordt het arrest niet naar recht zijn beslissing dat laatstgenoemde rechtsvordering niet verjaard is.

Het middel is gegrond.
 

Noot: 

Art. 2244 B.W. bepaalt dat een dagvaarding voor het gerecht, een bevel tot betaling of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting vormen. Buiten de zich te dezen niet voordoende gevallen van hoofdelijkheid en ondeelbaarheid en tenzij de wet anders bepaalt, heeft de stuiting van de verjaring die het gevolg is van één van deze daden, enkel gevolgen voor de personen die daarbij partij zijn geweest en komt de door één van de schuldeisers verkregen verjaring derhalve de andere schuldeisers niet ten goede.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 09/11/2009 - 23:50
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 17:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.