-A +A

Vervanging van de notaris in graad van beroep tegen een vonnis waarbij notaris aangesteld doch geen beroep werd aangetekend inzake deze aanstelling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 29/01/2015
A.R.: 
2011/AR/3284

Onder het oude recht ontbrak een wettelijke basis voor de vervanging van de notaris-vereffenaar. Het nieuwe artkel 1211 Ger.W. strekt ertoe deze lacune weg te werken.

De rechter voorziet in de vervanging van de notaris-vereffenaar in geval van weigering, verhindering of indien er omstan¬digheden zijn die gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onafhankelijkheid of onpartijdigheid.

Het verzoek tot vervanging kan uitgaan van de notaris-vereffenaar of van een of meer partijen. Het verzoek wordt gericht aan de rechter die de geviseerde notaris-vereffenaar heeft aangewezen. Ambtshalve vervanging door de rechter in het raam van artikel 1211 Ger.W. is niet mogelijk. Vervanging op eigen initatief van de notaris-vereffenaar, zonder tussenkomst van de rechter, is evenmin mogelijk.

Om ontijdige verzoeken te vermijden, kan de notaris-vereffenaar waarvan de partijen de aanwijzing hebben gevraagd, slechts worden vervangen om redenen ontstaan of vastgesteld na de aanwijzing (art. 1211, § 1, tweede lid Ger.W.).

Een partij kan overigens middels een procedure tot vervan¬ging bezwaarlijk op verkapte wijze hoger beroep instellen tegen een vonnis tot aanwijzing van een notaris-vereffenaar. Los van de in het artikel 1220, §§ 2-3 Ger.W. bedoelde sanctieregeling in geval van overschrijding van de overeengekomen of wettelijk bepaalde termijnen, kan na de opening van de notariële werkzaamheden geen vervanging meer worden gevraagd, tenzij de verzoekende partij slechts nadien kennis heeft genomen van haar reden (art. 1211, § 1, derde lid Ger.W.).

Artikel 1211, § 1, vierde lid Ger.W. bepaalt dat, indien het vonnis tot aanwijzing van een of twee notaris(sen)-vereffenaar(s) in de zin van artikel 1210, § 1 Ger.W. (en waarbij de rechter in voorkomend geval overeenkomstig artikel 1209, § 1 Ger.W. reeds geschilpunten beslecht) in hoger beroep wordt bestreden, de vervanging van de notaris-vereffenaar moet worden gevraagd in het raam van het bedoelde hoger beroep.

Hier speelt de bijzondere procedure tot vervanging in de zin van artikel 1211, § 2 Ger.W. niet. In deze hypothese zullen, bij een gebeurlijk later verzoek tot vervanging (eens voormelde beroepsprocedure is afgesloten, terug overeen¬komstig de bijzondere procedure tot vervanging in de zin van artikel 1211, § 2 Ger.W. gericht tot de rechtbank van eerste aanleg), dezelfde middelen als deze voorgelegd aan de appelrechter niet meer kunnen dienen.

Een vonnis waarbij de gerechtelijke vereffening-verdeling wordt bevolen (art. 1209, § 1 Ger.W.) met aanwijzing van een of twee notarissen-vereffenaars (art. 1210, § 1 Ger.W.) is een eindvonnis in de zin van artikel 19, eerste lid Ger.W.

De rechter put zijn rechtsmacht uit. Het gaat niet om een vonnis alvorens recht te doen (in de zin van artikel 19, tweede lid Ger.W.) met hetzij maatregelen om de vordering te onderzoeken of om een tussengeschil te regelen hetzij eenvoudig voorlopige maatregelen. Een aanwijzingsvonnis (zoals het voormelde vonnis van 12 oktober 2011 en het voormelde arrest van 27 maart 2014) bevat overigens veelal ook een veroordeling in de gerechtskosten, gebeurlijk met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding (art. 1018, sub 6° juncto 1022 Ger.W.).

Overeenkomstig artikel 1068, eerste lid Ger.W. maakt hoger beroep tegen een eindvonnis het geschil zelf aanhangig bij de rechter in beroep. Derhalve gaat door het hoger beroep het geschil op de appelrechter over met al de feitelijke en juridische vragen die daarmee samenhangen.

Dit betekende volgens een terecht praktische meerderheidsstrekking onder het oude recht niet dat, wanneer hangende de gerechtelijke vereffening-verdeling op het notariële terrein een etappe voorkwam waarbij de rechter opnieuw moest worden aangesproken, bijvoorbeeld middels een procedure tot vervanging van de notaris-vereffenaar of een procedure van tussentijdse geschillen of moeilijkheden, de latere procedure in hoger beroep aanhangig werd gemaakt.

Die latere procedure, hoewel zij deel uitmaakt van de globale gerechtelijke vereffening-verdeling, werd in wezen aangezien als een 'nieuwe' procedure, die zodoende niet in hoger beroep maar in eerste aanleg moest worden aanhangig gemaakt. Voor die nieuwe procedure werd in sommige gerechtelijke arrondissementen rolrecht gevraagd en een nieuw dossier met een eigen rolnummer aangemaakt. In andere arrondissementen werd alles in hetzelfde dossier van de rechtspleging van de aanwijzingsprocedure gehouden en werd daarbij al dan niet rolrecht gevraagd.

 

Publicatie
tijdschrift: 
TBBR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017-01
Pagina: 
63
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

ll. Arrest van 27 maart 2014

1. Bij arrest van 27 maart 2014 bevestigt deze (anders samengestelde) kamer van dit hof, na hoger beroep van R.V., het voormelde vonnis, met dien verstande dat de gerechtelijke vereffening-verdeling wordt bevolen met toepassing van de (op 1 april 2012 in werking getreden) Wet van 13 augustus 2011 'houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling' en zodoende met toepassing van de nieuwe artikelen 1207 e.v. Ger.W. (behoudens andersluidende vermelding worden hierna deze nieuwe artikelen bedoeld).

2. Het hof bevestigt derhalve de aanwijzing van notaris C.K. (met standplaats te Staden), zij het als notaris-vereffenaar in de zin van artikel 1210, § 1 Ger.W.

Luidens artikel 1210, § 1, eerste lid Ger.W. verwijst de rechtbank/het hof, indien de gerechtelijke vereffening-verdeling wordt bevolen, de partijen naar de notaris-vereffenaar over wie de partijen het eens zijn, of, op een met redenen omkleed verzoek van de partijen, naar twee notarissen-vereffenaars waarvan zij gezamenlijk de aanwijzing vragen. Luidens artikel 1210, § 1, tweede lid Ger.W. verwijst de rechtbank/het hof, indien de partijen niet tot een akkoord komen of indien de rechtbank/het hof oordeelt dat de aanwijzing van twee notarissen-vereffenaars niet gerechtvaardigd is, de partijen naar een andere notaris-vereffenaar die zij aanwijst.

In het (bij gebrek aan cassatieberoep) definitieve arrest van 27 maart 2014 wordt aangegeven dat de partijen omtrent de aangewezen notaris-vereffenaar geen betwisting (meer) voeren.

3. De aanwijzing van een notaris-vertegenwoordiger (in de zin van het oude art. 1209, derde lid Ger.W.) was niet meer aan de orde, gelet op de in artikel 1214, § 6 Ger.W. bedoelde bijkomende bevoegdheid.



III. Nieuw artikel 1211 Ger.W. aangaande de vervanging van de notaris-vereffenaar

1. Aangezien de gerechtelijke vereffening-verdeling wordt bevolen met toepassing van de (op 1 april 2012 in werking getreden) Wet van 13 augustus 2011 'houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling' en zodoende met toepassing van de nieuwe artikelen 1207 e.v. Ger.W. geldt evengoed het nieuwe artikel 1211 Ger.W. aangaande de vervanging van de notaris-vereffenaar.

2. Onder het oude recht ontbrak een wettelijke basis voor de vervanging van de notaris-vereffenaar. Het nieuwe artikel 1211 Ger.W. strekt ertoe deze lacune weg te werken. De rechter voorziet in de vervanging van de notaris-vereffenaar in geval van weigering, verhindering of indien er omstandigheden zijn die gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onafhankelijkheid of onpartijdigheid. Het verzoek tot vervanging kan uitgaan van de notaris-vereffenaar of van een of meer partijen. Het verzoek wordt gericht aan de rechter die de geviseerde notaris-vereffenaar heeft aangewezen. Ambtshalve vervanging door de rechter in het raam van artikel 1211 Ger.W. is niet mogelijk. Vervanging op eigen initiatief van de notaris-vereffenaar, zonder tussenkomst van de rechter, is evenmin mogelijk.

Om ontijdige verzoeken te vermijden, kan de notaris-vereffenaar waarvan de partijen de aanwijzing hebben gevraagd, slechts worden vervangen om redenen ontstaan of vastgesteld na de aanwijzing (art. 1211, § 1, tweede lid Ger.W.). Een partij kan overigens middels een procedure tot vervanging bezwaarlijk op verkapte wijze hoger beroep instellen tegen een vonnis tot aanwijzing van een notaris-vereffenaar. Los van de in het artikel 1220, §§ 2-3 Ger.W. bedoelde sanctieregeling in geval van overschrijding van de overeengekomen of wettelijk bepaalde termijnen, kan na de opening van de notariële werkzaamheden geen vervanging meer worden gevraagd, tenzij de verzoekende partij slechts nadien kennis heeft genomen van haar reden (art. 1211, § 1, derde lid Ger.W.).

Artikel 1211, § 1, vierde lid Ger.W. bepaalt dat, indien het vonnis tot aanwijzing van een of twee notaris(sen)-vereffenaar(s) in de zin van artikel 1210, § 1 Ger.W. (en waarbij de rechter in voorkomend geval overeenkomstig artikel 1209, § 1 Ger.W. reeds geschilpunten beslecht) in hoger beroep wordt bestreden, de vervanging van de notaris-vereffenaar moet worden gevraagd in het raam van het bedoelde hoger beroep. Hier speelt de bijzondere procedure tot vervanging in de zin van artikel 1211, § 2 Ger.W. niet. In deze hypothese zullen, bij een gebeurlijk later verzoek tot vervanging (eens voormelde beroepsprocedure is afgesloten, terug overeenkomstig de bijzondere procedure tot vervanging in de zin van artikel 1211, § 2 Ger.W. gericht tot de rechtbank van eerste aanleg), dezelfde middelen als deze voorgelegd aan de appelrechter niet meer kunnen dienen.

IV. Onderhavig verzoek tot vervanging van de notaris-vereffenaar

Bij verzoekschrift van 25 november 2014 verzoekt R.V. het hof om in de vervanging van de bij voormeld vonnis van 12 oktober 2011 en vervolgens bij voormeld arrest van 27 maart 2014 aangewezen notaris-vereffenaar C.K. te voorzien. Hij voert daarbij aan dat de notaris bezwaar maakt omdat hij R.V. kent en zijn ambt heeft verleend in het raam van diens vennootschapsactiviteit.

V. Beoordeling

1. Los van de vraag (ten gronde) of dit verzoek botst met artikel 1211, § 1, tweede lid Ger.W. (dat een verzoek tot vervanging belet van de notaris-vereffenaar waarvan de partijen de aanwijzing hebben gevraagd, tenzij om redenen ontstaan of vastgesteld na de aanwijzing), nu de bedoelde connectie tussen R.V. en notaris-vereffenaar C.K. van vóór de aanwijzing dateert, kan het hof het verzoek niet ontvangen.

2. Artikel 1211, § 1, vierde lid Ger.W. kan niet dienen. Krachtens deze bepaling moet, indien het vonnis tot aanwijzing van een notaris-vereffenaar in de zin van artikel 1210, § 1 Ger.W. in hoger beroep wordt bestreden, de vervanging van de notaris-vereffenaar worden gevraagd in het raam van het bedoelde hoger beroep, derwijze dat de bijzondere procedure tot vervanging in de zin van artikel 1211, § 2 Ger.W. niet speelt.

Punt is dat het hoger beroep tegen het voormelde vonnis van 12 oktober 2011 bij voormeld (definitief) arrest van 27 maart 2014 is afgesloten, derwijze dat het thans aan het hof voorgelegde verzoek tot vervanging overeenkomstig de bijzondere procedure tot vervanging in de zin van artikel 1211, § 2 Ger.W. in eerste aanleg had moeten worden voorgelegd.

3. Daar komt bij dat het voormelde arrest van 27 maart 2014 niet devolutief werkt, mede in het licht van artikel 1224/2 Ger.W.

Een vonnis waarbij de gerechtelijke vereffening-verdeling wordt bevolen (art. 1209, § 1 Ger.W.) met aanwijzing van een of twee notarissen-vereffenaars (art. 1210, § 1 Ger.W.) is een eindvonnis in de zin van artikel 19, eerste lid Ger.W. De rechter put zijn rechtsmacht uit. Het gaat niet om een vonnis alvorens recht te doen (in de zin van artikel 19, tweede lid Ger.W.) met hetzij maatregelen om de vordering te onderzoeken of om een tussengeschil te regelen hetzij eenvoudig voorlopige maatregelen. Een aanwijzingsvonnis (zoals het voormelde vonnis van 12 oktober 2011 en het voormelde arrest van 27 maart 2014) bevat overigens veelal ook een veroordeling in de gerechtskosten, gebeurlijk met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding (art. 1018, sub 6° juncto 1022 Ger.W.).

Overeenkomstig artikel 1068, eerste lid Ger.W. maakt hoger beroep tegen een eindvonnis het geschil zelf aanhangig bij de rechter in beroep. Derhalve gaat door het hoger beroep het geschil op de appelrechter over met al de feitelijke en juridische vragen die daarmee samenhangen. Dit betekende volgens een terecht praktische meerderheidsstrekking onder het oude recht niet dat, wanneer hangende de gerechtelijke vereffening-verdeling op het notariële terrein een etappe voorkwam waarbij de rechter opnieuw moest worden aangesproken, bijvoorbeeld middels een procedure tot vervanging van de notaris-vereffenaar of een procedure van tussentijdse geschillen of moeilijkheden, de latere procedure in hoger beroep aanhangig werd gemaakt.

Die latere procedure, hoewel zij deel uitmaakt van de globale gerechtelijke vereffening-verdeling, werd in wezen aangezien als een 'nieuwe' procedure, die zodoende niet in hoger beroep maar in eerste aanleg moest worden aanhangig gemaakt. Voor die nieuwe procedure werd in sommige gerechtelijke arrondissementen rolrecht gevraagd en een nieuw dossier met een eigen rolnummer aangemaakt. In andere arrondissementen werd alles in hetzelfde dossier van de rechtspleging van de aanwijzingsprocedure gehouden en werd daarbij al dan niet rolrecht gevraagd.

Artikel 1224/2 Ger.W. wil die rechtspraktijk bekrachtigen, zonder afbreuk te doen aan de basisgedachte dat een gerechtelijke vereffening-verdeling als één geding moet worden aangezien. Aldus maken de diverse etappes/procedures waarbij de rechter hangende de vereffening-verdeling op het notariële terrein opnieuw wordt aangesproken onverkort deel uit van de globale gerechtelijke vereffening-verdeling, derwijze dat, in geval van hoger beroep, de devolutieve werking zou meebrengen dat het globale dossier in hoger beroep blijft, behalve in de uitzondering bepaald in artikel 1224/2 Ger.W.

Deze uitzondering op de regel van de devolutieve werking van het hoger beroep geldt enkel wanneer het hoger beroep slaat op een vonnis gewezen vóór de opening van de notariele werkzaamheden met toepassing van artikel 1215 Ger.W. Bij hoger beroep tegen een vonnis gewezen nà de opening van de werkzaamheden speelt de devolutieve werking van artikel 1068, eerste lid Ger.W. wel.

4. Voormelde redengeving maakt dat het hof het verzoek tot vervanging van notaris-vereffenaar C.K. vóór de opening van de notariële werkzaamheden niet kan ontvangen. Aangezien de vraag of dit verzoek hetzij in eerste aanleg hetzij in hoger beroep aanhangig moet worden gemaakt de rechterlijke organisatie (qua taakverdeling tussen de eerstelijnsrechters en de appelrechters) aanbelangt en bijgevolg de openbare orde raakt, heeft het hof de (niet-)ontvankelijkheid van het verzoek tot vervanging van notaris-vereffenaar C.K. ambtshalve opgeworpen ter terechtzitting van 22 januari 2015, waarop de partijen hun standpunt hebben laten kennen.

Anders dan de partijen stellen, kan hun akkoord tot vervanging in casu niet verhelpen. Zij kunnen bezwaarlijk middels akkoord ingaan tegen regels van rechterlijke organisatie en meer precies de door de wetgever bepaalde taakverdeling tussen de eerstelijnsrechters en de appelrechters.

5. Het hof laat de (bij gebrek aan opgave) niet nader te begroten gedingkosten ten laste van R.V.

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,

RECHT DOENDE OP TEGENSPRAAK, ( ... )

verklaart het verzoek tot vervanging van notaris-vereffenaar C.K. niet-ontvankelijk,

laat de niet nader te begroten gedingkosten ten laste van R.V.

( ... )

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 17/06/2018 - 19:57
Laatst aangepast op: zo, 17/06/2018 - 19:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.