-A +A

Voorrechten en immuniteiten van internationale organisaties

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 21/12/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
690
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

West-Europese Unie t/ S.M.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 17 september 2003 gewezen door het Arbeidshof te Brussel.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Art. 6.1. EVRM waarborgt eenieder het recht dat een rechter kennisneemt van alle geschillen betreffende zijn burgerlijke rechten en verplichtingen.

Dit recht van toegang tot de rechter is geen absoluut recht: het kan op impliciet aanvaarde wijzen worden beperkt omdat het, wegens de aard zelf van dat recht, door de Staat gereglementeerd dient te worden. De Staat beschikt ter zake over een zekere beoordelingsvrijheid.

De toegepaste beperkingen kunnen het aan een persoon toegekende recht van toegang tot de rechter evenwel niet op een zodanige wijze of in een zodanige mate beperken dat het recht zelf erdoor aangetast wordt. Dergelijke beperkingen zijn daarenboven slechts verenigbaar met art. 6.1. EVRM, voor zover ze een gewettigd doel nastreven en er een redelijke verhouding van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

De toekenning van voorrechten en immuniteiten aan de internationale organisaties is een vereiste om de goede werking van die organisaties te verzekeren, zonder eenzijdige inmenging van een regering. Het feit dat de Staten, in de akten tot oprichting van de internationale organisaties of in aanvullende akkoorden, in de regel vrijstelling van rechtsvervolging aan die organisaties toekennen, is een lang bestaand gebruik dat ertoe strekt de goede werking van die organisaties te verzekeren. Dat gebruik wint aan belang door de tendens om de internationale samenwerking uit te breiden en te intensifiëren, wat op alle gebieden van de hedendaagse maatschappij tot uiting komt. In die omstandigheden streeft de vrijstelling van rechtsvervolging van de internationale organisaties een gewettigd doel na.

Hoewel maatregelen die de afspiegeling zijn van algemeen erkende beginselen van internationaal recht inzake de immuniteit van internationale organisaties, over het algemeen niet kunnen worden beschouwd als een beperking die buiten verhouding staat tot het recht van toegang tot de rechter, zoals vastgelegd in art. 6.1. EVRM, moet de vraag naar de evenredigheid niettemin in elk geval afzonderlijk worden onderzocht in het licht van de bijzondere omstandigheden van de zaak. Om te bepalen of de aantasting van de grondrechten aanvaardbaar is in het licht van art. 6.1. EVRM, moet, overeenkomstig de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, onderzocht worden of de persoon tegen wie de immuniteit van rechtsvervolging wordt aangevoerd, over andere redelijke rechtsmiddelen beschikt om de hem bij het EVRM gewaarborgde rechten op een efficiënte wijze te vrijwaren.

Het onderdeel dat in zeer algemene bewoordingen betoogt dat geen van de bij het EVRM beschermde grondrechten, ook niet die welke bedoeld worden in art. 6.1. van dat verdrag, afbreuk kan doen aan de vrijstelling van rechtsvervolging die bij verdrag wordt toegekend aan een internationale organisatie, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

Wanneer de rechter, die van het geschil heeft kennisgenomen, in antwoord op de vraag of de door een internationale organisatie aangevoerde vrijstelling van rechtsvervolging kan worden aangenomen in het licht van art. 6.1. EVRM, vaststelt dat de persoon tegen wie de immuniteit van rechtsvervolging wordt aangevoerd, het geschil aan een beroepscommissie kan voorleggen, mag hij er zich niet toe beperken akte te nemen van het feit dat de akten die deze commissie invoeren, haar als onafhankelijk omschrijven.

Het arrest stelt vast dat de verweerster een intern rechtsmiddel heeft kunnen aanwenden binnen de organisatie van de eiseres, dat de interne beroepscommissie “wel degelijk een rechtsprekende functie heeft en bevoegd is om geschillen te beslechten” maar dat “de leden (van die commissie) worden benoemd door het intergouvernementele comité voor een duur van twee jaar”.

Het arrest overweegt dat “de benoemingsmethode en de korte duur van het mandaat het risico inhouden dat de commissieleden te nauw verbonden zijn met de organisatie” en dat “de onafzetbaarheid een noodzakelijk gevolg is van het begrip onafhankelijkheid”.

Het arrest verantwoordt om die redenen, zonder het gezag van de uitlegging door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te miskennen, naar recht zijn beslissing dat de interne beroepscommissie van de eiseres niet onafhankelijk is en dat de aantasting van de door voormeld art. 6.1. EVRM aan de verweerster gewaarborgde rechten niet aanvaardbaar is.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

In geval van conflict tussen een interne rechtsnorm en een internationale rechtsnorm met directe werking in de interne rechtsorde, moet de in het verdrag vastgelegde regel voorrang krijgen, mits het verdrag door de wetgevende macht is goedgekeurd.

De voorafgaande instemming met een overeenkomst ter uitvoering van een basisverdrag dat door het parlement is goedgekeurd, kan voortvloeien uit de bepalingen zelf van dit verdrag, voor zover de overeenkomst de door dat verdrag bepaalde grenzen niet overschrijdt.

Art. VIII van het Verdrag tussen België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië en Noord-Ierland, ondertekend op 17 maart 1948 te Brussel en goedgekeurd bij de wet van 29 april 1948, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 1948, zoals gewijzigd bij art. 4 van het protocol ondertekend op 23 oktober 1954 te Parijs, goedgekeurd bij de wet van 16 april 1955 en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 5 mei 1955, voorziet in de oprichting van een raad die moet kennisnemen van de geschillen over de toepassing van het Verdrag en van de protocollen en de bijlagen bij dat Verdrag. Art. VIII voegt hieraan toe dat die raad zo georganiseerd moet worden dat hij zijn functies blijvend kan uitoefenen.

Op 31 augustus 1972 heeft de raad het 78ste verslag van het coördinatiecomité van de begrotingsdeskundigen van de regeringen goedgekeurd, waarvan bijlage V de vergoeding vaststelt die aan de personeelsleden van de eiseres bij verlies van betrekking moet worden toegekend. Aangezien de raad, naar aanleiding van deze regeling van zijn personeelsbeleid, de in art. VIII van het Verdrag vastgestelde grenzen niet te buiten is gegaan, hoefde zijn beslissing niet meer ter goedkeuring aan de wetgevende macht te worden voorgelegd.

De artikelen 3 en 4 van bijlage V “houdende de reglementering omtrent de vergoeding bij verlies van betrekking” bepalen nauwgezet de berekeningswijze van het bedrag van de vergoeding die aan het personeelslid van de eiseres moet worden toegekend wegens beëindiging van zijn overeenkomst. Zij hebben een directe werking in de interne Belgische rechtsorde.

Het arrest stelt vast dat het personeelsreglement van de eiseres “alle rechten en de verplichtingen van de partijen vaststelt” en dat “(de verweerster), door de verschillende overeenkomsten met (de eiseres) te ondertekenen, haar instemming met dat reglement heeft betuigd”.

Het arrest, dat niettemin beslist dat de dwingende bepalingen van de Belgische wet betreffende de arbeidsovereenkomsten te dezen van toepassing zijn, miskent het algemeen rechtsbeginsel dat de bepalingen van internationaal recht met directe werking voorrang hebben op de bepalingen van nationaal recht.

Het onderdeel is gegrond.
 

Noot: 

J. Wouters, C. Ryngaert en P. Schmitt, “Het Hof van Cassatie en de immuniteit van internationale organisaties”. RW 2011-2012, 678

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 02/12/2011 - 18:00
Laatst aangepast op: vr, 02/12/2011 - 18:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.