-A +A

wachttijd ademtest alcohol ademanalysetest essentieel voor het recht van verdediging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Charleroi
Datum van de uitspraak: 
maa, 15/12/2008
Publicatie
tijdschrift: 
Tijdschriften van de politierechters
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2009
Pagina: 
165 165
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Samenvatting van het vonnis:

De eerbiediging van de wachttijd voorafgaand aan de ademanalysetest is essentieel om een geldige ademanalysetest te bekomen. Wanneer deze wachttijd niet wordt geëerbiedigd worden de rechten van verdediging geschaad en kan anderzijds niet met zekerheid de werkelijke graad van alcoholintoxicatie worden vastgesteld omdat het doel van de wachttijd erin bestaat het effect van het laatste alcoholgebruik te corrigeren.

Volledige tekst van het vonnis:

zie tijdschrift van de politierechters, 2009 pagina 165, raadpleegbaar op www.jurisquare.be met paswoord via deze link


• contra Cassatie, 12/02/2013, RW 2013-2014, 860

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van art. 6 EVRM, evenals miskenning van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: het recht om een wachttijd van vijftien minuten te vragen heeft tot doel door speekselcirculatie de alcohol uit de mond te laten verdwijnen; de verbalisanten hebben de eiser niet in kennis gesteld van dit recht; door de veroordeling te baseren op de resultaten van een ademanalyse die werd opgelegd na een positieve ademtest zonder mededeling van een mogelijke wachttijd van vijftien minuten, kennen de appelrechters ten onrechte enige bewijswaarde toe aan de resultaten van de ademanalyse.

2. Art. 23 van het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen (hierna: KB 21 april 2007) bepaalt:

“De personen die een ademtest moeten ondergaan mogen een wachttijd vragen van 15 minuten.

“Indien de ademanalyse opgelegd wordt zonder voorafgaande ademtest, mogen de personen die een ademanalyse moeten ondergaan een wachttijd vragen van vijftien minuten”.

3. Noch art. 6 EVRM noch enige andere wettelijke bepaling vereisen dat de bevoegde overheidsagent uitdrukkelijk de persoon die een ademtest of een ademanalyse moet ondergaan, in kennis stelt van zijn recht een wachttijd van vijftien minuten te vragen.

De afwezigheid van zo’n kennisgeving heeft niet tot gevolg dat de resultaten van de ademtest of -analyse elke bewijswaarde verliezen.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat:

– zelfs indien de ademtest ongeldig zou geweest zijn, dit zonder invloed is op de wettigheid van de latere ademanalyses;

– de eiser nadien twee positieve ademanalyses heeft afgelegd, waarvan de rechtsgeldigheid van het resultaat als zodanig niet wordt betwist.

Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel voert miskenning aan van een mondelinge richtlijn van het college van procureurs-generaal om de personen die een ademtest moeten ondergaan, in kennis te stellen van hun recht een wachttijd van vijftien minuten te vragen en de “gewoonterechtelijke regel inzake mededeling van een wachttijd alvorens te worden onderworpen aan een ademtest of ademanalyse”: een dergelijke richtlijn die in het gerechtelijk arrondissement Gent mondeling aan de politiediensten zou bevestigd zijn door het openbaar ministerie, heeft verordenende kracht; ook de gewoonte heeft een aanvullend karakter; het niet naleven hiervan maakt een schending uit van de wetgevende norm; de appelrechters baseren aldus hun beslissing ten onrechte op een vaststelling die op onzorgvuldige wijze is tot stand gekomen.

6. Een mondelinge richtlijn die door het openbaar ministerie ter toelichting van een wetsbepaling aan de politiediensten wordt medegedeeld, is geen bindende regel met algemene draagwijdte noch een gewoonterechtelijke regel. Een dergelijke richtlijn is bijgevolg geen wet als bedoeld in art. 608 Ger.W., waarvan de schending aanleiding kan geven tot cassatie.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

• Cassatie 11 juni 2013, AR P.13.1402.N, R.W.2014-2015, 1666

samenvatting

Art. 23 van het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen, dat bepaalt dat personen die een ademtest moeten ondergaan of aan wie een ademanalyse wordt opgelegd zonder voorafgaande ademtest, een wachttijd van vijftien minuten mogen vragen, bevat geen nietigheidssanctie en heeft niet als doel de betrouwbaarheid van het bewijs te waarborgen.

Geen enkele wetsbepaling verplicht de politie de verdachte die zij aan een ademtest of ademanalyse wil onderwerpen, op de hoogte te brengen van zijn recht een wachttijd van vijftien minuten te vragen.

uittreksek uit het arrest

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van art. 149 Gw., art. 71 Sw. en art. 23 van het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het bestreden vonnis gaat er ten onrechte aan voorbij dat de eiser zich niet heeft kunnen beroepen op zijn recht om voorafgaandelijk aan de ademtest een wachttijd van vijftien minuten te vragen; het oordeelt eveneens onterecht dat hij niet op de hoogte diende te worden gebracht van dit recht; de naleving van een wachttijd van vijftien minuten is essentieel om een geldige test te verwezenlijken; zonder deze wachttijd kan de werkelijke graad van alcoholintoxicatie niet met zekerheid worden vastgesteld; het niet naleven van de wachttijd miskent eisers recht van verdediging; aldus werd de eiser onterecht veroordeeld voor de telastlegging.

7. Art. 23 van het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen bepaalt:

“De personen die een ademtest moeten ondergaan mogen een wachttijd van vijftien minuten vragen.

“Indien de ademanalyse opgelegd wordt zonder voorafgaande ademtest, mogen de personen die een ademanalyse moeten ondergaan een wachttijd van vijftien minuten vragen”.

Deze bepaling bevat geen nietigheidssanctie en heeft niet als doel de betrouwbaarheid van het bewijs te waarborgen. Geen enkele wetsbepaling verplicht de politie de verdachte die zij aan een ademtest of ademanalyse wil onderwerpen, op de hoogte te brengen van zijn recht een wachttijd van vijftien minuten te vragen.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

...

Wettelijke verwijzing :

• art. 23 van het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtoestellen en de ademanalysetoestellen.

Rechtsleer:

• R. Declercq, “Pourvoi en cassation en matière répressive” in RPDB, Compl. IX, p. 159, nr. 22;

• P. Lecroart, “De “wet” in de zin van artikel 606 van het Gerechtelijk Wetboek” in Jaarverslag van het Hof van Cassatie van België 2006, (215) 221-222 en 239-241.

• M. Sterkens, “Het opleggen van een ademtest en een ademanalyse” (noot onder Cass. 19 december 2000), RW 2001-02, 277.

Noot: 

Je mag (sinds 12 mei 2007) voor een ademanalyse alleen 15 minuten wachttijd vragen, als eerst geen ademtest werd afgenomen en men dus onmiddellijk met de ademanalyse begint.

Heb je dus (zoals in de meeste gevallen) eerst een ademtest gedaan, dan mag je voor je de ademanalyse begint niet opnieuw 15 minuten wachtijd vragen.
Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 22/01/2010 - 21:53
Laatst aangepast op: wo, 18/06/2014 - 12:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.