-A +A

WCO met oog op collectief akoord bindende kracht van het akkoord

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Tongeren
Datum van de uitspraak: 
woe, 17/05/2017

De homologatie van het reorganisatieplan is meteen het einde van de gerechtelijke reorganisatieprocedure.

Iedere schuldeiser is gebonden door het gehomologeerd reorganisatieplan. Ook de schuldeiser wiens schuldvordering niet opgenomen werd in het reorganisatieplan en de schuldeiser die niet deelnam aan de stemming is gebonden.

Een schuldvordering ontstaat niet op het moment dat er gefactureerd wordt, gelet op de definitie/functie van een factuur, maar wel op moment van het sluiten van de overeenkomst.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
29
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Penxten C.V. en Sanitair BVBA, [ ... ] aanleggende partij, [ ... ]

tegen:

Grammyco NV, voorheen M&M Ilegems NV,[ ... ]

verwerende partij,

[ ... ]

VOORGAANDEN

1.1

De BVBA PENXTEN leverde en plaatste op de werf 'Residentie Groenstraete' te HASSELT, in onderaanneming voor de NV GRAMMYCO (bouwheer en hoofdaannemer), een sanitaire installatie en een CV-installatie en beweert dat, uit hoofde van twee facturen van 29/2/2016 (detail zie hierna), in het totaal nog een hoofdsom openstaat van € 4790,52.

Volgens de BVBA PENXTEN werden noch de onderliggende prestaties, noch de facturatie, noch de aanmaningen betwist.

De NV GRAMMYCO legt uit dat ze op 1 september 2015 bij de rechtbank van koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen een gerechtelijk reorganisatieplan aanvroeg met het oog op een collectief akkoord en dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie werd geopend bij vonnis van  18 september 2015, waarbij
een opschorting werd toegestaan tot 18 december 2015.

Op 18  december 2015 werd het opgestelde reorganisatieplan gehomologeerd door de rechtbank van koophandel Antwerpen, afdeling Antwerpen.

Volgens het reorganisatieplan moeten alle schuldvorderingen voldaan worden ten belope van 24% van het gevorderde bedrag in hoofdsom en zou dit saldo van 24% gespreid betaald worden, meer bepaald 6% op 18/12/2016, 6% op 18/12/2017, 6% op 18/12/2018 en 6% op 31/8/2019.

Volgens de NV GRAMMYCO werden de werken uitgevoerd voorafgaand aan de aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie (1/9/2015) zodat ze onder de WCO
vallen en 24% van de beide facturen betaald werd op 5/4/2016.

De BVBA PENXTEN legt uit dat ze met een fax van 30  september 2015 haar eindvorderingen overmaakte en dat ze slechts na goedkeuring van de facturatiebonnen kon overgaan tot facturatie op 29/2/2016.Ze ontving dan een brief van 23/3/2016 waarin haar werd meegedeeld dat haar vordering viel onder het reorganisatieplan, waarop ze betaling ontving van 24% van de hoofdsommen van haar facturen.

Op 6/4/2016 betwistte de raadsman vande BVBA PENXTEN dit standpunt.

1.2

Bij inleidende dagvaarding van 26 juli 2016 vorderde de BVBA PENXTEN betaling van de som van € 4790,52 + € 479,05 te vermeerderen met

[ ... ]

TEN GRONDE

2.1

De facturen worden/werden als dusdanig niet betwist, en ook in rekening genomen voor de uitvoering van het reorganisatieplan, zodat ze als aanvaard en dus als verschuldigd moeten worden aanzien.

2.2 De discussie over de toepasselijkheid van de WCO

2.2.1 Standpunten van partijen

Zoals hoger (punt 1.1) reeds aangegeven argumenteert de NV GRAMMYCO dat de werken (waarop de thans ingevorderde facturatie slaat) werden uitgevoerd voorafgaand aan het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opende (de werken werden uitgevoerd in 2014), zodat de schuldvordering eveneens voordien ontstaan is en de schuldvordering van de BVBA PENXTEN met andere woorden een schuldvordering in de opschorting is en onderworpen aan de regeling in het reorganisatieplan voorzien.

De NV GRAMMYCO voegt eraan toe dat de BVBA PENXTEN, naar aanleiding van de gerechtelijke reorganisatie, een opgave ontving van de schuld zoals die in de boeken van de NV GRAMMYCO genoteerd was en dat de BVBA PENXTEN hierop niet reageerde, en bijgevolg geen gebruik maakte van de procedure voorzien in artikel 46 wco.

De BVBA PENXTEN herhaalt dat ze, zoals contractueel voorzien, moest wachten op goedgekeurde facturatiebonnen zodat haar vordering pas definitief opeisbaar is geworden nadat ze deze bonnen ontving. De facturatiebonnen dateren van 9/3/2016 zodat de schuldvordering van de BVBA PENXTEN, aldus haar beweringen, slechts op die datum ontstond omdat op die datum een nieuwe overeenkomst met vermelding van hun uitdrukkelijke betalingsverbintenis buiten de WCO werd gesloten.

De BVBA PENXTEN voegt eraan toe dat zij tegen het reorganisatieplan heeft gestemd en dat haar bij deze stemming "slechts een gewogen stem werd verleend conform haar opgenomen schuldvorde-

ring, zonder uiteraard rekening te houden met haar openstaande vordering die het voorwerp van deze procedure uitmaakt".

2.2.2 Beoordeling

[ ... ]

Wanneer het reorganisatieplan gestemd wordt op de zitting zoals bepaald in artikel 54 WCO, dan dient dit reorganisatieplan overeenkomstig artikel 55 WCO gehomologeerd te worden door de rechtbank. Deze homologatie betekent meteen het einde van de gerechtelijke reorganisatieprocedure. De homologatie van het reorganisatieplan is bindend voor alle schuldeisers in de opschorting.

Iedere schuldeiser is gebonden door het gehomologeerd reorganisatieplan, zelfs wanneer die bepaalde schuldvordering niet opgenomen werd in het reorganisatieplan, of wanneer de schuldeiser niet deelnam aan de stemming.

Het is de taak van de schuldenaar om de schuldeisers in de opschorting te verwittigen en hen het bedrag en de hoedanigheid van de schuldvordering mee te delen. Wanneer de schuldeiser pas geruime tijd na de homologatie verneemt in welke positie de schuldenaar zich bevindt, voorziet artikel 57 lid 3 WCO in een oplossing. Deze schuldeiser zal worden betaald op de wijze die is bepaald voor schuldvorderingen van dezelfde aard, dit op voorwaarde dat de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting. (In voorliggende situatie werd de BVBA PENXTEN beweerdelijk tijdens de opschorting ingelicht, zij het dat het bewijs hiervan niet wordt voorgelegd).

De vraag is met andere woorden of het in voorliggende situatie gaat om een schuldeiser in de opschorting of niet. Artikel 2,c WCO omschrijft schuldvorderingen in opschorting als volgt: "de schuldvorderingen ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of gerechtelijke beslissingen genomen in het kader van de procedure volgen".

Over de vraag op welk moment een schuldvordering exact ontstaat wordt reeds lang discussie gevoerd.

In voorliggende situatie ontstond de schuldvordering voorafgaand aan de gerechtelijke reorganisatie, gezien zowel de overeenkomst als de uitvoering van de werken dateren van voor de aanvraag van de gerechtelijke reorganisatie.

Een vordering ontstaat niet op het moment dat er gefactureerd wordt gelet op de definitie/functie van een factuur. Professor BALLON geeft volgende omschrijving van de factuur: "Een factuur is een geschrift dat wordt afgegeven door een handelaar en waarin worden vermeld: de aard en de prijs van koopwaren of diensten, de naam van de klant en de bevestiging van de schuld van deze laatste. Dit geschrift is bestemd om aan de klant te worden afgegeven om deze uit te nodigen de aangeduide som te betalen. M.a.w. de factuur bevat de geschreven bevestiging van het bestaan van een schuldvordering in geld die voortvloeit uit een contract van levering van goederen of diensten." (G.L. BALLON, Enkele aspecten van de wettelijke regeling inzake facturen, in: Themis, cahier 33, handels- en economisch recht, academiejaar 2005 - 2006, Die Keure, Blz. 31, nr.36; DIRIX E. en BALLON G.L., La facture, Kluwer 1996, blz. 4, nr. 3).

Zie eveneens: CLOQUET A., De factuur, nr. 32 blz. 42; VAN GERVEN, Handelsen Economisch recht, Deel I, Ondernemingsrecht, nr. 14 B, Blz.95; BUTZLER e.a., Inleiding tot het Handelsrecht, 1992, blz.84; E. DIRIX - Y. MONTANGIE - H. VANHEES, Handels- en economisch recht in hoofdlijnen, Intersentia 2005, Blz. 12, nr. 16.

I. VEROUGSTRAETE argumenteert dat een schuldvordering ontstaat op het moment van het sluiten van de overeenkomst, omdat anders de verbindende kracht van het contract zou worden miskend. (I. VEROUGSTRAETE, Manuel de la continuïté des entreprises et de la faillite, Waterloo Kluwer 2011, 34- 36)

In deze omstandigheden is de vordering van de BVBA PENXTEN ongegrond.

Gelet op de concrete situatie, zoals hoger geschetst, komt het verantwoord voor geen rechtsplegingsvergoeding toe te kennen aan de NV GRAMMYCO.

[ ... ]

BESLISSING:

De rechtbank, [ ... ] verklaart de vordering van de BVBA PENXTEN ontvankelijk doch ongegrond en wijst haar ervan af;

[ ... ]

Noot: 

Johanna Waelkens, Procedure gerechtelijke reorganisatie met het oog op een collectief akkoord, NJW 2018, 31

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 22/05/2018 - 18:08
Laatst aangepast op: di, 22/05/2018 - 18:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.