-A +A

Wet continuiteit van de onderneming vereist een vooruitzicht voor de schuldeisers dat voordeliger is dan de staat van faillissement

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
din, 07/07/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
332

B. Feitelijke gegevens

2. Verzoekster zet uiteen dat zij tijdelijk haar schulden niet meer kan voldoen, waardoor de continuïteit van de onderneming bedreigd wordt.

3. Verzoekster betoogt dat de liquiditeitsproblemen tijdelijk zijn en hoofdzakelijk worden veroorzaakt door teveel investeringen in het verleden. Volgens haar bestaan er redelijke en realistische verwachtingen dat de financiële toestand zal worden gesaneerd en het economisch herstel kan worden gerealiseerd.

4. De vennootschap werd ten verzoeke van de procureur des Konings gedagvaard in faillissement op de vakantiezitting van 16 juli 2009.

5. Uit het verslag van de gedelegeerde rechter en het onderzoek van de stukken kan het navolgende worden gereleveerd:

– De vennootschap baat sedert een vijftien jaren een taverne P.D. uit in het Shopping Center. Dit vergde een investering van ongeveer 175.000 euro. Een jaar later werd nog een tweede handelszaak in dit shopping center gestart, maar na twee jaar opnieuw van de hand gedaan. In 2008 werd nog een appartement en handelsruimte gekocht in het nieuwe complex «De Zaat» te Temse, welk onroerend goed werd verkocht in 2009. Hier bleef de verzoekster in gebreke het saldo van de koopsom aan de verkoper te betalen, waarna besloten werd tot verkoop. De afrekening aankoop- verkoop eindigde met een negatief saldo voor de verzoekster van 21.495,40 euro (brief notaris N. van 19 juni 2009).

– Recentelijk werden fiscale controles uitgevoerd waaruit belangrijke fiscale vorderingen ontstonden, wellicht ingevolge niet-aangegeven inkomsten.

– De huidige omzet van het enige exploitatiepunt is ongeveer 200.000 euro. In de voorgelegde kasstromen gaat men uit van een omzet van 530.000 euro.

– Uit de laatst opgestelde jaarrekening blijkt dat er een rekening-courant is tegenover de zaakvoerder met een debetsaldo van ongeveer 200.000 euro.

– Uit de rekeningen per 30 maart 2009 blijkt een kassaldo van 65.000 euro welk saldo in werkelijkheid niet voorhanden is. Wellicht zal het debetsaldo van de rekening-courant van de zaakvoerder dus nu aangroeien.

6. Uit het debat is gebleken dat er wat betreft het gehuurde pand waarin de zaak gevestigd is een belangrijke huurachterstand bestaat van ongeveer 80.000 euro. Er zou een gerechtelijke procedure lopende zijn.

7. De juistheid van de boekhoudkundige gegevens staat vooralsnog niet vast. Blijkens de tussentijdse rekeningen van 1 juli 2008 tot 30 juni 2009 wordt het debetsaldo van de rekening-courant (ongeveer 200.000 euro) nu plots veranderd in een creditsaldo van 198.603 euro. Er wordt geen redelijke uitleg voor gegeven.

C. Beoordeling

8. Centraal in de beoordeling van de aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie staat de vraag of de continuïteit kan worden gevrijwaard, door hetzij een minnelijk akkoord, hetzij een collectief akkoord of de overdracht van de onderneming of een deel onder gerechtelijk gezag.

9. De toekomstige rendabiliteit van de onderneming is daarbij een belangrijk gegeven. De procedure gerechtelijke reorganisatie moet ertoe strekken een optimale selectie en filtering door te voeren tussen economisch levensvatbare ondernemingen en niet levensvatbare ondernemingen.

10. Uit het onderzoek van de gedelegeerd rechter blijkt in werkelijkheid dat de schuldenaar geen ernstige mogelijkheid heeft om de continuïteit van de onderneming of haar activiteiten te verzekeren.

11. Er is een grote achterstand aan diverse schuldeisers ten bedrage van ongeveer 200.000 euro. De huurschuld van circa 80.000 euro is enorm, de hoge huurlasten (8.000 euro per maand volgens mededeling ter zitting) wegen zeer zwaar door in de kosten.

12. Er is belangrijke achterstand inzake RSZ, belastingen en BTW. Op 12 juni 2009 bedroeg de achterstand inzake RSZ 69.790,38 euro en inzake BTW 19.656 euro.

13. Verzoekster bevindt zich duidelijk in staat van faillissement. Het feit dat de faillissementsvoorwaarden voldaan zijn, belet niet dat een procedure gerechtelijke reorganisatie wordt geopend, maar ook in dat geval moet het herstel van de continuïteit van het geheel of een deel van de onderneming mogelijk zijn. De procedure kan worden geopend als de onderneming in werkelijkheid failliet is, wanneer de procedure van reorganisatie volgen voordeliger is voor de gemeenschap en de schuldeisers dan een klassiek faillissement (Parl. St., Kamer, Doc. 52 0160/002, p. 58). Alleen in die omstandigheden heeft de wetgever gewild dat een procedure van gerechtelijke reorganisatie verkozen zou worden boven de klassieke faillissementsprocedure.

14. In deze zaak is de overdracht van de onderneming in het raam van een faillissement even goed en snel te realiseren of wellicht even moeilijk zo niet onmogelijk te realiseren. Voor de schuldeisers zijn er evenmin voordelen aan de procedure.

15. De wet gaat weliswaar uit van de visie dat geen al te beperkte toepassing mag worden gemaakt van de wet en men voor de opening van de procedure niet al te streng mag zijn, maar zulks betekent niet dat de wetgever hiermede uitnodigt om de wet te misbruiken en om aan de vooravond van een faillissement van een ten dode opgeschreven onderneming snel de opening van de procedure gerechtelijke reorganisatie te vragen om voorlopig het onafwendbare faillissement uit te stellen. Wanneer de onderneming in feite failliet is en het openen van de procedure gerechtelijke reorganisatie geen enkel voordeel biedt noch voor de gemeenschap noch voor de schuldeisers, is er geen reden om de procedure gerechtelijke reorganisatie te openen.

16. Er is ook geen enkele reden om de beoordeling niet reeds van bij het neerleggen van het verzoekschrift te maken, wanneer de rechtbank over voldoende gegevens beschikt en ervan overtuigd is dat verder uitstel van de beoordeling of de voorwaarden tot het openen van de procedure vervuld zijn, zinloos is.

De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden van de wet zoals in art. 23 vervat, niet is voldaan, zodat het verzoek ongegrond dient te worden verklaard.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 30/10/2009 - 18:17
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 17:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.