-A +A

schuldvergelijking

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Actuele, opeisbare vorderingen,waarbij de ene partij schuldeiser is van de andere en omgekeerd die in waarde bepaald zijn en een verbintenins tot geven (en niet tot het doen of niet doen) inhouden geven aanleiding tot wettelijke compensatie mits de verbineissen vervangbaar en beslagbaar zijn. Deze compensatie heeft tot gevolg heeft dat vorderingen van schuldeisers op elkaar tenietgaan ten belope van het kleinste wederkerig bedrag (art. 1289 BW).

uitreksel uit het burgerlijk wetboek

AFDELING IV. - SCHULDVERGELIJKING.
Art. 1289. Wanneer twee personen elkaars schuldenaar zijn, heeft tussen hen schuldvergelijking plaats, waardoor de twee schulden teniet gaan, op de wijze en in de gevallen hierna vermeld.
Art. 1290. Schuldvergelijking heeft van rechtswege plaats uit kracht van de wet, zelfs buiten weten van de schuldenaars; de twee schulden vernietigen elkaar op het ogenblik dat zij tegelijk bestaan, ten belope van hun wederkerig bedrag.
Art. 1291. Schuldvergelijking heeft alleen plaats tussen twee schulden die beide tot voorwerp hebben een geldsom of een zekere hoeveelheid vervangbare zaken van dezelfde soort en die beide vaststaande en opeisbaar zijn.
Niet betwiste verplichtingen tot levering van granen of waren, waarvan de prijs door de officiële marktberichten wordt bepaald, kunnen in vergelijking gebracht worden met geldschulden die vaststaande en opeisbaar zijn.
Art. 1292. Uitstel van betaling verhindert de schuldvergelijking niet.
Art. 1293. Schuldvergelijking heeft plaats, uit welke oorzaak de wederzijdse schulden ook ontstaan, uitgezonderd in geval van :
1° Een eis tot teruggave van een zaak die de eigenaar wederrechtelijk is ontnomen;
2° Een eis tot teruggave van iets dat in bewaring of in bruikleen is gegeven;
3° Een schuld uit hoofde van levensonderhoud dat verklaard is niet vatbaar voor beslag te zijn.
Art. 1294. De borg kan in vergelijking brengen hetgeen de schuldeiser aan de hoofdschuldenaar verschuldigd is;
De hoofdschuldenaar kan echter niet in vergelijking brengen hetgeen de schuldeiser aan de borg verschuldigd is.
De hoofdelijke schuldenaar kan evenmin in vergelijking brengen hetgeen de schuldeiser aan zijn medeschuldenaar verschuldigd is.
Art. 1295. <W 1994-07-06/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 25-07-1994> Wanneer de overdracht aan de schuldenaar ter kennis werd gebracht of door de schuldenaar werd erkend, kan deze laatste zich niet meer beroepen op de schuldvergelijking van de schuldvorderingen die daarna tot stand komt.
Art. 1296. Wanneer beide schulden niet op dezelfde plaats betaalbaar zijn, kunnen zij niet in vergelijking gebracht worden dan met vergoeding van de kosten der overmaking.
Art. 1297. Wanneer verscheidene voor vergelijking vatbare schulden bestaan ten laste van een zelfde persoon, volgt men, voor de schuldvergelijking, de regels bij artikel 1256 voorgeschreven voor de toerekening.
Art. 1298. Schuldvergelijking heeft niet plaats ten nadele van de verkregen rechten van een derde. Aldus kan hij die, schuldenaar zijnde, schuldeiser geworden is nadat in zijn handen door iemand beslag onder derden is gelegd, zich op de schuldvergelijking niet beroepen ten nadele van de beslaglegger.
Art. 1299. Hij die een schuld betaald heeft die van rechtswege door vergelijking was teniet gegaan, kan, bij het verhalen van de schuldvordering die hij niet in vergelijking gebracht heeft, zich ten nadele van derden niet meer beroepen op de voorrechten of hypotheken welke aan deze schuldvordering verbonden waren, tenzij hij een gegronde reden heeft gehad om onkundig te zijn van de schuldvordering waarmee zijn schuld moest worden in vergelijking gebracht.

Wettelijke compensatie - gerechtelijke compensatie

Wettelijke compensatie vindt van rechtswege plaats, uit kracht van de wet, zelfs buiten weten van de schuldenaars en kan om die reden door de beslagrechter in een executiegeschil worden vastgesteld. De twee schulden vernietigen elkaar op het ogenblik dat zij tegelijk bestaan, ten belope van hun wederkerig bedrag (art. 1290 BW). Wettelijke schuldvergelijking heeft krachtens art. 1291 BW enkel plaats tussen twee schulden die beide tot voorwerp hebben een geldsom of een zekere hoeveelheid vervangbare zaken van dezelfde soort en die beide vaststaande en opeisbaar zijn. Wordt die verrekening door de schuldeiser ten onrechte betwist, dan kan de beslagrechter de wettelijke compensatie vaststellen naar aanleiding van het executiegeschil.

Beweert de schuldenaar daarentegen over een vordering te beschikken, maar zijn de voorwaarden voor de wettelijke compensatie nog niet vervuld, omdat de tegenvordering van de schuldenaar zelf nog niet vaststaand of opeisbaar is, dan behoeft de schuldeiser, die beschikt over een uitvoerbare titel, een gerechtelijke compensatie die moet voortvloeien uit een nog te vellen vonnis niet te laten tegenwerpen. De beslagrechter is niet bevoegd om naar aanleiding van een gedwongen uitvoering van een uitvoerbare titel, meer bepaald een vonnis, de schuldvordering die voortvloeit uit dit vonnis te compenseren op verzoek van de debiteur, die enkel beweert te beschikken over een zekere, vaststaande en opeisbare schuldvordering, maar hiervoor nog geen uitvoerbare titel heeft verkregen.

zie Hof van beroep Gent 22 februari 2011 RW 2011-2012, 1474 en zie Beslag in APR, p. 366-367, nr. 542.

Commentaar: 

Rechtsleer:

R.Houben, Schuldvergelijking RW 2010-2011, 1370

Uit de inhoud

Het concept schuldvergelijking

A. Definitie

B. Nut van schuldvergelijking

C. Voorwaarden voor schuldvergelijking

Herformulering van de opeisbaarheids-, liquiditeits- en beslagbaarheidsvoorwaarde

Relevantie van de schuldvergelijking in de verschillende rechtstakken

A. Relevantie in het vennootschapsrecht

B. Relevantie in het financieel recht, insolventie- en zekerhedenrecht

C. Relevantie in het zakenrecht

D. Relevantie in het proces- en bewijsrecht

III. Stellingen over schuldvergelijking

A. Er bestaat maar één rechtsfiguur schuldvergelijking

B. Schuldvergelijking vereist de beschikkings- en inningsbevoegdheid alsook ontvangstgemachtigdheid in eigen naam, maar niet qualitate qua, van de schuldeisers van de te verrekenen vorderingen

Kwaliteitsrekening

Inbedding van art. 1294 BW in het gemene procesrecht

Pleidooi voor een algemeen recht op schuldvergelijking na samenloop, ongeacht de samenhang tussen de te verrekenen vorderingen

Ruimere zekerheidsfunctie van de schuldvergelijking in de rechtspraak

a) Verruiming van het begrip samenhang

b) Onbeperkt verrekeningsrecht van de boedelschuldeiser

Ruimere zekerheidsfunctie van de schuldvergelijking in de wetgeving

a) Netting

b) Inhouding

Rechtsvergelijking

Uit de geciteerde rechtspraak en rechtsleer

•  DEKKERS-VERBEKE, Handboek burgerlijk recht, III, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 354, nr. 627;

• W. VAN GERVEN en S. COVEMAEKER, Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, 631;

• H. De PAGE, Traité, III, Brussel, Bruylant, 1967, p. 616-618, nr. 617;

• A. KLUYSKENS, De verbintenissen, Antwerpen, Standaard, 1948, p. 246, nr. 214;

• G. BAUDRY-LACANTINERIE en L. BARDE, Traité, XIV, Parijs, 1908, p. 132, nr. 1803.

• R. HOUBEN, Schuldvergelijking, Antwerpen, Intersentia, 2010, nrs. 34-35.

• . DEKKERS-VERBEKE, Handboek burgerlijk recht, III, p. 354, nr. 627;

• W. VAN GERVEN en S. COVEMAEKER, Verbintenissenrecht, 631;

• H. DE PAGE, Traité, III, p. 617, nr. 617; F. LAURENT, Principes, XVIII, Brussel, 1887, p. 404, nr. 380;

• R. HOUBEN, Schuldvergelijking, •

 A. COLLIN, «Du caractère volontaire du déclenchement de la compensation», R.T.D.Civ. 2010, 230-231.

• W. VAN GERVEN en S. COVEMAEKER, Verbintenissenrecht, 633;

• DEKKERS-VERBEKE, Handboek burgerlijk recht, III, p. 360, nr. 639;

• H. DE PAGE, Traité, III, p. 636, nr. 637;

• G. BAUDRY-LACANTINERIE en L. BARDE, Traité, XIV, p. 166, nr. 1830; R. HOUBEN, Schuldvergelijking, nrs. 304- 307 en 253.

• Kh. Charleroi 27 november 1991, JLMB 1992, 449.

• E. DIRIX, «De echtgenoot van de gefailleerde: de wetgever terug aan de slag» (noot onder GrwH. 4 februari 2010), RW 2009-10, p. 1640, nr. 2.

• M.E. STORME, «Schuldvergelijking en insolventie» in H. COUSY en E. DIRIX (red.), Insolventie- en beslagrecht, Brugge, 2010, p. 29, nr. 13;

•  L. CORNELIS, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, p. 873, nr. 674;

• E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag in APR, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 133, nr. 169.

•  Cass. 25 september 2006, RW 2006-07, 1561, noot R. HOUBEN, JDSC 2007, 5, noot S. KETTMANN.

• Brussel 15 september 2000, JT 2001, 91;

• Gent 6 september 2000, TRV 2001, 258, goedkeurende noot M. WYCKAERT;

• Luik 27 februari 1996, TRV 2002, 528; Antwerpen 19 februari 2001, RW 2001-02, 1438;

• E. DIRIX, «Zekerheden, eigendomsvoorbehoud en rangregeling» in H. BRAECKMANS, H. COUSY, E. DIRIX, B. TILLEMAN en M. VANMEENEN (red.), Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen II, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 41-42, nr. 33.

• Gent 25 juni 2007, TBH 2008, 731, noot R. HOUBEN, RABG 2008, 96, noot S. LOOSVELD;

• Luik 14 april 2005, RPS 2004, 369; S. LOOSVELD, «Volstortingsverplichting en schuldvergelijking – Vennootschaps-, verbintenissen- en faillissementsrechtelijke aspecten» (noot onder Gent 25 juni 2007), RABG 2008, 105.

•  R. HOUBEN, «Schuldvergelijking met de volstortingsvordering bij samenloop» (noot onder Gent 25 juni 2007), TBH 2008, p. 737, nr. 7; R. HOUBEN, Schuldvergelijking, nr. 890.

• Cass. 16 september 1993, Arr.Cass. 1993, 703, Bank. Fin. 1994, 43, RW 1993-94, 1268, noot E. DIRIX;

• Cass. 24 juni 2010, RW 2010-11, 844, noot R. HOUBEN.

•  C. BODDAERT, «Krediet en insolvabiliteit – de inbreng van de wet financiële zekerheden» in AEDBF (red.), Bank en insolvabiliteit, Brussel, 2007, p. 131, nr. 19;

• M.E. STORME, «Schuldvergelijking en insolventie» in H. COUSY en E. DIRIX (red.), Insolventie- en beslagrecht, Brugge, 2010, p. 54, nr. 64;

• E. DIRIX, «Zekerheden, eigendomsvoorbehoud en rangregeling» in H. BRAECKMANS, H. COUSY, E. DIRIX, B. TILLEMAN en M. VANMEENEN (red.), Curatoren en vereffenaars: actuele ontwikkelingen II, p. 40, nr. 29; 

• C. BODDAERT, «Nettingovereenkomsten, documentair krediet (import) en de exceptie van schuldvergelijking in de Wet Financiële Zekerheden», Bank Fin.R. 2010, IV.

• Cass. 19 februari 1965, Pas. 1965, I, 630;

• Cass. 13 oktober 1966, Pas. 1967, I, 202; R. HOUBEN, Schuldvergelijking, nrs. 85-86, met verwijzingen naar de rechtsleer.

• R. JANSEN, Beschikkings(on)bevoegdheid,

• B. TILLEMAN, Lastgeving in APR, Deurne, Kluwer, 1997, p. 184, p. 364; F.

• LAURENT, Principes, XVIII, p. 433, nr. 421;

• H. DE PAGE, Traité, III, p. 629, nr. 627; R. HOUBEN, Schuldvergelijking, nr. 527, met talrijke verwijzingen.

•  Cass. 3 oktober 1997, Arr.Cass. 1997, 905, Pas. 1997, I, 948;

• Cass. 9 december 1999, Arr.Cass. 1999, nr. 672, TBH 2000, 366, Pas. 1999, I, 669, RW 2001-02, 989, noot A. VAN OEVELEN (commissie);

• I. SAMOY, Middellijke vertegenwoordiging, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 135, nr. 186 (naamlening), p. 226, nr. 343, en p. 268, nr. 403 (commissie);

• M.E. STORME, «Van trust gespeend? Trusts en fiduciaire figuren in het Belgisch privaatrecht», TPR 1998, p. 765, nr. 98;

• W. VAN GERVEN, Algemeen deel, Brussel, Story-Scientia, 1987, p. 482, nr. 148, en p. 489, nr. 150;

• E. DIRIX, «De rechtsverhouding tussen principaal, commissionair en derde» in Liber amicorum Jacques Herbots, Deurne, Kluwer, 2002, p. 98, nr. 2 (commissie).

• E. DIRIX, o.c., in Liber amicorum Jacques Herbots, 101-102; I. SAMOY, Middellijke vertegenwoordiging, p. 138, nr. 192 (naamlening), en p. 269-270, nr. 405 (commissie); 

• M.E. STORME, «De kwaliteitsrekening, zakenrechtelijk bekeken» in E. DIRIX en R. VRIESENDORP (red.), Inzake kwaliteit, Deventer, Kluwer, 1998, p. 55, nr. 1.

• V. SAGAERT, «De kwaliteitsrekening herbezocht», TPR 2004, p. 269, nr. 6;

•  J. VANANROYE, «Over stille en openbare maatschappen», TPR 1999, p. 1491, nr. 34; I. SAMOY, Middellijke vertegenwoordiging, p. 510, nr. 787.

• M.E. STORME, «Paritas creditorum, voorrang en roerende zekerheden», TPR 2006, p. 1043, nr. 184;

• Cass. 4 oktober 2000, RW 2001-02, 563; R. HOUBEN, Schuldvergelijking, nr. 768; helder in Frankrijk: F. GRUA, «Compensation», in Rép.Dr.Civ., Parijs, 1990, p. 9, nr. 126.

• J. LAENENS, K. BROECKX, D. SCHEERS en P. THIRIAR, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2008, p. 87-88, nr. 138; D. MAES, Inleiding tot het burgerlijk procesrecht, Brugge, die Keure, 2008, 125; G. DE LEVAL, Eléments de procédure civile, Brussel, 2005, p. 24, nr. 10.

•109. Cass. 7 december 1961, Pas. 1962, I, 440.

•  Bv. Gent 27 februari 2002, TGR 2002, 68; Luik 24 april 2001, TBBR 2002, 402;

• Gent 13 april 1995, TBH 1996, 519; Luik 21 maart 1990, JLMB 1991, 827;

• Luik 30 januari 1985, Jur.Liège 1985, 277.

• Bv. Brussel 11 september 1987 (arrest a quo);

• Cass. 22 mei 1989, Arr.Cass. 1988-1989, p. 1125, nr. 547, Pas. 1989, I, 1015, RCJB 1992, 348, noot M. VAN QUICKENBORNE, RW 1989-90, 331, TBH 1989, 775.

• Cass. 25 juni 2006, RW 2006-07, 1561, noot R. HOUBEN.

•  A. DE WILDE, Boedelschulden, p. 481, nrs. 551 e.v.; E. DIRIX en R. DE CORTE, Zekerheidsrechten, p. 53, nr. 63.

• Cass. 1 juni 2006, RW 2006-07, 565, noot V. SAGAERT, TBH 2006, 819, noot E. VAN DEN HAUTE, JT 2006, 644, noot T. HURNER, RCJB 2009, 157, noot N. THIRION en D. PASTEGER.

•  M. VANMEENEN, «De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van ondernemingen», RW 2008-09, p. 1309, nr. 70;

• V. SAGAERT, «Actuele ontwikkelingen inzake schuldvergelijking» in V. SAGAERT en D. LAMBRECHT (red.), Actuele ontwikkelingen inzake verbintenissenrecht, p. 233, nr. 15;

• S. BRIJS, «De Wet betreffende de continuïteit van ondernemingen», TRV 2009, p. 673, nr. 15;

• E. DIRIX en R. JANSEN, «De positie van de schuldeisers en de lopende overeenkomsten» in K. BYTTEBIER, E. DIRIX, M. TISON en M. VANMEENEN (red.), Gerechtelijke reorganisatie. Getest, gewikt en gewogen, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 161, nr. 7;

• E. DIRIX, «Recente ontwikkelingen insolventierecht, beslagrecht en zekerheden» in H. COUSY en E. DIRIX (red.), Insolventie- en beslagrecht, p. 16, nr. 28; M.E. STORME, «Schuldvergelijking en insolventie» in H. COUSY en E. DIRIX (red.), Insolventie- en beslagrecht, p. 32, nr. 19.

• GrwH 27 november 2008, nr. 167/2008, NJW 2008, 925, noot E. DIRIX, TBH 2009, 496, noot R. HOUBEN, JT 2009, 44, noot M. GRÉGOIRE, JLMB 2009, 816, noot F. GEORGES. Zie de analyse: R. HOUBEN, Schuldvergelijking, nrs. 920-931.

• Beslagr. Brussel 13 mei 2005, RW 2005-06, 1069, noot M. DE THEIJE

• Cass. 24 juni 2010, RW 2010-11, 844, noot R. HOUBEN.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:13
Laatst aangepast op: za, 07/04/2012 - 12:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.