-A +A

aansprakelijkheid van de gemeente bij gebrek aan signalisatie op de weg van een gekende situatie met wild in de omgeving van de weg

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 30/06/2008
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1015
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Samenvatting:

Een gemeente die kennis heeft van een wildpopulatie in de omgeving van een rijweg is gehouden tot signalisatie op grond van artikel 135 §2 van de nieuwe gemeentewet.

Tekst van het vonnis:

Op 8 mei 2006 reed de zaakvoerder van eiseres met haar voertuig op de Urselseweg in het duister omstreeks 23 u 30 een damhert aan dat de weg overstak.

Uit de afwezigheid van signalisatieborden m.b.t. overstekend wild leidt eiseres een fout (art. 1382-1383 B.W.) van de gemeente, minstens een miskenning van de verplichtingen van de gemeente inzake veilig wegbeheer (art. 135, § 2, Gemeentewet) af.

Eiseres vordert veroordeling van verweerster tot een schadevergoeding van 4.740 euro, vermeerderd met de interest, voor voertuig- en aanverwante schade.

Zoals gezegd, legt eiseres verweerster ten laste dat er geen signalisatiebord A 27 (overstekend wild) geplaatst was.

Volgens het Wegverkeersreglement geeft een bord A 27 de «doortocht van groot wild» aan.

In eerste instantie wordt in vraag gesteld of een damhert als groot wild kan worden beschouwd en of het bord A 27 dus wel betrekking heeft op het door eiseres aangeklaagde probleem.

Wanneer anderzijds in bepaalde streken van het land (zoals in de Ardennen) dergelijke borden worden geplaatst, dan is dat op basis van de wetenschap dat er zich in een bepaalde omgeving een hoeveelheid wild ophoudt en dat dieren op bepaalde plaatsen plegen voorbij te komen.

In zijn algemeenheid rijst de vraag of een verdwaald dier midden in Vlaanderen als een «doortocht van groot wild» kan worden beschouwd en of de overheid voor een verdwaald dier aansprakelijkheid kan oplopen.

Nu is er in casu wel een bijkomend aspect, namelijk dat de verbalisanten (strafinformatie stuk 3 onderaan) aangeven dat zich niet ver van de plaats van het ongeval het Drongengoed bevindt, een bos waarin herten in het wild leven. Geregeld wordt bij de politie melding gemaakt van loslopende herten in de Urselseweg, omgeving Drongengoed.

De vraag is of verweerster – gelet op die omstandigheid – tekortschoot in haar veiligheidsverplichtingen op basis van art. 135, § 2, Gemeentewet.

Weliswaar gaat het om een inspanningsverbintenis, maar gelet op de bekendheid van het fenomeen bij de overheidsdiensten en de frequentie waarmee het zich blijkbaar voordoet, had de gemeentelijke overheid wel de mogelijkheid zo nodig maatregelen te treffen. De rechtbank verwijst naar een naar haar oordeel in dat verband niet onbelangrijk arrest van het Hof van Beroep te Brussel (Brussel 31 maart 2000, T.A.V.W. 2002, 11). Het arrest beoordeelde de aansprakelijkheid van de gemeente voor een aanrijding door een bestuurder van een verplaatsbare signalisatiepaal die door een vandaal midden op de rijbaan was geplaatst. Het hof beoordeelt de gemeentelijke aansprakelijkheid uitdrukkelijk vanuit de inspanningsverbintenis van de gemeente en wijst op het aspect van de herhaling. Het arrest wijst erop dat dezelfde vandalenstreek zich in dezelfde omgeving gedurende een langere periode herhaaldelijk had voorgedaan, en besluit op die basis tot de aansprakelijkheid van de gemeente die, in weerwil van deze zich herhalende gevaarstoestand, niets ondernam om de veiligheid van de weg te waarborgen.

In de voorliggende zaak is er natuurlijk geen sprake van vandalisme, maar er is duidelijk het aspect van de zich gedurende een langere periode herhalende gevaarstoestand.

De aanwezigheid van een damhert op een in duisternis gehulde weg is een abnormaal gevaar. Het is van aard de weggebruiker te verschalken. De gemeente had kennis van de aanwezigheid van in het wild levende dieren in het bos in de omgeving, en uit de vermeldingen van de verbalisanten in de strafinformatie blijkt dat er «geregeld» melding wordt gemaakt van loslopende dieren «in de Urselseweg». Het opduiken van wilde dieren op die concrete weg was derhalve een veiligheidsprobleem dat de gemeentelijke overheid bekend was.

Daarmee geconfronteerd had de gemeente maatregelen moeten treffen. Door dit niet te doen, hoewel zij niet aantoont dat een reden die haar niet kan worden toegerekend haar daarvan weerhield, schoot zij tekort in haar veiligheidsverplichting (zie de overwegingen van het hierboven vermelde arrest).

Voor de naderende bestuurder was het in het duister opduikend damhert een onvoorzienbare hindernis die zich voordeed op een afstand en een tijdstip die ontoereikend waren om adequaat te kunnen reageren. Een eigen samenlopende fout van de bestuurder is dan ook niet bewezen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 09/02/2010 - 20:07
Laatst aangepast op: di, 09/02/2010 - 20:07

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.