sterfhuisconstructie
|
|
in een sterfhuisconstructie worden gezonde dochtervennootschappen uit een vennootschapsgroep gehaald door overdracht van de participaties die de moeder vennootschap in deze dochtervennootschappen heeft aan een nieuw op te richten vennootschap die dan de nieuwe moedervennootschap wordt, terwijl de overige zieke dochters in de oude groep worden achtergelaten.
het woord sterfhuisconstructie wordt ook gebruikt voor verrichtingen waarbij gezonde delen van een vennootschap worden afgesplitst van minder gezonde of zelfs zieke vennootschap is delen teneinde de gezonde vennootschap is delen in veiligheid te stellen.
Verhaal van de schuldeisers hiertegen:
De actio Pauliana
Het pauliaans beslag
De faillisementspauliana
De vordering wegens veinzing
Bewarend beslag
Nietigverklaring wegens bedrog
De sluiting van een vereffening nietig laten verklaren
Persoonlijke aansprakelijkheid der aandeelhouders of vereffenaars
Faillissementsvordering
Strafrechtelijke actie
Zie postuniversitaire cyclus W. Delva XXXI, Insolventierecht
2004-2005, Gandaius, pagina 63 en volgende
Rechtspraak
Kh. Veurne 28 oktober 1998, R.W. 1999-00, 1240 , T. App. 1999, afl.
1, 25; , TWVR 2001, afl. 3, 123.
Aan een projectontwikkelaar, die opereert met vier
werkvennootschappen, moet het voordeel van het gerechtelijk akkoord
ontzegd worden wanneer blijkt dat de rentabiliteit en de liquiditeit
van de onderneming negatief is, de activiteit van de onderneming
sinds weken niet meer uitgeoefend wordt, de onderneming een negatief
vermogen van ca. 24.000.000 F heeft en de totale schulden
253.564.349 F belopen waarvan 183.733.093 F eisbaar op korte
termijn.
Wanneer bovendien blijkt dat het onroerend goed grotendeels aan één
vennootschap toebehoort, terwijl alle schulden bij een andere
vennootschap worden gelegd, dan is duidelijk dat een
sterfhuisconstructie opgezet werd.
Het gebrek aan krediet, de 'zero'-liquiditeit en de aanzienlijke
vervallen en opeisbare schulden verantwoorden dan ook het uitspreken
van het faillissement.
Gent 19 juni 1997, T.B.H. 1997, 609
Het feit dat in de loop der vereffeningsverrichtingen blijkt dat de
vereffening deficitair zal zijn, laat op zich niet toe het
faillissement uit te spreken nu de wetgever deze hypothese zelf voor
ogen had. Het krediet wankelt wanneer aan de
vereffeningswerkzaamheden in concreto geen vertrouwen kan gegeven
worden omdat de naleving van de regel van gelijkheid onder de
schuldeisers niet eens is gewaarborgd en er constructies worden
opgezet die de schuldeisers benadelen.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.

