valse eed bij verzegeling en boedelbeschrijving
uittreksel uit het strafwetboek:
ART. 226 lid 2:
....
Hij die die bij een
verzegeling of een
boedelbeschrijving
een valse eed aflegt wordt gestraft met gevangenisstraf van zes
maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot
tienduizend frank; hij kan bovendien worden veroordeeld tot
ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33
Dit misdrijf is toepasselijk zowel op de eed afgelegd
bij een boedelbeschrijving met oog op een
vereffening-verdeling van de huwgemeenschap, een nalatenschap of
een andere onverdeeldheid.
Het gerechtelijk wetboek voorziet in artikel 1183,11° dat er
proces-verbaal van
boedelbeschrijving
de eed dient te bevatten van degenen die in het bezit geweest zijn
van voorwerpen of die in de plaats bewoond hebben voorwerp van de
boedelbeschrijving.. De inhoud van de eedformule is de verklaring
dat de eedaflegger niets heeft verduisterd en van zodanige
verduistering in geen kennis heeft gekregen. Ook de verzwijging kan
mij niet uitmaken, zelfs wanneer gemeld worden dat bepaalde goederen
bestaan maar wanneer nagelaten wordt te vermelden waar ze zich
bevinden.
De partijen hebben namelijk de verplichting om spontaan alle nodige
en nuttige gegevens te vermelden.
De constitutieve elementen van dit misdrijf vereisten geen bijzonder
opzet. Terwijl de dient de beklaagde weten en willen er gehandeld te
hebben.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
