-A +A

valse getuigenis

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

uittreksel uit het strafwetboek

ART. 215
Vals getuigenis in criminele zaken, hetzij ten nadele, hetzij ten voordele van de beschuldigde, wordt gestraft met [ opsluiting van vijf jaar tot tien jaar ] .

(W. 23.1.2003 - art. 49 - B.S. 13.3.2003)

Commentaar:

Merk dus op dat de meeste valse verklaringen niet strafbaar zijn en beperkt blijven tot de sfeer van de zeer zware misdrijven. Wie een valse verklaring afgelegd naar aanleiding van een onderzoek van een misdrijf dat slechts een politie misdrijf is om een correctionele misdrijf is maakt zich niet strafbaar.

Bepaalde personen kunnen niet onder eed worden verhoord uit hoofde van bloed of aanverwantschap. Zij kunnen wel worden verhoord maar kunnen de ik niet afleggen. Wanneer zij valse verklaringen afleggen maken zij zich evenmin strafbaar
 

ART. 216
[Indien de beschuldigde veroordeeld is tot hechtenis van meer dan tien jaar of tot tijdelijke opsluiting van meer dan tien jaar, wordt de valse getuige die te zijnen nadele getuigd heeft, gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

Hij wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar indien de beschuldigde tot levenslange opsluiting veroordeeld is. ]

(W. 23.1.2003 - art. 50 - B.S. 13.3.2003)

(W. 10.7.1996 - art. 17 - B.S. 1.8.1996)
 

ART. 217
De bij de twee vorige artikelen bepaalde straffen worden met een graad verminderd overeenkomstig artikel 80, wanneer personen die in rechte opgeroepen worden om er enkel inlichtingen te geven, zich schuldig maken aan valse verklaringen ten nadele of ten voordele van de beschuldigde.
 

ART. 218
Hij die schuldig is aan vals getuigenis in correctionele zaken, hetzij ten nadele, hetzij ten voordele van de beklaagde, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
 

ART. 219
Hij die schuldig is aan vals getuigenis in politiezaken, hetzij ten nadele, hetzij ten voordele van de beklaagde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar.
 

ART. 220
Vals getuigenis in burgerlijke zaken wordt gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot drie jaar.
 

ART. 221
De tolk en de deskundige, schuldig aan valse verklaringen, hetzij in criminele zaken ten nadele of ten voordele van de beschuldigde, hetzij in correctionele zaken of in politiezaken ten nadele of ten voordele van de beklaagde, hetzij in burgerlijke zaken, worden als valse getuige gestraft overeenkomstig de artikelen 215, 216, 218, 219 en 220.

De deskundige in criminele zaken die buiten ede mocht zijn gehoord, wordt gestraft overeenkomstig artikel 217.
 

Rechtspraak:

• Hof van Cassatie,2e Kamer – 24 oktober 2007, RW 2010-2011, 280.

Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, dat op 25 april 2007 op verwijzing is gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, ten gevolge van het arrest van het Hof van 13 september 2006.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Over het eerste middel

Volgens het middel sluit het arrest niet wettig uit dat de verklaring onder ede van de verweerder nadeel kan berokkenen.

Opdat er valse getuigenis in burgerlijke zaken zou zijn, is vereist en volstaat het dat de met de waarheid strijdige verklaring van aard zou zijn om de beoordeling van de zaak door de burgerlijke rechter te beïnvloeden.

Wat dat betreft vermelden de appelrechters dat «door zelfs onder ede de buitenechtelijke verhouding te ontkennen die hem wordt toegeschreven, de verweerder geen verklaring heeft afgelegd die van aard is om invloed uit te oefenen op de beoordeling van de rechter die uitspraak moet doen over de vordering tot echtscheiding. Deze burgerlijke rechter kan immers niet onkundig zijn van de bijzondere hoedanigheid van deze getuige en zou geenszins door een dergelijke verklaring beïnvloed kunnen worden, anders gezegd haar te dezen bewijswaarde toekennen, in weerwil van de afgelegde eed».

Het hof van beroep heeft zich aldus in de plaats gesteld van de burgerlijke rechter die, zelfs in de gevallen die bij art. 937 Ger. W. zijn bedoeld, onaantastbaar de geloofwaardigheid van de getuigen beoordeelt.

Het middel is in zoverre gegrond.

Over het tweede middel

De eiser voert aan dat het arrest art. 71 en 220 Sw. schendt door te beslissen dat het moreel bestanddeel van het misdrijf valse getuigenis niet bewezen is t.a.v. de verweerder.

Het arrest oordeelt dienaangaande dat «in de veronderstelling dat zijn verklaring in strijd is met de waarheid, ook al is dit bewust gebeurd, de verweerder, in de zeer bijzondere situatie die de zijne was, alleen maar de bedoeling kon hebben te vermijden dat hij zich op de een of andere wijze zou compromitteren, en geen bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden kon hebben (...) dat voor het misdrijf is vereist».

De drijfveer staat afzonderlijk van de bestanddelen van het misdrijf. De wil om de onthulling van een persoonlijk feit te vermijden, sluit op zichzelf het opzet niet uit om het gerecht te bedriegen, wat eigen is aan de valse getuigenis in burgerlijke zaken.

De appelrechters verantwoorden bijgevolg hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

NOOT onder dit arrest  Steven Van Overbeke, RW 2010-2011, 281.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:13
Laatst aangepast op: za, 16/10/2010 - 03:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.