-A +A

verjaring van de strafvordering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend



verjaring overzichtspagina


rechtsleer: de  berekening van de verjaring van de
strafvordering, Joachim Meese  in: de verjaring, de
vierde Antwerpse juristencongres, Intersentia 2007, p.1

Zie ook

J. Vermeeren, De verjaring van de strafvordering in Jura
Falconis





overzicht strafrecht



termijnen in het recht




verjaring van de straf

voortdurende
misdrijven


aflopende misdrijven

collectief misdrijf



verjaring bouwmisdrijven (2)

- de strafvordering verjaart na een termijn van VIJF jaar na de feiten
- deze termijn kan gestuit worden door daden van onderzoek (bv.: een kantschrift van het parket, het opstellen van een proces-verbaal door een bevoegd persoon, …) of door daden van vervolging (bv.: dagvaarding voor het strafgerecht).Als een verjaring wordt gestuit door een bepaalde oorzaak, betekent dat dat de wettelijk voorziene termijn voor de verjaring helemaal van nul af opnieuw begint te lopen.
- de stuiting kan enkel gebeuren binnen de initiële termijn van vijf jaar
- door de stuiting begint een nieuwe termijn van vijf jaar te lopen zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken zijn.
- de verjaring van de strafvordering kan ook geschorst worden. Als de verjaring geschorst is door een bepaalde oorzaak betekent dat dat de verjaring onderbroken is en na verloop van een bepaalde tijd opnieuw zal verder lopen voor de resterende termijn

Bij collectieve of voortgezette misdrijven begint de verjaring slechts te lopen vanaf het laatste feit. Zie Cass. 15/06/1983, RW 1983-84, 2689 met noot De Swaef. De rechter heeft daarom de verplichting om te verduidelijken op welk tijdstip alle feiten gepleegd werden, zodat de stuiting en de schorsing van de verjaring voor elk feit op zich kan nagegaan worden. Wanneer er geen zekerheid bestaat over het tijdstip, mag de rechter zich niet beperken tot de stereotiepe melding, "op een niet nader te bepalen tijdstip". Wanneer er twijfel bestaat omtrent het tijdstip van de feiten, speelt die twijfel in het voordeel van de beklaagde, waarbij aldus tot verjaring kan worden besloten. zie Cass. 02/05/2006, NJW 156, 130.

het aanvangspunt van de verjaring

bij aflopende misdrijven van de verjaring aan op de dag waarop het misdrijf werd gepleegd.

Bij voortdurende misdrijven loopt de verjaring vanaf het eindigen van de strafbare toestand

bij gewoontemisdrijven loopt de verjaring vanaf het laatste misdrijf voor zover er tussen de verschillende misdrijven geen termijn verstreken is die de verjaringstermijn overschrijdt.

bij voortgezette misdrijven loopt de verjaring vanaf het laatste misdrijf, voor zover er tussen de verschillende misdrijven geen termijn verstreken is die de verjaringstermijn overschrijdt.

bij misdrijven bedoeld in artikel 372 tot 377,379 en 380 van het Strafwetboek, zijnde de zedendelicten:

   - voor zover het misdrijf verjaard was op 5 mei 95 liep de verjaring onmiddellijk af
   - voor zover het misdrijf niet verjaard was op 5 mei 95, loopt de verjaring pas af vanaf de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van 18 jaar bereikt heeft

bij misdrijven bedoeld in artikel 409 en artikel 433 quinquies paragraaf een eerste lid ten eerste van het Strafwetboek, zijnde genitale verminking en mensenhandel, loopt de verjaring pas vanaf de dag waarop het slachtoffer de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

De stuiting van de verjaring

volgens artikel 22 VTS wordt de verjaring van de strafvordering gestuit door daden van onderzoek of van vervolging voor zover zij verricht worden binnen de eerste termijn.

Met deze daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken zijn. De in die bepaling bedoelde daden van onderzoek of van vervolging zijn noodzakelijkerwijs daden gesteld door magistraten of daartoe bevoegde ambtenaren en omvatten geenszins de loutere aangifte van het misdrijf. Het is dus nodig die aangifte zo vlug mogelijk te doen opdat het Parket haar eigen actie voor de vervaldatum van de verjaring kan instellen. De aangifte moet dus zo vlug mogelijk na de ontdekking van het misdrijf worden gedaan; anderdeels is de aangifte overbodig wanneer blijkt dat de verjaringstermijn op het ogenblik van de ontdekking zonder twijfel verstreken is.

De verjaring kan herhaaldelijk worden gestuit, met dien verstande dat de aanvankelijke termijn slechts één maal kan worden verlengd, zodat de verjaringstermijn nooit meer kan zijn dan tien jaren (twee maal 5 jaren).
 

De schorsing van de verjaring

de inleiding van een zaak maakte de schorsing van de verjaring voorzover de misdrijven begaan werden na 1 september 2003 en dit ingevolge de programmawet van 5 augustus 2003.

De verjaring van de burgerlijke vordering (art 26 VTSv en art 2262bis§1 BW)

de vorderingen tot vergoeding van de schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid en dus ook de vorderingen die gegrond zijn op de schade die opgelopen werd naar aanleiding van een misdrijf, verlopen door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op de dag erop de benadeelde kennis krijgt van de schade of de verzwaring ervan, alsook van de identiteit van de dader en dit zonder dat de termijn ooit langer kan zijn dan 20 jaar te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit. de burgerlijke vordering kan evenwel nooit verjaren voor de strafvordering. om

Verhouding met verjaring van de burgerlijke vordering

artikel 26 voorafgaandelijke titel W. Sv. : de burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf, verjaart door verloop van vijf jaren, te rekenen van de dag waarop het misdrijf is gepleegd ; zij kan echter niet verjaren vóór de strafvordering.
Die regel is van openbare orde (Cass., 8 juli 1955, A.C., 1954-1955, 917).
 

De verjaring van de strafvordering en de cassatieprocedure

Uit de artikelen 21, 22, 23 en 24 van de Voorafgaande Titel Sv., kan worden afgeleid dat de verjaring van de strafvordering is geschorst tijdens de cassatieprocedure vanaf de dag van de bestreden uitspraak tot op de dag van het arrest van het Hof van Cassatie waarin de voorziening ontvankelijk wordt verklaard en voor zover het cassatieberoep niet manifest onontvankelijk zou zijn. Arbitragehof 21 december 2005, RW 2008-2009, 1063.

De verjaring en het collectief misdrijf

Bij een collectief misdrijf begint de verjaring van de strafvordering te lopen op het ogenblik van het laatste feit dat met eenzelfde misdadig opzet is gepleegd en mits tussen geen van de feiten de verjaringstermijn is.

verjaring en valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken

Uit de artikelen 193, 196 en 197 Sw. en de artikelen 21, 22 en 23 van de Voorafgaande Titel Sv., blijkt dat de misdrijven van valsheid in geschriften en het gebruik van valse stukken als één misdrijf worden beschouwd dat blijft voortduren zolang het door de beginhandeling beoogde en gerealiseerde doel blijft bestaan, ofschoon geen nieuwe positieve handelingen worden gesteld door wie dan ook, en waarbij de verjaring van de strafvordering voor beide misdrijven pas begint te lopen zodra dat doel niet meer bestaat. Arbitragehof 21 december 2005, RW 2008-2009, 1074
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 18:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.