-A +A

verzoekschrift op tegenspraak

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

wettelijke basis art. 1034bis tot 1034 sexies gerechtelijk wetboek


Art. 1034bis. <Ingevoegd bij W 1992-08-03/31, art. 40, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993> Indien de wet afwijkt van de algemene regel die voorziet in een inleiding van de hoofdvorderingen bij dagvaarding, wordt deze titel toegepast op de vorderingen die worden ingeleid bij een verzoekschrift dat aan de tegenpartij ter kennis wordt gebracht, behalve voor de vormen en vermeldingen die worden geregeld door niet uitdrukkelijk opgeheven wettelijke bepalingen.

Art. 1034ter. <Ingevoegd bij W 1992-08-03/31, art. 40, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993> Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en inschrijving in het handelsregister of ambachtsregister;
3° de naam, de voornaam, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.

Art. 1034quater. <Ingevoegd bij W 1992-08-03/31, art. 40, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993> Op straffe van nietigheid wordt bij het verzoekschrift een getuigschrift van woonplaats (of een uittreksel uit het rijksregister van de in artikel 1034ter, 3°, vermelde natuurlijke personen) gevoegd, behalve wanneer het geding reeds eerder werd ingeleid bij dagvaarding en evenmin in geval van keuze van woonplaats. <W 2005-12-13/35, art. 6, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2009>
Het getuigschrift (of het uittreksel van het rijksregister) mag niet vroeger gedagtekend zijn dan vijftien dagen voor het verzoekschrift. Het getuigschrift wordt door het gemeentebestuur afgegeven. <W 2005-12-13/35, art. 6, 2°, 074; Inwerkingtreding : 01-09-2009>

Art. 1034quinquies. <Ingevoegd bij W 1992-08-03/31, art. 40, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993> Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.

Art. 1034sexies. <Ingevoegd bij W 1992-08-03/31, art. 40, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993> Nadat, in voorkomend geval, de rolrechten zijn betaald, worden de partijen door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. Bij de oproeping wordt een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.

 

Nog dit: 

Het verzoekschrift op tegenspraak en samenhangende vorderingen

Cassatie 15 april 2010, RABG, 2010/18, 1158

samenvatting:

Indien de hoofdvordering bij verzoekschrift op tegenspraak voor de rechter kan worden gebracht, kunnen de met deze hoofdvordering samenhangende vorderingen eveneens in dit verzoekschrift voor de rechter gebracht, ook al diende de samenhangende vordering bij dagvaarding te worden ingesteld.
Dit geldt eveneens voor de vorderingen inzake geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet (art. 569, 1 ste lid, 32° jo 1385 decies Ger.W.). zie artikelen 30, 700 en 701 van het Gerechtelijk Wetboek
 

uittreksel uit het arrest

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 oktober 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen.
Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.
II. Cassatiemiddel
De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit.
III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Krachtens de artikelen 700 en 701 Gerechtelijk Wetboek worden hoofdvorderingen bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift, en kunnen verscheidene vorderingen tussen twee of meer partijen bij een zelfde akte worden ingesteld indien zij samenhangend zijn. Krachtens artikel 30 van hetzelfde wetboek kunnen rechtsvorderingen als samenhangende zaken worden behandeld, wanneer zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht.
2. Uit de samenhang van voormelde wetsbepalingen volgt dat indien de hoofdvordering bij verzoekschrift op tegenspraak voor de rechter kan worden gebracht, de met deze hoofdvordering samenhangende vorderingen eveneens in dit verzoekschrift voor de rechter kunnen worden gebracht, ook al diende de samenhangende vordering bij dagvaarding te worden ingesteld.
Dit geldt eveneens voor de vorderingen inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, 1°e lid, 32°, die krachtens artikel 1385 decies, 1 °e lid Gerechtelijk Wetboek worden ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, en waarop krachtens het 2 de lid van die wetsbepaling titel Vbis van boek II van het 4 de deel van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van artikel 1034 ter, 3° en artikel 1034 quater, van toepassing is.
3. De appelrechters die oordelen dat de vorderingen in hun geheel bij dagvaarding dienden te worden ingeleid vermits de vordering tot schadevergoeding eveneens een hoofdvordering is en dat de eerste rechter terecht alle vorderingen van de eisers onontvankelijk heeft verklaard, schenden de in het middel aangehaalde wetsbepalin¬gen.

Het onderdeel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op het kant van het vernie¬tigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Waar aanwezig waren: E. Forrier, afdelingsvoorzitter als voorzitter; P. Maffei, E. Stassijns, A. Smetryns en G. Jocqué, raadsheren; in aanwezigheid van A. Van Ingel¬gem, advocaat-generaal met opdracht.
Voorziening in cassatie
(…)
Feiten en procedurevoorgaanden
(…)
Enig middel tot cassatie
Geschonden wetsbepalingen
– de artikelen 30, 31 (zoals van kracht vóór de wijziging ervan door art. 3 van de wet van 26 april 2007), artikel 569, 1 ste lid, 32°, 700 (in de versie vóór de wijziging ervan bij art. 5, 1° van de wet van 26 april 2007), 701, 1034 bis en 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek.
Aangevochten beslissing
De appelrechters verklaren de vorderingen van eisers die er enerzijds toe strekten de beslissing van de heer E. Devolder, eerstaanwezend inspecteur, hiertoe gedelegeerd door de gewestelijk directeur der directe belastingen, Gewestelijke Directie Antwerpen I, van 19 december 2002, te horen vernietigen en opnieuw rechtdoende, de namens eisers op 29 april 2002 ingediende bezwaarschriften ontvankelijk en gegrond te verklaren en de aanslagen in de personenbelasting, aanslagjaren 1994 en 1995, kohierartikelen 214071 en 214081, te vernietigen en bijgevolg eisers te ont¬slaan van de ten onrechte ingekohierde belastingen en in voorkomend geval de terugbetaling te bevelen van de eventueel reeds betaalde bedragen en/of de door de verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratoriuminteres¬ten overeenkomstig artikel 418 WIB 1992 en er anderzijds toe strekte verweerder te horen veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens rechtsmisbruik en tevens een vergoeding van de kosten van de verdediging te horen toekennen, niet ontvanke1ijk, op grond van de volgende motieven:
“2. Beoordeling:
2.1. Overeenkomstig artikel 700 van het Gerechtelijk Wetboek worden hoofdvorderingen bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift.
Wanneer op grond van een daartoe strekkende bepaling een rechtsgeding regelmatig wordt ingeleid bij een verzoekschrift op tegenspraak, kan de eiser, voor het geval deze hoofdvordering niet zou worden ingewilligd, in deze akte van rechtsingang tevens een subsidiaire vordering instellen, ook al diende zij als hoofdvordering bij dagvaarding te worden ingesteld (Cass. 8 januari 2004, RW 2004-05, 64).
2.2. Te dezen vorderen [eisers] enerzijds de vernietiging van de betwiste aanslagen en anderzijds de veroordeling van [verweerder].
In tegenstelling tot hetgeen [eisers] voorhouden kan de vordering tot schadevergoeding niet beschouwd worden als een subsidiaire vordering. Zij vorderen immers geen schadevergoeding indien de rechter de vordering tot vernietiging van de aanslagen afwijst, doch zij vorderen een schadevergoeding indien de vordering tot vernietiging van de aanslagen gegrond wordt verklaard.
Zoals de eerste rechter terecht heeft geoordeeld. dient deze vordering beschouwd te worden als een nevengeschikte hoofdvordering.
Het wordt niet betwist dat de vordering tot schadevergoeding dient te worden ingeleid bij dagvaarding. Vermits de vordering tot schadevergoeding eveneens een hoofdvordering is, diende de vordering in haar geheel bij dagvaarding te worden ingeleid.
De eerste rechter heeft derhalve terecht de vordering van [eisers] onontvankelijk verklaard.
2.3. Het bestreden vonnis is op juiste en oordeelkundige gronden gesteund en dient bevestigd te worden.”
(bestreden arrest, p. 4 en 5).
Grieven
Eerste onderdeel
Overeenkomstig artikel 700, zoals van kracht vóór de wijziging ervan bij wet van 26 april 2007, worden hoofdvorderingen bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift.
Artikel 701 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt nog dat verscheidene vorderingen tussen twee of meer partijen, indien zij samenhangend zijn, bij eenzelfde akte kunnen worden ingesteld.
Overeenkomstig artikel 30 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen rechtsvorderingen als samenhangende zaken worden behandeld, wanneer zij onderling zo nauw ver¬bonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, ten einde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht.
Uit het geheel van bovenvermelde bepalingen volgt dat indien de hoofdvordering bij verzoekschrift op tegenspraak voor de rechter kan worden gebracht, de met deze hoofdvordering samenhangende vorderingen en de aan deze hoofdvordering onder¬geschikte vorderingen eveneens in hetzelfde tegensprekelijk verzoekschrift voor de rechter kunnen worden gebracht, ook al diende de samenhangende of onderge¬schikte vordering bij dagvaarding te worden ingesteld. Minstens kunnen vorderin¬gen gegrond op het tergend en roekeloos karakter van de proceshouding van de verwerende partij ten aanzien van de hoofdvordering, samen met de hoofdvordering bij tegensprekelijk verzoekschrift voor de rechter worden gebracht, indien de hoofd¬vordering bij tegensprekelijk verzoekschrift voor de rechter kan worden gebracht.
Overeenkomstig artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek wordt de vorde¬ring tegen de belastingadministratie inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, 1ste lid, 32°, ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak. Titel Vbis van boek 2 van het 4de deel, met uitzondering van artikel 1034 ter, 3° en artikel 1034 quater, is van toepassing.
Artikel 1034 bis van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de wet afwijkt van de algemene regel die voorziet in een inleiding van de hoofdvorderingen bij dagvaar¬ding, deze titel wordt toegepast op de vorderingen die worden ingeleid bij verzoek¬schrift dat aan de tegenpartij ter kennis wordt gebracht.
Ter zake blijkt uit de stukken waarop Uw Hof vermag acht te slaan dat eisers bij verzoekschrift van 19 februari 2003 een vordering hebben ingesteld in een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet als bedoeld in artikel 569, 1°e lid, 32° van het Gerechtelijk Wetboek. Deze vordering kon met toepassing van artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek bij verzoekschrift op tegenspraak voor de rechter worden gebracht.
Eisers eisten in dit verzoekschrift op tegenspraak nog een vergoeding voor de schade die zij hebben geleden in de mate dat zij door verweerder werden verplicht een vor¬dering in rechte in te stellen, niettegenstaande over de grond van de zaak reeds op definitieve en onherroepelijke wijze uitspraak werd gedaan bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen d.d. 20 november 2001. Aldus stelden eisers een vordering in tot betaling van een schadevergoeding gegrond op het tergend en/of roekeloos karakter van de proceshouding van verweerder.
Niet betwist werd, noch kon worden dat de hoofdvordering die betrekking had op de toepassing van een belastingwet in de zin van artikel 569, 1 ste lid, 32° van het Gerechtelijk Wetboek regelmatig bij verzoekschrift kon worden ingesteld op grond van artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek. Derhalve kon de vordering tot betaling van een schadevergoeding, die gegrond was op het tergend en/of roekeloos karakter van de proceshouding die verweerder ten aanzien van de hoofdvordering had ingenomen, samen met die hoofdvordering worden ingesteld in het ver¬zoekschrift op tegenspraak.
Door op grond van de overweging dat de vordering tot betaling van een schadever¬goeding niet bij verzoekschrift op tegenspraak kon worden ingesteld, niet enkel de vordering tot betaling van een schadevergoeding, maar eveneens de onder de hoofding ‘aangevochten beslissing’ omschreven hoofdvordering van eisers niet ontvanke¬lijk te verklaren, schenden de appelrechters de artikelen 30, 700 (in de versie vóór de wijziging ervan bij art. 5, 10 van de wet van 26 april 2007), 701, 1034 bis en 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek, en voor zoveel als nodig artikel 569, 1°te lid, 32° van het Gerechtelijk Wetboek.
Tweede onderdeel
Overeenkomstig artikel 700, zoals van kracht vóór de wijziging ervan bij wet van 26 april 2007, worden hoofdvorderingen bij dagvaarding voor de rechter gebracht, onverminderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift.
Artikel 701 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt nog dat verscheidene vorderingen tussen twee of meer partijen, indien zij samenhangend zijn, bij eenzelfde akte kunnen worden ingesteld.
Overeenkomstig artikel 30 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen rechtsvorderingen als samenhangende zaken worden behandeld, wanneer zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, ten einde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonder¬lijk worden berecht.
Overeenkomstig artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek wordt de vorde¬ring tegen de belastingadministratie inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, 1°e lid, 32°, ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak. Titel V bis van boek 2 van het 4 de deel, met uitzondering van artikel 1034 ter, 3° en artikel 1034 quater, is van toepassing,
Artikel 1034 bis van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de wet afwijkt van de algemene regel die voorziet in een inleiding van de hoofdvorderingen bij dagvaar¬ding, deze titel wordt toegepast op de vorderingen die worden ingeleid bij verzoek¬schrift dat aan de tegenpartij ter kennis wordt gebracht.
In zoverre aangenomen zou moeten worden dat vorderingen die zelf niet bij verzoekschrift op tegenspraak kunnen worden ingeleid, maar die samenhangen met de hoofdvordering die wel bij verzoekschrift op tegenspraak kan worden ingeleid, niet samen met de hoofdvordering bij tegensprekelijk verzoekschrift kunnen worden ingeleid, doet het feit dat deze met de hoofdvordering samenhangende vordering bij verzoekschrift op tegenspraak en dus op onontvankelijke wijze werd ingeleid, geen afbreuk aan de ontvankelijkheid van de hoofdvordering die rechtsgeldig bij verzoek¬schrift op tegenspraak werd ingeleid. Dit is zeker het geval wanneer het geschil niet onsplitsbaar is in de zin van artikel 31 van het Gerechtelijk Wetboek (zoals van kracht vóór de wijziging ervan door art. 3 van de wet van 26 april 2007).
Ter zake blijkt uit de stukken waarop Uw Hof vermag acht te slaan dat eisers bij verzoekschrift van 19 februari 2003 een vordering hebben ingesteld in een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet als bedoeld in artikel 569, 1°e lid, 32° van het Gerechtelijk Wetboek. Deze vordering kon met toepassing van artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek bij verzoekschrift op tegenspraak voor de rechter worden gebracht. Eisers eisten in dit verzoekschrift op tegenspraak nog een vergoeding voor de schade die zij hebben geleden in de mate dat zij door verweerder werden verplicht een vordering in rechte in te stellen, niettegenstaande over de grond van de zaak reeds op definitieve en onherroepelijke wijze uitspraak werd gedaan bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen d.d. 20 november 2001. Aldus stelden eisers een vordering tot schadevergoeding in gegrond op het tergend en/of roekeloos karakter van de proceshouding van verweerder.
Het enkele feit dat de vordering tot betaling van een schadevergoeding gegrond op het tergend en/of roekeloos karakter van de proceshouding van verweerder desgevallend niet samen met de hoofdvordering kon worden ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak, doet geen afbreuk aan het feit dat de hoofdvordering zelf, die een vor¬dering uitmaakte betreffende de toepassing van een belastingwet in de zin van artikel 569, 1 ste lid, 32° van het Gerechtelijk Wetboek, regelmatig bij verzoekschrift op tegenspraak kon worden en werd ingeleid met toepassing van artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek.
Door te beslissen dat niet enkel de vordering tot betaling van een schadevergoeding niet ontvankelijk was omdat deze niet bij verzoekschrift op tegenspraak voor de rechter kon worden gebracht, maar dat hierdoor eveneens de hoofdvordering van eisers, die betrekking had op de toepassing van een belastingwet in de zin van artikel 569, 1 ste lid, 32° van het Gerechtelijk Wetboek en derhalve overeenkomstig artikel 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek bij verzoekschrift kon worden ingeleid, niet ontvankelijk was, schenden de appelrechters alle in het middel genoemde bepa¬lingen, en in het bijzonder de artikelen 569, 1 ste lid, 32°, 700, 1034 bis en 1385 decies van het Gerechtelijk Wetboek.
Toelichting
In zijn arrest van 8 januari 2004 besliste Uw Hof dat wanneer op grond van een daartoe strekkende bepaling een rechtsgeding regelmatig wordt ingeleid bij een tegensprekelijk verzoekschrift, de eiser voor het geval deze hoofdvordering niet zou worden ingewilligd, in deze akte van rechtsingang tevens een subsidiaire vordering kan instellen, ook al diende zij als hoofdvordering bij dagvaarding te worden inge¬steld (Cass. 8 januari 2004, C010180N, www.cass.be).
Op grond van deze rechtspraak moet aangenomen worden dat niet enkel de aan de hoofdvordering ondergeschikte vordering, maar ook de vordering die gegrond is op het tergend en roekeloos karakter van het verweer tegen de hoofdvordering bij ver¬zoekschrift op tegenspraak kan worden ingeleid indien de hoofdvordering bij ver¬zoekschrift op tegenspraak kan worden ingeleid.
De appelrechters konden dan ook niet zowel de hoofdvordering als de vordering tot betaling van een schadevergoeding niet ontvankelijk verklaren op grond dat de vor¬dering tot betaling van een schadevergoeding niet bij verzoekschrift op tegenspraak kon worden ingesteld (1 ste onderdeel).
In zoverre de vordering tot betaling van een schadevergoeding inderdaad niet samen met de hoofdvordering bij verzoekschrift op tegenspraak kon worden ingesteld, doet het feit dat in het gedinginleidende verzoekschrift naast de hoofdvordering die bij verzoekschrift op tegenspraak kon worden ingeleid, een vordering werd ingeleid tot betaling van een schadevergoeding die niet bij tegensprekelijk verzoekschrift kon worden ingeleid, geen afbreuk aan de ontvankelijkheid van de hoofdvordering. De ontvankelijkheid van de hoofdvordering wordt immers niet aangetast door de onontvankelijkheid van de bijkomende vordering (2 de onderdeel)

Noot M. Baetens, De vorm van instelling van de met de hoofdvordering samenhangende vordering? RABG 2010/18, 1166
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 19/10/2009 - 21:58
Laatst aangepast op: vr, 10/12/2010 - 21:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.