voorlopige hechtenis van een verdachte in coma
Hof van Cassatie
2e Kamer – 8 september 2009
Voorzitter: de h. Forrier
Rapporteur: de h. Goethals
Openbaar ministerie: de h. De Swaef
Advocaat: mr. Clement
Voorlopige hechtenis – Aanhouding – Regelmatigheid – Voorafgaande ondervraging – Comateuze inverdenkinggestelde – Overmacht
Medische omstandigheden kunnen een situatie van overmacht uitmaken ingevolge welke een bevel tot aanhouding kan worden afgeleverd zonder voorafgaande ondervraging van de verdachte door de onderzoeksrechter.
J.V. t/ Openbaar ministerie
I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 augustus 2009, op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 28 juli 2009.
...
II. Beslissing van het hof
Beoordeling
Tweede middel
...
Tweede grief
6. De grief voert schending aan van art. 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet: het bevel tot aanhouding is niet regelmatig bij afwezigheid van de verplichte voorafgaande ondervraging van de eiser door de onderzoeksrechter; bij gebreke hiervan werd eisers recht van verdediging miskend; de appelrechters hebben ten onrechte geoordeeld dat er te dezen sprake was van een toestand van overmacht; gelet op de specifieke medische toestand van de eiser kon hetzij de termijn van vrijheidsbeneming als geschorst worden beschouwd, hetzij de eiser om medische redenen worden beschouwd als zijnde niet ter beschikking van de onderzoeksrechter; daarenboven blijkt uit de te late ondervraging dat de medische toestand van de eiser op dat ogenblik nog steeds geen verhoor mogelijk maakte.
7. Art. 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet bepaalt onder meer: «Tenzij de verdachte voortvluchtig is of zich verbergt, moet de onderzoeksrechter alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, de verdachte ondervragen over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot afgifte van een bevel tot aanhouding en zijn opmerkingen horen. Bij ontstentenis van deze ondervraging wordt de inverdenkinggestelde in vrijheid gesteld. Hij moet de verdachte eveneens meedelen dat tegen hem een aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd en hij moet hem in zijn opmerkingen ter zake horen. Bij ontstentenis van de naleving van deze voorwaarden, wordt de inverdenkinggestelde in vrijheid gesteld».
8. De ondervraging van de verdachte door de onderzoeksrechter, voorafgaandelijk aan het verlenen van een bevel tot aanhouding, is een substantieel vormvereiste dat verband houdt met het recht op verdediging. Het bevel tot aanhouding is evenwel regelmatig verleend wanneer de wettelijke verplichting van het voorafgaand verhoor niet kan worden nagekomen wegens overmacht.
9. De rechter beoordeelt in feite of de aangevoerde omstandigheden een geval van overmacht uitmaken. Het Hof is alleen bevoegd om te onderzoeken of de rechter uit de omstandigheden die hij in aanmerking neemt, al dan niet wettig overmacht heeft kunnen afleiden.
10. In zoverre de grief opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechters of het Hof verplicht tot een onderzoek van de feiten, waarvoor het niet bevoegd is, is hij niet ontvankelijk.
11. Met verwijzing naar stukken stellen de appelrechters vast dat de eiser weliswaar niet verhoord werd door de onderzoeksrechter, voorafgaandelijk aan het verlenen van een bevel tot aanhouding, maar dat:
– de onderzoeksrechter aan de hand van de stukken van het dossier en het medisch attest van 1 juni 2009 van dr. M. V., dienst intensieve zorgen en anesthesie, vastgesteld heeft dat er een onmogelijkheid was om de eiser te verhoren;
– op 3 juni 2009 door de politiediensten nogmaals werd geïnformeerd over de toestand van de eiser; alsdan werd gemeld dat zijn toestand zeer kritiek was en dat hij niet verhoorbaar was;
– op 23 juni 2009 de onderzoeksrechter naar het (...) ziekenhuis te Antwerpen is gegaan en de eiser in kennis heeft gesteld van het feit dat een aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd en hem in kennis heeft gesteld van zijn inverdenkingstelling van poging tot moord en opzettelijke brandstichting bij nacht in een bewoond pand;
– gelet op de bestaande fysieke onmogelijkheid om een betekening van het aanhoudingsbevel in ontvangst te nemen binnen 24 uur vanaf de vrijheidsbeneming, er ook niet besloten kan worden tot enige schending van de bepalingen inzake betekening; het bovendien vaststaat dat deze betekening daadwerkelijk is gebeurd van zodra er een einde is gekomen aan de voormelde fysieke onmogelijkheid, op 23 juni 2009 om 11 u 55;
– ter gelegenheid van de ondervraging van de eiser op dat ogenblik hij geen opmerkingen heeft gemaakt;
– uit deze ondervraging ook geen miskenning van zijn recht van verdediging kan worden afgeleid.
12. Op grond van deze feitelijke vaststellingen vermochten de appelrechters wettig te oordelen dat de eiser ingevolge overmacht door de onderzoeksrechter niet verhoord kon worden voorafgaandelijk aan het verlenen van een bevel tot aanhouding en dat het bevel tot aanhouding dat in die omstandigheden werd verleend en aan de eiser werd betekend, door geen onregelmatigheid is aangetast.
In zoverre kan de grief niet worden aangenomen.
...
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Instantie:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
