-A +A

wanneer wordt u geacht kennis gekregen te hebben van een aangetekend schrijven

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Artikel 53 bis van het gerechtelijk wetboek bepaalt: "ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaald, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving berekend vanaf:

1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een per post aangetekende brief met ontvangstbewijs, de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden is geworden aan de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, aan zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, de derde dag die volgt op deze waarop de brief aan de postdiensten overhandigd is geworden, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

 

In het administratief recht is een kennisgeving middels aangetekend schrijven geldig zodra de postbode zich aan de woning van de belanghebbende heeft aangeboden. Wanneer de postbode de brief niet persoonlijk aan de betrokkene of zijn gemachtigde heeft kunnen overhandigen, laat de postbode in de brievenbus van de geadresseerde een bericht achter met de melding dat de brief kan worden afgehaald op het postkantoor voor zover deze vormvereiste vervuld is, wordt het niet afhalen van de brief binnen de voorgeschreven termijn op het postkantoor gelijkgesteld met een weigering om de brief in ontvangst te nemen, behoudens voor zover de betrokkene in de onmogelijkheid verkeerde om de brief binnen deze termijn af te halen. Let wel, voor zover de geadresseerde er niet kan inslagen het bewijs te leveren dat hij in de onmogelijkheid verkeerde de brief af te halen, wordt de brief geacht ontvangen te zijn op de dag dat de brief aan de woning van de geadresseerde werd aangeboden en wordt de kennisgeving ook op deze dag vastgesteld. thans wordt aangenomen dat een aangetekende zending geacht wordt te zijn ontvangen op de derde werkdag die volgt op de verzendingen ervan (de raad van state in 19 oktober 2006 163.785).

Rechtspraak zie Cass. 12 januari 2007, RABG 200 7/10, 659 met noot
 

 

 

 

 

Nog dit: 

Opgelet sommige termijnen  beginnen te lopen vanaf de kennisgeving. Zo onder meer de termijn van art. 53bis Ger.W.
In dit geval begint de aanvangsdatum van de termijn te lopen vanaf een kennisgeving en wordt deze berekend naar gelang van de wijze waarop de kennisgeving daadwerkelijk is gebeurd en ongeacht de voorgeschreven wijze van kennisgeving. De vaststelling dat de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs is gebeurd, terwijl enkel een kennisgeving met aangetekende brief is voorgeschreven, doet hieraan niet af.

• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 17 juni 2011, RW 2012-213, 13

AR nr. D.10.0013.N

J.D.M. t/ Instituut van de Bedrijfsrevisoren

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige commissie van beroep van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren van 27 september 2010, na verwijzing door een arrest van dit hof van 29 april 2010.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

4. Krachtens art. 53bis Ger.W. worden, ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend:

– wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op die waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats;

– wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten werd overhandigd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

5. Uit deze bepaling volgt dat de aanvangsdatum van de termijn berekend wordt naar gelang van de wijze waarop de kennisgeving daadwerkelijk is gebeurd en ongeacht de voorgeschreven wijze van kennisgeving.

De vaststelling dat de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs is gebeurd, wanneer enkel een kennisgeving met aangetekende brief is voorgeschreven, doet hieraan niet af.

6. Het middel dat aanvoert dat de bestreden beslissing onwettig de berekeningswijze van art. 53, 1o Ger.W. toepast, omdat een kennisgeving met gewone brief was voorgeschreven, maar met een aangetekende brief met ontvangstbewijs werd uitgevoerd, kan in zoverre niet worden aangenomen.

7. Anders dan waarvan de eiser uitgaat, verleent de kennisgeving van een aangetekende brief met ontvangstbewijs meer zekerheid over de datum van de mogelijke ontvangst, wat de betrokken partijen ten goede komt.

In zoverre het middel uitgaat van een schending van het recht van verdediging, kan het niet worden aangenomen.
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: za, 05/04/2014 - 13:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.