-A +A

Wat is de betekening

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Betekening en kennisgeving van de uitspraak van een veroordeling

Rechtsleer:

• A. Smets,  in een commentaar gerechtelijk recht, Deel I, algemene beginselen

Onder het begrip betekening zoals voorzien in artikel 32 van het gerechtelijk wetboek moet worden verstaan de afgifte, bij gerechtsdeurwaardersexploot van een eensluidend afschrift van de akte die de  gerechtsdeurwaarder moet betekenen.

onder kennisgeving wordt verstaan: de toezending van een akte van de rechtspleging in origineel of in kopie.

Een betekening geschiedt steeds via een gerechtsdeurwaardersexploot.

Een kennisgeving daarentegen is mogelijk via een gewone brief,, een gerechtsbrief.  bij de inwerkingtreding van de wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van de telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure, bij fax of elektronische post, op voorwaarde dat de geadresseerde een faxnummer of een e-mailadres heeft
 

Een dagvaarding en een vonnis worden betekend door een gerechtsdeurwaarder. Een betekening is een officiële kennisgave. Wanneer u in persoon werd betekend wil dit zeggen dat de gerechtsdeurwaarder met u persoonlijk heeft aangetroffen bij het overhandigen van de dagvaarding of het vonnis.

Indien u niet aanwezig bent op het ogenblik dat de gerechtsdeurwaarder aanbelt, wordt een kopie van het document in uw brievenbus gedeponeerd en krijgt u nadien een aangetekend schrijven met melding dat u een kopij kan komen afhalen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder.

U bent niet verplicht deze kopie af te halen.

Door de betekening van een dagvaarding bent u officieel op de hoogte gesteld dat u wordt opgeroepen voor de rechtbank, waardoor u een advocaat kunt raadplegen. Tussen de dag van de betekening van de dagvaarding en de dag waarop een zaak voorkomt zijn er in de regel minstens 8 dagen. In kortgeding of wanneer de rechtbank op grond van uiterste hoogdringendheid verlof (machtiging) verleent om deze termijn in te korten, zal deze termijn korter zijn
.
 

artikel 32, 1° van het Gerechtelijk Wetboek stelt:

onder betekening wordt verstaan de afgifte van een afschrift van de akte; zij geschiedt bij deurwaardersexploot

artikel 32, 2° van het Gerechtelijk Wetboek stelt:

onder de kennisgeving wordt verstaan: de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of een afschrift; zij geschiedt langs de post of, in de gevallen die de wet bepaalt, in de vormen die deze voorschrijft..

De regels van het gerechtelijk wetboek zijn volgens artikel twee van het gerechtelijk wetboek van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechts beginselen, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepaling van het wetboek. de definities van het Gerechtelijk Wetboek zijn onder meer niet toepasselijk op de voorlopige hechteniswet, op de wegverkeerweten in beginsel ook niet op de diverse procedures in het administratief recht.

Termijnen van verzet, hoger beroep een voorziening in cassatie vangen aan bij de betekening van de beslissing (zie artikel 57 van het gerechtelijk wetboek) in een aantal gevallen heeft de wetgever voorzien dat de kennisgeving van het vonnis niet gebeurt middels een betekening maar wel middels een gerechtsbrief. In deze gevallen begint de termijn van verzet, hoger beroep en voorziening incassatie, bij gebreke aan andere wetsbepaling te lopen vanaf deze kennisgeving.  (Zie ter zake artikel 57, 792, 1051, 792 en 1048 Gerechtelijk Wetboek).

In het administratief recht wordt aangenomen dat de betekening niet onderworpen is aan vormvereisten, behoudens de gevallen waarin dit anders door de wet wordt bepaald. Aldus wordt in het administratief recht onder betekening verstaan, de mededeling bij individuele aanzegging van een rechtshandeling aan de persoon wiens rechtstoestand door deze handeling wordt gewijzigd of beïnvloed. In het administratief recht kan er dus "betekend" worden met een aangetekende brief met ontvangstmelding waarbij dit aangetekend schrijven termijnen doet lopen.

Artikel 53 bis van het gerechtelijk wetboek bepaalt: "ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaald, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving berekend vanaf:

1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een per post aangetekende brief met ontvangstbewijs, de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden is geworden aan de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, aan zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, de derde dag die volgt op deze waarop de brief aan de postdiensten overhandigd is geworden, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

In het administratief recht is een kennisgeving middels aangetekend schrijven geldig zodra de postbode zich aan de woning van de belanghebbende heeft aangeboden. Wanneer de postbode de brief niet persoonlijk aan de betrokkene of zijn gemachtigde heeft kunnen overhandigen, laat de postbode in de brievenbus van de geadresseerde een bericht achter met de melding dat de brief kan worden afgehaald op het postkantoor voor zover deze vormvereiste vervuld is, wordt het niet afhalen van de brief binnen de voorgeschreven termijn op het postkantoor gelijkgesteld met een weigering om de brief in ontvangst te nemen, behoudens voor zover de betrokkene in de onmogelijkheid verkeerde om de brief binnen deze termijn af te halen. Let wel, voor zover de geadresseerde er niet kan inslagen het bewijs te leveren dat hij in de onmogelijkheid verkeerde de brief af te halen, wordt de brief geacht ontvangen te zijn op de dag dat de brief aan de woning van de geadresseerde werd aangeboden en wordt de kennisgeving ook op deze dag vastgesteld. thans wordt aangenomen dat een aangetekende zending geacht wordt te zijn ontvangen op de derde werkdag die volgt op de verzendingen ervan (de raad van state in 19 oktober 2006 163.785).

Rechtspraak zie Cass. 12 januari 2007, RABG 200 7/10, 659 met noot


 

uittreksel uit het gerechtelijk wetboek:

ART. 32
In dit wetboek wordt verstaan;

1° onder betekening: de afgifte van een afschrift van de akte; zij geschiedt bij deurwaardersexploot;

2° onder kennisgeving: de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of in afschrift; zij geschiedt langs de post of, in de gevallen die de wet bepaalt, in de vormen die deze voorschrijft.

____

Artikel 32,2° schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. (Arrest Grondwettelijk Hof nr. 76/2008 van 8 mei 2008, B.S. 19.6.2008)

ART. 33
De betekening geschiedt aan de persoon, wanneer het afschrift van de akte aan de geadresseerde zelf wordt ter hand gesteld.

De betekening aan de persoon kan aan de geadresseerde worden gedaan op iedere plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft.

Indien de geadresseerde het afschrift van de akte weigert in ontvangst te nemen, stelt de gerechtsdeurwaarder die weigering vast op het origineel en de betekening wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan.
 

ART. 34
De betekening aan een rechtspersoon wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte is ter hand gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen.

 

ART. 35
Indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel.

Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.

Het mag niet worden ter hand gesteld aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is.

De commissaris van politie moet aan de optredende gerechtsdeurwaarder de plaats aanwijzen waar de partij verblijft, wanneer die hem bekend is en de partij geen woonplaats heeft.

 

ART. 36
In dit wetboek wordt verstaan:

onder woonplaats: de plaats waar de persoon op de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf;

onder verblijfplaats: iedere andere vestiging, zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft.

 

ART. 37
[ §1. ] Ingeval het exploot [ in strafzaken ] niet kan worden betekend zoals bepaald is in artikel 35, bestaat de betekening in de afgifte van het afschrift van het exploot op het hoofdkantoor van de gerechtsdeurwaarders, waar dit bestaat, anders op het politiecommissariaat en, waar geen commissaris van politie is, aan de burgemeester, aan een schepen of aan een ambtenaar die daartoe opdracht heeft.

(W. 24.5.1985 - art. 1, 1 - B.S. 12.6.1985)

De gerechtsdeurwaarder laat in de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, in de verblijfplaats van de geadresseerde, onder gesloten omslag, een bericht achter, waarin hem kennis wordt gegeven van de aanbieding van het exploot en waarin de plaats wordt opgegeven waar hij het kan afhalen.

De Koning richt het hoofdkantoor van de gerechtsdeurwaarders op in de stadscentra die hij bepaalt. Hij regelt de bevoegdheden en de werkwijze ervan.

[ § 2. Het hoofdkantoor, de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft, naargelang van het geval, neemt de passende maatregelen om het afschrift ten spoedigste te doen toekomen aan de belanghebbende.

Zij berichten onverwijld aan het openbaar ministerie dat de betekening heeft gevorderd, naargelang van het geval, hetzij over de datum waarop het afschrift van het exploot ter hand is gesteld aan de geadresseerde of aan een van de personen bedoeld in artikel 35, hetzij over de reden waarop het afschrift niet ter hand kon worden gesteld.

Daartoe maakt de gerechtsdeurwaarder een formulier op dat informatie bevat over het bevoegd rechtscollege, de datum van de terechtzitting, of van de berechting, het parket dat in kennis moet worden gesteld, alsmede de naam en het adres van de persoon aan wie het afschrift van het exploot ter hand moet worden gesteld. Dit formulier voegt hij bij de omslag die hij terhandstelt aan het hoofdkantoor, de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft. ]

(W. 24.5.1985 - art. 1, 2 - B.S. 12.6.1985)

[ § 3. De terhandstelling van het afschrift van het exploot aan de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft, alsook de bezorging ervan aan de geadresseerde of aan een van de in artikel 35 bedoelde personen geschieden kosteloos. ]

(W. 24.5.1985 - art. 1, 3 - B.S. 12.6.1985)

 

ART. 38
[ § 1. Ingeval het exploot in andere dan in strafzaken niet kan worden betekend zoals vastgesteld is in artikel 35, bestaat de betekening in het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag met vermelding van de gegevens bepaald in artikel 44, eerste lid.

De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel van het exploot en op het betekend afschrift, de datum, het uur en de plaats waarop dit afschrift werd achtergelaten.

Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de aanbieding van het exploot, richt de gerechtsdeurwaarder hetzij aan de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, onder een ter post aangetekende omslag, een door hem ondertekende brief. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde persoonlijk, of voor een schriftelijk gevolmachtigde een eensluidend afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening.

Wanneer de geadresseerde de overbrenging van woonplaats heeft aangevraagd, wordt de aangetekende brief bedoeld in het derde lid gericht aan de plaats waar hij op de bevolkingsregisters is ingeschreven en aan het adres waarop hij aangekondigd heeft zijn nieuwe woonplaats te willen vestigen.

De brief vermeldt de naam van de gerechtsdeurwaarder, het adres van zijn kantoor, de openingsuren en het telefoonnummer.

Wanneer de vorm bedoeld in het derde tot vijfde lid verzuimd of onregelmatig verricht is, kan de rechter gelasten dat een nieuwe brief, onder aangetekende omslag, wordt gericht aan de geadresseerde van het exploot.

§ 2. Wanneer uit de ter plaatse vastgestelde feitelijke omstandigheden blijkt dat het materieel onmogelijk is tot de betekening over te gaan door het achterlaten van een afschrift van het exploot aan de woonplaats of bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, bestaat zij in de terhandstelling van het afschrift aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet; op het origineel en op het afschrift worden de feitelijke omstandigheden vermeld die de betekening aan de procureur des Konings noodzakelijk maken.

Hetzelfde geldt wanneer de woning waar de persoon aan wie betekend wordt zijn woonplaats heeft, klaarblijkelijk verlaten werd zonder dat hij de overbrenging van woonplaats heeft gevraagd.

Op verzoek van de procureur des Konings worden de nodige maatregelen getroffen opdat het afschrift binnen de kortst mogelijke tijd bij de betrokkene toekomt.

De betekening van de procureur des Konings is ongedaan, indien de partij op verzoek van wie zij is verricht de gekozen woonplaats of, bij voorkomend geval, de verblijfplaats van diegene aan wie betekend werd, kende. ]

(W. 24.5.1985 - art. 2 - B.S. 12.6.1985)

 

ART. 39
Wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, mogen de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats geschieden.

Wordt het afschrift aan de gekozen woonplaats ter hand gesteld aan de lasthebber persoonlijk, dan wordt de betekening geacht aan de persoon te zijn gedaan.

De betekening en de kennisgeving mogen niet meer aan de gekozen woonplaats geschieden, indien de lasthebber overleden is, indien hij er zijn woonplaats niet meer heeft, of indien hij er zijn bedrijf niet meer uitoefent.

 

ART. 40
Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, stuurt de gerechtsdeurwaarder bij een ter post aangetekende brief het afschrift van de akte aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in een aangrenzend land ligt, onverminderd enige andere wijze van toezending overeengekomen tussen België en het land waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben. De betekening wordt geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangbewijs in de vormen die in dit artikel worden bepaald.

Heeft de betrokkene in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats, dan wordt de betekening gedaan aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt; is of wordt er geen vordering voor de rechter gebracht, dan geschiedt de betekening aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft of, indien hij geen woonplaats in België heeft, aan de procureur des Konings te Brussel .

De betekeningen mogen altijd aan de persoon worden gedaan, indien deze in België wordt aangetroffen.

De betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings is ongedaan indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het buitenland, kende.

 

ART. 41
Iedere betekening ten aanzien van de Koning met betrekking tot zijn domeinen wordt gedaan aan de persoon en aan het kabinet van de intendant of van de administrateur van zijn civiele lijst.

 

ART. 42
De betekeningen worden gedaan:

1° aan de Staat, [ op het kabinet van de minister die bevoegd is om er kennis van te nemen of op het kantoor van de door hem aangewezen ambtenaar ] of, indien het voorwerp voor het geschil behoort tot de bevoegdheid van de Senaat of de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan de griffie van de betrokken vergadering, onverminderd de in artikel 705 gestelde regels;

(W. 23.03.1999 - art. 2, § 1 - B.S. 27.03.1999)

2° aan de provincie, op de zetel van het provinciebestuur;

3° aan de gemeente, op het gemeentehuis;

4° aan openbare instellingen, instellingen van openbaar nut en stichtingen, op de zetel van hun bestuur;

5° aan vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, op de maatschappelijke zetel of, bij gebreke daarvan, de bedrijfszetel of, indien er geen is, aan de persoon of aan de woonplaats van een der beheerders, zaakvoerders of vennoten;

6° aan buitenlandse vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, op hun maatschappelijke zetel, op hun filiaal of op hun verblijfszetel in België;

7° aan in vereffening zijnde vennootschappen, op de maatschappelijke zetel of op de woonplaats van een der vereffenaars of, indien er geen vereffenaar is, aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de laatste maatschappelijke zetel gevestigd was.

[ ... ]

(Opgeheven W. 26.5.2003 - art. 3 - B.S. 16.7.2003)

 

ART. 43
Op straffe van nietigheid, moet het exploot van betekening door de optredende gerechtsdeurwaarder ondertekend zijn en vermelden:

1° de dag, de maand en het jaar, en de plaats van de betekening;

2° de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats en in voorkomend geval de hoedanigheid en de inschrijving in het handelsregister [ of het ambachtsregister ] van de persoon op wiens verzoek het exploot wordt betekend;

(W. 24.6.1970 - art. 1 - B.S. 21.8.1970)

3° de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats, en in voorkomend geval de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;

[ 4° de naam, voornaam en, bij voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon aan wie afschrift ter hand gesteld is, of in het geval bedoeld in artikel 38, § 1, het achterlaten van het afschrift, of in de gevallen bedoeld in artikel 40, de afgifte van het exploot op de post; ]

(W. 24.5.1985 - art. 3 - B.S. 12.6.1985)

5° de naam en de voornaam van de gerechtsdeurwaarder en het adres van zijn kantoor;

6° de omstandige opgave van de kosten der akte.

De persoon aan wie het afschrift wordt ter hand gesteld, tekent het origineel voor ontvangst. Weigert hij te tekenen, dan maakt de deurwaarder daarvan melding in het exploot.

 

ART. 44
Wanneer het afschrift niet aan de persoon zelf kan worden ter hand gesteld, wordt het afgegeven onder gesloten omslag, met de stempel van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder op de sluiting, de naam, de voornaam en de woonplaats van de geadresseerde en de vermelding "Pro Justitia-Dadelijk af te geven". Op de omslag mag geen andere vermelding voorkomen.

Van het vervullen van al die formaliteiten wordt melding gemaakt in het exploot en op het afschrift.

De afschriften van een exploot betreffende verscheidene personen met dezelfde woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, dezelfde verblijfplaats, worden evenwel niet onder gesloten omslag afgegeven indien de afgifte geschiedt aan een van die personen.

 

ART. 45
Het afschrift van het exploot moet, op straffe van nietigheid, alle vermeldingen van het origineel bevatten en door de gerechtsdeurwaarder getekend zijn.

 

ART. 46
[ § 1. In de gevallen die de wet bepaalt, zorgt het openbaar ministerie ervoor dat de kennisgeving bij gerechtsbrief geschiedt.

De gerechtsbrief wordt door de postdienst ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon, aan diens woonplaats, aan het politiecommissariaat, aan de burgemeester, aan een schepen of aan de ambtenaar die daartoe opdracht heeft, zoals bepaald is in de artikelen 33, 35, 37, § 1, en 39. De persoon aan wie de brief wordt ter hand gesteld, tekent het ontvangstbewijs, dat door de post aan de afzender wordt teruggezonden. Weigert die persoon te tekenen, dan maakt de postbeambte van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs.

De commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft, aan wie de gerechtsbrief ter hand is gesteld, neemt de nodige maatregelen opdat de gerechtsbrief binnen de kortst mogelijke tijd bij de betrokkene toekomt.

De terhandstellling van de gerechtsbrief aan de commissaris van politie, de burgemeester, de schepen of de ambtenaar die daartoe opdracht heeft, alsook de bezorging ervan aan de geadresseerde geschieden kosteloos.

§ 2. In de gevallen die de wet bepaalt, zorgt de griffier ervoor dat de kennisgeving bij gerechtsbrief geschiedt.

De gerechtsbrief wordt door de postdienst ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon of aan diens woonplaats zoals bepaald in de artikelen 33, 35 en 39. De persoon aan wie de brief wordt ter hand gesteld, tekent het ontvangstbewijs, dat door de post aan de afzender wordt teruggezonden. Weigert die persoon te tekenen, dan maakt de postbeambte van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs.

Ingeval de gerechtsbrief noch aan de geadresseerde in persoon noch aan diens woonplaats ter hand kan worden gesteld, laat de postbeambte een bericht achter dat hij is langsgekomen. De brief wordt gedurende acht dagen op het postkantoor in bewaring gehouden. Hij kan tijdens die termijn afgehaald worden door de geadresseerde in persoon of door de houder van een schriftelijke volmacht.

Wanneer evenwel de geadresseerde van de gerechtsbrief om de terugzending van zijn briefwisseling heeft verzocht of hij de bewaring ervan op het postkantoor heeft gevraagd, wordt de brief tijdens de periode die door het verzoek wordt gedekt, terug gezonden naar of bewaard op het adres dat de geadresseerde heeft aangewezen.

De aan een gefailleerde geadresseerde brief wordt aan de curator ter hand gesteld.

De Koning regelt de wijze waarop de leden 3 tot 5 worden toegepast.

§ 3. De Minister tot wiens bevoegdheid het bestuur der posterijen behoort, bepaalt het formaat en de dienstaanwijzingen die op de omslag en op het ontvangstbewijs moeten voorkomen.

Ligt de plaats van bestemming in het buitenland, dan wordt de gerechtsbrief vervangen door een ter post aangetekende brief, onverminderd de wijzen van overbrenging bij de internationale overeenkomsten bepaald.

§ 4. Wanneer een eisende of verzoekende partij zulks verlangt in het exploot van rechtsingang of in het verzoekschrift, hetzij schriftelijk en ten laatste op het ogenblik van de eerste verschijning voor de rechter, worden de kennisgevingen bij gerechtsbrief evenwel vervangen door betekeningen, verricht op verzoek van de partij wie de betekening toekomt. ]

(W. 24.5.1985 - art. 4 - B.S. 12.6.1985)

 

ART. 47
[ Geen betekening mag worden gedaan:

1° in een voor het publiek niet toegankelijke plaats, vóór zes uur 's morgens en na negen uur 's avonds;

2° op zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, behalve in spoedeisende gevallen en met verlof van de vrederechter, wanneer het een dagvaarding betreft in een zaak die voor hem moet worden gebracht, met verlof van de rechter die machtiging heeft verleend voor de akte, wanneer het een akte betreft waartoe voorafgaande machtiging is vereist, en in alle andere gevallen met verlof van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. ]

(W. 24.6.1970 - art. 2 - B.S. 21.8.1970)
 

rechtspraak:

•• Hof van Beroep te Gent, 7e Kamer – 4 juni 2007, RW 2008-2009, 119

samenvatting

a) Hij die een procedure opstart draagt niet de bewijslast van de naleving van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten voor een rechtsgeldige betekening van de gedinginleidende akte, daar deze vormvereisten geen feiten zijn in de zin van art. 870 Ger. W.

b) De loutere vaststelling dat, bij gebrek aan vermelding van het uur van betekening op het exploot van de gedinginleidende akte, niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat het exploot overeenkomstig art. 47, 1o, Ger. W. tussen zes uur en eenentwintig uur werd betekend, houdt geen bewijs in van een betekening buiten de wettelijk voorgeschreven uren, wat overigens niet tot de nietigheid van het betekeningsexploot zou kunnen leiden.

Tekst van het arrest

E. De V. heeft bij conclusie incidenteel beroep ingesteld tegen het vonnis a quo, dat het derdenverzet ontvankelijk verklaarde, zonder te antwoorden op zijn argumentatie met betrekking tot de onontvankelijkheid van het derdenverzet.

Ter zake herneemt E. De V. zijn voor de eerste rechter ontwikkelde argumentatie waarbij hij erop wijst dat het op 4 april 2003 betekende exploot van derdenverzet niet vermeldt op welk uur de betekening plaatsvond. Volgens E. De V. wordt de rechtbank daardoor in de onmogelijkheid geplaatst om na te gaan of het exploot in overeenstemming met art. 47, 1o, Ger. W. niet vóór zes uur ‘s morgens en na negen uur ‘s avonds werd betekend. Bij gebrek aan zekerheid over de rechtsgeldigheid van de betekening dient de vordering van de NV F.B. naar het oordeel van E. De V. niet ontvankelijk te worden verklaard.

...

Beoordeling

Rekening houdend met de aard en de mogelijke gevolgen van de door E. De V. reeds voor de eerste rechter opgeworpen exceptie, komt het raadzaam voor om eerst het incidenteel beroep te beoordelen.

Terecht merkt E. De V. op dat de eerste rechter deze reeds in de procedure a quo opgeworpen exceptie niet heeft beantwoord en het derdenverzet van de NV F.B. zonder meer ontvankelijk verklaarde.

...

E. De V. besluit tot de onontvankelijkheid van het derdenverzet omdat het op 4 april 2003 aan de woonplaats betekende exploot het uur van de betekening niet vermeldt en aldus niet kan worden nagegaan of dit met naleving van art. 47, 1o, Ger. W. werd betekend.

Nog volgens E. De V. dient de NV F.B. met toepassing van art. 870 Ger. W. het bewijs te leveren dat alle substantiële vormvereisten voor een rechtsgeldige betekening werden nageleefd, en wordt daaraan niet voldaan.

Het Hof stelt vast dat het ingeroepen art. 870 Ger. W. niet relevant is. Overeenkomstig deze bepaling dient iedere partij het bewijs te leveren van de feiten die zij aanvoert. Een partij die een procedure aanvat, dient niet het positief bewijs te leveren van de naleving van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten voor een rechtsgeldige betekening van de gedinginleidende akte. Of deze vormvereisten al of niet werden nageleefd blijkt immers uit de in deze gedinginleidende akte voorkomende vermeldingen zelf, zodat hieromtrent geen bijkomende bewijslast in aanmerking kan worden genomen.

De in de gedinginleidende akte voorkomende vermeldingen waaruit de naleving van de substantiële en/ of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten blijkt, maken overigens geen «feiten» uit in de zin van art. 870 Ger. W. Er anders over oordelen zou inhouden dat een partij die een procedure inleidt, naast de vermeldingen die de door de gerechtsdeurwaarder als beëdigd openbaar ambtenaar opgestelde gedinginleidende akte bevat, het bewijs zou dienen te leveren van bijvoorbeeld de datum waarop het exploot werd betekend, de concrete wijze van betekening, of de identiteit van de persoon aan wie het afschrift werd ter hand gesteld.

Ook het door E. De V. ingeroepen art. 47, 1o, Ger. W. verschaft geen rechtsgrond om tot de onontvankelijkheid van het op 4 april 2003 betekende exploot van derdenverzet te besluiten.

Het Hof stelt allereerst vast dat E. De V. enkel een vormgebrek en een mogelijke miskenning van het betekeningsverbod van art. 47, 1 o, Ger. W. aanvoert en niet bewijst dat de betekening niet tussen zes uur en eenentwintig uur heeft plaatsgevonden.

De enkele vaststelling dat bij gebrek aan vermelding van het uur op het exploot (zij het vormgebrek) niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat het exploot tussen zes uur en eenentwintig uur werd betekend, houdt geen bewijs in van een betekening buiten de wettelijk vastgestelde uren.

Het Hof stelt daarenboven vast dat op de niet-naleving van de bepaling van art. 47, 1o, Ger. W. – voor zover bewezen – geen enkele sanctie staat.

De gerechtsdeurwaarder die het betekeningsverbod van art. 47 Ger. W. negeert, begaat eventueel een beroepsfout die aanleiding kan geven tot een tuchtsanctie en/of tot schadevergoeding, maar op grond van de legaliteitstoets kan in beginsel geen nietigheid van het buiten de toegelaten uren betekend exploot worden uitgesproken (J. Laenens, K. Broeckx en D. Scheers, Handboek Gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2004, p. 328, nr. 671; A. Vandeplas, «Betekening op zaterdag», R.W. 1976-77, kol. 1834, nr. 1).

Ook in zoverre E. De V., zoals hij in conclusie overigens zelf benadrukt, geen nietigheid aanvoert maar een exceptie van onontvankelijkheid en ontoelaatbaarheid opwerpt, kan deze exceptie niet slagen.

De ontoelaatbaarheid zou immers enkel kunnen worden aangenomen in zoverre de bepaling van art. 47 Ger. W. – in geval van bewezen miskenning – een regel van rechterlijke organisatie uitmaakt (Cass. 30 oktober 1997, www.cass.be, nr. C960291N).

De enkele vaststelling dat art. 47 Ger. W. betrekking heeft op het optreden van een gerechtsdeurwaarder, maakt deze bepaling niet tot een regel van rechterlijke organisatie. Voormelde bepaling is immers enkel bedoeld om de persoonlijke vrijheid en de persoonlijke levenssfeer te vrijwaren tegen een ongepaste inmenging door een drager van de openbare macht (cf. Cass. 19 september 1996, R.W. 1997-98, 14). Deze bepaling beoogt aldus enkel de bescherming van private belangen en maakt als zodanig geen regel van rechterlijke organisatie uit waarvan de miskenning tot de ontoelaatbaarheid van de vordering zou kunnen leiden.

Gelet op het bovenstaande kan de door E. De V. opgeworpen exceptie niet worden aangenomen en komt het door de NV F.B. op 4 april 2003 betekende derdenverzet wel degelijk ontvankelijk voor.

Op dit punt dient het bestreden vonnis dan ook te worden bevestigd.

• Rechtbank van Koophandel te Dendermonde 2e Kamer – 16 juni 201, RW 2012-2013, 1547

Beoordeling

Eisende partijen vorderen verstek.Verwerende partij is niet verschenen.

Zelfs bij ogenschijnlijk rechtsgeldige betekeningen moet de rechter in voorkomend geval remediërend optreden, teneinde tegenspraak te waarborgen. Fictieve of zinloze en doelloze betekeningen moeten worden vermeden.

De eisende partij moet alles ondernemen wat redelijkerwijze gevergd kan worden teneinde te verzekeren dat de gedaagde partij daadwerkelijk op de hoogte wordt gebracht van de procedure in kwestie. Alles moet in het werk worden gesteld opdat de gedaagde partij haar verdediging in rechte zou kunnen voordragen.

Bij nazicht van de dagvaarding blijkt dat de maatschappelijke zetel van verwerende partij gelegen is op het adres van eerste eisende partij. Op die manier is er onvoldoende garantie voor een effectief contradictoir debat; eerste eisende partij laat de dagvaarding immers betekenen op een adres, waar zij zelf ingeschreven staat in de bevolkingsregisters.

Nochtans is tegenspraak, als afgeleide van het recht van verdediging, een fundamentele waarborg voor eerlijke procesvoering. Conform algemene rechtsbeginselen en fundamentele mensenrechtelijke waarborgen (art. 6 EVRM) dient een procespartij die in rechte wordt gedaagd, op de hoogte te worden gebracht van het feit dat tegen haar een procedure wordt ingesteld en tevens de gelegenheid te krijgen voor haar rechten op te komen, haar belangen te verdedigen en haar verdediging te organiseren.

Een en ander is niet zonder belang wegens de gevolgen die eisende partijen beogen met hun dagvaarding. Naast de bijeenroeping van een algemene vergadering vordert eerste eisende partij immers de veroordeling van verweerster tot betaling van een niet onaanzienlijke geldsom op grond van een beweerde rekening-courantverhouding.

Art. 34 Ger.W. bepaalt: “De betekening aan een rechtspersoon wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte is ter hand gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen”.

Art. 35, eerste lid Ger.W. bepaalt vervolgens: “Indien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een reechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel”.

Ondanks het ontbreken van specifieke sancties, was het de wil van de wetgever dat de gerechtsdeurwaarder rekening zou houden met de hiërarchie of volgorde van betekeningswijzen, zoals bepaald in het Gerechtelijk Wetboek.

In eerste instantie moet worden getracht de betekening aan de geadresseerde persoonlijk te doen. Dit houdt, specifiek voor wat rechtspersonen betreft, in dat getracht moet worden te betekenen aan het orgaan dat (ten tijde van deze betekening) bevoegd is om de rechtspersoon in rechte te vertegenwoordigen. Rechtspersonen, die geen stoffelijk bestaan kennen, verschijnen immers in rechte in de persoon van hun orgaan. Bijgevolg worden betekeningen aan een orgaan geacht te zijn gedaan aan de vennootschap.

Uit de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van (...) blijkt dat op een bijzondere algemene vergadering van verweerster, gehouden op 12 november 2009, als bestuurders werden aangesteld: 1) de Z.S. voor B. en B.; 2) de heer C.D.; 3) de heer E.K.

Aangenomen wordt dat de rechter ambtshalve alle nuttige maatregelen kan bevelen om de versteklatende partij de kans te geven alsnog voor hem te verschijnen.

De rechtbank verleent op heden dan ook geen verstek.

De rechtbank verlangt dat eisers de zittende bestuurders van de gedaagde partij, zoals hierboven aangehaald, zouden dagvaarden bij gerechtsdeurwaardersexploot.

Een dergelijk bevel tot herdaging is mogelijk indien er onvoldoende waarborgen zijn ter vrijwaring van het recht op een eerlijk proces (vgl. J. Laenens, “De doorwerking van het Europees gemeenschapsrecht in het procesrecht. De civiele rechtsingang in Europees perspectief”, RW 1995-96, (1172), p. 1178, nr. 36).


 

De gekozen woonplaats en het referentieadres: zie cassatie 19 april 2002:

Er mag niet betekend worden aan een referentieadres, behoudens indien hiermee het normdoel wordt bereikt. 


 

Door de betekening van het vonnis begint de termijn van verzet en beroep te lopen. Rechtsmiddelen zoals verzet en beroep dienen binnen deze termijn worden ingesteld. Deze termijn verschilt volgens de aard van de zaak.

 

Een verklaring van berusting is een geschrift waarin te kennen wordt gegeven dat men afziet van verhaal tegen de uitspraak en zich als het ware neerlegt bij de uitspraak in die zin dat men de uitspraak als definitief aanvaardt.

 

Een verklaring van berusting wordt meestal opgesteld om de kosten van een betekening te vermijden. Een partij heeft immers pas zekerheid dat haar vonnis definitief is van zodra de termijn verstreken is om een rechtsmiddel in te stellen. De termijn om een rechtsmiddel in te stellen loopt in de regel pas vanaf de betekening. Zonder betekening of berusting is men derhalve vaak niet zeker over het definitief karakter van de uitspraak.

Commentaar: 

Een betekening van een uittreksel van een vonnis is geen geldige betekening.

De betekening zoals omschreven in artikel 32, 1ste Ger.W. is de afgifte, het weze bij deurwaardersexploot door één van de in artikel 645 Wetboek strafvordering bedoelde personen, van een eensluidend en derhalve integraal afschrift van de betekende beslissing.

Wanneer de betekening geschiedt middels een uittreksel en niet met de volledige titel, geldt een en ander niet als een geldige betekening en begint de termijn om hoger beroep in te stellen niet in te gaan, zeker niet in die zaken waarbij de termijn om hoger beroep in te stellen, begint te lopen vanaf de betekening.

Een en ander is ondermeer van bijzonder belang bij een verstekvonnis. De termijn om hoger beroep in te stellen dan wel verzet tegen een verstekvonnis gaat niet in zonder regelmatige betekening van de beslissing.

Dus ook hier geldt dat onder betekening dient verstaan te worden de afgifte, bij deurwaarderexploot of door één van de in artikel 645 wetboek strafvordering genoemde personen van een eensluidend en bijgevolg integraal afschrift van de getekende beslissing.

Rechtspraak: Hof van Cassatie, 2de Kamer, 06.07.2012, AR p12.0671F, rechtskundig weekblad, 2013-2014, pagina 418.
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: za, 07/12/2013 - 04:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.