-A +A

Boswetboek

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Afkondiging: 
din, 19/12/1854
Publicatie: 
din, 12/12/1854
Tekst van de wetgeving: 

19 DECEMBER 1854. - BOSWETBOEK.

 
(NOTA : Titel XI, die de artikelen 120 tot 153 bevat is opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
(NOTA : de nederlandse tekst van deze wet werd vastgesteld bij de wet van 8 april 1969)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1988 en tekstbijwerking tot 14-01-2008) Zie wijziging(en)

Publicatie : 22-12-1854 nummer : 1854121950 bladzijde : 0
Inwerkingtreding : 01-01-1855

Titel 1. - Bosregeling. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt Titel 1 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Artikel 1. Onder de bosregeling vallen en overeenkomstig de bepalingen van deze wet worden beheerd :
1° De bossen die deel uitmaken van het Staatsdomein;
2° De bossen van gemeenten (...) en openbare instellingen; <W 08-04-1969, art. 2>
3° De bossen waarop de Staat, de gemeenten of de openbare instellingen samen met bijzondere personen onverdeelde eigendomsrechten hebben.
<NOTA 1 : voor het Waalse Gewest wordt een artikel 1, 3°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 3bis° In het Waalse Gewest, waarop de Staat, de gemeenten of de openbare instellingen met elkaar of samen met bijzondere personen onverdeelde eigendomsrechten hebben; " (DWG 16-09-1985, art. 1)>
<NOTA 2 : voor het Waalse Gewest wordt een artikel 1, 4° ingevoegd, luidend als volgt :
" 4° In het Waalse Gewest, de in 1°, 2°, 3°, en 3°bis bedoelde onbebouwde terreinen die van de bossen afhangen. " (DWG 16-09-1985, art. 1)>
<NOTA 3 : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 1 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++++++++++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
--------------------------

Art. 1bis. (WAALS GEWEST) <Ingevoegd bij DWG 16-09-1985, art. 2>
In het Waalse Gewest kunnen de bossen en onbebouwde terreinen van gemeenten of van openbare instellingen evenals diezelfde goederen waarop de gemeenten of de openbare instellingen onverdeelde eigendomsrechten hebben, niet vervreemd worden noch het voorwerp uitmaken van een wijziging in het genot zonder machtiging van de Executieve.
De in eerste lid bedoelde bossen en onbebouwde terreinen blijven, niettegenstaande elke vervreemding of wijziging in het genot, onder bosregeling behoudens machtiging van de Executieve.
--------------------------
Art. 1bis. (BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST) <Ingevoegd bij ORD 2003-11-27/44, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 21-12-2003>
De bossen, toebehorend aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die onder de toepassing van deze wet vallen, kunnen niet vervreemd worden dan bij ordonnantie.
Alle andere openbare bossen die onder de toepassing van deze wet vallen, kunnen niet vervreemd worden zonder machtiging van de Regering.
++++++++++++++++++++++++++

Art. 2. Van de bepalingen van artikel 1 zijn uitgezonderd de aan gemeenten (...) of openbare instellingen toebehorende kleine bossen de minder dan vijf hectaren beslaan en meer dan een kilometer verwijderd liggen van een bos dat onder de bosregeling valt. <W 08-04-1969, art. 1, 2° en 3°> <W 10-11-1972, art. 2, 1°>
De (Minister van Landbouw) kan die kleine bossen echter onder de bosregeling stellen op verzoek van de gemeenteraden of van de besturen van openbare instellingen. <W 08-04-1969, art. 1, 2° en 3°> <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 2 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 3. Bossen die aan bijzondere personen toebehoren, vallen niet onder de bosregeling, behoudens de verplichting voor de eigenaars zich te gedragen naar hetgeen deze wet te hunnen opzichte bepaalt. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 3 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Titel 2. - Bosbeheer.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
(VLAAMS OVERHEID)
Titel 2. - (Het Agentschap voor Natuur en Bos). <DVR 2007-12-07/51, art. 2, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 4. De organisatie van het bosbeheer, de wijze van benoeming van zijn ambtenaren en aangestelden, het bedrag van de wedden, vergoedingen en kosten worden bij koninklijk besluit geregeld binnen de grenzen van de hiernavolgende bepalingen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 4 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 4 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 5. De personeelsleden met de graad van houtvester en daarboven zijn ambtenaar van het bosbeheer. Zij worden benoemd en ontslagen door de Koning.
De Minister onder wiens gezag het bosbeheer staat, kan hen schorsen voor ten hoogste een jaar.
<NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 5 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 5. (WAALSE GEWEST)
<DWG 1995-04-06/81, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995> De Regering bepaalt de regels waarbij de ambtenaren van de administratie van het bosbeheer beschouwd worden als ambtenaren van het bosbeheer of aangestelden van het bosbeheer in de zin van dit Wetboek. Onder de aangestelden van het bosbeheer bepaalt hij die boswachter en bosbrigadier zijn.
+++++++++++++

Art. 6. De landmeters van het bosbeheer, de brigadiers en wachters van de staatsbossen worden benoemd en ontslagen door de Minister.
<NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 6 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
<NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 6 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 7. Het aantal wachters, vereist voor de bewaking van de bossen van gemeenten en openbare instellingen, wordt bepaald door de gemeenteraden of door de besturen van die instellingen.
Weigeren deze dit te doen of bepalen zij geen passend aantal wachters, dan beslist de (Minister van Landbouw), na de gemeenteraad of het bestuur van de instelling te hebben gehoord en het advies van de bestendige deputatie van de provincieraad te hebben ingewonnen. <W 08-04-1969, art. 1, 4°> <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 7 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 7 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 8. De in het vorige artikel bedoelde wachters worden door de Minister benoemd uit een dubbeltal, voorgedragen door de gemeenteraden of door de besturen van de instellingen. De Minister wint het advies van de bestendige deputatie in. Oordeelt deze dat de voorgedragen kandidaten de vereiste hoedanigheden niet bezitten, dan draagt zij er twee andere voor.
Indien de gemeenten (en de openbare instellingen) hun kandidaten niet voordragen binnen een maand na het ontstaan van de vacature, wordt de voordracht door de deputatie gedaan op verzoek van het bosbeheer, dat eveneens advies uitbrengt over de voorgedragen kandidaten. <W 10-11-1972, art. 2, 2°>
De deputatie brengt verslag uit binnen drie manden na dat verzoek. Na verloop van die termijn kan de Minister benoemen zonder voordracht.
Voor wachters belast met de bewaking van bossen die aan verscheidene gemeenten of openbare instellingen toebehoren, wordt de voordracht gedaan door elk van de betrokken besturen.
De wachters kunnen worden geschorst en afgezet door de Minister; tot afzetting kan hij echter niet besluiten dan na het advies van de betrokken gemeenteraden of instellingen te hebben ingewonnen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 8 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 8 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 9. Na de betrokken gemeenten of openbare instellingen en de bestendige deputatie van de provincieraad te hebben gehoord, beslist de Minister of er grond bestaat om de bewaking van bossen van die gemeenten of instellingen en van staatsbossen aan een enkele wachter op te dragen.
In dat geval behoort de benoeming aan de Minister. <NOTA : voor de Vlaamse Gemeenschap wordt artikel 9 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 9 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 10. Niemand kan een bediening bij het bosbeheer uitoefenen indien hij geen vijfentwintig jaar oud is.
De (Minister van Landbouw) kan echter in bijzondere gevallen ontheffing van het leeftijdsvereiste verlenen aan hen die volle eenentwintig jaar oud zijn. <W 08-04-1969, art. 1, 5°> <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 10 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 10 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 11. Vooraleer hun bediening te aanvaarden, leggen de ambtenaren en aangestelden van het bosbeheer voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats de volgende eed af : " Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. " Zij laten de akte van hun aanstelling en van hun beëdiging registreren ter griffie van de rechtbanken in welker rechtsgebied zij hun bediening moeten uitoefenen.
Wanneer zij slechts van verblijfplaats veranderen, hoeven zij de eed niet opnieuw af te leggen; worden zij echter in dezelfde hoedanigheid naar een ander gebied overgeplaatst, dan worden de akten van aanstelling en van beëdiging zonder kosten geregistreerd ter griffie van de rechtbanken van het nieuwe gebied.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 11. (VLAAMSE OVERHEID)
Vooraleer hun bediening te aanvaarden, leggen de ambtenaren en aangestelden van het (Agentschap voor Natuur en Bos, hierna het Agentschap te noemen) voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats de volgende eed af : " Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. " Zij laten de akte van hun aanstelling en van hun beëdiging registreren ter griffie van de rechtbanken in welker rechtsgebied zij hun bediening moeten uitoefenen. <DVR 2007-12-07/51, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
Wanneer zij slechts van verblijfplaats veranderen, hoeven zij de eed niet opnieuw af te leggen; worden zij echter in dezelfde hoedanigheid naar een ander gebied overgeplaatst, dan worden de akten van aanstelling en van beëdiging zonder kosten geregistreerd ter griffie van de rechtbanken van het nieuwe gebied.
++++++++++

Art. 12. De wachters van bossen en gemeenten en van openbare instellingen worden gelijkgesteld met de wachters van staatsbossen en staan onder het gezag van dezelfde ambtenaren. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 12 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 12 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 13. De wachters van bossen onder bosregeling zijn bevoegd om misdrijven die in bossen van bijzondere personen gepleegd zijn, vast te stellen, wanneer zij daartoe door de eigenaars worden aangezocht. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 13 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 14. De bediening bij het bosbeheer zijn onverenigbaar met enig ander ambt, behalve dat wachters en brigadiers van het bosbeheer kunnen worden benoemd tot veldwachter van een gemeente of tot veldwachter van bijzondere personen.
(lid 2 opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 6°>
(lid 3 opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 6°>
Leden van het personeel van het bosbeheer kunnen niet als deskundige optreden in boszaken waarbij de Staat betrokken is. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 14 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 14. (WAALSE GEWEST)
De bediening bij het bosbeheer zijn onverenigbaar met enig ander ambt, behalve dat wachters en brigadiers van het bosbeheer kunnen worden benoemd tot veldwachter van een gemeente of tot veldwachter van bijzondere personen.
(lid 2 opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 6°>
(lid 3 opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 6°>
(Ambtenaren van de administratie van het bosbeheer kunnen niet als deskundige optreden in boszaken waarbij het Gewest betrokken is.) <DWG 1995-04-06/81, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>
++++++++++

Art. 15. Het is de leden van het personeel van het bosbeheer verboden handel te drijven in hout, rechtstreeks of onrechtstreeks enige nijverheid uit te oefenen waarin hout als hoofdbestanddeel gebruikt wordt, of een herberg of drankgelegenheid te houden, een en ander op straffe van schorsing, en van afzetting in geval van herhaling. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 15 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 16. De ambtenaren van het bosbeheer mogen hun bloedverwanten in de rechte lijn, hun broeders, ooms of neven, of hun aanverwanten in dezelfde graad, niet onder hun onmiddellijk bevel hebben. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 16 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 16 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 17. De boswachters zijn aansprakelijk voor elke nalatigheid of overtreding in de uitoefening van hun bediening. Zij kunnen worden veroordeeld tot de geldboeten en vergoedingen verbonden aan de misdrijven die zij niet behoorlijk hebben vastgesteld. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 17 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 17 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 18. De ambtenaren van het bosbeheer dragen de in het vorige artikel bedoelde aansprakelijkheid, wanneer zij de daden van ontrouw, de overtredingen en de nalatigheden van hun onmiddellijke ondergeschikten niet hebben vastgesteld. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 18 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 18 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Art. 19. Het merk van de hamers waarvan de ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters zich bedienen voor het merken van delicthout en windworp en voor het merken van te sparen en te kappen hout, wordt neergelegd op de rechtbanken, te weten :
De merken van de bijzondere hamers waarvan de ambtenaren en wachters voorzien zijn, op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg in welker rechtsgebied zij hun bediening uitoefenen;
Het merk van de eenvormige koningshamer op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg en van de hoven van beroep. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 19 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 20. De wedden van de ambtenaren van het bosbeheer en van de boswachters belast met de bewaking van gemeentebossen, bossen van openbare instellingen en onverdeelde bossen, worden, zoals de wedden ten bezware van het domein, volledig betaald uit de Schatkist, die het bedrag ervan voorschiet.
De gemeenten, de openbare instellingen en de eigenaars dragen ieder jaar bij in de terugbetaling van die wedden, alsook van de kosten van beheer en bewaking, naar verhouding van de uitgestrektheid en de opbrengst van hun bossen.
De (Minister van Landbouw) bepaalt het aandeel van elke provincie, dat vervolgens door de bestendige deputatie over de belanghebbenden wordt omgeslagen. <W 08-04-1969, art. 1, 7°> <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 20 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 20. (WAALSE GEWEST)
<DWG 1996-07-18/48, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 01-01-1997> Alle verrichtingen van instandhouding en van beheer worden gedaan door de bosbeambten en -aangestelden.
++++++++++++++++

Art. 21. Alle verrichtingen van instandhouding en van beheer worden gedaan door de ambtenaren en aangestelden van het bosbeheer, zonder dat van de gemeenten, de openbare instellingen en de medeëigenaars andere kosten mogen worden geëist dan die van meting en hermeting in bossen waar deze verrichtingen nodig zijn.
De kosten van vervolging tot herstel van bosmisdrijven, waarin het bosbeheer in het ongelijk wordt gesteld, en de kosten die onverhaalbaar zijn wegens het onvermogen van de veroordeelden, blijven ten laste van de Staat.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 21. (VLAAMS GEWEST)
(Opgeheven) <DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
--------------------------
Art. 21. (WAALS GEWEST)
<DWG 1996-07-18/48, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 01-01-1997> § 1. Om de kosten te dekken van de in artikel 20 vermelde verrichtingen betalen de gemeenten, de openbare instellingen en de eigenaars van onverdeelde bossen een belasting naar verhouding van de uitgestrektheid en de opbrengst van hun bossen en wouden onder bosregeling.
§ 2. Deze belasting wordt vastgesteld op :
1° (3,69 euro) per hectare bos onder bosregeling op 1 januari 1995 en jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index der consumptieprijzen van 31 december van het vorige jaar; <DWG 2002-07-04/35, art. 8, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
2° 3 %van het jaarlijks netto-inkomen van de percelen onder bosregeling.
De Regering bepaalt de inningswijze ervan. Er wordt geen rekening gehouden met belastingen van minder dan (12,50 euro). <DWG 2002-07-04/35, art. 8, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 3. De gemeenten en de openbare instellingen worden vrijgesteld van de vaste belasting bedoeld in § 2, 1e lid, 1° :
1° voor wat betreft de door de Regering bepaalde sectoren waar de water- en bodembescherming voorrang heeft, onder de voorwaarde dat zij geen draineerwerken laten uitvoeren;
2° voor wat betreft de braakliggende gronden die sinds minder dan elf jaar bebost zijn overeenkomstig de door de Regering bepaalde voorwaarden.
++++++++++

Art. 22. (Opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 8°>

Art. 23. De opbrengst van de geldboeten wegens bosmisdrijven wordt, na aftrek van alle onverhaalbare kosten van vervolging en invordering, jaarlijks als vergoeding verdeeld onder de ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters, die hun dienst behoorlijk hebben vervuld. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 23 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990> <NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 23 opgeheven door DWG 1995-04-06/81, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 20-06-1995>

Titel 3. - Grensbepaling en afpaling. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt Titel 3 met bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 24. <Zie nota onder TITEL 3> Wanneer de Staat, een gemeente of een openbare instelling wil overgaan tot de algemene of gedeeltelijke grensbepaling van een bos, wordt deze verrichting twee maanden tevoren aangekondigd door bekendmaking en aanplakking in de gewone vorm en door plaatsing in een nieuwsblad van de provincie en van het arrondissement, indien er een bestaat.

Art. 25. <Zie nota onder TITEL 3> De aangelanden ten aanzien van wie de grenzen dienen te worden erkend en bepaald, worden twee maanden tevoren in kennis gesteld van de dag waarop de verrichting zal plaatshebben.
De kennisgeving bevat de aanwijzing van de af te palen eigendommen. Zij wordt zonder kosten verstrekt, op verzoek van het bosbeheer door een van zijn wachters indien het een staatsbos betreft, op verzoek van het college van burgemeester en schepenen of van het betrokken bestuur door de plaatselijke politieofficier of veldwachter indien het een bos van een gemeente of van een openbare instelling betreft.
De kennisgeving wordt gedaan aan de persoon of aan de woonplaats, indien de eigenaars wonen binnen het ambtsgebied van de overheid die met de kennisgeving belast is. (In het tegenovergestelde geval wordt zij aangetekend over de post, verzonden) <W 08-04-1969, art. 1, 9°>
De afgifte van de kennisgeving wordt vastgesteld door een proces-verbaal.

Art. 26. <Zie nota onder TITEL 3> Op de gestelde dag heeft de grensbepaling plaats, onverschillig of de aangelanden aanwezig zijn of niet.
Voor staatsbossen wordt zij verricht door de ambtenaren van het bosbeheer, voor bossen van gemeenten en openbare instellingen, onder toezicht van die ambtenaren, door de gemeenteoverheid of het bestuur van de instelling.
De medeëigenaars van onverdeelde bossen worden in alle gevallen opgeroepen overeenkomstig het vorige artikel.

Art. 27. <Zie nota onder TITEL 3> Indien de aangelanden aanwezig zijn en er geen moeilijkheden rijzen betreffende het bepalen van de grenzen, stelt het proces-verbaal de op tegenspraak gedane erkenning vast; het wordt ondertekend door de betrokken partijen en onderworpen aan de goedkeuring van de Koning voor staatsbossen, van de bestendige deputatie van de provincieraad voor bossen van gemeenten of openbare instellingen; na deze goedkeuring is de verrichting definitief en wordt zij openbaar gemaakt op de wijze bepaald in artikel 24.

Art. 28. <Zie nota onder TITEL 3> Indien de grensbepaling heeft plaatsgehad in afwezigheid van de aangelanden of van een van hen, wordt het proces-verbaal onmiddellijk ter secretarie neergelegd in een van de gemeenten waar het bos gelegen is. Een dubbel van dat proces-verbaal wordt neergelegd ter griffie van het provinciebestuur; aan de afwezige eigenaars wordt van deze neerlegging kennis gegeven in de vorm bepaald in artikel 25. Gedurende zes maanden te rekenen van de dag waarop die kennisgeving is gedaan, kan ieder belanghebbende van het proces-verbaal inzage nemen en verzet doen.
Bij gebreke van verzet binnen zes maanden verklaart de Koning dan wel de bestendige deputatie of het proces-verbaal van grensbepaling goedgekeurd is, en de verklaring wordt openbaar gemaakt zoals in het vorige artikel is voorgeschreven. Het goedgekeurde proces-verbaal geldt als titel voor de tienjarige en de twintigjarige verjaring.

Art. 29. <Zie nota onder TITEL 3> Zodra het proces-verbaal van grensbepaling goedgekeurd is, verrichten de ambtenaren van het bosbeheer of, onder hun toezicht, de gemeenten en instellingen die eigenaar zijn, de afpaling in aanwezigheid of althans na behoorlijke oproeping van de betrokken partijen.

Art. 30. <Zie nota onder TITEL 3> Indien er een geschil rijst hetzij tijdens de verrichtingen, hetzij ten gevolge van verzet door een aangelande gedaan binnen de in artikel 28 bepaalde tijd, wordt het door de betrokken partijen voor de bevoegde rechtbank gebracht en wordt de afpaling tot na de beslissing uitgesteld.
Indien er een geschil rijst na de afpaling, moet de aangelande die de afpaling door de rechter doet vernietigen, de kosten ervan dragen.

Titel 4. - Bosbedrijfsregeling. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt titel 4 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 31. <Zie nota onder TITEL 4> Alle bossen onder bosregeling zijn onderworpen aan een bij (ministerieel besluit) bepaalde bedrijfsregeling. <W 08-04-1969, art. 1, 10°>
De bedrijfsregeling voor bossen van gemeenten en openbare instellingen kan echter niet tegen de wil van de eigenaar worden gewijzigd dan op overeenkomstig advies van de bestendige deputatie van de provincieraad.

Art. 32. <zie nota onder TITEL 4> De besluiten van gemeenten of openbare instellingen tot bepaling of wijziging van een bedrijfsregeling worden voor advies van het bosbeheer en aan de bestendige deputatie van de provincieraad gezonden, alvorens aan de goedkeuring van de (Minister van Landbouw) te worden onderworpen. <W 08-04-1969, art. 1, 11°>

Art. 33. <Zie nota onder TITEL 4> Er mag, (zonder een bijzonder ministerieel besluit), geen buitengewone kap en geen verkoop of exploitatie van hout boven de door de bedrijfsregeling bepaalde gewone kappen plaatshebben, op straffe van nietigheid van de verkopen, behoudens het verhaal van de kopers, indien daartoe grond bestaat, tegen hen die de kap bevolen of toegestaan hebben. <W 08-04-1969, art. 1, 12°> <W 10-11-1972, art. 2, 3°>
Indien die buitengewone exploitaties zonder vergunning zijn gedaan door de inwoners van de gemeenten, worden deze geacht een misdrijf te hebben begaan en uit dien hoofde vervolgd.

Art. 34. <Zie nota onder TITEL 4> Indien door een buitengewone kap vooruitgelopen wordt op de gewone kappen, kunnen deze gedurende de volgende jaren in zodanige mate verminderd worden als in het (ministerieel besluit) zal worden bepaald, totdat de toestand opnieuw in overeenstemming is met de bedrijfsregeling. (W 08-04-1969, art. 1, 13°>

Art. 35. <Zie nota onder TITEL 4> De eigendom van gemeentebossen is niet vatbaar voor verdeling onder de inwoners.
Wanneer echter twee of meer gemeenten een bos onverdeeld bezitten, behoudt elke gemeente het recht de verdeling ervan te vorderen.

Titel 5. - Veiling van te kappen hout. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt titel 5 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Afdeling 1. - Algemene bepalingen. <Zie nota onder TITEL 5>

Art. 36. <Zie nota onder TITEL 5> Het hout van een gewone of buitengewone kap in een bos onder bosregeling mag slechts in openbare veiling worden verkocht.
Dag, uur en plaats van de veiling worden ten minste vijftien dagen tevoren bekendgemaakt door aanplakking op de gewone plaatsen.
(Voor het Waalse Gewest wordt artikel 36 door de volgende bepaling vervangen : "Art. 36. Het hout van een gewone of buitengewone kap in een bos onder bosregeling mag slechts in openbare veiling worden verkocht.
Dag, uur en plaats van de veiling worden ten minste vijftien dagen tevoren bekendgemaakt door elke gebruikelijke bekendmaking aangepast aan de omvang van de verkoop. De regering bepaalt de voorschriften voor een verplichte bekendmaking." <DWG 1996-07-18/49, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 14-09-1996>)

Art. 37. <Zie nota onder TITEL 5> Elke verkoop die anders dan in openbare veiling geschiedt, wordt als een geheime verkoop beschouwd en nietig verklaard.
Ambtenaren en beambten die de verkoop bevelen of houden, worden hoofdelijk veroordeeld tot geldboete van driehonderd frank tot drieduizend frank.
De koper wordt tot dezelfde geldboete veroordeeld.
(Voor het Waalse Gewest wordt artikel 37 door de volgende bepaling vervangen : "Art. 37. In afwijking van artikel 36 kan een onderhandse verkoop plaatsvinden onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden indien zij betrekking heeft op een der volgende onderwerpen :
1° de kappingen waarvoor geen voldoend aanbod bekomen werd tijdens de twee openbare veilingen die gehouden werden volgens de in artikel 36 voorgeschreven procedure;
2° de windworp in de reeds geveilde kappingen wanneer hij aangeboden wordt aan de koper ervan;
3° de bomen die hoogdringend moeten worden gekapt wegens sanitaire of veiligheidsredenen;
4° het delicthout;
5° de kappingen van weinig waarde;
6° andere bosprodukten dan hout;
7° de voor wetenschappelijk onderzoek bestemde bossen." <DWG 1996-07-18/49, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 14-09-1996>)

Art. 38. <Zie nota onder TITEL 5> Vernietigd wordt eveneens elke verkoop, zelfs in openbare veiling gedaan, die niet voorafgegaan is door de voorgeschreven bekendmakingen en aanplakkingen, of die gehouden is vóór het bepaalde uur, of op een andere dag, of op andere plaatsen dan vermeld op de aanplakbiljetten of in de processen-verbaal van uitstel van de verkoop.
Ambtenaren of beambten die deze bepalingen overtreden, worden hoofdelijk veroordeeld tot geldboete van driehonderd frank tot drieduizend frank.
De koper wordt, in geval van verstandhouding met de overtreder, tot dezelfde geldboete veroordeeld.
(Voor het Waalse Gewest wordt artikel 38 door de volgende bepaling vervangen : "Art. 38. Elke verkoop die plaatsvindt in overtreding van artikelen 36 of 37 of die gehouden is op een ander ogenblik of een andere plaats dan vermeld in de bekendmaking, wordt nietig verklaard.
Ambtenaren of beambten die de in artikelen 36 en 37 bepalingen overtreden, worden veroordeeld tot een geldboete van driehonderd frank tot drieduizend frank.
De koper wordt, in geval van verstandhouding met de overtreder, tot dezelfde geldboete veroordeeld." <DWG 1996-07-18/49, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 14-09-1996>)

Art. 39. <Zie nota onder TITEL 5> Alle in de loop van de veiling gerezen geschillen over de geldigheid van op- of afbiedingen of over de gegoedheid van bieders en borgen worden onmiddellijk beslist door de ambtenaar die de veiling voorzit.

Art. 40. <Zie nota onder TITEL 5> Iedere koper moet, (op het ogenblik van de koop), op staande voet de in de veilingsvoorwaarden voorgeschreven borgen stellen. <W 10-11-1972, art. 2, 4°>
De koper die deze borgstelling niet doet, verliest zijn recht op het gekochte; er wordt onmiddellijk tot een nieuwe verkoop overgegaan.
De koper die zijn recht heeft verloren, is verplicht het verschil te betalen tussen zijn prijs en de lagere prijs van de nieuwe verkoop; het meerdere kan hij niet opeisen.

Art. 41. <Zie nota onder TITEL 5> Geen opgave van lastgever wordt aanvaard, behalve indien zij op staande voet onmiddellijk na de toewijzing wordt gedaan.

Art. 42. <Zie nota onder TITEL 5> De kopers zijn verplicht op het ogenblik van de verkoop woonplaats te kiezen in de gemeente waar de veiling plaatsheeft; doen zij dit niet, dan worden alle latere akten op geldige wijze betekend aan de secretarie van die gemeente.

Art. 43. <Zie nota onder TITEL 5> Elk proces-verbaal van toewijzing geldt als titel voor dadelijke uitwinning tegen de kopers, alsook tegen de vennoten en de borgen, die hoofdelijk instaan voor de betaling van de prijs zowel als van de kosten, schadevergoeding, teruggave en geldboeten waartoe de koop aanleiding kan geven tegen de koper.

Art. 44. <Zie nota onder TITEL 5> Wanneer de exploitatie wordt aanbesteed van een overeenkomstig een recht van gebruik of een recht op brandhout te verrichten kap of van een andere kap, worden de in de artikelen 36, 37 en 38 voorgeschreven vormen in acht genomen; overtreding wordt gestraft met geldboete van vijftig frank tot tweehonderd frank.
De aannemer wordt, in geval van verstandhouding met de overtreder, gestraft met dezelfde geldboete en verliest bovendien de prijs van het werk dat hij reeds heeft uitgevoerd.

Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen betreffende onverdeelde bossen. <Zie nota onder TITEL 5>

Art. 45. <Zie nota onder TITEL 5> <W 10-11-1972, art. 1, 1°> Het is de medeëigenaars verboden een gewone of een buitengewone kap, een exploitatie of een verkoop te doen, op straffe van geldboete van driehonderd tot drieduizend frank. Alle aldus gedane verkopen zijn nietig en het gekapte hout wordt in natura of in geld teruggegeven.

Art. 46. <Zie nota onder TITEL 5> <W 10-11-1972, art. 1, 1°> De onverdeelde houtopstand wordt op dezelfde wijze verkocht als die van het domein en de verkoopprijs wordt in dezelfde kas gestort. Iedere medeëigenaar ontvangt zijn aandeel in de opbrengst van de verkoop, alsook van de teruggave en schadevergoeding, na aftrek van de kosten van meting, veiling, beheer en bewaking.

Afdeling 3. - Bijzondere bepalingen betreffende bossen van gemeenten en openbare instellingen. <Zie nota onder TITEL 5>

Art. 47. <Zie nota onder TITEL 5> De gemeenteraden en de besturen van openbare instellingen beslissen dat hout van kappen in natura ter beschikking zal worden gesteld als brandhout voor de inwoners en voor de dienst der instellingen of dat het, geheel of gedeeltelijk zal worden verkocht. Hun besluit behoeft de goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad.

Art. 48. <Zie nota onder TITEL 5> De verkoop wordt gedaan door de zorg van het college van burgemeester en schepenen of van het bestuur van de openbare instelling, in aanwezigheid van een ambtenaar van het bosbeheer of van een gemachtigd boswachter, en overeenkomstig de veilingsvoorwaarden vastgesteld door de bestendige deputatie van de provincieraad. Die verkoop is eerst definitief na goedkeuring door dat college.
(Voor het Waalse Gewest wordt artikel 48 door de volgende bepaling vervangen : "Art. 48. § 1. De verkoop van bossen van gemeenten en openbare instellingen wordt gedaan door de zorg van het college van burgemeester en schepenen of van het bestuur van de openbare instelling, in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het bosbeheer, en overeenkomstig de veilingsvoorwaarden vastgesteld door de bestendige deputatie van de provincieraad.
Het bosbeheer geeft een advies over de verkoop aan de gemeenten en aan de openbare instellingen. Zodra zij voor het eerst erom gevraagd worden, moeten het college van burgemeester en schepenen of het bestuur van de openbare instelling alle door het bosbeheer gevraagde informaties verlenen. Het bosbeheer beschikt over een termijn van tien werkdagen om zijn advies te geven. Na deze termijn wordt het advies als gunstig beschouwd. De termijn van tien dagen begint op de dag waarop het verkoopdossier of, in voorkomend geval, de door het bosbeheer gevraagde inlichtingen verstuurd worden.
§ 2. Binnen tien werkdagen na de ontvangst van het advies van het bosbeheer verstuurt het college van burgemeester en schepenen of het bestuur van de openbare instelling de beslissing betreffende de verkoop ter informatie aan het bosbeheer indien de beslissing overeenstemt met zijn advies.
Indien de beslissing niet overeenstemt met het advies van het bosbeheer, verstuurt het college van burgemeester en schepenen of het bestuur van de openbare instelling de beslissing betreffende de verkoop ter goedkeuring aan de bestendige deputatie van de provincieraad binnen tien werkdagen na de ontvangst van het advies van het bosbeheer.
Het besluit van de bestendige deputatie wordt aan de verkoper en aan het bosbeheer bekendgemaakt binnen vijftien werkdagen na de toezending van de beslissing.
Indien de bekendmaking van dit besluit niet binnen deze termijn plaatsvindt, wordt de verkoop geacht goedgekeurd te zijn." <DWG 1996-07-18/49, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 14-09-1996>)

Art. 49. <Zie nota onder TITEL 5> De gemeenteraad of de instelling die verkoopt kan, onder dezelfde goedkeuring, de met de verkoop of de ontvangst belaste en in het besluit speciaal aangewezen ambtenaar machtigen om de koper voor wier gegoedheid hij instaat, van de verplichting tot borgstelling te ontslaan.

Art. 50. <Zie nota onder TITEL 5> De kappen, in bossen van gemeenten en openbare instellingen te verrichten ten behoeve van de brandhoutgerechtigde inwoners of van die instellingen, hebben eerst plaats na de terbeschikkingstelling door de ambtenaren van het bosbeheer.
De exploitatie wordt door een bijzondere aannemer gedaan; voor kappen in gemeentebossen echter, kan zij geschieden onder de waarborg van drie gegoede inwoners die door de gemeenteraad gekozen en door het bosbeheer erkend zijn.
Indien de gemeenteraad het evenwel geraden acht het voor de brandhoutgerechtigden bestemde hout op stam te verdelen, kan hij daartoe door de (Minister van Landbouw) gemachtigd worden na advies van de bestendige deputatie van de provincieraad. <W 08-04-1969, art. 1, 14°>
Het (Ministerieel besluit) regelt de aansprakelijkheid van de exploitanten voor wanbedrijven en overtredingen gepleegd gedurende de exploitatie, indien het gemeenteraadsbesluit dienaangaande geen behoorlijke regeling bevat. <W 08-04-1969, art. 1, 14°>
Indien geen (ministerieel besluit) genomen wordt binnen veertig dagen te rekenen van de dag waarop het gemeenteraadsbesluit bij het provinciebestuur is ingekomen, is dit besluit uitvoerbaar. <W 08-04-1969, art. 1, 14°>

Titel 6. - Exploitaties. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt titel 6 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 003; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Afdeling 1. - Algemene bepalingen. <Zie nota onder TITEL 6>

Art. 51. <Zie nota onder TITEL 6> De kopers mogen, op straffe van strafrechtelijke vervolging, de exploitatie van het te kappen hout niet beginnen zonder een kapvergunning verstrekt door een daartoe gemachtigd ambtenaar van het bosbeheer.

Art. 52. <Zie nota onder TITEL 6> Iedere koper kan een lasthebber of koopwachter aanstellen, die door de plaatselijke ambtenaar van het bosbeheer erkend en door de vrederechter beëdigd wordt. Die koopwachter is bevoegd om zowel in de kavels als binnen de hoorwijdte van de bijlslag, proces-verbaal op te maken. De processen-verbaal zijn aan dezelfde vormen onderworpen als die van de boswachters (en er wordt op dezelfde wijze gevolg aan gegeven); zij leveren bewijs op tot het tegendeel bewezen is. <W 10-11-1972, art. 2, 6°>
De koopwachter mag geen bloed- of aanverwant van de gebiedswachter of van de plaatselijke ambtenaren zijn in de bij artikel 16 bepaalde graad.
De hoorwijdte van de bijlslag reikt voor stamhout tot 250 meter en voor hakhout tot 125 meter, te rekenen van de grens van de kap.
In een uitkap waarvan de grenzen niet vastgesteld zijn, of wanneer het voor exploitatie aangewezen hout windworp of delicthout is, wordt de hoorwijdte van de bijlslag voor elke tot levering gemerkte boom bepaald door een cirkel met een straal van 250 meter, te meten vanaf de voet van elke gevelde of te vellen boom.

Art. 53. Elke koper van stamhout is gehouden, op straffe van geldboete van vijftig frank, bij de plaatselijke ambtenaar van het bosbeheer en ter griffie van de rechtbank van het arrondissement het merk neer te leggen van de hamer die bestemd is om de stammen van zijn koop te merken.
De koper en zijn vennoten mogen niet meer dan één hamer hebben voor dezelfde koop en er geen ander hout mee merken dan daarvan afkomstig is, op straffe van geldboete van tweehonderd frank. Bij kleinere verkopingen echter, kunnen de veilingsvoorwaarden de kopers van die verplichting ontslaan.

Art. 54. <Zie nota onder TITEL 6> De koper is verplicht alle als te sparen gemerkte of aangewezen bomen, hoe ook aangeduid, onaangeroerd te laten, zelfs wanneer er meer zijn dan vermeld in het proces-verbaal van merking van het te sparen en het te kappen hout; wederrechtelijk gekapte bomen kunnen niet worden gecompenseerd door niet te sparen bomen die de koper zou hebben laten staan.
Wanneer te sparen bomen door de wind of door enig ander toeval zijn gebroken of omgeworpen, moet de koper ze ter plaatse laten liggen en terstond de plaatselijke ambtenaar van het bosbeheer waarschuwen, opdat andere bomen als te sparen zullen worden gemerkt, en proces-verbaal zal worden opgemaakt.
Wanneer, bij verkoop van uitkaphout, windworp of delicthout, niet gemerkte bomen geveld of weggenomen zijn, waarschuwt de koper eveneens de ambtenaar van het bosbeheer.
De aanwezigheid van het merk met de hamer van het bosbeheer op de stam of op de stronk van de gevelde boom aangebracht, is het enige middel waardoor de koper de levering van de boom kan bekomen.

Art. 55. <Zie nota onder TITEL 6> De koper draagt zorg dat te sparen bomen niet beschadigd worden door de val van te kappen bomen, op straffe van schadevergoeding.
Wanneer een gevelde boom is blijven hangen op een te sparen boom, mag de koper deze niet vellen dan nadat een ambtenaar van het bosbeheer ter plaatse is geweest en de schade die het vellen van de te sparen boom zal meebrengen, in der minne of door deskundigen is geschat.
De gevelde of gebroken bomen mogen aan de koper niet gegeven worden als vergoeding voor de bomen die ter vervanging zijn gemerkt, tenzij hij bewijst dat hij alle voorzorgen genomen heeft om ongevallen te vermijden. Wordt dit bewijs niet geleverd, dan worden zij als windworp beschouwd en in de gewone vorm verkocht.

Art. 56. <Zie nota onder TITEL 6> De koper mag geen hout hakken of weghalen vóór zonsopgang of na zonsondergang, op straffe van geldboete van vijftig frank.

Art. 57. <Zie nota onder TITEL 6> Het is de koper, op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank, verboden hout van zijn koop op stam te schillen of te ontschorsen, tenzij het proces-verbaal van toewijzing dit uitdrukkelijk toestaat.

Art. 58. <Zie nota onder TITEL 6> Elke overtreding van de veilingsvoorwaarden betreffende de wijze van kappen en exploiteren van het hout en het schoonmaken van de kapvlakte wordt gestraft met geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank.

Art. 59. <Zie nota onder TITEL 6> Er mag geen put of oven voor houtskool, geen werkplaats of keet worden gemaakt, behalve op de plaatsen aangewezen bij proces-verbaal van de ambtenaren van het bosbeheer of van de door hen gemachtigde wachters, op straffe, voor de koper, van geldboete van vijftig frank voor iedere put, oven, keet of werkplaats die met overtreding van deze bepaling gemaakt is.

Art. 60. <Zie nota onder TITEL 6> Het hout wordt vervoerd langs de wegen die daarvoor gewoonlijk gebruikt worden, zonder dat de kopers er nieuwe mogen maken. Zo nodig kunnen de ambtenaren van het bosbeheer andere wegen aanwijzen. Overtreding van deze bepaling wordt gestraft met geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank.

Art. 61.<Zie nota onder TITEL 6> Het gekochte hout moet, op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank, gekapt en opgeruimd worden binnen de door de veilingsvoorwaarden gestelde termijnen tenzij de kopers een termijnverlenging verkregen hebben van het bosbeheer.

Art. 62. <Zie nota onder TITEL 6> Indien de kopers verzuimen het hun bij de veilingsvoorwaarden opgelegde werk binnen de gestelde termijnen te verrichten, wordt dit op hun kosten uitgevoerd door de zorg van de ambtenaren van het bosbeheer, met machtiging van de Minister voor staatsbossen en van de bestendige deputatie van de provincieraad voor bossen van gemeenten of openbare instellingen. De Minister of de deputatie stelt vervolgens de staten van kosten vast en verklaart ze uitvoerbaar tegen de kopers. De betaling van de kosten wordt vervolgd op dezelfde wijze als die van de koopprijs.

Art. 63. <Zie nota onder TITEL 6> Het is de kopers, hun werklieden en lasthebbers verboden elders dan in hun keten of werkplaatsen vuur te maken, op straffe van geldboete van tien frank tot honderd frank.

Art. 64. <Zie nota onder TITEL 6> De kopers mogen in hun kavels geen ander hout leggen dan daarvan afkomstig is, op straffe van geldboete van vijftig frank tot vijfhonderd frank.

Art. 65. <Zie nota onder TITEL 6> Indien er tijdens de exploitatie of de opruiming proces-verbaal wordt opgemaakt van enig misdrijf of exploitatiegebrek, kan het beheer er gevolg aan geven vóór het tijdstip van de schouwing.
Indien met een eerste proces-verbaal niet kan worden volstaan en daarop nog geen vonnis gewezen is, kunnen de ambtenaren van het bosbeheer bij de schouwing een nieuw proces-verbaal van de wanbedrijven en overtredingen opmaken.

Art. 66. <Zie nota onder TITEL 6> De kopers en hun borgen zijn, vanaf de kapvergunning en totdat zij ontslagen zijn, aansprakelijk voor elk bosmisdrijf dat in hun kavels en binnen de hoorwijdte van de bijlslag gepleegd wordt, indien hun lasthebbers of koopwachters daarvan geen verslag doen; de verslagen moeten binnen acht dagen, te rekenen van het misdrijf, worden ter hand gesteld aan de ambtenaar van het bosbeheer.
Die verslagen ontslaan de kopers van hun aansprakelijkheid slechts voor zover zij geldig zijn en de schuldige aanwijzen of, bij gebreke van zodanige aanwijzing, doen blijken van voldoende pogingen om hem te ontdekken.

Art. 67. <Zie nota onder TITEL 6> De kopers en hun borgen zijn aansprakelijk voor de geldboeten en teruggaven opgelegd wegens wanbedrijven en overtredingen die in de kavel of binnen de hoorwijdte van de bijlslag gepleegd zijn door de lasthebbers, koopwachters, werklieden, houthakkers, voerlieden en alle andere personen in dienst van de kopers.

Art. 68. <Zie nota onder TITEL 6> De aannemers van de exploitatie, hetzij van een in natura ter beschikking te stellen kap, hetzij van een kap die de eigenaars wensen te verkopen na de veiling, gedragen zich naar al hetgeen aan de kopers is voorgeschreven ten aanzien van de exploitatie, het werk en het opruimen van de kap; in geval van wanbedrijf of overtreding dragen zij dezelfde aansprakelijkheid en worden zij gestraft met dezelfde straffen.

Afdeling 2. - Bepalingen die alleen op gemeentebossen van toepassing zijn. <Zie nota onder TITEL 6>

Art. 69. <Zie nota onder TITEL 6> De verdeling en de uitdeling van brandhout, timmerhout en boerengeriefhout onder de inwoners worden door de gemeenteraad geregeld volgens het aantal haardsteden, dit is het aantal gezinshoofden die een afzonderlijke huishouding hebben en sedert ten minste een jaar hun woonplaats hebben in de gemeente (...) die eigenaar is van het bos. <W 08-04-1969, art. 1, 15°>
Indien er bezwaar wordt ingebracht, wordt beslist overeenkomstig artikel 77 van de wet van 30 maart 1836.

Titel 7. - Hermeting en schouwing. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest worden titel 7 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 70. <Zie nota onder TITEL 7> Vóór of tijdens de schouwing wordt de kapvlakte hermeten door een andere landmeter van het bosbeheer dan degene die de eerste meting verricht heeft.
Van de dag en het uur van die verrichting wordt aan de koper kennis gegeven bij een akte, die ten minste tien dagen tevoren aan de gekozen woonplaats betekend wordt. De koper kan op eigen kosten een landmeter te zijner keuze bijroepen om de hermeting bij te wonen; indien hij geen gebruik maakt van dat recht of niet verschijnt, wordt het proces-verbaal van hermeting geacht op tegenspraak te zijn opgemaakt.

Art. 71. <Zie nota onder TITEL 7> Indien uit het proces-verbaal van hermeting blijkt dat er overmaat is, betaalt de koper de waarde daarvan naar evenredigheid van de koopprijs.
Is er ondermaat, dan wordt de koper in dezelfde verhouding vergoed, nadat hij ontslagen is.
De landmeters kunnen tot schadevergoeding worden aangesproken voor alle vergissingen die zij begaan hebben, wanneer het verschil ten minste een twintigste van de kapvlakte bedraagt.

Art. 72. <Zie nota onder TITEL 7> In bossen van gemeenten of openbare instellingen is de hermeting niet verplicht. Wordt zij zonder grond (gevorderd door een van de partijen), dan draagt deze alleen de kosten ervan. <W 10-11-1972, art. 2, 7°>
In het andere geval komen de kosten ten laste van beide partijen.

Art. 73. <Zie nota onder TITEL 7> Elke kap wordt geschouwd binnen twee maanden, te rekenen van de dag waarop de termijn voor de opruiming verstreken is.
Na verloop van deze twee maanden kan de koper het beheer in gebreke stellen door een buitengerechtelijke akte, die betekend wordt aan de plaatselijke ambtenaar van het bosbeheer; indien het beheer geen schouwing gedaan heeft binnen een maand na die betekening, is de koper bevrijd.

Art. 74. <Zie nota onder TITEL 7> Aan de koper wordt tien dagen tevoren zonder kosten, kennis gegeven van de dag en het uur waarop de schouwing zal plaatshebben; indien hij niet verschijnt en de ambtenaren van het bosbeheer aanleiding vinden tot het vaststellen van wanbedrijven of overtredingen te zijnen laste, wordt een tweede schouwing gehouden, waartoe hij wordt opgeroepen bij een akte, die hem tien dagen tevoren op zijn kosten betekend wordt aan de gekozen woonplaats, en die dag en uur van de nieuwe schouwing vermeldt. Indien hij niet verschijnt of zich niet doet vertegenwoordigen, wordt het proces-verbaal van de tweede schouwing geacht op tegenspraak te zijn opgemaakt.

Art. 75. <Zie nota onder TITEL 7> Indien buiten de hoek- en grensbomen enige overschrijding of aantasting van recht heeft plaatsgehad, indien sedert de veiling enige verandering is gebracht aan de kapvlakte, indien buiten de grenzen ervan een boom of een stuk bos is gekapt, worden de kopers veroordeeld tot een geldboete die gelijk is aan de waarde van het hout dat niet in de veiling begrepen was, en tot een gelijk bedrag als teruggave.
Is het feit bedrieglijk gepleegd, dan wordt de geldboete verdubbeld en kunnen de schuldigen bovendien veroordeeld worden tot gevangenisstraf van ten hoogste een maand indien de geldboete 150 frank bedraagt of minder, en van ten hoogste zes maanden indien de geldboete dit bedrag te boven gaat.
De ambtenaren van het bosbeheer of de overheidspersonen die deze overschrijdingen, toevoegingen of veranderingen toegestaan of gedoogd hebben, worden gestraft met de in het vorige lid bepaalde straf, onverminderd de toepassing, indien daartoe grond bestaat, van de straffen bij het Strafwetboek gesteld op daden van ontrouw, knevelarij of machtsmisbruik.

Art. 76. <Zie nota onder TITEL 7> De kopers die niet alle te sparen bomen vertonen, worden veroordeeld tot de in artikel 157 bepaalde geldboete en vergoeding.

Art. 77. <Zie nota onder TITEL 7> De bepalingen van de vier vorige artikelen zijn van toepassing op de aannemers van de exploitatie van een kap.

Art. 78. <Zie nota onder TITEL 7> Indien er geen wetsovertreding vastgesteld wordt en indien het proces-verbaal van schouwing geen moeilijkheden oplevert, ontslaat het beheer de koper ten aanzien van de exploitatie.
Wordt dit ontslag niet verleend binnen een maand na het proces-verbaal, dan is de koper van rechtswege bevrijd.

Titel 8. - Veiling en terbeschikkingstelling, van eikeloogst, varkensweide, bosvoeder, windworp, delicthout en andere bosprodukten. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest worden titel 8 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 79. <Zie nota onder TITEL 8> (De voor de veiling van houtkappen) voorgeschreven vormen moeten, op straffe van nietigheid, in acht worden genomen voor de veilingen van eikeloogst, varkensweide, bosvoeder, windworp, delicthout en andere veilingen van geringe waarde. <W 10-11-1972, art. 2, 8°>
De ambtenaren en beambten, alsook de verkrijger, die deze voorschriften overtreden, worden in de gevallen van de artikelen 37 en 38 veroordeeld tot geldboete van dertig frank tot driehonderd frank.
(Voor het Waalse Gewest worden in artikel 79, lid 2, de woorden "de artikelen 37 en 38" vervangen door de woorden "artikel 38" <DWG 1996-07-18/49, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 14-09-1996>)

Art. 80. <Zie nota onder TITEL 8> Hij aan wie het recht is toegewezen, mag in de bossen geen groter aantal varkens binnenbrengen dan in de akte van toewijzing bepaald is, op straffe van de in artikel 168 gestelde geldboete per wederrechtelijk binnengebracht dier.

Art. 81. <Zie nota onder TITEL 8> Indien de varkens worden aangetroffen buiten de in de akte van toewijzing aangegeven bossen of toegangswegen, worden de in artikel 168 bepaalde straffen tegen de verkrijger uitgesproken.
In geval van herhaling wordt de verkrijger gestraft met dubbele geldboete en de (hoeder) veroordeeld tot gevangenisstraf van vijf dagen tot vijftien dagen. <W 10-11-1972, art. 2, 9°>

Art. 82. <Zie nota onder TITEL 8> De eikeloogst duurt ten hoogste drie maanden. Het tijdstip van de opening en van de sluiting wordt elk jaar door het bosbeheer vastgesteld. De opening mag echter niet geschieden voor 15 oktober en de sluiting niet na 15 februari.

Art. 83. <Zie nota onder TITEL 8> De gemeenten en de openbare instellingen kunnen met goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad de eikeloogst en het bosvoeder openbaar verkopen, ter beschikking stellen voor hun kudden, of er op enige andere wijze over beschikken.
Hetzelfde geldt ten opzichte van windworp en andere kleine produkten van hun bossen.

Titel 9. - Gebruiksrechten. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest worden TITEL 9 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de gebruiksrechten in het algemeen. <Zie nota onder TITEL 9>

Art. 84. <Zie nota onder TITEL 9> In de bossen van de Staat, van gemeenten of van openbare instellingen worden voortaan geen gebruiksrechten, van welke aard en onder welk voorwendsel ook, meer verleend.

Art. 85. <Zie nota onder TITEL 9> Elk bos kan bevrijd worden van alle gebruiksrechten op hout, behalve op dood hout, door overdracht van een deel van het bos in eigendom, en van alle andere gebruiksrechten, zoals veeweide, eikeloogst en varkensweide, door betaling van een billijke en voorafgaande schadeloosstelling.

Art. 86. <Zie nota onder TITEL 9> Een rechtsvordering tot eigendomsoverdracht of tot afkoop kan alleen door de eigenaar worden ingesteld.
Van een ingestelde vordering kan evenwel niet worden afgezien dan met instemming van de gebruikers.
De vordering omvat alle rechten die aan dezelfde gebruikers in een zelfde bos toekomen. Bezitten zij rechten van beide in het vorige artikel genoemde soorten tegelijk, dan zijn al die rechten begrepen in de rechtsvordering tot eigendomsoverdracht.

Art. 87. <Zie nota onder TITEL 9> De uitoefening van de gebruiksrechten kan altijd worden beperkt naar gelang van de staat en het opbrengstvermogen van de bossen en kan slechts geschieden overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de gebruiksrechten op hout alleen. <Zie nota onder TITEL 9>

Art. 88. <Zie nota onder TITEL 9> Gebruikers die recht hebben op houtleveringen, mogen het hout eerst nemen nadat het te hunner beschikking gesteld is. Gebruikers die recht hebben op het dode hout, mogen slechts het dorre hout nemen dat op de grond ligt; voor de bomen op stam waarvan kruin en wortels volkomen verdord zijn, moeten zij de terbeschikkingstelling vragen.

Art. 89. <Zie nota onder TITEL 9> De exploitatie van kappen die ter beschikking gesteld zijn van gebruikers, wordt openbaar aanbesteed. Zij geschiedt overeenkomstig de bepalingen van titel VI.
Het aan de aannemers opgelegde gewone werk, alsook de vergoedingen voor het meten van de kapvlakte en voor andere exploitatiekosten, zijn ten laste van de gebruikers.

Art. 90. <Zie nota onder TITEL 9> Het is de gebruikers verboden het hout dat hun ter beschikking is gesteld, te verkopen, te ruilen of weg te schenken, het te vervoeren naar of op te slaan op een andere plaats dan waarvoor het gebruiksrecht geldt, en er een andere bestemming aan te geven dan waarvoor het gebruiksrecht verleend is, op straffe van verbeurdverklaring ten voordele van de eigenaar van het bos, en van geldboete van twintig frank tot honderd frank wanneer het brandhout betreft, van veertig frank tot tweehonderd frank wanneer het timmerhout of boerengeriefhout betreft.

Art. 91. <Zie nota onder TITEL 9> Het brandhout en het andere hout moeten door de gebruikers worden weggehaald binnen de termijn door de bestendige deputatie van de provincieraad bepaald. Na verloop van die termijn is het hout voor de eigenaar.

Art. 92. <Zie nota onder TITEL 9> Het timmerhout moet gebruikt worden binnen twee jaar na de terbeschikkingstelling, behoudens verlenging van de termijn door de bestendige deputatie indien daartoe aannemelijke redenen bestaan. Na die termijn kan de eigenaar van het bos over het niet gebruikte hout beschikken, en kan de gebruiksgerechtigde die de overtreding heeft begaan, veroordeeld worden tot geldboete van tien frank tot vijftig frank.

Afdeling 3. - Bepalingen van toepassing op de rechten van veeweide, eikeloogst en varkensweide. <Zie nota onder TITEL 9>

Art. 93. <Zie nota onder TITEL 9> De gebruikers hebben het genot van hun rechten van veeweide, eikeloogst en varkensweide slechts voor dieren die ze voor eigen gebruik houden, niet voor dieren waarin zij handel drijven.

Art. 94. <Zie nota onder TITEL 9> De gebruikers kunnen de in het vorige artikel vermelde rechten slechts uitoefenen in bossen die door het bosbeheer tegen veeschade bestand zijn verklaard, ongeacht de leeftijd of de soort van het hout en niettegenstaande enige titel of (enig) bezit daarmee in strijd. <W 10-11-1972, art. 2, 11°>

Art. 95. <Zie nota onder TITEL 9> Het recht van eikeloogst en varkensweide kan alleen overeenkomstig artikel 82 uitgeoefend worden.

Art. 96. <Zie nota onder TITEL 9> Het bosbeheer bepaalt, volgens de rechten van de gebruikers, hoeveel varkens tot de varkensweide en hoeveel stuks vee tot de veeweide kunnen worden toegelaten.

Art. 97. <Zie nota onder TITEL 9> Elk jaar, vóór 1 maart wat de veeweide betreft, en vóór 15 september wat de varkensweide of de eikeloogst betreft, doet het bosbeheer de tegen veeschade bestand verklaarde bossen, het aantal tot de vee- of varkensweide toegelaten dieren en de duur van de klauwengang aan de gebruikers kennen.
De gemeenteraden bepalen, behoudens beroep bij de bestendige deputatie van de provincieraad en bij de Koning, hoeveel dieren iedere gebruiker in de gemene kudde mag plaatsen.
De colleges van burgemeester en schepenen maken die twee beslissingen zonder verwijl bekend in de gebruiksgerechtigde gemeenten.

Art. 98. <Zie nota onder TITEL 9> De dieren mogen slechts langs door de ambtenaren van het bosbeheer aangewezen wegen naar de vee- of varkensweide gaan of ervan terugkeren.
(Lopen die wegen door bossen die niet tegen veeschade bestand zijn, dan) kunnen deze, op gemene kosten van de eigenaar en van de gebruikers, door sloten of op enige andere wijze afgescheiden worden om de dieren erbuiten te houden. <W 10-11-1972, art. 2, 12°>

Art. 99. <Zie nota onder TITEL 9> <W 10-11-1972, art. 1, 2°> De kudden van elke gemeente (of deel van gemeente) moeten worden gedreven door één of meer gemeenschappelijke hoeders, door de gemeenteoverheid aan te stellen. De inwoners van de gebruiksgerechtigde gemeenten die hun varkens of hun vee onder afzonderlijke hoede drijven of doen drijven, worden gestraft met geldboete van 2 frank per dier.
De varkens of het vee van elke gebruiksgerechtigde gemeente (of gebruiksgerechtigd deel van gemeente) vormen een afzonderlijke kudde waarin geen varkens of vee van een andere gemeente (of deel van gemeente) mogen worden opgenomen, op straffe van geldboete van 5 frank tot 10 frank ten laste van de hoeder, en van gevangenis van vijf dagen tot tien dagen in geval van herhaling.

Art. 100. <Zie nota onder TITEL 9> Alle tot de veeweide toegelaten dieren dragen een bel om de hals en hebben een bijzonder merk, dat verschilt (voor elke gemeente of deel van gemeente) : van dit merk wordt een afdruk ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg neergelegd. <W 10-11-1972, art. 1, 3°>

Art. 101. <Zie nota onder TITEL 9> Het is de gebruikers verboden, niettegenstaande enige titel of enig bezit hiermee in strijd, geiten of schapen te drijven of te doen drijven in de bossen of op de erbij behorende gronden, op straffe van de in artikel 168 bepaalde geldboete ten laste van de eigenaar, en van tien frank geldboete en vijf dagen tot tien dagen gevangenis ten laste van de hoeders of herders.

Art. 102. <Zie nota onder TITEL 9> De bepalingen van deze afdeling, met uitzondering van artikel 100, zijn toepasselijk op het recht van veeweide en van varkensweide dat gemeenten en openbare instellingen in hun eigen bossen uitoefenen.

Titel 10. - Politie en instandhouding van de bossen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest worden titel 10 en bijhorende artikelen opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 103. <Zie nota onder TITEL 10> In staatsbossen mag alleen krachtens een wet, in bossen van gemeenten en openbare instellingen alleen op hun verzoek en krachtens een koninklijk besluit gerooid worden, op straffe van geldboete van driehonderd frank tot zeshonderd frank per hectare hakhout en van vijfhonderd frank tot tweeduizend frank per hectare hooghout of middelhout, ten laste van hen die de rooiing bevolen of uitgevoerd hebben. Het bosbeheer wordt bij het veroordelend vonnis gemachtigd om het gerooide terrein binnen twee jaar te doen herbebossen.

Art. 104. <Zie nota onder TITEL 10> Blijven de overtreders in gebreke het gerooide gedeelte te herbebossen binnen de termijn van twee jaar, te rekenen van de aanmaning die het bosbeheer krachtens het vonnis heeft gedaan, dan voorziet dit beheer daarin op hun kosten. De invordering van die kosten wordt vervolgd op dezelfde wijze als de invordering van het bedrag van de andere veroordelingen.

Art. 105. <Zie nota onder TITEL 10> In staatsbossen mag alleen gebrand worden met vergunning van de Minister, in bossen van gemeenten of openbare instellingen alleen met vergunning van de bestendige deputatie van de provincieraad, verleend op advies van het bosbeheer; dit voorschrift geldt niet voor het eik- en hakhout, door het bosbeheer aangewezen.
In geval van meningsverschil tussen de bestendige deputatie en het bosbeheer beslist de (Minister van Landbouw). <W 08-04-1969, art. 1, 18°>

Art. 106. <Zie nota onder TITEL 10> Hij die met overtreding van het vorige artikel een bosterrein brandt, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig frank tot honderd frank per gebrande hectare, onverminderd verbeurdverklaring van de gewonnen vruchten en veroordeling wegens beschadiging van stronken of bomen door ijzeren tuigen of door vuur.

Art. 107. <Zie nota onder TITEL 10> Steen, zand, erts, aarde of graszoden, turf, heide, berm, gras, groene of dorre bladeren, op de bodem van de bossen aanwezige meststoffen, eikels, beukenoten en andere bosvruchten of -zaden mogen niet worden uitgegraven of weggehaald dan met toestemming van de eigenaar, onverminderd de bij wet en verordening vereiste vergunningen.
De toestemming van de gemeenten en van de openbare instellingen behoeft bovendien de goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad, het bosbeheer gehoord.
Uitgraving of weghaling in strijd met de vorige bepalingen wordt bestraft als volgt :
Voor elke wagen of stortkar, met tien frank tot dertig frank per voorgespannen dier;
Voor elke lastdiervracht, met vijf frank tot tien frank;
Voor elke mansvracht, met twee frank tot vijf frank.
De schuldigen kunnen bovendien veroordeeld worden tot gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen.

Art. 108. <Zie nota onder TITEL 10> Het recht van het bestuur van bruggen en wegen om plaatsen aan te wijzen waar uitgravingen van bouwstoffen voor openbare werken moeten geschieden, blijft onverkort; de aannemers zijn niettemin gehouden de vergoedingen te betalen als naar recht en de bij wet of verordening in dezen voorgeschreven vormen in acht te nemen.

Art. 109. <Zie nota onder TITEL 10> Alle gebruikers die in geval van brand weigeren hulp te verlenen in de bossen waarin zij gebruiksrechten hebben, kunnen die rechten voor ten minste een jaar en ten hoogste vijf jaar verbeuren, onverminderd de in artikel (422ter) van het Strafwetboek bepaalde straffen. <W 08-04-1969, art. 1, 19°>

Art. 110. <Zie nota onder TITEL 10> (De artikelen 36 en 37, eerste en derde lid, van het Veldwetboek zijn van toepassing op de randbomen van de bossen.) <W 08-04-1969, art. 1, 20°>
De aangelanden kunnen zich echter op de bepaling van (voornoemd artikel 37) betreffende het snoeien niet beroepen ten aanzien van bomen die meer dan dertig jaar oud zijn op het tijdstip van de bekendmaking van deze wet. <W 08-04-1969, art. 1, 20°>
Snoeiing zonder toestemming van de eigenaar van het bos wordt gestraft als wederrechtelijke kapping.

Art. 111. <Zie nota onder TITEL 10> Zonder vergunning van de (Minister van Landbouw) mag voortaan geen tijdelijke of blijvende kalk- of gipsoven, geen steen- of pannenbakkerij worden opgericht in de bossen bij artikel 1 onder de bosregeling gesteld of op minder dan 250 meter afstand ervan, op straffe van geldboete van zesentwintig frank tot driehonderd frank en van sloping van die inrichtingen. <W 08-04-1969, art. 1, 21°>

Art. 112. <Zie nota onder TITEL 10> Het is eveneens verboden zonder vergunning van de (Minister van Landbouw) een woning op palen, een keet, een barak of een loods op te richten in die bossen of op minder dan 250 meter afstand ervan, behalve daar waar een kapping aan de gang is, op straffe van geldboete van veertig frank en van sloping. <W 08-04-1969, art. 1, 22°>

Art. 113. <Zie nota onder TITEL 10> Voortaan mogen zonder vergunning van de (Minister van Landbouw) geen huizen, hoeven of aanhorigheden gebouwd worden op minder dan 100 meter afstand van de rand van die bossen, op straffe van sloping.
Huizen of hoeven die thans bestaan, mogen echter behouden, hersteld en herbouwd worden zonder vergunning. <W 08-04-1969, art. 1, 23°>

Art. 114. <Zie nota onder TITEL 10> Het slopen van gebouwen en inrichtingen, waartoe krachtens de drie vorige artikelen bevel wordt gegeven, geschiedt binnen een maand, te rekenen van de betekening van het vonnis waarbij de sloping is bevolen.

Art. 115. <Zie nota onder TITEL 10> Bewoners van huizen of hoeven die thans binnen een afstand van 100 meter liggen of waarvan de bouw krachtens artikel 113 is toegestaan, mogen zonder bijzondere vergunning van de (Minister van Landbouw) geen werkplaats voor het bewerken van hout, geen werf of opslagplaats voor hout, houtskool of as, bestemd voor de handel, vestigen, op straffe van geldboete van veertig frank en verbeurdverklaring van het hout, de houtskool en de as. <W 08-04-1969, art. 1, 24°>

Art. 116. <zie nota onder TITEL 10> Geen houtzagerij mag zonder vergunning van de (Minister van Landbouw) worden opgericht binnen de bossen, bij artikel 1 onder de bosregeling gesteld, en op minder dan 250 meter afstand ervan, op straffe van geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank en van sloping binnen een maand te rekenen van de betekening van het vonnis waarbij de sloping is bevolen. <W 08-04-1969, art. 1, 25°> <W 10-11-1972, art. 2, 13°>

Art. 117. <Zie nota onder TITEL 10> De bepalingen van de artikelen 113, 115 en 116 zijn niet van toepassing op huizen en fabrieken die deel uitmaken van steden, dorpen of gehuchten (waar een aantal woningen bij elkaar staan). <W 08-04-1969, art. 1, 26°>

Art. 118. <Zie nota onder TITEL 10> Een vergunning verleend krachtens de artikelen 111, 112, 115 en 116 kan door de (Minister van Landbouw) ingetrokken worden wanneer de houder meer dan tweemaal wegens bosmisdrijven is veroordeeld.
De krachtens artikel 113 verleende vergunning kan in hetzelfde geval worden ingetrokken op overeenkomstig advies van de bestendige deputatie van de provincieraad. <W 08-04-1969, art. 1, 27°>

Art. 119. <Zie nota onder TITEL 10> De fabrieken, loodsen en andere inrichtingen waarvoor, krachtens de artikelen 111, 112, 115 of 116 vergunning verleend is, en de keten of werkplaatsen binnen de kappen tot exploitatie mogen betreden worden door de ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters, die er zonder bijstand van een openbaar officier alle opsporingen mogen doen, op voorwaarde dat zij ten minste met tweeën zijn of dat de ambtenaar of de boswachter vergezeld is van twee in de gemeente woonachtige getuigen.

Titel 11. - <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999>. Rechtspleging inzake misdrijven gepleegd in bossen onder bosregeling.

Afdeling 1. - <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 199, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Vervolging van misdrijven.

Art. 120. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Het bosbeheer is belast met de vervolging tot herstel van alle wanbedrijven en overtredingen gepleegd in de bossen die onder de bosregeling vallen, zowel wat de toepassing van de straffen als wat de daaruit volgende teruggave en de schadevergoeding betreft.
De vervolging wordt in naam van het bosbeheer uitgeoefend door de ambtenaren van het bosbeheer, onverminderd de desbetreffende bevoegdheid van het openbaar ministerie.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 120. (VLAAMSE OVERHEID)
++++++++++
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Het (Agentschap) is belast met de vervolging tot herstel van alle wanbedrijven en overtredingen gepleegd in de bossen die onder de bosregeling vallen, zowel wat de toepassing van de straffen als wat de daaruit volgende teruggave en de schadevergoeding betreft. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
De vervolging wordt in naam van het bosbeheer uitgeoefend door de ambtenaren van het (Agentschap), onverminderd de desbetreffende bevoegdheid van het openbaar ministerie. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 121. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999>. De ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters sporen de wan bedrijven en overtredingen in bos- en jachtzaken op en stellen ze dag voor dag vast door processen-verbaal, te weten : de ambtenaren in het gehele gebied waarvoor zij aangesteld zijn, de boswachters in het arrondissement van de rechtbank waarbij zij beëdigd zijn.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 121. (VLAAMS OVERHEID)
++++++++++
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999>. De ambtenaren van het (Agentschap) en de boswachters sporen de wan bedrijven en overtredingen in bos- en jachtzaken op en stellen ze dag voor dag vast door processen-verbaal, te weten : de ambtenaren in het gehele gebied waarvoor zij aangesteld zijn, de boswachters in het arrondissement van de rechtbank waarbij zij beëdigd zijn. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 122. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee, alsook de werktuigen, voertuigen en gespannen van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij kunnen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen, niet betreden dan in aanwezigheid van de (rechter in de politierechtbank), van de burgemeester of van de politiecommissaris.<W 10-10-1967, art. 3>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 122. (WAALS GEWEST)
<DWG 1987-11-26/32, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 21-02-1988> De ambtenaren en boswachters zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee, alsook de werktuigen, voertuigen, gespannen, motorrijtuigen en bromfietsen (,rijwielen of ski's) van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij kunnen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen niet betreden dan in aanwezigheid van de vrederechter, van de burgemeester of van de politiecommissaris.
<DWG 1995-02-16/44, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1996>
+++++++++++++
Art. 122. (VLAAMS OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het (Agentschap) en de boswachters zijn gemachtigd om het in overtreding aangetroffen vee, alsook de werktuigen, voertuigen en gespannen van de schuldige in beslag te nemen en in bewaring te stellen. Zij volgen de door de schuldige weggenomen voorwerpen tot in de plaatsen waar deze heengebracht zijn en stellen ze eveneens in bewaring. Zij kunnen echter de huizen, gebouwen, binnenplaatsen en omheinde erven die eraan palen, niet betreden dan in aanwezigheid van de (rechter in de politierechtbank), van de burgemeester of van de politiecommissaris. <W 10-10-1967, art. 3> <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 123. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De in het vorige artikel genoemde ambtenaren mogen desgevorderd niet weigeren de ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters op staande voet te vergezellen. Zij zijn bovendien gehouden het proces-verbaal van de inbewaringstelling of van de in hun aanwezigheid verrichte opsporing te tekenen; indien zij weigeren, maakt het personeelslid van het bosbeheer daarvan melding in zijn proces-verbaal.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 123. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De in het vorige artikel genoemde ambtenaren mogen desgevorderd niet weigeren de ambtenaren van het (Agentschap) en de boswachters op staande voet te vergezellen. Zij zijn bovendien gehouden het proces-verbaal van de inbewaringstelling of van de in hun aanwezigheid verrichte opsporing te tekenen; indien zij weigeren, maakt het personeelslid van het bosbeheer daarvan melding in zijn proces-verbaal. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 124. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters vatten iedere onbekende die op heterdaad betrapt wordt en geleiden hem voor de (rechter in de politierechtbank), de burgemeester of de politiecommissaris. <W 10-10-1967, art. 3>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 124. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het (Agentschap) en de boswachters vatten iedere onbekende die op heterdaad betrapt wordt en geleiden hem voor de (rechter in de politierechtbank), de burgemeester of de politiecommissaris. <W 10-10-1967, art. 3 <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
+++++++++

Art. 125. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Elke vreemdeling die op heterdaad betrapt wordt bij het plegen van een bosmisdrijf, kan aangehouden, ter beschikking van de procureur des Konings gesteld en op een door de onderzoeksrechter verleend bevel tot bewaring vastgehouden worden, totdat hij keuze van woonplaats in het Rijk gedaan heeft, de opgelegde geldboete in handen van de ontvanger der domeinen gestort is of de betaling ervan op (een) andere wijze verzekerd is. Indien de zaak niet binnen vijftien dagen aanhangig is gemaakt bij de rechtbank, wordt de verdachte in vrijheid gesteld. <W 10-11-1972, art. 2, 14°>
Wanneer op het misdrijf gevangenisstraf is gesteld, blijft de verdachte onderworpen aan de algemene regels van de strafvordering.

Art. 126. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het bosbeheer en de boswachters hebben het recht het optreden van de openbare macht rechtstreeks te vorderen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen in boszaken, alsook tot opsporing en inbeslagneming van het hout dat wederrechtelijk gekapt dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht is.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 126. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het (Agentschap) en de boswachters hebben het recht het optreden van de openbare macht rechtstreeks te vorderen tot beteugeling van wanbedrijven en overtredingen in boszaken, alsook tot opsporing en inbeslagneming van het hout dat wederrechtelijk gekapt dan wel bedrieglijk verkocht of gekocht is. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 127. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> <W 30-01-1924, art. 5> De wachters dagtekenen en ondertekenen hun processen-verbaal, op straffe van nietigheid.

Art. 128. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> (Opgeheven) <W 30-01-1924, art. 5>

Art. 129. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Wanneer het proces-verbaal een inbeslagneming inhoudt, wordt binnen vierentwintig uren een uitgifte ervan neergelegd ter griffie (van de politierechtbank) om meegedeeld te kunnen worden aan hen die de in beslag genomen voorwerpen terugvorderen. <W 10-10-1967, art. 3>

Art. 130. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> (Op aanvraag van iedere belanghebbende kan de politierechtbank) voorlopige opheffing van het beslag verlenen, onder verplichting om de kosten van de inbewaringstelling te betalen en borg te stellen. Indien de gegoedheid van de borg betwist wordt, beslist de (politierechtbank). <W 10-10-1967, art. 5>

Art. 131. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Indien het in beslag genomen vee binnen vijf dagen na de inbewaringstelling niet wordt teruggevorderd of indien er geen borg gesteld wordt, beveelt (de politierechtbank) de veiling op de naastbijgelegen markt. Die veiling geschiedt door de zorg van de ontvanger der domeinen, die ze vierentwintig uren tevoren bekendmaakt. <W 10-10-1967, art. 3>
De kosten van de inbewaringstelling en van de veiling worden begroot door (de politierechtbank) en afgehouden van de opbrengst; het overschot blijft in handen van de ontvanger der domeinen. <W 10-10-1967, art. 3>
Indien de terugvordering van het in beslag genomen vee verworpen wordt bij gebreke van borgstelling of indien het vee eerst na de veiling teruggevorderd wordt, heeft de eigenaar recht op teruggave van de netto-opbrengst van de verkoop, na aftrek van alle kosten, ingeval het vonnis die teruggave beveelt. Van die prijs houdt de ontvanger het bedrag af van de veroordelingen, uitgesproken wegens het misdrijf dat tot het beslag aanleiding heeft gegeven. <W 10-10-1967, art. 3>

Art. 132. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> (Opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 28°>

Art. 133. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De dagvaarding moet, op straffe van nietigheid, afschrift van het proces-verbaal (...) inhouden. <W 08-04-1969, art. 1, 29°>

Art. 134. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Bij vervolging namens het bosbeheer kunnen de boswachters dagvaarden en exploten betekenen. Zij zijn niet bevoegd om beslag tot tenuitvoerlegging te doen.
De vergoeding wordt begroot zoals voor de akten van de (gerechtsdeurwaarders). <W 08-04-1969, art. 1, 30°>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 134. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Bij vervolging namens het (Agentschap) kunnen de boswachters dagvaarden en exploten betekenen. Zij zijn niet bevoegd om beslag tot tenuitvoerlegging te doen. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
De vergoeding wordt begroot zoals voor de akten van de (gerechtsdeurwaarders). <W 08-04-1969, art. 1, 30°>
++++++++++

Art. 135. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het bosbeheer hebben het recht de zaak voor de rechtbank uiteen te zetten en worden gehoord tot staving van hun conclusie.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 135. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren van het (Agentschap) hebben het recht de zaak voor de rechtbank uiteen te zetten en worden gehoord tot staving van hun conclusie. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
++++++++++

Art. 136. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Wanbedrijven of overtreding in boszaken worden bewezen, hetzij door regelmatige en genoegzame processen-verbaal, hetzij door getuigen.

Art. 137. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Een proces-verbaal, opgemaakt en getekend door twee ambtenaren van het bosbeheer of boswachters, geldt, indien het regelmatig is, als bewijs van de materiële feiten betreffende de daarin vastgestelde wanbedrijven en overtredingen, zolang het niet van valsheid beticht is.
Gevangenisstraf kan evenwel niet als hoofdstraf worden uitgesproken dan voor zover de beklaagde tot het leveren van het tegenbewijs is toegelaten.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 137 (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Een proces-verbaal, opgemaakt en getekend door twee ambtenaren van het (Agentschap) of boswachters, geldt, indien het regelmatig is, als bewijs van de materiële feiten betreffende de daarin vastgestelde wanbedrijven en overtredingen, zolang het niet van valsheid beticht is. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
Gevangenisstraf kan evenwel niet als hoofdstraf worden uitgesproken dan voor zover de beklaagde tot het leveren van het tegenbewijs is toegelaten.
++++++++++

Art. 138. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Een regelmatig proces-verbaal, opgemaakt door één ambtenaar of één wachter, geldt eveneens als bewijs zolang het niet van valsheid beticht is, indien het wanbedrijf of de overtreding geen veroordeling tot meer dan honderd frank geldboete of schadevergoeding kan meebrengen. Wanneer het misdrijf een zwaardere geldelijke veroordeling of een gevangenisstraf kan meebrengen, geldt het proces-verbaal zolang het tegendeel niet bewezen is.

Art. 139. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Een proces-verbaal dat niet geldt als bewijs zolang het niet van valsheid beticht is kan door alle wettelijke bewijzen gestaafd en bestreden worden.

Art. 140. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De beklaagde die het proces-verbaal van valsheid wil betichten, moet zulks op de griffie van de rechtbank verklaren vóór de in de dagvaarding bepaalde terechtzitting.
Die verklaring wordt gedaan en getekend door de beklaagde of door zijn gemachtigde, voorzien van een bijzondere en authentieke volmacht, en ontvangen door de griffier van de rechtbank; ingeval de persoon die verschijnt niet kan tekenen, wordt daarvan uitdrukkelijk melding gemaakt.
Op de voor de rechtzitting bepaalde dag verleent de rechtbank akte van de verklaring en stelt een termijn vast van ten minste drie dagen en ten hoogste acht dagen waarbinnen de beklaagde ter griffie opgave moet doen van zijn middelen tot bewijs van de valsheid, alsook van de naam, de hoedanigheid en de verblijfplaats van de getuigen die hij wil horen.
Na verloop van die termijn neemt de rechtbank, zonder dat een nieuwe dagvaarding nodig is, de middelen tot bewijs van de valsheid aan, indien zij de gevolgen van het proces-verbaal teniet kunnen doen en de valsheidsprocedure wordt voortgezet overeenkomstig de wet.
In het tegenovergestelde geval, of indien de beklaagde de hierboven voorgeschreven vormen niet in acht heeft genomen, verklaart de rechtbank dat er geen grond is om de middelen tot bewijs van de valsheid aan te nemen en beveelt dat tot berechting van de zaak zal worden overgegaan.

Art. 141. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De beklaagde tegen wie een verstekvonnis is gewezen waartegen verzet aangetekend is, kan zijn verklaring tot betichting van valsheid nog doen gedurende de termijn die de wet hem verleent om ter terechtzitting te verschijnen.

Art. 142. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Het proces-verbaal dat tegen verscheidene beklaagden opgemaakt en slechts door een van hen van valsheid beticht is, behoudt zijn bewijskracht ten opzichte van de anderen, tenzij het feit waarop de betichting van valsheid slaat, onsplitsbaar en aan de andere beklaagden gemeen is.

Art. 143. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Indien de beklaagde zich beroept op een recht van eigendom of op een ander zakelijk recht, beslist de rechter bij wie de klacht aanhangig is, over het tussengeschil met inachtneming van de volgende regels : de prejudiciële exceptie wordt slechts aangenomen voor zover zij gegrond is op een deugdelijk schijnende titel of op welbepaalde feiten van bezit die de beklaagde eigen zijn. De overgelegde titels of de gestelde feiten moeten elk karakter van wanbedrijf of van overtreding ontnemen aan het feit waarop de vervolging berust.
Wanneer de zaak naar de burgerlijke rechter wordt verwezen, bepaalt het vonnis een termijn van ten hoogste twee maanden, waarbinnen de partij die het prejudicieel geschil heeft opgeworpen, de zaak bij de bevoegde rechter aanhangig moet maken en moet bewijzen dat zij het nodige heeft gedaan; anders wordt tot de berechting overgegaan.
In geval van veroordeling tot gevangenisstraf wordt de tenuitvoerlegging van die straf echter geschorst gedurende een nieuwe termijn van twee maanden. Indien de beklaagde binnen die termijn beweert dat hij het nodige heeft gedaan, blijft de schorsing duren tot na de beslissing over de zaak zelf.
De geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten zijn opeisbaar na de veroordeling. Indien het prejudicieel geschil later ten voordele van de beklaagde wordt beslist, wordt het door hem betaalde teruggegeven.

Art. 144. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren kunnen namens het bosbeheer hoger beroep of cassatieberoep instellen; zonder bijzondere machtiging kunnen zij er geen afstand van doen.
Het Openbaar Ministerie kan van het recht van hoger beroep en van cassatieberoep gebruikmaken, zelfs wanneer het beheer of zijn ambtenaren in de vonnissen en arresten hebben berust.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 144. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De ambtenaren kunnen namens het (Agentschap) hoger beroep of cassatieberoep instellen; zonder bijzondere machtiging kunnen zij er geen afstand van doen. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
Het Openbaar Ministerie kan van het recht van hoger beroep en van cassatieberoep gebruikmaken, zelfs wanneer het beheer of zijn ambtenaren in de vonnissen en arresten hebben berust.
++++++++++

Art. 145. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De rechtsvorderingen tot herstel van wanbedrijven en overtredingen in boszaken verjaren door verloop van drie maanden, te rekenen van de dag waarop de wanbedrijven en overtredingen zijn vastgesteld, wanneer de beklaagden in de processen-verbaal worden aangewezen. In het tegenovergestelde geval is de verjaringstermijn zes maanden, te rekenen van dezelfde dag.
(NOTA : Opgeheven voor de Vlaamse Gemeenschap bij <DVR 1999-05-18/65, art. 78, Inwerkingtreding : 02-08-1999>)

Art. 146. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De bepalingen van het vorige artikel zijn niet van toepassing op overtredingen, wanbedrijven en daden van ontrouw, door ambtenaren of aangestelden van het bosbeheer of boswachters begaan in de uitoefening van hun bediening. Te hunner opzichte gelden de verjaringstermijnen van de gewone wetten van strafvordering.
De rechtsvordering tot schadevergoeding die krachtens de artikelen 17 en 18 voor de correctionele rechtbanken wordt ingesteld tegen ambtenaren of aangestelden, is echter niet meer ontvankelijk een jaar nadat de strafvordering tegen de schuldige zelf door verjaring vervallen is.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 146. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De bepalingen van het vorige artikel zijn niet van toepassing op overtredingen, wanbedrijven en daden van ontrouw, door ambtenaren of aangestelden van het (Agentschap) of boswachters begaan in de uitoefening van hun bediening. Te hunner opzichte gelden de verjaringstermijnen van de gewone wetten van strafvordering. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
De rechtsvordering tot schadevergoeding die krachtens de artikelen 17 en 18 voor de correctionele rechtbanken wordt ingesteld tegen ambtenaren of aangestelden, is echter niet meer ontvankelijk een jaar nadat de strafvordering tegen de schuldige zelf door verjaring vervallen is.
++++++++++

Art. 147. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De gewone regels van de strafvordering zijn van toepassing op de vervolging van de in deze wet omschreven wanbedrijven en overtredingen, behoudens de afwijkingen die uit deze titel volgen.

Afdeling 2. - Tenuitvoerlegging van vonnissen.

Art. 148. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999<, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De vonnissen, bij verstek gewezen op verzoek van het bosbeheer of op vervolging van het Openbaar Ministerie, worden betekend bij een eenvoudig uittreksel, dat de naam van de partijen en het beschikkende gedeelte van het vonnis inhoudt.
Die betekening doet de termijnen van verzet en van hoger beroep ingaan.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 148. (VLAAMSE OVERHEID)
<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999<, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De vonnissen, bij verstek gewezen op verzoek van het (Agentschap) of op vervolging van het Openbaar Ministerie, worden betekend bij een eenvoudig uittreksel, dat de naam van de partijen en het beschikkende gedeelte van het vonnis inhoudt. <DVR 2007-12-07/51, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
Die betekening doet de termijnen van verzet en van hoger beroep ingaan.
++++++++++

Art. 149. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> De invordering van de geldboeten wegens bosmisdrijven wordt opgedragen aan de ontvangers der registratie en der domeinen.
Die ontvangers zijn eveneens belast met de invordering van de teruggaven, kosten en schadevergoedingen die voortvloeien uit de vonnissen gewezen wegens wanbedrijven en overtredingen in boszaken.

Art. 150. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> Vonnissen houdende veroordeling tot geldboete, teruggave, schadevergoeding en kosten worden ten uitvoer gelegd zoals in correctionele zaken.

Art. 151. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> <W 08-04-1969, art. 1, 31°> Wanneer de hoven en rechtbanken een geldboete opleggen kunnen zij bevelen dat deze, bij gebreke van betaling, zal worden vervangen door een gevangenisstraf, die drie maanden niet zal te boven gaan voor (hen) die wegens wanbedrijf, en drie dagen voor (hen) die wegens overtreding zijn veroordeeld.<W 10-11-1972, art. 2, 15°>

Art. 152. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 199<Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 199<ZIE NOTA onder TITEL> (Opgeheven)<W 08-04-1969, art. 1, 32°>

Art. 153. <Opgeheven voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij ORD 1999, art. 43, 011; Inwerkingtreding : 04-07-1999> (Opgeheven)<W 08-04-1969, art. 1, 32°>

Titel 12.Staffen en verrordelingen met betrekking tot alle bossen

Art. 154. Het kappen of het weghalen van bomen van twee decimeter omtrek of meer wordt gestraft met geldboeten, die bepaald worden naar de volgende maatstaven :
De bomen worden in drie klassen gerangschikt;
De eerste klasse omvat : eik, kastanje, noteboom, iep, es, lariks en acacia;
De tweede : beuk, haagbeuk, esdoorn, plataan, ander naaldhout dan lariks, linde, populier, berk, meelbes, kers, vogelkers en andere vruchtbomen;
De derde : esp, els, wilg, lijsterbes en alle andere boomsoorten die niet tot een van de twee vorige klassen behoren.
Voor bomen van de eerste klasse die twee decimeter omtrek hebben, bedraagt de geldboete een frank per decimeter. Vervolgens stijgt zij trapsgewijze, te weten :
Met vijf centiemen per decimeter, tot en met vijf decimeter;
Met tien centiemen voor elk van de volgende vijf decimeter;
Met vijftien centiemen per decimeter, voor bomen van meer dan een meter tot vijftien decimeter;
Met twintig centiemen per decimeter, voor bomen van meer dan vijftien decimeter.
(Voor bomen van de tweede klasse wordt de geldboete gesteld op de helft van de hierboven bepaalde bedragen, voor bomen van de derde klasse op het vierde.
Een en ander overeenkomstig de hierbij gevoegde tabel.
De omtrek wordt gemeten op een meter van de grond.) W 10-11-1972, art. 2, 17°>

Bomen van de | Bomen van de | Bomen van de
1e klasse | 2e klasse | 3e klasse
--------------------------------------|-----------------|---------------------
omtrek |geldboete per | geldboete | geldboete | geldboete
| decimeter | per boom | per boom | per boom
---------|--------------|-------------|-----------------|---------------------
Decimeter| F | F | F | F
---------|--------------|-------------|-----------------|---------------------
1 | - | - | - | -
2 | 1,00 | 2,00 | 1,00 | 0,50
3 | 1,05 | 3,15 | 1,57 | 0,78
4 | 1,10 | 4,40 | 2,20 | 1,10
5 | 1,15 | 5,75 | 2,87 | 1,43
6 | 1,25 | 7,50 | 3,75 | 1,87
7 | 1,35 | 9,45 | 4,72 | 2,36
8 | 1,45 | 11,60 | 5,80 | 2,90
9 | 1,55 | 13,95 | 6,97 | 3,48
10 | 1,65 | 16,50 | 8,25 | 4,12
11 | 1,80 | 19,80 | 9,90 | 4,95
12 | 1,95 | 23,40 | 11,70 | 5,85
13 | 2,10 | 27,30 | 13,65 | 6,82
14 | 2,25 | 31,50 | 15,75 | 7,87
15 | 2,40 | 36,00 | 18,00 | 9,00
16 | 2,60 | 41,60 | 20,80 | 10,40
17 | 2,80 | 47,60 | 23,80 | 11,90
18 | 3,00 | 54,00 | 27,00 | 13,50
19 | 3,20 | 60,80 | 30,40 | 15,20
20 | 3,40 | 68,00 | 34,00 | 17,00
21 | 3,60 | 75,60 | 37,80 | 18,90
22 | 3,80 | 83,60 | 41,80 | 20,90
23 | 4,00 | 92,00 | 46,00 | 23,00
24 | 4,20 | 100,80 | 50,40 | 25,20
25 | 4,40 | 110,00 | 55,00 | 27,50
------------------------------------------------------------------------------

En zo vervolgens met dezelfde verhoging van twintig centiemen voor elke decimeter meer.
De rechter kan naar gelang van de omstandigheden de geldboete tot ten hoogste het dubbele vermeerderen.
Hij kan bovendien de schuldigen veroordelen tot gevangenisstraf van ten hoogste een maand indien de geldboete honderd vijftig frank of minder bedraagt, van ten hoogste zes maanden indien zij meer bedraagt. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 154 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 155. Indien de bomen waarop het in het vorige artikel vastgestelde tarief toepasselijk is, weggehaald en bewerkt zijn, wordt de omtrek op de boomstronk gemeten; indien ook de stronk weggehaald is, wordt de omtrek berekend door de som van de afmetingen der vier zijden van de gekanthouwde boom te vermeerderen met een vijfde van die som.
Indien boom en stronk verdwenen zijn, wordt de geldboete berekend volgens de dikte, zoals de rechtbank die op grond van de processtukken heeft geschat, en de duur van de gevangenisstraf wordt bepaald overeenkomstig de in het vorige artikel gestelde regels. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 155 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 156. De in artikel 154 bepaalde straffen worden tot op de helft verminderd ten aanzien van bomen die volkomen droog zijn van kruin tot wortel. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 156 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 157. De geldboeten wegens het vellen of wegens het ontbreken van spaartelgen, hoekbomen, grensbomen en andere te sparen bomen in de kappen in exploitatie of in de kappen van de twee vorige jaren, worden met een derde verhoogd telkens als de soort en de omtrek van de bomen kunnen worden vastgesteld.
Indien het onmogelijk is de soort en de omtrek van de bomen vast te stellen omdat zij met hun stronk weggehaald zijn of om enige andere reden, is de geldboete tien frank tot dertig frank voor een spaartelg van dezelfde leeftijd als het hakhout, dertig frank tot zestig frank voor een spaartelg van middelbare leeftijd, zestig frank tot tweehonderd frank voor een oudere spaartelg.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot de in artikel 154 bepaalde gevangenisstraf. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 157 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 158. Voor het kappen, uitrukken of kneuzen van alleenstaande jonge eiken of beuken van minder dan twee decimeter omtrek in hooghoutkappen, waar dergelijke bomen, hoewel niet gemerkt, van rechtswege moeten worden gespaard, bedraagt de geldboete vijf centiemen per centimeter omtrek.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 158 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 159. Hij die in een bos een boom topt, ontschorst of verminkt of de hoofdtakken ervan afsnijdt, wordt gestraft alsof hij de boom had geveld.
Hetzelfde geldt ten aanzien van hem die een naaldboom (topt) of het hars ervan wegneemt. <W 10-11-1972, art. 2, 18°> <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 159 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 160. <W 10-11-1972, art. 1, 4°> Hij die windworp of delicthout weghaalt, wordt gestraft alsof hij dat hout had gekapt. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 160 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 161. De geldboete voor het kappen of weghalen van hout van minder dan twee decimeter omtrek bedraagt, voor elke karrevracht, acht frank tot zestien frank per voorgespannen dier, vier frank tot acht frank per lastdiervracht, en anderhalve frank tot drie frank per mutsaard, takkenbos of mansvracht.
De geldboete wordt verdriedubbeld voor gezaaide of geplante bomen van minder dan twee decimeter omtrek.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 161 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 162. Hij die in een bos jong hout uitrukt of weghaalt, wordt gestraft met een geldboete viermaal zo groot als die welke in het vorige artikel bepaald is.
Indien dat misdrijf gepleegd wordt in een zaaiplaats of aanplant, door mensenhand aangelegd, wordt bovendien gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee maanden uitgesproken. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 162 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 163. Hij die stronken van hakhout uitrukt, breekt, kneust of door branding of op enige andere wijze beschadigt, wordt gestraft met geldboete van vijftien centiemen voor iedere geschonden stronk.
De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot gevangenisstraf van een dag tot zeven dagen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 163 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 164. Elke onrechtmatige toeëigening van bosterrein wordt gestraft met geldboete van tien frank tot honderd frank, onverminderd de gewone straffen voor het uitrukken of kappen van hout. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 164 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 165. Hij die zonder wettige redenen in een bos buiten de gewone wegen wordt aangetroffen met een hakmes, aks, bijl, zaag of ander soortgelijk gereedschap, wordt veroordeeld tot geldboete van vijf frank.
Heeft de overtreder geen gereedschap bij zich, dan kan hij naar gelang van de omstandigheden veroordeeld worden tot geldboete van twee frank; wordt het feit vastgesteld in het bos van een bijzonder persoon, dan heeft de vervolging alleen plaats op klacht van de eigenaar.
<NOTA 1 : voor het Waalse Gewest wordt artikel 165 opgeheven door DWG 1995-02-16/44, art. 3, § 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1996>
<NOTA 2 : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 165 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
<NOTA 3 : voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt artikel 165 opgeheven door ORD 1995-03-30/63, art. 6; Inwerkingtreding : 03-07-1995>

Art. 166. Hij die in een bos zijn voertuig, zijn trek-, last-, of rijdieren buiten de gewone wegen doet of laat komen, wordt gestraft met geldboete van vijf frank per voertuig of per last-, trek- of rijdier, onverminderd de toepassing van artikel 168.
<NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 166 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
<NOTA : Voor het Waalse Gewest wordt artikel 166 opgeheven door DWG 1995-02-16/44, art. 3, § 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1996>
<NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt artikel 166 opgeheven door ORD 1995-03-30/63, art. 6; Inwerkingtreding : 03-07-1995>

Art. 167. Het is verboden in een bos of binnen honderd meter ervan vuur te dragen of aan te steken, op straffe van geldboete van tien frank tot honderd frank. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 167 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 168. De eigenaar van dieren die overdag in een bos van tien jaar en meer in overtreding worden aangetroffen, wordt gestraft met geldboete van vijftig centiemen per varken, van twee frank per woldragend dier, van drie frank per bok, geit, paard of lastdier, van vier frank per stier, os, koe of kalf.
De geldboete wordt tot op de helft verminderd wanneer het gaat om kalveren en veulens beneden een jaar.
De geldboete wordt verdubbeld, indien het misdrijf in een bos van minder dan tien jaar of in aanwezigheid van de bewaker gepleegd is.
Zij wordt verdriedubbeld wanneer die twee omstandigheden verenigd zijn. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 168 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 169. De straffen wegens wanbedrijven en overtredingen in boszaken worden verdubbeld :
1° Indien er herhaling is binnen een jaar, te rekenen van het eerste vonnis tegen de schuldige gewezen;
2° Indien de overtredingen of wanbedrijven bij nacht zijn gepleegd;
3° Indien de schuldigen gebruik hebben gemaakt van een zaag of van vuur om bomen te vellen;
4° Indien de misdrijven in bende of in vereniging zijn begaan.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 169. (WAALS GEWEST)
De straffen wegens wanbedrijven en overtredingen in boszaken worden verdubbeld :
1° Indien er herhaling is binnen een jaar, te rekenen van het eerste vonnis tegen de schuldige gewezen;
2° Indien de overtredingen of wanbedrijven bij nacht zijn gepleegd;
3° Indien de schuldigen gebruik hebben gemaakt van een zaag of van vuur om bomen te vellen;
4° Indien de misdrijven in bende of in vereniging zijn begaan.
(5° Voor de in titel XIV bedoelde overtredingen, als de overtreder een kap- of uitdelvingswerktuig of een wapen bij zich heeft, of als de overtreding tusse 1 maart en 30 juni wordt begaan.) (DWG 1995-02-16/44, art. 3, § 2, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1996)>
+++++++++++++

Art. 170. <NOTA : voor het Waalse Gewest wordt artikel 170 opgeheven door DWG 1995-02-16/44, art. 3, § 1, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De zagen, bijlen, hakmessen, aksen en andere soortgelijke gereedschappen waarvan de schuldigen voorzien zijn, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.

Art. 171. (Opgeheven) <W 08-04-1969, art. 1, 34°>

Art. 172. In alle gevallen, in deze titel omschreven, mag de schadevergoeding, met inbegrip van de waarde van de in natura teruggegeven voorwerpen, niet minder bedragen dan de enkele geldboete bij het vonnis opgelegd.

Art. 173. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 173 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990> De (...) ouders, de voogden, de meesters en zij die anderen aanstellen, zijn aansprakelijk voor de geldboeten, teruggaven, schadevergoedingen en kosten die voortvloeien uit de veroordelingen, uitgesproken tegen (...) hun minderjarige kinderen en hun pupillen, die ongehuwd zijn en bij hen inwonen, hun werklieden, voerlieden en andere ondergeschikten, behoudens verhaal als naar recht. <W 14-07-1976, art. IV, 40>

Art. 174. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 174 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990> De gebruikers (...) zijn aansprakelijk voor de geldelijke veroordelingen die tegen hun hoeders en bewakers uitgesproken zijn wegens wanbedrijven of overtredingen in boszaken gepleegd gedurende de tijd en de uitoefening van de dienst. <W 08-04-1969, art. 1, 35°> <W 10-11-1972, art. 1, 7°>

Art. 175. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 175 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990> De straffen die deze wet in enige bijzondere gevallen bepaalt ten aanzien van ambtenaren of beambten en aangestelden van het bosbeheer, zijn onafhankelijk van de straffen die tegen hen kunnen worden uitgesproken wegens ontrouw, knevelarij of machtsmisbruik.

Art. 176. Alle bepalingen van deze wet betreffende de bossen die deel uitmaken van het Staatsdomein, zijn mede van toepassing op de bossen waarop de Staat onverdeelde eigendomsrechten heeft, hetzij met gemeenten of openbare instellingen, hetzij met bijzondere personen.
Voor de bossen die onverdeeld zijn tussen gemeenten of openbare instellingen en bijzondere personen, geldt dezelfde regeling als voor de bossen die uitsluitend aan gemeenten of openbare instellingen toebehoren. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 176 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++++++++++++
TOEKOMSTIGE WETTEKST
--------------------

Titel 12bis. - <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Het verkeer in alle bossen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Afdeling 1. - <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Activiteiten die verboden zijn.

Art. 176bis. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van vijf tot vijfentwintig frank wordt gestraft :
1° hij die zijn hond niet in toom kan houden;
2° hij die zijn hond in de waterlopen en waterpartijen laat lopen;
3° hij die op onrechtmatige wijze door middel van apparatuur met elektronische geluidsversterker de rust van de bossen of van in het wild levende dieren verstoort;
4° hij die in de bossen aangetroffen wordt met een hakmes, een aks, een bijl, een zaag, een toestel voor het nemen van grondmonsters of ander soortgelijk gereedschap.

Afdeling 2. - <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; ED : 03-07-1995> Activiteiten die buiten de voor het publiek toegankelijke wegen verboden zijn.

Art. 176ter. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van vijfhonderd tot vijfduizend frank wordt gestraft hij die in de bossen, bij een wedstrijd of een rally, een doortocht van voertuigen buiten de voor het publiek hiertoe toegankelijke wegen organiseert.

Art. 176quater. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van tweehonderd tot duizend frank wordt gestraft hij die in de bossen met een auto buiten de voor het publiek hiertoe toegankelijke wegen rijdt.

Art. 176quinquies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van honderd tot vijfhonderd frank wordt gestraft hij die in de bossen met een bromfiets of een motorfiets buiten de voor het publiek hiertoe toegankelijke wegen rijdt.

Art. 176sexies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van twintig tot vijftig frank wordt gestraft hij die met een fiets rondrijdt buiten de voor het publiek hiertoe toegankelijke wegen.
Er kunnen echter beperkingen worden opgelegd voor het rijden met terreinfietsen op sommige voor het publiek toegankelijke wegen.

Afdeling 3. - <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Activiteiten die buiten de speciale paden verboden zijn.

Art. 176septies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van twintig tot vijftig frank wordt gestraft hij die in de bossen, een trekdier, lastdier of rijdier buiten de ruiterpaden of buiten de hiertoe bestemde wegen laat lopen.

Afdeling 4. - <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; ED : 03-07-1995> Activiteiten die in de gebieden met bijzondere bescherming verboden zijn.

Art. 176octies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van vijf tot vijfentwintig frank wordt gestraft hij die in de gebieden met bijzondere bescherming zijn hond niet aan de lijn houdt.

Art. 176novies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met geldboete van vijf tot vijfentwintig frank wordt gestraft hij die zich te voet begeeft buiten de voor het publiek toegankelijke wegen gelegen in de gebieden met bijzondere bescherming.

Afdeling 5. - <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Diverse bepalingen.

Art. 176decies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> De artikelen 176bis, 4°, 176quater, 176quinquies, 176sexies, 176septies en 176novies, zijn niet van toepassing op personen die op wettige wijze toezicht houden, het bos exploiteren of het bos beheren.
De artikelen 176bis, 4°, 176quater en 176novies, zijn niet van toepassing op personen die in het bezit zijn van een volgens de door de Regering vastgestelde regels afgegeven vergunning om vrij rond te lopen ten einde onderzoek te verrichten en de natuur te observeren.
De artikelen 176quater en 176novies zijn niet van toepassing op de personeelsleden van de Brusselse Intercommunale Watermaatschappij in de uitoefening van hun functie.

Art. 176undecies. <NOTA : Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ingevoegd bij ORD 1995-03-30/63, art. 5; Inwerkingtreding : 03-07-1995> Met inachtneming van de wetgeving betreffende de stedebouw en het leefmilieu, en overeenkomstig de voorschriften van de ontwikkelings- en bestemmingsplannen bepaalt de Regering :
1° de voor het publiek toegankelijke wegen en bepaalt voor elke weg welke categorie voertuigen en weggebruikers hiertoe toegang hebben;
2° de gebieden met bijzondere bescherming;
3° de ruiter- en fietspaden.
De Regering stelt een bewegwijzering vast waardoor, de weggebruiker kan vaststellen dat hij zich in die gebieden of op die paden begeeft.
+++++++++++++++++

Titel 13. - Bossen van bijzondere personen.

Art. 177. Wachters van bossen van bijzondere personen kunnen hun ambt niet aanvaarden dan nadat zij, op advies van de ambtenaar van het bosbeheer in het betrokken gebied, door de provinciegouverneur erkend zijn en voor de rechtbank van eerste aanleg de eed hebben afgelegd.
Zij moeten volle vijfentwintig jaar oud zijn. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 177, tweede lid opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
Zij kunnen door de gouverneur, op advies van de ambtenaar van het bosbeheer, van de leeftijdsvoorwaarde vrijgesteld worden binnen de bij artikel 10 bepaalde grenzen. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 177, derde lid opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
Art. 177. (VLAAMSE OVERHEID)
Wachters van bossen van bijzondere personen kunnen hun ambt niet aanvaarden dan nadat zij, op advies van de ambtenaar van het (Agentschap) in het betrokken gebied, door de provinciegouverneur erkend zijn en voor de rechtbank van eerste aanleg de eed hebben afgelegd. <DVR 2007-12-07/51, art. 5, 015; Inwerkingtreding : 14-01-2008>
(Tweede lid opgeheven). <DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
(Derde lid opgeheven). <DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
++++++++++

Art. 178. De bepalingen van titel IX betreffende de gebruiksrechten zijn mede van toepassing op de bossen van bijzondere personen, met uitzondering van de artikelen 84, 89 en 102. <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 178 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>

Art. 179. De bepalingen van de artikelen 107, 108, 109 (en 110, eerste en derde lid) zijn eveneens van toepassing op de bossen van bijzondere personen. <W 08-04-1969, art. 1, 36°> <NOTA : voor het Vlaamse Gewest wordt artikel 179 opgeheven door DVR 1990-06-13/32, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 08-10-1990>
<NOTA : voor het Waalse Gewest wordt een artikel 179bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. 179bis. § 1. In het Waalse Gewest mag niemand zonder voorafgaande schriftelijke en uitdrukkelijke machtiging van de bosbeambte inspectie-chef enige uitkap noch vellen verrichten in de bossen en onbebouwde terreinen die bij toepassing van artikel 1 onder bosregeling vallen.
De vergunning kan vergezeld worden van voorwaarden met het oog op de bescherming van het goede beheer van de goederen. De beslissing om de vergunning te weigeren moet met redenen omkleed worden.
De rechtsgeldigheid van de vergunning bedraagt één jaar. Ze kan met een tweede periode van één jaar verlengd worden, zelfs indien zij op grond van een beroep verleend is.
§ 2. De vergunningsaanvraag vergezeld van het dossier wordt bij ter post aangetekende brief bezorgd aan de bosbeambte inspectie-chef van het gebied waarbinnen de goederen liggen.
Het dossier omvat :
- het nauwkeurige en omstandige doel van de aanvraag;
- de kadastrale bestemming en de ligging van de percelen op een plan op een schaal van 10/000;
- de aard van de houtsoorten die voornamelijk op ieder perceel geplant zijn.
De bosbeambte inspectie-chef kan bovendien enige aanvullende toelichting vorderen om zijn beslissing te rechtvaardigen.
Onverminderd de bepalingen van het tweede lid kan de Executieve de vorm en de samenstelling van het dossier vaststellen.
Indien het dossier niet volledig is, zendt de bosbeambte inspectie-chef het aan de aanvrager per ter post aangetekende brief terug waarin vermeld wordt dat de procedure hervat moet worden.
§ 3. Wordt de vergunning binnen 60 dagen niet bekendgemaakt of geweigerd dan kan de aanvrager binnen 30 dagen een beroep bij aangetekende zending bij de Bestendige Deputatie instellen. Een afschrift van het beroep wordt binnen vijf dagen na ontvangst ervan door de Bestendige Deputatie aan de bosbeambte inspectie-chef toegezonden. Zowel de aanvrager als de bosbeambte inspectie-chef of hun gemachtigden worden op hun verzoek door de Bestendige Deputatie verhoord. Vraagt een partij om verhoord te worden dan wordt de andere partij verzocht te verschijnen. De beslissing van de Bestendige Deputatie wordt ter kennis van de partijen gebracht binnen 60 dagen vanaf de dag waarop de aangetekende brief waarin het beroep is vermeld ter post afgegeven is. Worden de partijen verhoord dan wordt die termijn met 15 dagen verlengd. Wordt de beslissing binnen de voorgeschreven termijnen niet bekendgemaakt dan geldt de vergunning als zijnde geweigerd.
Zowel de aanvrager als de bosbeambte inspectie-chef kunnen bij de Executieve een beroep instellen binnen de dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de Bestendige Deputatie of na het uitblijven van de bekendmaking. Dit beroep evenals de instellingstermijn ervan schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing. Het wordt per ter post aangetekende brief aan de Executieve gestuurd die binnen vijf dagen na ontvangst ervan een afschrift ervan aan de andere partij laat toekomen. Zowel de aanvrager als de bosbeambte inspectie-chef of hun gemachtigden worden op hun verzoek door de Executieve of door haar gemachtigde verhoord. Vraagt een partij om verhoord te worden dan wordt de andere partij verzocht te verschijnen. De beslissing van de Executieve wordt aan de partijen betekend binnen zestig dagen vanaf de dag waarop de aangetekende brief waarin het beroep is vermeld ter post afgegeven is.
Worden de partijen verhoord dan wordt die termijn met vijftien dagen verlengd. Wordt de beslissing binnen de voorgeschreven termijnen niet bekendgemaakt dan geldt de vergunning als zijnde geweigerd.
De beslissingen van de Bestendige Deputatie en van de Executieve zijn met redenen omkleed. De verleende vergunning kan van voorwaarden vergezeld zijn. " (DWG 16-09-1985, art. 3)>

Art. 180. Processen-verbaal opgemaakt door wachters van bossen van bijzondere personen leveren bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is.

Art. 181. De bepalingen van de artikelen 122, 123, 124, 125, 126, 127, 129, 130, 131, 133, 136, 143, 145 en 147, zijn mede van toepassing op de vervolgingen die in naam en in het belang van bijzondere personen ingesteld worden wegens wanbedrijven en overtredingen in hun bossen gepleegd.
Wanneer echter, in het geval van artikel 131, het in beslag genomen vee moet worden verkocht, wordt de netto-opbrengst van de verkoop in de Deposito- en Consignatiekas gestort.

Art. 182. Processen-verbaal, opgemaakt door wachters van bossen van bijzondere personen, worden binnen een maand (...) overhandigd aan de procureur des Konings (...). <W 1991-07-18/36, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1992>

Art. 183. Voor wanbedrijven en overtredingen gepleegd in bossen van bijzondere personen zijn de straffen, de schadevergoeding en de teruggave dezelfde als voor wanbedrijven en overtredingen gepleegd in bossen onder bosregeling.

Art. 184. <NOTA : voor het Waalse Gewest ingevoegd door DWG 16-09-1985, art. 4> Worden gestraft met een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen en met een geldboete van 26 tot 2.000 frank of met één van die straffen degenen die de bepalingen van artikel 179bis hebben overtreden en degenen die de bepalingen en voorwaarden van de bij toepassing van dit artikel verleende machtiging niet zijn nagekomen.
Onverminderd die straffen zullen de in titel XII van dit Wetboek vermelde bepalingen van toepassing zijn op de in het Waalse Gewest gepleegde overtredingen.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII met inbegrip van artikel 85, zijn van toepassing.
++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
==========================
(WAALS GEWEST)

TITEL XIV. - (Verkeer in de bossen en wouden van het Waalse Gewest in het algemeen). <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996>

Sectie 1. - Algemene bepalingen.

Artikel 185. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> In de zin van deze titel wordt verstaan onder :
- voetganger : iedere persoon die zich te voet verplaatst, iedere persoon met beperkte beweeglijkheid die zich in een rolstoel verplaatst en wielrijders van minder dan 9 jaar oud;
- pad : smalle openbare weg waarvan de breedte de voor het voetgangersverkeer nodige breedte niet overschrijdt;
- weg : openbare weg die breder is dan een pad en die niet bestemd is voor het verkeer van voertuigen in het algemeen;
- baan : openbare weg waarvan de ondergrond aangelegd is voor het verkeer van voertuigen in het algemeen;
- plaats : afgebakend gebied bestemd voor de ontvangst van voetgangers, het tijdelijk parkeren van voertuigen, de uitoefening van sommige ontspanningsactiviteiten en het bivak;
- bivak : het tijdelijk kamperen in de open lucht;
- beheersactiviteiten : alle bestuurs-, exploitatie- of toezichtsverrichtingen i.v.m. bosbouw, landbouw, jacht, visserij of natuurbehoud;
- natuurbehoud : in de zin van artikel 1 van de wet op het natuurbehoud, de bescherming van de flora en de fauna, hun gemeenschappen en groeiplaatsen, evenals van de grond, de ondergrond, het water en de lucht.

Artikel 186. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Deze titel reglementeert het verkeer in de al dan niet aan de bosregeling onderworpen bossen en wouden, (met inbegrip van de bos- en woudgedeelten gelegen op het grondgebied van verschillende Gewesten,) met uitzondering van :
1° andere wegen dan de ruilverkavelingswegen, waarop twee motorvoertuigen over hun gehele lengte gemakkelijk naast elkaar voorbij kunnen;
2° de natuur- en bosreservaten, behalve wat de voor het publiek toegankelijke banen, wegen en paden betreft. <DWG 1998-06-25/34, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 13-07-1998>

Artikel 186bis. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De Regering kan, hetzij per gemeente, hetzij per bosgroepering, een adviescommissie instellen die met name bestaat uit de eigenaars, de gebruikers en de verenigingen voor natuurbehoud.
De Regering bepaalt de wijze van instelling van de adviescommissie.

Artikel 187. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Behalve wettige redenen is elke verrichting verboden die de rust in het woud stoort, het gedrag van de wilde dieren in de war brengt of de interacties tussen levende wezens, dieren en planten en hun natuurlijk milieu schade berokkent.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 5 tot 200 F.

Artikel 188. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De Regering kan, volgens de door haar bepaalde modaliteiten, het verkeer in bossen en wouden beperken of verbieden om redenen van natuurbehoud, jacht, visserij, toerisme en bos- en woudbeheer.
Overtredingen van de uitvoeringsbesluiten van deze bepaling worden gestraft met een geldboete van 26 tot 100 F.

Artikel 189. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Wat de beheersactiviteiten betreft, kan de Regering, om redenen van natuurbehoud, de technische voorwaarden vaststellen die auto's en werktuigen moeten vervullen om in bossen en wouden buiten de openbare wegen te mogen rijden, alsook de voorwaarden voor het gebruik ervan.
Overtredingen van de uitvoeringsbesluiten van deze bepaling worden gestraft met een geldboete van 100 tot 200 F.

Sectie 2. - Bijzondere bepalingen voor sommige vervoerwijzen of activiteiten.

Artikel 190. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Honden en andere gezelschapsdieren moeten aan de lijn gehouden worden.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 5 tot 25 F.

Artikel 191. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Het bivak is verboden buiten de daarvoor bestemde plaatsen.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 26 tot 50 F.

Artikel 192. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Behalve wettige redenen is de toegang voor voetgangers verboden buiten de banen, wegen, paden of de daartoe afgebakende plaatsen.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 5 tot 25 F.
De geldboete wordt van 100 tot 200 F verhoogd voor de organisator van een groepsactiviteit uitgeoefend in overtreding van dit artikel.

Artikel 193. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De toegang voor wielrenners, skiërs en hoeders van trek-, last- of rijdieren is verboden buiten de banen, wegen, paden of de daartoe afgebakende plaatsen.
Onder de door haar bepaalde voorwaarden kan de Regering wielrenners, skiërs en hoeders van trek-, last- of rijdieren, toegang verlenen tot de paden en plaatsen die niet in het eerste lid vermeld zijn. Ze kan zulks doen om medische, pedagogische, wetenschappelijke, kulturele redenen, omwille van natuurbescherming of om toegang tot privé-eigendommen te verlenen.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 26 tot 100 F De geldboete wordt van 200 tot 300 F verhoogd voor de organisator van een groepsactiviteit uitgeoefend in overtreding van dit artikel.

Artikel 194. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De toegang voor motorvoertuigen is verboden buiten de banen of de daartoe afgebakende plaatsen.
Onder de door haar bepaalde voorwaarden kan de Regering motorvoertuigen toegang verlenen tot de wegen, paden en plaatsen die niet in het eerste lid vermeld zijn. Ze kan zulks doen om medische, pedagogische, wetenschappelijke, kulturele redenen, omwille van natuurbescherming of om toegang tot privé-eigendommen te verlenen.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 50 tot 200 F.
De geldboete wordt van 500 tot 5 000 F verhoogd voor de organisator van een groepsactiviteit uitgeoefend in overtreding van dit artikel.

Artikel 195. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De artikelen 190 tot 194 zijn niet van toepassing op de eigenaar, op zijn rechthebbenden en op personen die een beheersactiviteit mogen uitoefenen.
In de bossen en wouden waarvan de eigenaar een gemeente of een openbare instelling is, mogen de in de artikelen 193 en 194 bedoelde vrijstellingen pas na goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad verleend worden, het Bosbestuur gehoord.
In de bossen en wouden waarvan de eigenaar een provincie is, mogen de in de artikelen 193 en 194 bedoelde vrijstellingen pas na goedkeuring van de Waalse Regering verleend worden, het Bosbestuur gehoord.

Sectie 3. - Bijzondere bepalingen voor de bebakening.

Art. 196. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De Regering bepaalt de modaliteiten voor de (tijdelijke) bebakening van banen, wegen, paden en (bebakening van) plaatsen in bossen en wouden. <DWG 2004-04-01/72, art. 40, 014; Inwerkingtreding : 01-06-2007> <DWG 2004-04-01/72, art. 40, 014; Inwerkingtreding : 01-06-2007>

Art. 197. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De (...) tijdelijke bebakening van een pad waarop het verkeer van de in artikel 193 bedoelde gebruikers is toegelaten, is aan een machtiging onderworpen. <DWG 2004-04-01/72, art. 42, 014; Inwerkingtreding : 01-06-2007>
De bebakening van een weg of een pad waarop het verkeer van de in artikel 194 bedoelde gebruikers is toegelaten, is aan een machtiging onderworpen. Behalve om gebruiksredenen mag de machtiging slechts tijdelijk worden afgegeven.
De permanente of tijdelijke aanduiding van een plaats is aan een machtiging onderworpen.
De Regering bepaalt de machtigingsprocedures en wijst de bevoegde overheid aan die de machtiging moet verlenen.

Artikel 198. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De in artikel 197 bedoelde machtigingen kunnen van bijzondere voorwaarden voorzien worden. Ze kunnen leder ogenblik door de bevoegde overheid of de eigenaar ingetrokken worden.

Artikel 199. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/44, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-1996> Degene die zonder machtiging bakens plaatst of handhaaft, die ze op de één of ander manier opzettelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft met een geldboete van 50 F.

TITEL (XV). - (Toelagen van het Waalse Gewest.) <ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1992-12-17/49, art. 1; Inwerkingtreding : 26-02-1993> <DWG 1995-02-16/44, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-1996>

Artikel 200. <ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1992-12-17/49, art. 1; Inwerkingtreding : 26-02-1993> <DWG 1995-02-16/44, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-01-1996> De Executieve kan onder de door haar vastgestelde voorwaarden toelagen toekennen aan de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen voor de aanmoediging in bosjes, bossen en wouden alsook de aangrenzende braakliggende gronden van :
1° boswerken met het oog op de verbetering van het patrimonium, zoals bebossing, herbebossing, omschakeling, wijziging en verrijking van de bestanden, opruiming, bescherming tegen het wild, fytosanitaire bestrijding, snoeiing, rooiing, aanleg en verbetering van de boswegen en de brandgangen;
2° werken voor de openstelling van de bossen voor het publiek en om hun recreatieve en toeristische ontwikkeling te bevorderen;
3° beschermings-, onderhouds- of herstelwerken;
4° activiteiten van vorming en bewustmaking van hun verschillende economische, sociale, educatieve, beschermings-, ecologische en wetenschappelijke functies.

TITEL XVI. - (De permanente inventaris van het houtbestand in het Waalse Gewest.) <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995>

Art. 201. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> Een permanente inventaris wordt opgemaakt en bijgehouden zodat het Waalse Gewest beschikt over statistische gegevens betreffende de kwantitatieve en kwalitatieve toestand alsook de evolutie van enerzijds de bossen en wouden en anderzijds van het houtbestand buiten deze bossen.

Art. 202. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> Er wordt een begeleidingscomité opgericht, dat : 1° voorstellen aan de Regering moet doen in verband met de in te zamelen gegevens en de wijze van deze inzameling, alsook de verschillende te behalen resultaten en de wijze van hun verspreiding;
2° de verspreiding van de resultaten moet control
3° voor de vertrouwelijke aard van de ingezamelde gegevens moet zorgen.
Dit comité bestaat uit vertegenwoordigers van de "houtfilière", van de in het Waalse Gewest gevestigde landbouwfakulteiten en van de betrokkene administraties.
De Regering is belast met de aanwijzing van de leden van dit comité.

Art. 203. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> De Regering bepaalt de aard van de in te zamelen gegevens en de wijze van deze inzameling, alsook de te leveren resultaten en wijze van hun verspreiding.

Art. 204. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> De Regering duidt de diensten aan, die belast zijn met de inwerkingstelling van deze inventaris.

Art. 205. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> De door de Regering aangestelde ambtenaren en agenten de eigendommen van zowel de openbare als de privé-eigenaars te betreden om er over te gaan tot de verrichtingen voor het opmaken van de inventaris hoogstens één keer per jaar, van zonsopgang tot zonsondergang en na voorafgaande kennisgeving aan de eigenaar.
Deze verrichtingen bestaan uit topografische en dendrometrische metingen en uit pedologische, fytosociologische en fytosanitaire waarnemingen.

Art. 206. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> De door de Regering aangestelde ambtenaren en agenten zijn gemachtigd een enquête te houden bij de eigenaars om inlichtingen van economische aard en betreffende de samenstelling van de eigendommen te verzamelen, die nodig zijn voor de doelstelling van deze titel.
De betrokkene eigenaars zijn ertoe gehouden de gevraagde inlichtingen te verstrekken.

Art. 207. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> De overeenkomstig artikelen 205 en 206 ingezamelde inlichtingen mogen voor geen ander doeleinde gebruikt worden dan het aanleggen en bijhouden van de inventaris. Hij mag geen gegevens bevatten waarvan de verspreiding van aard zou zijn individuele gevallen te onthullen.

Art. 208. <Ingevoegd voor het Waalse Gewest door DWG 1995-02-16/40, art. 1; Inwerkingtreding : 17-04-1995> Een geldboete van 26 tot 100 BEF wordt als straf opgelegd aan : 1° hij die zich verzet tegen de inzameling van de in artikel 205 bedoelde gegevens;
2° hij die gehouden is inlichtingen te verstrekken overeenkomstig artikel 206 en die de hem opgelegde verplichtingen niet naleeft;
3° hij die de krachtens artikelen 205 en 206 verzamelde gegevens gebruikt voor doeleindes die niet gemachtigd zijn bij artikel 207;
4° hij die overgaat tot andere verrichtingen dan welke voorzien zijn in artikel 205 of die inlichtingen verzamelt die niet overeenstemmen met welke voorzien zijn bij artikel 206.
++++++++++++++++++

 

Gerelateerd
Modellen: 
Aangemaakt op: za, 19/09/2009 - 10:54
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 17:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.