-A +A

Wetboek Kerkelijk recht Boek V Tijdelijke goederen 1254-1310

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Alternatieve naam: 
Codex Iuris Canonici V

Boek V-Tijdelijke goederen 1254-1310

Boek V Tijdelijke goederen van de kerk 1254-1310

Can. 1254 - § 1 De katholieke Kerk kan op grond van het recht dat ze krachtens haar wezen bezit, onafhankelijk van de burgerlijke macht tijdelijke goederen verwerven, behouden, beheren en vervreemden om de haar eigen doelstellingen te bereiken.
§ 2 De eigen doelstellingen echter zijn vooral: het ordenen van de goddelijke eredienst, het zorg dragen voor een behoorlijk levensonderhoud van de clerus en van andere bedienaren, het beoefenen van werken van apostolaat en caritas, voornamelijk jegens behoeftigen.

Can. 1255 - De gehele Kerk en de Apostolische Stoel, de particuliere Kerken alsook elke andere rechtspersoon, hetzij publiek hetzij privaat, zijn subjecten die bekwaam zijn tijdelijke goederen te verwerven, te behouden, te beheren en te vervreemden volgens het recht.

Can. 1256 - Het eigendomsrecht van goederen komt, onder het hoogste gezag van de Paus, toe aan de rechtspersoon die deze goederen op wettige wijze verworven heeft.

Can. 1257 - § 1. Alle tijdelijke goederen die toebehoren aan de gehele Kerk, de Apostolische Stoel of aan andere publieke rechtspersonen in de Kerk, zijn kerkelijke goederen en vallen onder de canones die volgen, alsook onder de eigen statuten.
§ 2. De tijdelijke goederen van een private rechtspersoon vallen onder de eigen statuten, niet echter onder deze canones, tenzij iets anders uitdrukkelijk voorzien wordt.

Can. 1258 - In de canones die volgen, wordt met de naam Kerk niet alleen de gehele Kerk of de Apostolische Stoel aangeduid, maar ook elke publieke rechtspersoon in de Kerk, tenzij uit de context van de woorden of uit de aard van de zaak anders blijkt.

Boek V Titel I Verwerving van goederen 1259-1272

Can. 1259 - De Kerk kan tijdelijke goederen verwerven op alle rechtvaardige wijzen hetzij van natuurrecht hetzij van positief recht, waarop het aan anderen geoorloofd is.

Can. 1260 - De Kerk heeft krachtens haar wezen het recht van de gelovigen te vragen wat nodig is voor de haar eigen doelstellingen.

Can. 1261 - § 1 De christengelovigen komt het onverminderd toe tijdelijke goederen ten gunste van de Kerk te bestemmen.
§ 2 De diocesane Bisschop is gehouden de gelovigen de verplichting waarover in can. 222, § 1, in herinnering te brengen en deze op een geschikte wijze te urgeren.

Can. 1262 - De gelovigen dienen de Kerk te steunen door middel van bijdragen die gevraagd worden en volgens de door de bisschoppenconferentie uitgevaardigde normen.

Can. 1263 - De diocesane Bisschop heeft het recht om, na de raad voor economische zaken en de priesterraad gehoord te hebben, voor de noden van het bisdom publieke rechtspersonen die onder zijn bestuur vallen, een bescheiden belasting op te leggen evenredig aan hun inkomsten; de andere fysieke personen en rechtspersonen mag hij alleen in geval van ernstige nood en onder dezelfde voorwaarden een buitengewone en bescheiden heffing opleggen, behoudens particuliere wetten en gewoonten die hem verdergaande rechten toekennen.

Can. 1264 - Tenzij iets anders door het recht bepaald is, komt het aan de vergadering van de Bisschoppen van een kerkprovincie toe:
1. vooraf de taksen vast te stellen voor handelingen van de uitvoerende gunstverlenende macht of voor de uitvoering van rescripten van de Apostolische Stoel, die door de Apostolische Stoel zelf goedgekeurd moeten worden;
2. de bijdragen vast te stellen bij gelegenheid van de bediening van sacramenten en sacramentaliën.

Can. 1265 - § 1 Behoudens het recht van religieuzen-mendicanten is het iedere private persoon, hetzij een fysieke persoon hetzij een rechtspersoon, verboden zonder schriftelijk gegeven verlof van de eigen Ordinaris en van de plaatselijke Ordinaris geld in te zamelen ten bate van welk vroom of kerkelijk instituut of doel ook.
§ 2 De bisschoppenconferentie kan normen vaststellen inzake geldinzameling, die door allen in acht genomen moeten worden, niet uitgesloten degenen die krachtens instelling mendicanten genoemd worden en zijn.

Can. 1266 - In alle kerken en kapellen, ook die welke toebehoren aan religieuze instituten, die in feite habitueel openstaan voor de christengelovigen, kan de plaatselijke Ordinaris voorschrijven dat voor bepaalde parochiële, diocesane, nationale of universele initiatieven een speciale geldelijke bijdrage ingezameld wordt, die daarna stipt aan de diocesane curie afgedragen moet worden.

Can. 1267 - § 1 Tenzij het tegendeel vaststaat, worden bijdragen, geschonken aan Oversten of bestuurders van gelijk welke kerkelijke rechtspersoon, ook een private, gepresumeerd geschonken te zijn aan de rechtspersoon zelf.
§ 2 Bijdragen waarover in § 1, kunnen niet geweigerd worden tenzij om een goede reden en, bij zaken van groter belang, met verlof van de Ordinaris als het gaat om een publieke rechtspersoon; het verlof van dezelfde Ordinaris is vereist voor de aanvaarding van bijdragen die bezwaard worden met een belastende modaliteit of met een voorwaarde, onverminderd het voorschrift van can. 1295.
§ 3 Bijdragen door de gelovigen geschonken voor een bepaald doel, kunnen alleen tot dit doel bestemd worden.

Can. 1268 - Verjaring als wijze van verwerven en van zich vrij maken neemt de Kerk voor tijdelijke goederen over volgens de canones 197-199.

Can. 1269 - Wanneer gewijde voorwerpen eigendom zijn van privé-personen, kunnen zij door verjaring door privé-personen verworven worden, maar ze mogen niet voor profaan gebruik aangewend worden tenzij ze hun wijding of zegening verloren hebben; als zij echter aan een publieke kerkelijke rechtspersoon toebehoren, kunnen ze slechts door een andere publieke kerkelijke rechtspersoon verworven worden.

Can. 1270 - Onroerende goederen, kostbare roerende goederen, rechten en rechtsvorderingen, hetzij persoonlijke hetzij zakelijke, die aan de Apostolische Stoel toebehoren, verjaren door een tijdsduur van honderd jaar; die welke aan een andere kerkelijke publieke rechtspersoon toebehoren, door een tijdsduur van dertig jaar.

Can. 1271 - Bisschoppen dienen op grond van de band van eenheid en liefde, naargelang van de mogelijkheden van hun bisdom, ertoe bij te dragen om voor middelen te zorgen waaraan de Apostolische Stoel volgens de tijdsomstandigheden behoefte heeft om zijn dienst tegenover de gehele Kerk op de juiste wijze te kunnen vervullen.

Can. 1272 - In gebieden waar beneficies in eigenlijke zin nog bestaan, komt het de bisschoppenconferentie toe om door geschikte normen, met de Apostolische Stoel overeengekomen en door deze goedgekeurd, het beheer van deze beneficies zó te regelen dat de opbrengst, zelfs voor zover mogelijk het vermogen zelf van de beneficies, geleidelijk overgebracht wordt naar het instituut waarover in can. 1274, § 1

Boek V Titel II Beheer van goederen 1273-1289

Can. 1273 - De Paus is krachtens zijn bestuursprimaat de hoogste in het beheer en de beschikking over alle kerkelijke goederen.

Can. 1274 - § 1 In elk bisdom dient een speciaal instituut te zijn om goederen of vrijwillige bijdragen bijeen te brengen met het doel om volgens can. 281 te voorzien in het levensonderhoud van de clerici die in dienst zijn van het bisdom, tenzij op een andere manier voor hen gezorgd is.
§ 2 Waar sociale voorzieningen ten gunste van de clerus nog niet naar behoren geregeld zijn, dient de bisschoppenconferentie te zorgen dat er een instituut is om voldoende in de sociale zekerheid van de clerici te voorzien.
§ 3 In elk bisdom dient, voor zover nodig, een gemeenschappelijke kas gevormd te worden, opdat hierdoor de Bisschoppen aan hun verplichtingen tegenover andere personen die in dienst van de Kerk staan, kunnen voldoen en tegemoet kunnen komen aan de verschillende noden van het bisdom, en opdat hierdoor ook de rijkere bisdommen de armere te hulp kunnen komen.
§ 4 Naar gelang van de verschillende plaatselijke omstandigheden kunnen de doelstellingen waarover in §§ 2 en 3, geschikter bereikt worden door met elkaar verbonden diocesane instituten, ofwel door samenwerking of ook door een passende vereniging opgericht voor verschillende bisdommen, zelfs voor het gehele gebied van de bisschoppenconferentie zelf.
§ 5 Deze instituten moeten, indien het kan, zo ingericht worden dat zij ook in het civiele recht rechtskracht krijgen.

Can. 1275 - Het geheel van goederen uit de verschillende bisdommen afkomstig, wordt beheerd volgens de normen door de betrokken Bisschoppen op geschikte wijze overeengekomen.

Can. 1276 - § 1 Het komt de Ordinaris toe met zorg te waken over het beheer van alle goederen
die toebehoren aan publieke rechtspersonen die hem onderworpen zijn, behoudens wettige titels op grond waarvan aan deze Ordinaris verdergaande rechten toegekend worden.
§ 2 Rekening houdend met rechten, wettige gewoonten en omstandigheden dienen Ordinarissen te zorgen dat, door het uitvaardigen van bijzondere instructies binnen de grenzen van het universeel en particulier recht, het beheer van de kerkelijke goederen in zijn geheel geregeld wordt.

Can. 1277 - De diocesane Bisschop moet wat betreft het stellen van daden van beheer die, gelet op de economische toestand van het bisdom, van groter belang zijn, de raad voor economische zaken en het college van consultoren horen; toestemming echter van deze raad en ook van het college van consultoren heeft hij nodig, buiten de gevallen die in het universeel recht of in de stichtingsoorkonden speciaal vermeld zijn, voor het stellen van daden van buitengewoon beheer. Het komt echter de bisschoppenconferentie toe te bepalen welke daden beschouwd moeten worden als van buitengewoon beheer.

Can. 1278 - Buiten de taken waarover in can. 494, §§ 3 en 4, kunnen door de diocesane Bisschop aan de econoom opgedragen worden de taken waarover in de canones 1276, § 1 en 1279, § 2.

Can. 1279 - § 1 Het beheer van kerkelijke goederen komt toe aan hem die rechtstreeks de leiding heeft over de rechtspersoon aan wie deze goederen toebehoren, tenzij het particulier recht, de statuten of een wettige gewoonte anders bepalen, en behoudens het recht van de Ordinaris om tussenbeide te komen in geval van nalatigheid van de beheerder.
§ 2 Voor het beheer van goederen van een publieke rechtspersoon die krachtens het recht, of krachtens stichtingsoorkonden of krachtens eigen statuten geen eigen beheerders heeft, dient de Ordinaris aan wie die rechtspersoon onderworpen is, geschikte personen aan te stellen voor drie jaar; dezen kunnen door de Ordinaris herbenoemd worden.

Can. 1280 - Elke rechtspersoon dient zijn raad voor economische zaken te hebben of tenminste twee adviseurs om de beheerder volgens de statuten bij de vervulling van zijn taak te helpen.

Can. 1281 - § 1 Onverminderd de voorschriften van de statuten stellen beheerders ongeldig daden die de grenzen en de wijze van gewoon beheer overschrijden, tenzij zij vooraf een schriftelijk gegeven bevoegdheid van de Ordinaris gekregen hebben.
§ 2 In de statuten dienen de daden bepaald te worden die de grenzen en de wijze van gewoon beheer overschrijden; als echter de statuten hierover zwijgen, komt het de diocesane Bisschop toe om, na de raad voor economische zaken gehoord te hebben, deze daden voor de hem onderworpen rechtspersonen te bepalen.
§ 3 Tenzij wanneer en voor zover het tot eigen voordeel geweest is, is een rechtspersoon niet gehouden verantwoordelijk te zijn voor daden die door de beheerders ongeldig gesteld zijn; voor daden echter die door de beheerders onwettig maar geldig gesteld zijn, zal de rechtspersoon zelf verantwoordelijk zijn, behoudens zijn rechtsvordering of beroep tegen de beheerders die hem schade berokkend hebben.

Can. 1282 - Allen, hetzij clerici hetzij leken, die op grond van een wettige titel deelhebben in het beheer van kerkelijke goederen, zijn gehouden hun taken te vervullen in naam van de Kerk volgens het recht.

Can. 1283 - Voordat beheerders hun taak aanvangen:
1. moeten zij tegenover de Ordinaris of diens gedelegeerde onder ede beloven dat zij goed en trouw beheer zullen voeren;
2. dient een nauwkeurig en gespecificeerde, door hen zelf te ondertekenen inventaris opgemaakt te worden van de onroerende goederen, van de roerende goederen, hetzij kostbaar hetzij hoe dan ook tot het cultuurgoed behorend, en van de andere goederen, samen met een beschrijving en waardeschatting ervan, en, eenmaal opgemaakt, dient de inventaris nagezien te worden;
3. dient het ene exemplaar van deze inventaris bewaard te worden in het archief van het beheer, het andere in het archief van de curie; en in beiden dient elke verandering die het vermogen eventueel ondergaat, geregistreerd te worden.

Can. 1284 - § 1 Alle beheerders zijn gehouden hun taak met de zorgvuldigheid van een goed huisvader te vervullen.
§ 2 Daarom moeten zij:
1. waken dat de aan hun zorg toevertrouwde goederen op geen enkele manier verloren gaan of schade ondervinden, door tot dit doel voor zover nodig verzekeringscontracten af te sluiten;
2. ervoor zorgen dat de eigendom van kerkelijke goederen op burgerrechtelijk geldige wijzen veilig gesteld wordt;
3. de voorschriften onderhouden zowel van het canoniek recht als van het burgerlijk recht, of die door de stichter of schenker of door het wettig gezag opgelegd zijn, en vooral waken dat de Kerk geen schade lijdt door het niet-onderhouden van de burgerlijke wetten;
4. nauwgezet en op de juiste tijd de inkomsten en opbrengsten van de goederen innen, en ze, eenmaal geïnd, veilig bewaren en besteden naar de geest van de stichter of volgens wettige normen;
5. de te betalen rente vanwege ofwel een lening ofwel een hypotheek op de vastgestelde tijd voldoen, en ervoor zorgen dat het verschuldigde kapitaal te gepasten tijde terugbetaald wordt;
6. het geld dat na aftrek van de uitgaven overblijft en nuttig belegd kan worden, met toestemming van de Ordinaris voor de doeleinden van de rechtspersoon beleggen;
7. de boeken van inkomsten en uitgaven goed bijhouden;
8. aan het einde van elk jaar een verantwoording van het beheer opstellen;
9. documenten en stukken waarop de rechten van de Kerk of van een instituut ten aanzien van goederen steunen, goed ordenen en in een passend en geschikt archief bewaren; authentieke exemplaren ervan, waar het geschikt kan, in het archief van de curie deponeren.
§ 3 Ten zeerste wordt aanbevolen dat de beheerders elk jaar een begroting opmaken van inkomsten en uitgaven; het wordt echter aan het particulier recht overgelaten deze voor te schrijven en de wijzen waarop deze voorgelegd moet worden, nader te bepalen.

Can. 1285 - Alleen binnen de grenzen van het gewone beheer mogen beheerders uit de roerende goederen die niet tot het vaste vermogen behoren, schenkingen doen voor doeleinden van vroomheid of christelijke caritas.

Can. 1286 - Beheerders van goederen dienen:
1. bij aanbesteding van werken ook de burgerlijke wetten die betrekking hebben op de arbeid en het sociale leven, nauwgezet te onderhouden volgens de beginselen door de Kerk gegeven;
2. hun die bij overeenkomst arbeid verrichten, een rechtvaardig en behoorlijk loon uit te keren, zó dat dezen op passende wijze kunnen voorzien in hun eigen behoeften en in de behoeften van die bij hen horen.

Can. 1287 - § 1 Met verwerping van elke tegenstrijdige gewoonte zijn beheerders, zowel clerici als leken, van gelijk welke kerkelijke goederen die niet op wettige wijze zijn onttrokken aan de bestuursmacht van de diocesane Bisschop, gehouden elk jaar rekenschap af te leggen aan de plaatselijke Ordinaris, die deze ter onderzoek aan de raad voor economische zaken dient toe te vertrouwen.
§ 2 Over goederen die door de gelovigen aan de Kerk aangeboden worden, dienen de beheerders rekenschap af te leggen aan de gelovigen volgens de normen door het particulier recht vast te stellen.

Can. 1288 - Beheerders mogen namens een publieke rechtspersoon noch voor een burgerlijke rechtbank een rechtsgeding beginnen noch er zich tegen verweren, tenzij zij schriftelijk gegeven verlof van de eigen Ordinaris verkregen hebben.

Can. 1289 - Ook al zijn beheerders niet uit hoofde van een kerkelijk ambt gehouden tot het beheer, zij kunnen de taak die zij op zich genomen hebben, niet naar eigen willekeur opgeven; en indien door hun willekeurig opgeven de Kerk schade ondervindt, zijn zij tot restitutie gehouden.

Boek V Titel III Contracten en vooral vervreemding 1290-1298

Can. 1290 - Wat het burgerlijk recht in een gebied over contracten bepaalt, zowel in het algemeen als in het bijzonder, en over de beëindiging ervan, dient in het canoniek recht met betrekking tot zaken die onder de bestuursmacht van de Kerk vallen, met dezelfde rechtsgevolgen onderhouden te worden, tenzij het in strijd is met het goddelijk recht of iets anders door het canoniek recht voorzien wordt, en onverminderd het voorschrift van can. 1547.

Can. 1291 - Om geldig goederen te vervreemden die krachtens wettige toewijzing het vast vermogen van een publieke rechtspersoon vormen en waarvan de waarde de door het recht vastgestelde som overschrijdt, is verlof vereist van de overheid die volgens het recht bevoegd is.

Can. 1292 - § 1 Behoudens het voorschrift van can. 638, § 3, wordt, wanneer de waarde van de goederen waarvan vervreemding voorgesteld wordt, valt tussen de minimum- en de maximumsom door elke bisschoppenconferentie voor haar eigen gebied vast te stellen, de bevoegde overheid, als het gaat over rechtspersonen die niet aan de diocesane Bisschop onderworpen zijn, door de eigen statuten bepaald; anders is de bevoegde overheid de diocesane Bisschop met toestemming van de raad voor economische zaken en van het consultorencollege alsook van wie er belang bij hebben. De toestemming van dezen behoeft de diocesane Bisschop zelf ook om goederen van het bisdom te vervreemden.
§ 2 Als het echter gaat over zaken waarvan de waarde de maximumsom overschrijdt of over zaken die krachtens gelofte aan de Kerk geschonken zijn, of over zaken die uit artistiek of historisch oogpunt kostbaar zijn, is voor de geldigheid van de vervreemding bovendien verlof van de Heilige Stoel vereist.
§ 3 Als een te vervreemden zaak deelbaar is, moeten bij het aanvragen van verlof tot vervreemding de al eerder vervreemde delen vermeld worden; anders is het verlof ongeldig.
§ 4 Zij die in het vervreemden van goederen door hun advies of toestemming deel moeten hebben, mogen hun advies of toestemming niet geven tenzij zij eerst exact op de hoogte gebracht zijn zowel betreffende de economische situatie van de rechtspersoon van wie men voorstelt goederen te vervreemden, als betreffende de reeds gedane vervreemdingen.

Can. 1293 - § 1 Om goederen te vervreemden waarvan de waarde de vastgestelde minimumsom overschrijdt, is bovendien vereist:
1. een goede reden, zoals dringende noodzaak, duidelijk nut, vroomheid, caritas of een andere ernstige pastorale reden;
2. een door deskundigen schriftelijk gemaakte schatting van de te vervreemden zaak.
§ 2 Ook andere door het wettig gezag voorgeschreven voorzorgen dienen in acht genomen te worden om schade voor de Kerk te vermijden.

Can. 1294 - § 1 Een zaak mag gewoonlijk niet vervreemd worden tegen een prijs die lager is dan in schatting aangegeven wordt.
§ 2 Geld uit vervreemding ontvangen, dient ofwel ten voordele van de Kerk veilig belegd, ofwel volgens de doeleinden van de vervreemding verstandig besteed te worden.

Can. 1295 - De vereisten volgens de canones 1291-1294, waaraan ook de statuten van rechtspersonen aangepast moeten worden, moeten in acht genomen worden niet alleen bij vervreemding, maar bij elke transactie waardoor de vermogenspositie van de rechtspersoon slechter kan worden.

Can. 1296 - Indien kerkelijke goederen zonder de vereiste canonieke formaliteiten vervreemd zijn, maar de vervreemding burgerrechtelijk geldig is, komt het de bevoegde overheid toe, na alles rijpelijk overwogen te hebben, te beslissen of en welke rechtsvordering, namelijk een persoonlijke of een zakelijke, door wie en tegen wie, ingesteld moet worden om de rechten van de Kerk op te eisen.

Can. 1297 - Het komt de bisschoppenconferentie toe om, gelet op de plaatselijke omstandigheden, normen vast te stellen voor het verhuren van goederen van de Kerk, vooral betreffende het verlof dat van de bevoegde kerkelijke overheid verkregen moet worden.

Can. 1298 - Tenzij een zaak van zeer gering belang is, mogen kerkelijke goederen aan de eigen beheerders of aan hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad niet verkocht of verhuurd worden zonder speciaal schriftelijk verlof van de bevoegde overheid.

Boek V Titel IV Vrome wilsbeschikking in het algemeen en vrome stichtingen 1299-1310

Can. 1299 - § 1 Wie krachtens het natuurrecht en het canoniek recht vrij over zijn goederen kan beschikken, kan ten bate van vrome doeleinden, hetzij door een wilsbeschikking onder levenden hetzij door een wilsbeschikking bij overlijden, zijn goederen overmaken.
§ 2 In beschikkingen bij overlijden die ten bate van de Kerk zijn, dien, als het kan, de formaliteiten van het burgerlijk recht onderhouden te worden; als deze verzuimd zijn, moet de erfgenamen op de verplichting gewezen worden, waaraan zij gehouden zijn, om de wil van de erflater te vervullen.

Can. 1300 - Wilsbeschikkingen van gelovigen die hun vermogen voor vrome doeleinden schenken of nalaten, hetzij door een wilsbeschikking onder levenden hetzij door een wilsbeschikking bij overlijden, dienen, nadat ze wettig aanvaard zijn, met de grootste zorgvuldigheid uitgevoerd te worden ook wat betreft de wijze van beheer en van besteding van de goederen, onverminderd het voorschrift van can. 1301, § 1.

Can. 1301 - § 1 De Ordinaris is de uitvoerder van alle vrome wilsbeschikkingen zowel die bij overlijden als die onder levenden.
§ 2 Krachtens dit recht kan en moet de Ordinaris, ook door middel van visitatie, erover waken dat vrome wilsbeschikkingen uitgevoerd worden, en de overige uitvoerders zijn, na uitvoering van hun taak, gehouden hem rekenschap af te leggen.
§ 3 Clausules in strijd met dit recht van de Ordinaris, aan uiterste wilsbeschikkingen toegevoegd, dienen als niet toegevoegd beschouwd te worden.

Can. 1302 - § 1 Wie goederen voor vrome doeleinden, hetzij door een wilsbeschikking onder levenden hetzij bij testament, fiduciair in ontvangst genomen heeft, moet de Ordinaris van zijn fiduciaire verplichting in kennis stellen en hem opgave doen van al deze goederen, roerende of onroerende, met inbegrip van de daaraan verbonden lasten; als de schenker dit uitdrukkelijk en volstrekt verboden heeft, mag hij de fiduciaire verplichting niet aanvaarden.
§ 2 De Ordinaris moet eisen dat fiduciaire goederen veilig belegd worden, en eveneens waken over de uitvoering van de vrome wilsbeschikking volgens can. 1301.
§ 3 Wanneer fiduciaire goederen aan een lid van een religieus instituut of van een sociëteit van apostolisch leven toevertrouwd zijn, is de Ordinaris over wie in §§ 1 en 2 de plaatselijke Ordinaris, wanneer deze namelijk deze goederen toegewezen zijn aan een plaats of een bisdom of bestemd tot ondersteuning van de inwoners daarvan of van vrome doeleinden; anders is het de hogere Overste in een clericaal instituut van pauselijk recht en in clericale sociëteiten van apostolisch leven van pauselijk recht, of in andere religieuze instituten de eigen Ordinaris van dat lid.

Can. 1303 - § 1 Onder de naam vrome stichtingen worden in het recht verstaan:
1. zelfstandige vrome stichtingen, namelijk van gehelen van zaken bestemd voor doeleinden waarover in can. 114, § 2, en door de bevoegde kerkelijke overheid tot rechtspersoon opgericht;
2. niet-zelfstandige vrome stichtingen, namelijk tijdelijke goederen aan een publieke rechtspersoon op welke wijze ook gegeven met de last om voor lange tijd, door het particulier recht vast te stellen, uit de jaarlijkse opbrengsten Missen te celebreren en andere vooraf bepaalde kerkelijke functies te voltrekken of de doelstellingen waarover in can. 114, § 2, anderszins na te streven.
§ 2 Goederen van een niet-zelfstandige vrome stichting moeten, als zij toevertrouwd zijn aan een rechtspersoon die aan de diocesane Bisschop onderworpen is, na verstrijken van de tijd bestemd worden voor het instituut waarover in can. 1274, § 1, tenzij de, uitdrukkelijk kenbaar gemaakte, wilsbeschikking van de stichter anders geweest is; anders vervallen ze aan de rechtspersoon zelf.

Can. 1304 - § 1 Opdat een stichting door een rechtspersoon geldig aanvaard kan worden, is een schriftelijk gegeven verlof van de Ordinaris vereist; deze mag dit niet geven, voordat hij op wettige wijze bevonden heeft dat de rechtspersoon zowel aan de nieuw te aanvaarden last als aan de reeds eerder aanvaarde lasten voldoen kan; en vooral moet hij ervoor zorgen dat de opbrengsten volstrekt beantwoorden aan de daaraan gehechte verplichtingen, overeenkomstig de gebruiken van elke plaats of streek.
§ 2 Verdere voorwaarden wat betreft oprichting en aanvaarding van stichtingen dienen door het particulier recht bepaald te worden.

Can. 1305 - Geld en roerende goederen, toegekend als schenking, dienen onmiddellijk op een veilige, door de Ordinaris goed te keuren plaats gedeponeerd te worden, met het doel dat dit geld of de waarde van de roerende goederen bewaard blijven, en zo spoedig mogelijk veilig en nuttig volgens het wijs oordeel van deze Ordinaris, na zowel de belanghebbenden als de eigen raad voor economische zaken gehoord te hebben, belegd worden ten voordele van deze stichting met de uitdrukkelijke en afzonderlijke vermelding van de last.

Can. 1306 - § 1 Stichtingen, ook wanneer ze mondeling gedaan zijn, dienen schriftelijk vastgelegd te worden.
§ 2 Eén exemplaar van de oorkonden dient in het archief van de curie, een tweede in het archief van de rechtspersoon waarop de stichting betrekking heeft, veilig opgeborgen te worden.

Can. 1307 - § 1 Met inachtneming van de voorschriften van de canones 1300-1302 en 1287, dient van de bezwarende verplichtingen uit vrome stichtingen een lijst opgemaakt te worden, zichtbaar aan te brengen op een toegankelijke plaats, opdat de verplichtingen die nagekomen moeten worden, niet in vergetelheid geraken.
§ 2 Naast het boek waarover in can. 958, § 1, dient een ander boek gehouden en bij de pastoor of rector bewaard te worden, waarin de afzonderlijke verplichtingen en het nakomen daarvan en de gaven geregistreerd dienen te worden.

Can. 1308 - § 1 Het reduceren van verplichtingen van Missen, hetgeen alleen om een goede en noodzakelijke reden gebeuren mag, is voorbehouden aan de Apostolische Stoel, behoudens de voorschriften die volgen.
§ 2 Als dit in de stichtingsoorkonden uitdrukkelijk bepaald wordt, kan de Ordinaris verplichtingen van Missen reduceren wegens verminderde opbrengsten.
§ 3 De diocesane Bisschop komt de macht toe te reduceren wegens vermindering van opbrengsten, zolang de reden voortduurt, tot het tarief van de in het bisdom wettig geldende bijdrage, Missen van legaten of hoe ook gesticht die op zichzelf staan, mits er niemand is die aan de verplichting gehouden is en effectief gedwongen kan worden de bijdrage te verhogen.
§ 4 Aan dezelfde komt de macht toe tot reduceren van verplichtingen of legaten van Missen die op een kerkelijk instituut drukken, als de opbrengsten ontoereikend geworden zijn om het aan dat instituut eigen doel op passende wijze te bereiken.
§ 5 Dezelfde bevoegdheden waarover in §§ 3 en 4, bezit de hoogste Overste van een clericaal religieus instituut van pauselijk recht.

Can. 1309 - Aan dezelfde gezagsdragers over wie in can. 1308, komt bovendien de macht toe wegens een passende reden de verplichtingen van Missen te verplaatsen naar dagen, kerken of altaren verschillend van die welke in de stichtingen vastgelegd zijn.

Can. 1310 - § 1 Reductie, beperking en wijziging van wilsbeschikkingen van de gelovigen ten behoeve van vrome doeleinden kunnen, als de stichter deze macht aan de Ordinaris uitdrukkelijk verleend heeft, door deze slechts verricht worden om een goede en noodzakelijke reden.
§ 2 Als de uitvoering van opgelegde verplichtingen wegens verminderde opbrengsten of om een andere reden, buiten schuld van de beheerders, onmogelijk geworden is, zal de Ordinaris, na hen die er belang bij hebben en de eigen raad voor economische zaken gehoord te hebben, en met de best mogelijke inachtneming van de wil van de stichter, deze verplichtingen met billijkheid kunnen verminderen, met uitzondering van de reductie van Missen die valt onder de voorschriften van can. 1308.
§ 3 In de overige gevallen moet men zich wenden tot de Apostolische Stoel.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 22/11/2009 - 20:12
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 18:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.