-A +A

zelfmoord en verzekering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Uittreksel uit de wet op de verzekeringen:

Art. 164. § 1. Tenzij het tegendeel is bedongen, dekt de verzekering de zelfmoord van de verzekerde niet die gebeurt minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. De verzekering dekt de zelfmoord die gebeurt een jaar of meer dan een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. Het bewijs van de zelfmoord moet door de verzekeraar worden geleverd.

§ 2. Tenzij anders is bedongen, dekt de verzekeraar de dood van de verzekerde niet :
1° wanneer de dood het gevolg is van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke veroordeling tot de doodstraf;
2° wanneer de dood zijn onmiddellijke en rechtstreekse oorzaak vindt in een misdaad of een wanbedrijf, door de verzekerde als dader of mededader opzettelijk gepleegd en waarvan de gevolgen door hem konden

 

Uittreksel uit het Koninklijk besluit van 14/11/2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32 , eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst

   

Art. 9

De verzekeringen tegen overlijden mogen geen uitgesloten risico's bevatten, uitgezonderd de zelfmoord die minder dan één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst gebeurt.

Over zelfmoord en de toepassing van de arbeidsongevallenwet, zie R.W. 2006-2007, 1182;

Rechtspraak:

•• Antwerpen 28 april 1998, A.J.T. 2000-01, 43.

De niet-mededeling door verzekerde van een ziekte, waarvan hij redelijkerwijze kon geloven genezen te zijn, kan niet als bedrieglijk of opzettelijk worden beschouwd.
Het niet-vermelden van een drie jaar eerdere opname voor alcoholontwenning op de vragenlijst naar 'doorgemaakte hospitalisatie' impliceert niet noodzakelijk dat de verzekerde opzettelijk iets verzwegen heeft of onjuiste mededeling zou hebben gedaan, temeer gezien in deze vraag niet expliciet naar mogelijke (al dan niet overwonnen) verslavingsproblemen wordt gevraagd.
Het feit dat een meer dan veertigjarige huwt, een hypothecaire lening aangaat van 3.000.000 BEF, gekoppeld aan een levensverzekering en een testament maakt, duidt niet onmiddellijk op voorgenomen zelfmoordplannen maar kan beschouwd worden als een normaal en voorzichtig gedrag van een burger.
 

•• Pol. Brugge 22 februari 2000, T.A.V.W. 2000, 184; Verkeersrecht 2000, 199.

Wanneer het slachtoffer geprobeerd heeft om zich het leven te beroven door opzettelijk en totaal onverwacht tegen het voertuig van de verzekerde van verweerster aan te lopen, zijn alle elementen van de onverschoonbare fout manifest aanwezig. Het loutere feit dat het slachtoffer als psychiatrische patiënt in het ziekenhuis was opgenomen, bewijst nog niet dat hij zich niet bewust was van zijn daden. Nu alle voorwaarden van de onverschoonbare fout vervuld zijn, is verweerster niet gehouden om tot vergoeding over te gaan.

•• Luik 25 juni 1996, J.L.M.B. 1997, 1332

Uit de clausule van een polis volgens welke 'niet is gedekt, het ongeval dat een gevolg is van elke daad van de verzekerde die vrijwillig schade berokkent aan zijn fysieke integriteit en meer bepaald van een zelfmoord' of een zelfmoordpoging, volgt a contrario dat in principe het ongeval is gedekt dat voortkomt uit een onvrijwillige zelfmoord of, met andere woorden, een zelfmoord die werd voltrokken door een persoon die niet meer in het volle bezit was van zijn geestesvermogen en waarvan de wil was beneveld door een onweerstaanbare drang die hem onvermijdelijk tot een dergelijke daad had gebracht.
Overeenkomstig de algemene bewijsregeling, gebaseerd op de idee van de geloofwaardigheid, moet de verzekeraar de zelfmoord bewijzen, terwijl de begunstigde van de verzekering de last draagt van het bewijs van het onvrijwillige karakter.

• • Rb. Hasselt 7 april 1986, Limb. Rechtsl. 1986, 192; , R.W. 1986-87, 1757, noot VANSWEEVELT, T.

De clausule in art. 1386bis B.W. dat de schadevergoeding naar billijkheid moet gebeuren, wil geenszins zeggen dat er geen algehele schadeloosstelling mogelijk zou zijn. Billijkheid vereist o.m. dat de schadelijder zo integraal mogelijk vergoed wordt.
De bewakingsverplichting van een psychiatrische instelling tegenover haar patiënten, is een inspanningsverbintenis. Een dergelijk ziekenhuis moet een doelmatige veiligheidsbescherming van de patiënt organiseren. Maar er is slechts aansprakelijkheid ten laste van de inrichting wanneer bewezen wordt dat een voorzichtig en bedachtzaam iemand niet zou hebben gehandeld als in casu gebeurde.
De instelling is i.c. niet aansprakelijk voor het feit dat een patiënt ontsnapte en zelfmoord pleegde.

Indien niet bewezen is dat de schade te wijten was aan een contractuele fout van een derde (i.c. psychiatrisch ziekenhuis) moet de verzekering BA-gezin de schade dekken die veroorzaakt is door de geesteszieke (zelfmoord door zich onder een trein te werpen).
 

•• Kh. Charleroi 12 januari 2000, R.R.D. 2000, 96.

Indien het bewijs onvolledig is dat het voorval, dat de verzekeraar tot betaling van het voorziene kapitaal verplicht, wel degelijk een door de verzekering gedekt risico is, en indien er twijfel blijft bestaan nopens de oorzaak van het overlijden omdat dit kan toegeschreven worden aan één van de door het contract uitgesloten gevallen, dan wordt het bewijs niet als in rechte genoegzaam aangebracht.
Uit het levensverzekeringscontract volgt dat de begunstigde het bewijs moet leveren van het onbewust karakter van de zelfmoord.
De regels voor overeenkomstinterpretatie, meer bepaald die vervat in art. 1162 B.W., zijn niet overeen te brengen met de duidelijk in de overeenkomst van de partijen uitgedrukte wil.

• Zelfmoord is niet gelijk te stellen met grove schuld in het verzekeringsrecht. Zelfmoord is enkel niet gedekt indien het letterlijk in de polis staat vermeld als grond van uitsluiting zie rb. Kh. Dendermonde 22/01/2002, p. 148.

N.M.B.S. t/ NV G.B.

I. Voorwerp van de vordering van eiseres

De vordering van eiseres strekt ertoe om verweerster te horen veroordelen tot betaling van een bedrag van 8.427,39 euro, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 30 mei 1995 tot 10 mei 1999 en met de gerechtelijke intresten vanaf 10 mei 1999 tot de dag van de algehele betaling.

...

II. In feite

Op 30 mei 1995 beroofde de heer V.H. zich van het leven door op de treinsporen van het traject Leuven-Hasselt te gaan liggen, op het ogenblik dat er een trein naderde. Alvorens op de voormelde treinsporen te gaan liggen, had de heer V.H. zich volledig ontkleed, op zijn slipje na, waarna hij zijn klederen naast de treinsporen op een hoopje legde, waarop, bovenop, zijn persoonlijke zaken zoals zijn polshorloge en zijn brieventas waren gelegd.

Verweerster is de verzekeraar burgerrechtelijke aansprakelijkheid privé-leven van wijlen de heer V.H.

Op 9 februari 1996 richtte verweerster een brief tot eiseres: «Wij vestigen uw aandacht op het feit dat wij met onze brief van 7 november 1995 onze waarborg niet weigerden wegens wettelijke daad noch wegens opzettelijke schade. Onze weigering is gebaseerd op de onmiskenbare roekeloze of uitgesproken gevaarlijke daad, die uitgesloten is uit de polis (zie art. 15, h, tweede lid). U zal het hopelijk met ons eens zijn dat in de zaak die ons aanbelangt iedereen zal beamen dat het «een roekeloze en uitermate gevaarlijke daad» is. Wij bevestigen u met dit schrijven nogmaals onze weigering en rangschikken onze bundel».

Op 30 juli 1997 stuurde eiseres aan verweerster een antwoord op de brief van deze laatste van 9 februari 1990.

Bij voormeld schrijven verwijst eiseres naar art. 8 van de wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst krachtens welk verweerster ook de gevallen van grove schuld dient te dekken. Volgens eiseres beantwoordt art. 15, h, tweede lid, van de algemene voorwaarden van verweerster geenszins aan de bepaling volgens welke er door de verzekeraar in geval van grove schuld geen dekking dient te worden verleend «voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald», en dit omdat de algemene en vage omschrijving die volgens eiseres in art. 15, h, tweede lid, door verweerster wordt gegeven.µ

In haar brief van 30 juli 1997 werd door eiseres aan verweerster gevraagd om over te gaan tot vergoeding van de schade die door eiseres werd geleden ten gevolge van de zelfmoord van de heer V.H., namelijk tot betaling van een bedrag van 8.427,39 euro.

Omdat verweerster bij haar standpunt bleef, namelijk dat zij geen dekking diende te verlenen op basis van art. 15, h, tweede lid, van de verzekeringspolis die de heer V.H. bij haar onderschreef, ging eiseres over tot dagvaarding.

III. Bespreking in rechte

Art. 8, tweede lid, van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992 bepaalt: «De verzekeraar dekt de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst bepaald zijn.»

Verweerster weigert om tot dekking over te gaan en verwijst daarvoor naar art. 15, h, tweede lid, van de algemene polisvoorwaarden van de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid privé-leven die door de heer V.H. onderschreven werd en die bepaalt:

«Onverminderd de bepalingen eigen aan bepaalde bijzondere gevallen, die gepreciseerd worden in hoofdstuk II zijn van de waarborg uitgesloten:

(...) h – de schade voortvloeiend uit de persoonlijke gerechtelijke aansprakelijkheid van de verzekerde:

(...) 2. die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en schade veroorzaakt in een staat van dronkenschap, alcoholintoxicatie of een gelijkaardige toestand teweeggebracht door het gebruik van andere producten of stoffen dan alcoholhoudende dranken of als gevolg van onmiskenbaar roekeloze of uit uitgesproken of gevaarlijke daden.» (eigen cursivering).

Zoals eiseres terecht opmerkt, beantwoordt de voormelde uitsluitingsgrond geenszins aan het wettelijk vereiste van art. 8, tweede lid, van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst.

De uitsluitingsgrond waarop verweerster zich beroept is immers niet «uitdrukkelijk en beperkend» bepaald in de polis. De omschrijving van de uitsluitingsgrond, zoals gegeven in art. 15, h, tweede lid voormeld, dekt immers niet «een geval van grove schuld», zoals verweerster ten onrechte beweert, maar integendeel, verschillende en mogelijkerwijze zeer uiteenlopende gevallen van aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van grove schuld.

Indien verweerster werkelijk de bedoeling had (en onder voorbehoud van de vraag of zij dit rechtsgeldig kan) om de schade veroorzaakt door zelfdoding van dekking uit te sluiten, dan had zij dit aan de verzekerde duidelijk moeten maken door dit uitdrukkelijk en op beperkende wijze in de polisvoorwaarden te bepalen, wat perfect mogelijk was door gebruik te maken van het woord «zelfdoding» of «zelfmoord» i.p.v. haar toevlucht te nemen tot een omslachtige en vage omschrijving.

Het is immers juist het vage aan een uitsluitingscriterium dat de wetgever heeft willen uitsluiten (cf. H. Cousy en G. Schoorens, De Nieuwe Wet op de Landverzekeringsovereenkomst. Parlementaire voorbereiding van de Wet van 25 juni 1992 en van de wijzigende Wet van 16 maart 1994, Antwerpen, Kluwer, 1994, p. 92 i.v.m. de memorie van toelichting 19-20, § 5, in fine).

Wegens de nietigheid van art. 15, h, tweede lid van de verzekeringsovereenkomst die gesloten werd tussen de heer V.H. en verweerster, dient verweerster, met toepassing van art. 8 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst, dekking te verlenen voor de schade die het gevolg is van het handelen van de heer V.H.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: za, 23/04/2016 - 10:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.