De fout/onzorgvuldigheid of nalatigheid, waarvoor een schadeverwekker op basis van de artikelen 1382 e.v. B.W. aansprakelijk kan zijn, bestaat in een gedraging die, ofwel, behoudens onoverwinnelijke dwaling of enige andere rechtvaardigingsgrond, een schending inhoudt van een rechtsnorm, waarbij de betrokkene verplicht is iets niet te doen of iets op bepaalde manier wel te doen (artikel 1382 B.W.), ofwel neerkomt op een verkeerd optreden dat moet worden beoordeeld naar de maatstaf van de normaal zorgvuldige en omzichtige persoon, die in dezelfde concrete omstandigheden verkeert (artikel 1383 B.W.).
De contractuele wanprestatie dekt dezelfde lading, maar dan beoordeeld in het raam, niet van de wettelijke bepalingen, doch wel van de contractuele bedingen die de contractpartijen tot wet strekken (artikel 1134, eerste lid B.W.).
Wat in het bijzonder de medische sector betreft, geldt bovendien dat een geneesheer(-specialist) in principe geen resultaatsverbintenis op zich neemt, doch slechts een middelenverbintenis.
De medicus belooft inderdaad niet dat het resultaat van de behandeling de genezing van de patiënt zal zijn, doch verbindt er zich enkel toe als een nauwgezette en gewetensvolle geneesheer de middelen, die de huidige medische wetenschap hem ter beschikking stelt, te zullen aanwenden om het verhoopte of gewenste resultaat (de genezing of de verbetering van de gezondheidstoestand van de patiënt) te realiseren.
Daaruit volgt dat de aansprakelijkheid van een geneesheer(specialist) slechts betrokken is in geval van bewijs, te leveren door het slachtoffer, van een specifiek gebrek aan voorzorg van die geneesheer(-specialist).
Criterium ter beoordeling van de aansprakelijkheid van de geneesheer(-specialist) is derhalve de (abstracte) vergelijking van de gedraging van de geneesheer(-specialist) met de veronderstelde gedragswijze van een normaal zorgvuldige en omzichtige geneesheer(-specialist) (de goede huisvader) geplaatst in dezelfde concrete externe omstandigheden.
Fout is er zodra er een afwijking is van de veronderstelde gedraging van de goede huisvader, wat zowel op contractueel vlak als op quasi-delictueel vlak geldt.