Wanneer de Strafrechter veroordeelt tot onderscheiden straffen, enerzijds, wegens het besturen van een voertuig in staat van alcoholintoxicatie en anderzijds wegens overtreding van het wegverkeersreglement, zonder uitspraak te hebben gedaan over de schade en over de oorzaak van de schade, volgt hieruit dat de Strafrechter niet heeft beslist dat de staat van alcoholintoxicatie de oorzaak, noch één van de oorzaken van het ongeval was.
Maar het Hof van Cassatie voegt hier een belangrijke alinea aan toe:
“De Appelrechter ziet oordelen dat de Politierechtbank heeft geoordeeld dat beide inbreuken los van elkaar gesanctioneerd dienen te worden en volgens hem geen oorzakelijk verband tussen de inbreuken bestond en de verzekerde zich op dit vonnis mag beroepen om te bewijzen dat er geen oorzakelijk verband bestond, verantwoordden hun beslissing niet naar recht.”
Zie ter zake ook het Arrest van het Hof van Cassatie van 11.03.1988:
“de rechter die naar aanleiding van een verkeersongeval, onderscheiden straffen heeft opgelegd, enerzijds wegens het besturen van een voertuig op een openbare plaats in staat van alcoholintoxicatie, anderzijds wegens een overtreding van het wegverkeersreglement, zonder uitspraak te hebben moeten doen en zonder zich te hebben uitgesproken over de oorzaak van de schade, beslist niet dat de staat van alcoholintoxicatie noch de oorzaak, noch één van de oorzaken van het ongeval is geweest.”
Eén en ander wijst op een belangrijke nieuwe tendens waarbij het gezag van het strafrechtelijk gewijsde meer en meer wordt gerelativeerd door het Hof van Cassatie.
Tot voor 1997 kon men zonder meer stellen dat een afzonderlijke bestraffing voor een verkeersmisdrijf enerzijds en voor alcoholintoxicatie anderzijds, het onomstotelijke bewijs leverde dat er geen enkel oorzakelijk verband was tussen de alcoholintoxicatie en het ongeval.
Deze tendens is gewijzigd ingevolge het Cassatie arrest van 02.10.1997, A.C., 1997, 889 met conclusie van G. Dubrulle, stellende: “het gezag van strafrechtelijk gewijsde staat niet in de weg dat een partij in een louter burgerlijk proces de kans moet hebben de gegevens, afgeleid uit het strafgeding, te betwisten in zoverre zij geen partij was in dat geding of er niet vrij haar belangen kon laten gelden…
Als de Strafrechter onderscheiden straffen uitspreekt, enerzijds wegens het besturen van een voertuig in staat van alcoholintoxicatie of dronkenschap, anderzijds wegens het onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen, mag de verzekeraar van de veroordeelde die de slachtoffers van het ongeval bedragen heeft uitgekeerd, in een daaropvolgend burgerlijk geding nog steeds het bewijs leveren van een oorzakelijk verband tussen de alcoholintoxicatie of dronkenschap en de schade.