In geval van een bestuurder veroordeeld wordt wegens alcoholintoxicatie waarbij de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 1,8 gram per liter bloed aangeeft (1,2 bij recidive) , zal de de rechter principieel de geldigheid van het rijbewijs van de overtreder te koppelen aan de verplichting tot het rijden met een alcoholslot
Evenwel kan de rechter, indien hij zijn beslissing motiveert, een of meerdere voertuigcategorieën aanduiden overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26, waarvoor hij de geldigheid van het rijbewijs niet beperkt
De beperkte geldigheid moet wel ten minste betrekking hebben op de voertuigcategorie waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven.
De rechtbank kan alsnog na expliciete motivering uitzonderlijk afzien van het alcoholslot (bv. blanco strafregister, schuldinzicht, bewijs van alcoholstop).
Bij recidive bestaat heeft de rechter geen marge en is het alcoholslot verplicht. Wanneer een bestuurder die binnen de 3 jaar opnieuw een nieuwe veroordeling oploopt wegens alcoholintoxicatie vanaf 1, 2 promille moet de rechter een alcoholslot opleggen.
Naast het alcoholslot dient de veroordeelde herstelexamens af te leggen, zijnde medisch en psychologisch onderzoek en theoretisch en praktisch rijexamen en geldt een rijverbod van minimum 3 maanden bij een eerste herhaling.
Het alcoholslot wordt opgelegd voor een periode van 1 tot 3 jaar, ofwel levenslang.
De toepassing van deze bepaling vereist dan ook niet dat de veroordeelde alcoholverslaafd zou zijn.
De rechter kan de geldboete verminderen met de volledige of gedeeltelijke kosten van de installatie en het gebruik van een alcoholslot in een voertuig evenals de kosten van het omkaderingsprogramma, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.
Voor de hoge kosten verbonden aan een alcoholslot zie
VIAS | Wat is de kostprijs van een alcoholslot?.
De voorwaarden van het strenge omkaderingsprogramma verbonden aan de beperking van het rijbewijs gekoppeld aan een alcoholslot gelden niet alleen op de openbare weg.
Uit de aard van de voorwaarden van het omkaderingsprogramma volgt dat de inbreuk op artikel 37/1, tweede lid, Wegverkeerswet bestaande in het niet-naleven van die voorwaarden, niet vereist dat de feiten op de openbare weg gebeuren zodat de rechter die veroordeelt voor een dergelijke inbreuk dan ook niet moet vaststellen dat ze is gebeurd op de openbare weg.