Artikel 4.132 BW: Beschikkingen om niet in het nieuwe Burgerlijk Wetboek
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek bundelt de kernregels inzake giften en testeren in artikel 4.132 BW. Deze bepaling vervangt onder meer het vroegere artikel 893 BW en brengt de klassieke concepten onder in een ruimer en systematischer kader. Zij verduidelijkt welke rechtshandelingen als beschikkingen om niet worden erkend en welke hun formele contouren zijn.
1. Exclusieve wijzen van beschikken om niet (§ 1)
De wet stelt voorop dat men slechts op twee wijzen om niet kan beschikken: via een schenking onder de levenden of via een testament. Hiermee wordt het principe bevestigd dat rechtshandelingen om niet uitzonderlijk zijn en enkel binnen de door de wetgever erkende vormen tot stand komen. Andere varianten – zoals informele beloftes of niet-erkende beschikkingen ter zake des doods – worden uitgesloten. Nieuw is dat de wetgever ook expliciet de erfovereenkomst vermeldt, maar dan strikt binnen de door de titel bepaalde perken. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de moderne tendens om meer vrijheid te laten in familiale vermogensplanning, maar zonder het erfrecht volledig prijs te geven.
2. Definitie van schenking (§ 2)
De schenking wordt opnieuw omschreven als een contract waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van het goed ontdoet ten voordele van de begiftigde, die het aanvaardt. Dit komt inhoudelijk dicht bij de vroegere bepaling van artikel 893 BW, maar krijgt in Boek 4 een plaats binnen een coherent systeem. De elementen die ook in de rechtsleer centraal stonden – dadelijkheid, onherroepelijkheid, bevoordeling en aanvaarding – blijven behouden. De schenking blijft dus een bilateraal contract, wat haar onderscheidt van het testament.
3. Definitie van testament (§ 3)
Het testament wordt omschreven als de akte waarbij de testator, voor de tijd na zijn overlijden, over zijn goederen beschikt en die hij kan herroepen. Het unilaterale karakter en het herroepbare karakter van het testament worden hiermee scherp gesteld. Het onderscheid met de schenking wordt opnieuw bevestigd: waar de schenking dadelijk en onherroepelijk werkt, blijft het testament uitgesteld en herroepbaar.
4. Gemeenschappelijke noemer en contractuele erfstelling (§ 4)
De wet voegt een belangrijke terminologische verduidelijking toe: schenkingen en beschikkingen bij testament worden gezamenlijk als giften aangeduid. Daarmee wordt de brede categorie van beschikkingen om niet gecodificeerd. Bovendien introduceert de wetgever expliciet de term contractuele erfstellingen voor schenkingen van toekomstige goederen waarbij een persoon conventioneel als erfgenaam wordt aangewezen. Deze techniek, die in de praktijk reeds werd toegepast, krijgt zo een plaats in de wet.
5. Continuïteit en vernieuwing
Hoewel de kern van artikel 893 oud BW behouden blijft, biedt artikel 4.132 BW een moderner en systematischer kader. Het artikel integreert de klassieke definitie van schenking, maar plaatst die naast de testamentaire beschikking en de erfovereenkomst. De codificatie van de gemeenschappelijke noemer “giften” en de expliciete erkenning van contractuele erfstellingen zorgen voor meer duidelijkheid en coherentie.
6. Plaats in het systeem van Boek 4
Artikel 4.132 staat niet op zichzelf maar vormt het vertrekpunt van de hele titel over giften en erfopvolging. Het bepaalt de grenzen van het beschikkingsrecht om niet en legt de basis voor de verdere regels over vormvereisten, bescherming van erfgenamen en inkorting. Daarmee verankert de wetgever de gift in het spanningsveld tussen vrijheid van beschikking en bescherming van de familie- en schuldeisersbelangen.
Besluit
Met artikel 4.132 BW kiest de wetgever voor een systematische herformulering van het beschikkingsrecht om niet. De schenking en het testament blijven de klassieke pijlers, maar krijgen een plaats in een ruimer kader dat ook erfovereenkomsten en contractuele erfstellingen erkent. De continuïteit met artikel 893 oud BW is groot, maar de codificatie biedt meer helderheid en aansluiting bij de moderne praktijk van vermogensplanning.