Artikel VII.15 WER regelt de manier waarop een betalingsdienstaanbieder wijzigingen kan doorvoeren aan het raamcontract en aan de informatie die de gebruiker vooraf heeft ontvangen. De bepaling voorziet in een specifieke procedure die afwijkt van het gemeen recht en die in de praktijk noodzakelijk wordt geacht, omdat aanbieders vaak niet met individuele voorwaarden kunnen werken.
In de regel moeten voorgestelde wijzigingen schriftelijk of op een andere duurzame drager uiterlijk twee maanden vóór de inwerkingtreding aan de gebruiker worden meegedeeld. Indien het contract voorziet dat stilzwijgende aanvaarding mogelijk is, geldt dat de gebruiker wordt geacht akkoord te zijn tenzij hij zich binnen die termijn verzet. In dat geval moet hij wel het raamcontract vóór de wijziging kosteloos beëindigen. Deze regeling gaat ver: zelfs bij een loutere adreswijziging kan de gebruiker de overeenkomst onmiddellijk en gratis opzeggen.
Voor wijzigingen in de rentevoet of wisselkoers geldt een soepeler regime. Indien het raamcontract dit uitdrukkelijk bepaalt en de wijziging gebaseerd is op een overeengekomen referentierentevoet of -wisselkoers, kunnen deze aanpassingen onmiddellijk en zonder voorafgaande kennisgeving worden doorgevoerd. Ze moeten wel objectief en niet-discriminerend worden berekend. De gebruiker moet zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd, tenzij partijen zijn overeengekomen dat de informatie periodiek of op een andere wijze ter beschikking wordt gesteld, bijvoorbeeld via een website. Voor tariefwijzigingen blijft de gewone twee maanden-termijn gelden.
De verhouding tot andere consumentenwetgeving wordt eveneens geregeld. Artikel VII.15 WER geldt als een lex specialis ten opzichte van de algemene regels inzake onrechtmatige bedingen in het consumentenrecht. Toch primeert de consumentenkredietwetgeving in bepaalde gevallen: zo kan de aanbieder niet bedingen dat de voorwaarden van een kredietovereenkomst eenzijdig worden gewijzigd. Uitzonderingen bestaan enkel voor de debetrentevoet en bepaalde kosten, die binnen strikte grenzen kunnen worden aangepast.
Samengevat biedt artikel VII.15 WER een evenwicht tussen de noodzaak voor aanbieders om contractvoorwaarden flexibel te kunnen aanpassen en de bescherming van de betalingsdienstgebruiker, die steeds de mogelijkheid behoudt kosteloos op te zeggen of tijdig geïnformeerd te worden.
FAQ over artikel VII.15 WER: wijziging van het raamcontract en voorwaarden van betalingsdiensten
Wat regelt artikel VII.15 WER?
Het artikel bepaalt hoe een betalingsdienstaanbieder wijzigingen kan aanbrengen aan het raamcontract of aan eerder meegedeelde informatie. Het voorziet in een bijzondere procedure die afwijkt van het gemeen recht.
Hoe lang op voorhand moet een wijziging worden meegedeeld?
Elke wijziging moet uiterlijk twee maanden vóór de beoogde inwerkingtreding schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de gebruiker worden voorgesteld.
Wat gebeurt er als de gebruiker niet reageert?
Als het contract voorziet in stilzwijgende aanvaarding, wordt de gebruiker geacht akkoord te zijn indien hij niet binnen de termijn van twee maanden bezwaar maakt. Weigert hij de wijziging, dan moet hij het contract vóór de inwerkingtreding beëindigen. Dit kan kosteloos.
Geldt dit ook voor kleine wijzigingen, zoals een adreswijziging van de aanbieder?
Ja. Ook bij wijzigingen van gering belang, zoals een adreswijziging, heeft de gebruiker het recht om het contract onmiddellijk en gratis te beëindigen.
Zijn er uitzonderingen op de twee maanden-termijn?
Ja. Voor rentevoeten en wisselkoersen geldt een soepeler regime: deze kunnen onmiddellijk en zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast, op voorwaarde dat het contract dit voorziet en dat de aanpassing gebaseerd is op een overeengekomen referentievoet.
Moet de gebruiker altijd op de hoogte worden gebracht van wijzigingen in rente of wisselkoers?
In principe wel, en zo snel mogelijk. Partijen kunnen echter afspreken dat deze informatie periodiek of op een andere wijze (bijvoorbeeld via een website) ter beschikking wordt gesteld.
Kunnen de tarieven van de betalingsdienst ook onmiddellijk gewijzigd worden?
Neen. Tariefwijzigingen vallen onder de gewone regeling en moeten dus twee maanden vooraf worden meegedeeld.
Hoe verhoudt artikel VII.15 WER zich tot het algemene consumentenrecht?
Artikel VII.15 WER geldt als een lex specialis en gaat voor op de regels inzake onrechtmatige bedingen.
Hoe zit het met betalingsdiensten die ook kredietelementen bevatten?
In dat geval gelden de regels van het consumentenkrediet aanvullend. Zo kan de aanbieder de voorwaarden van de kredietovereenkomst niet eenzijdig wijzigen, behalve wat betreft de debetrentevoet en bepaalde kosten, die onder strikte voorwaarden kunnen worden aangepast.
Wat is de kernboodschap van artikel VII.15 WER?
Het artikel biedt betalingsdienstaanbieders de nodige flexibiliteit om contractvoorwaarden aan te passen, maar waarborgt tegelijk dat de gebruiker tijdig wordt geïnformeerd en steeds de mogelijkheid behoudt om kosteloos op te zeggen.