Artikel VII.4 WER verduidelijkt dat de informatieverplichtingen die gelden bij betalingsdiensten geen afbreuk doen aan de bijkomende informatie- en gedragsregels die in titel 4 van boek VII WER zijn vastgelegd met betrekking tot consumentenkrediet. Dit betekent dat een aanbieder van betalingsdiensten die tegelijk krediet verleent, steeds ook de verplichtingen uit de consumentenkredietwetgeving in acht moet nemen.
Zo blijft de betalingsdienstaanbieder gebonden aan de verplichtingen om voorafgaand informatie in te winnen over de financiële situatie en terugbetalingsmogelijkheden van de consument, en om de vereiste informatie te verstrekken via het Europese standaardinformatieformulier inzake consumentenkrediet (SECCI). Enkel het naleven van de verplichtingen uit de regels over betalingsdiensten volstaat dus niet.
Toch voorziet de wet uitzonderingen. Bepaalde vormen van krediet die met een betaalinstrument gepaard gaan, vallen niet of slechts gedeeltelijk onder de regels van titel 4. Dat geldt bijvoorbeeld voor kredietovereenkomsten zonder interest die binnen twee maanden moeten worden terugbetaald, mits de kosten lager liggen dan een bepaalde grens. Ook geoorloofde debetstanden die binnen een maand moeten worden afgelost, ontsnappen grotendeels aan de strengere informatieplichten. Voor kredietopeningen die langer lopen of structureler van aard zijn, blijven de volledige verplichtingen uit titel 4 wel onverkort gelden.
Daarnaast kunnen er nog andere wettelijke informatieverplichtingen gelden, afhankelijk van de manier waarop de betalingsdienst wordt aangeboden. Wordt de dienst bijvoorbeeld volledig op afstand of via internet verstrekt, dan spelen ook de regels uit boek VI WER (overeenkomsten op afstand) en boek XII WER (diensten van de informatiemaatschappij) mee. Deze verplichtingen komen bovenop de regels uit boek VII en gelden in principe cumulatief, tenzij de wet uitdrukkelijk bepaalt dat een specifieke regeling de andere vervangt.
In de praktijk moet een aanbieder van betalingsdiensten die kredietelementen bevat, dus steeds een gelaagd normenkader respecteren. Enerzijds zijn er de basisregels voor betalingsdiensten, anderzijds de verplichtingen uit de consumentenkredietwetgeving, aangevuld met regels inzake overeenkomsten op afstand en informatiemaatschappij. Alleen door al deze lagen samen correct toe te passen, kan de aanbieder zijn wettelijke verplichtingen naleven en de consument voldoende bescherming bieden.
Wat regelt artikel VII.4 WER?
Het artikel bepaalt dat de informatieverplichtingen inzake betalingsdiensten geen afbreuk doen aan de bijkomende verplichtingen die gelden bij consumentenkrediet.
Betekent dit dat naleving van de regels voor betalingsdiensten volstaat?
Neen. Een betalingsdienstaanbieder die kredietelementen aanbiedt, moet ook de verplichtingen uit de consumentenkredietwetgeving respecteren. Dit omvat onder meer het nagaan van de financiële situatie van de consument en het verstrekken van het standaardinformatieformulier (SECCI).
Zijn er uitzonderingen voor kleine of kortlopende kredieten?
Ja. Kredietovereenkomsten zonder interest die binnen twee maanden moeten worden terugbetaald en waarbij de kosten lager liggen dan een bepaalde grens vallen buiten de strengere regels. Hetzelfde geldt voor geoorloofde debetstanden die binnen een maand moeten worden afgelost.
Wat met kredietopeningen zoals een kredietlijn op een rekening?
Als de terugbetalingstermijn langer is (bijvoorbeeld drie maanden of meer), zijn de volledige verplichtingen uit de consumentenkredietregels van toepassing.
Zijn er nog bijkomende verplichtingen naast de consumentenkredietwetgeving?
Ja. Wanneer betalingsdiensten op afstand of via internet worden aangeboden, gelden ook de informatieplichten uit boek VI WER (overeenkomsten op afstand) en boek XII WER (diensten van de informatiemaatschappij).
Moeten deze regels samen worden toegepast?
In principe wel. De verplichtingen uit de verschillende wetboeken zijn cumulatief van toepassing, tenzij de wet uitdrukkelijk bepaalt dat een specifieke regeling de andere vervangt.
Wat is de kernboodschap van artikel VII.4 WER?
Een aanbieder van betalingsdiensten met kredietelementen moet rekening houden met een gelaagd normenkader: naast de regels voor betalingsdiensten gelden ook de consumentenbeschermende regels inzake krediet, aangevuld met de verplichtingen voor overeenkomsten op afstand en internetdiensten.