Verjaringstermijn
Art. 88. § 1. De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst bedraagt drie jaar. In de levensverzekering bedraagt de termijn dertig jaar voor wat betreft de rechtsvordering aangaande de reserve die op de datum van opzegging of op de einddatum gevormd is door de betaalde premies, onder aftrek van de verbruikte sommen.
De termijn begint te lopen vanaf de dag van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer degene aan wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat hij pas op een later tijdstip van het voorval kennis heeft gekregen, begint de termijn te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval vijf jaar na het voorval, behoudens bedrog.
In de aansprakelijkheidsverzekering begint de termijn, wat de regresvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar betreft, te lopen vanaf het instellen van de rechtsvordering door de benadeelde, onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van een verzwaring van de schade of van het ontslaan van een nieuwe schade.
In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen vanaf de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het bestaan van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de verzekeringsprestaties opeisbaar doet worden.
§ 2. Onder voorbehoud van bijzondere wettelijke bepalingen, verjaart de vordering die voortvloeit uit het eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar heeft krachtens artikel 150 door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
Indien de benadeelde evenwel bewijst dat hij pas op een later tijdstip kennis heeft gekregen van zijn recht tegen de verzekeraar, begint de termijn pas te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval na verloop van tien jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
§ 3. De regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart door verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de betaling door de verzekeraar, behoudens bedrog.
Schorsing en stuiting van de verjaring
Art. 89. § 1. De verjaring tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen loopt niet tot de dag van de meerderjarigheid of van de opheffing van de onbekwaamheid.
§ 2. De verjaring loopt niet tegen de verzekerde, de begunstigde of de benadeelde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de voorgeschreven termijn op te treden.
§ 3. Indien het schadegeval tijdig is aangemeld, wordt de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft gegeven van zijn beslissing.
§ 4. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen een verzekerde heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering tegen de verzekeraar tot gevolg. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekeraar heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering tegen de verzekerde tot gevolg.
§ 5. De verjaring van de vordering bedoeld in artikel 88, § 2, wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om een vergoeding te bekomen voor de door hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering.
Onder «bijzondere wettelijke bepalingen» in art. 88, § 2, eerste lid Verzekeringswet wordt verstaan de bepalingen die de verjaring van de vordering die voortvloeit uit het eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar heeft, aan een andere termijn onderwerpen dan die welke art. 88, § 2 Verzekeringswet voorschrijft. (Cass. 28 mei 2018, RW 2019-2020, 230).
Verjaring verzekering versus verjaring precontractuele aansprakelijkheid
In het verzekeringsrecht geldt als basisregel dat rechtsvorderingen die voortvloeien uit een verzekeringsovereenkomst verjaren na drie jaar. Die termijn geldt voor elke vordering die verband houdt met het bestaan van de verzekeringsovereenkomst en met de verplichtingen die daaruit ontstaan. Dat geldt zowel voor de verzekeraar als voor de verzekerde, en ook wanneer derden bij de overeenkomst betrokken zijn. Het maakt daarbij niet uit op welke juridische grond de vordering precies wordt gesteund.
Wat betekent “voortvloeiend uit de verzekeringsovereenkomst”?
Een rechtsvordering vloeit voort uit een verzekeringsovereenkomst wanneer zij betrekking heeft op rechten en plichten die hun oorsprong vinden in die overeenkomst zelf. Het gaat bijvoorbeeld om discussies over dekking, betaling van een vergoeding, naleving van contractuele verplichtingen of de geldigheid van de overeenkomst.
Precontractuele aansprakelijkheid: een ander verhaal
Een vordering die steunt op precontractuele aansprakelijkheid valt hier niet onder. Wanneer een verzekerde van de verzekeraar een schadevergoeding vraagt omdat er vóór het sluiten van de verzekering fouten zouden zijn gemaakt, gaat het niet om een vordering die voortvloeit uit de verzekeringsovereenkomst. De grondslag van zo’n vordering ligt immers niet in de overeenkomst zelf, maar in het gedrag voorafgaand aan het contract.
Gevolg voor de verjaring
Omdat een vordering op basis van precontractuele aansprakelijkheid niet wordt beschouwd als een vordering die voortvloeit uit de verzekeringsovereenkomst, is de specifieke verjaringstermijn van drie jaar daarvoor niet automatisch van toepassing. Voor zulke vorderingen gelden de algemene regels van het aansprakelijkheidsrecht.
FAQ
Wat is de algemene verjaringstermijn bij verzekeringen?
De basisregel is dat elke rechtsvordering die voortvloeit uit een verzekeringsovereenkomst verjaart na drie jaar. Die termijn geldt voor zowel de verzekerde als de verzekeraar en heeft betrekking op rechten en plichten die uit de verzekering zelf voortkomen.
Geldt die termijn voor alle soorten verzekeringen?
Voor de meeste verzekeringen wel, maar bij levensverzekeringen bestaat een belangrijke uitzondering. Voor vorderingen die betrekking hebben op de opgebouwde reserve geldt een verjaringstermijn van dertig jaar.
Wanneer begint de verjaring te lopen?
De verjaring begint te lopen vanaf de dag waarop het voorval zich voordoet dat het recht op een vordering doet ontstaan. Als de rechthebbende kan aantonen dat hij pas later kennis kreeg van dat voorval, begint de termijn pas dan te lopen, met een absolute maximumtermijn, behalve in geval van bedrog.
Hoe werkt de verjaring in de aansprakelijkheidsverzekering?
Bij een aansprakelijkheidsverzekering begint de verjaring van de vordering van de verzekerde tegen de verzekeraar pas te lopen vanaf het moment dat de benadeelde een vordering instelt. Dat geldt ook wanneer het gaat om een latere vordering, bijvoorbeeld door een verergering van de schade.
Wat geldt bij persoonsverzekeringen?
Bij persoonsverzekeringen begint de verjaring voor de begunstigde pas te lopen wanneer die tegelijk kennis heeft van het bestaan van de verzekering, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de uitkering opeisbaar maakt.
Welke termijn geldt voor de benadeelde die zich rechtstreeks tot de verzekeraar richt?
De vordering van de benadeelde tegen de verzekeraar verjaart in principe na vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit. Wanneer de benadeelde pas later kennis krijgt van zijn recht, begint de termijn later te lopen, maar er geldt een uiterste termijn.
Wat is de verjaringstermijn voor regres door de verzekeraar?
De regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde verjaart na drie jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de verzekeraar heeft betaald, behalve bij bedrog.
Kan de verjaring worden geschorst of gestuit?
Ja. De verjaring loopt niet tegen minderjarigen of onbekwamen zolang die toestand duurt. Ze loopt ook niet wanneer iemand door overmacht onmogelijk kan optreden. Daarnaast kan de verjaring worden gestuit, bijvoorbeeld door een tijdige aangifte van het schadegeval of door duidelijke stappen van de benadeelde om een vergoeding te verkrijgen.
Wat is het effect van stuiting tussen verzekerde, verzekeraar en benadeelde?
Wanneer de verjaring wordt geschorst of gestuit in de verhouding tussen de benadeelde en de verzekerde, heeft dat ook gevolgen voor de verhouding met de verzekeraar, en omgekeerd. De verjaring loopt dus niet los van elkaar.
Valt precontractuele aansprakelijkheid onder de driejarige verjaring?
Nee. Een vordering die steunt op fouten vóór het sluiten van de verzekering wordt niet beschouwd als een vordering die voortvloeit uit de verzekeringsovereenkomst. Voor zulke vorderingen geldt niet automatisch de driejarige verjaring, maar het algemene aansprakelijkheidsrecht.
Wat is het praktische belang van dit onderscheid?
Het onderscheid bepaalt welke verjaringstermijn van toepassing is. Wie een vordering instelt, moet dus eerst nagaan of die vordering werkelijk uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeit, dan wel uit het gedrag vóór het contract.