Om de aansprakelijkheid voor een schadeverwekkend feit te kunnen weerhouden dient niet alleen fout en schade bewezen te worden maar ook het causaal verband tussen beide. Het causaal verband of het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, worden beoordeeld door middel van de - conditio sine qua non - test. Dit betekent dat er wordt nagegaan of de schade zich ook zou hebben voorgedaan zoals ze zich in concreto voordeed zonder dat de foutieve daad zou zijn gepleegd. Er is bijgevolg geen oorzakelijk verband wanneer de schade zich eveneens zou hebben voorgedaan indien de verweerder de hem verweten handelwijze correct had uitgevoerd.
Om deze test door te voeren dient de rechter een rechtmatig alternatief voor de foutieve daad voor te stellen en te beoordelen, zonder dat hierbij de historiek van het ongeval, dan wel schadegeval wordt gewijzigd. Dit betekent dat de rechter de foutieve handeling dient te toetsen en te vergelijken aan een zelfde handeling maar dan correct uitgevoerd in die zin dat enkel de foutieve elementen van de gedragingen die in gewijzigd te worden bij de test in een correcte gedragingen zonder de overige gedragingen te wijzigen. De rechter moet dus abstractie maken van het foutieve element in de historiek van het schadegeval, zonder de andere omstandigheden ervan te wijzigen, en nagaan of de schade zich ook in dat geval zou hebben voorgedaan.
Degene die schadevergoeding vordert moet bewijzen dat er tussen de fout en de schade, zoals die zich concreet heeft voorgedaan, een oorzakelijk verband bestaat. Dit verband veronderstelt dat, zonder de fout, de schade zich niet had voorgedaan zoals ze zich heeft voorgedaan. Er is bijgevolg geen oorzakelijk verband wanneer de schade zich eveneens zou hebben voorgedaan indien de verweerder de hem verweten handelwijze correct had uitgevoerd.
De rechter moet aldus bepalen wat de verweerder had moeten doen om rechtmatig te handelen. Hij moet abstractie maken van het foutieve element in de ontstaansgeschiedenis van het schadegeval, zonder de andere omstandigheden ervan te wijzigen, en nagaan of de schade zich ook in dat geval zou hebben voorgedaan. Indien de rechter daarbij vaststelt dat de schade zich op dezelfde wijze zou hebben voorgedaan of oordeelt dat dit onzeker is, is er geen oorzakelijk verband tussen fout en schade.
zie als toepassingsvoorbeeld: www.elfri.be - Rechtspraak - Onrechtmatig gebouwd overheidsgebouw en schadevergoeding buren en www.elfri.be - Rechtspraak - Energiefraude, terugvordering van steun en behoorlijk bestuur
Eenvoudiger
In het aansprakelijkheidsrecht geldt de regel dat men voor het vaststellen en begroten van de schade die is ontstaan ten gevolge van een onrechtmatig handelen, wanneer men de werkelijkheid vergelijkt met de hypothetische toestand waarin de benadeelde zich zou hebben bevinden als de fout niet was begaan, het foutief handelen niet in zijn geheel moet wegdenken, maar slechts het onrechtmatig karakter ervan.
Dit is de leer van het rechtmatig alternatief. Om deze leer te illustreren, kan vertrokken worden van de situatie waarin de bestuurder van een wagen in dronken toestand en/of tegen een onaangepaste snelheid een ongeval veroorzaakt.
Om te beoordelen of en hoeveel schade er werd veroorzaakt doordat de bestuurder van een voertuig dronken en/of met een onaangepaste snelheid reed, moeten de feiten zoals die zich hebben voorgedaan niet vergeleken worden met de situatie waarin de schadeverwekker niet met de wagen reed, maar met de situatie waarin hij nuchter en/of tegen een aangepaste snelheid reed.
FAQ
Wat moet bewezen worden om aansprakelijkheid te vestigen?
Voor aansprakelijkheid moeten fout, schade en het oorzakelijk verband tussen beiden bewezen worden. Ontbreekt één van deze elementen, dan kan geen schadevergoeding worden toegekend.
Wat is het oorzakelijk verband?
Het oorzakelijk verband beoordeelt of de schade zich op dezelfde manier zou hebben voorgedaan zonder de fout. Als dat zo is, ontbreekt het oorzakelijk verband.
Hoe past de rechter deze toets toe?
De rechter vergelijkt de feitelijke situatie mét fout met een hypothetische situatie waarin dezelfde handeling correct wordt uitgevoerd. Alleen het foutieve element wordt verwijderd, niet de volledige handeling.
Wat is de leer van het rechtmatig alternatief?
Deze leer houdt in dat men kijkt naar wat er zou zijn gebeurd als de schadeverwekker dezelfde handeling rechtmatig had gesteld. Het alternatief is dus niet dat de dader helemaal niets doet, maar dat hij hetzelfde doet zonder fout.
De leer van het rechtmatig alternatief houdt aldus in in dat men de fout niet volledig uit de feiten wegdenkt, maar enkel het onrechtmatige element ervan. De rechter vergelijkt dus de werkelijke situatie met een hypothetische situatie waarin dezelfde handeling op een correcte, rechtmatige manier werd uitgevoerd. Alle andere omstandigheden blijven identiek.
Waarom volgens de leer van het rechtmatig alternatief wordt enkel het foutieve element weggedacht en niet de hele gedraging?
Omdat het aansprakelijkheidsrecht wil weten welke schade precies voortvloeit uit het onrechtmatige aspect van het gedrag. Als men de volledige handeling zou wegdenken, zou men een onnatuurlijke vergelijking maken die niets zegt over de werkelijke invloed van de fout.
Hoe past de rechter de leer van het rechtmatig alternatief concreet toe?
De rechter herschrijft de feiten niet. Hij laat enkel het foutieve onderdeel weg en kijkt vervolgens of dezelfde schade zich dan ook zou hebben voorgedaan. Indien dat zo is, of indien het onzeker blijft, wordt het oorzakelijk verband niet bewezen.
Voorbeeld: verkeersongeval door een dronken bestuurder
Wanneer een bestuurder dronken en/of te snel rijdt en een ongeval veroorzaakt, mag de rechter de situatie niet vergelijken met een toestand waarin de bestuurder helemaal niet reed. Het juiste alternatief is: wat zou er gebeurd zijn als hij nuchter en met aangepaste snelheid had gereden? Indien het ongeval zich ook dan zou hebben voorgedaan, ontbreekt het oorzakelijk verband.
Voorbeeld: onrechtmatig gebouwd overheidsgebouw
Bij burenhinder door een overheidsgebouw onderzoekt de rechter of dezelfde hinder zou zijn ontstaan als het gebouw volledig volgens de regels was opgetrokken. Indien de hinder identiek zou zijn geweest bij een rechtmatige uitvoering, bestaat geen oorzakelijk verband tussen de fout bij de bouw en de schade van de buren.
Voorbeeld: energiefraude en terugvordering van steun
Bij onrechtmatige aanvraag van steun onderzoekt de overheid of het nadeel voortvloeit uit het foutieve element (bijvoorbeeld misleidende informatie). Indien de steun ook rechtmatig kon worden geweigerd op basis van correcte gegevens, kan het ontbreken van causaal verband worden ingeroepen: zonder het foutieve element zou het resultaat hetzelfde zijn geweest.
Wat gebeurt er als niet duidelijk is of de schade anders zou zijn geweest bij een rechtmatig alternatief?
Bij onzekerheid wordt het oorzakelijk verband niet aangenomen. De schade-eiser moet aantonen dat de fout tot een ander verloop van de feiten heeft geleid. Lukt dit niet, dan volgt geen aanspraak op schadevergoeding.
Wat is het praktisch gevolg van de leer van het rechtmatig alternatief?
De fout moet een aantoonbare invloed hebben gehad op het schadeverloop. Als een correcte uitvoering van dezelfde handeling tot precies dezelfde schade zou hebben geleid, bestaat geen aansprakelijkheid, zelfs niet wanneer het gedrag onrechtmatig was.
Wie draagt het bewijs van het oorzakelijk verband?
Degene die schadevergoeding vordert moet aantonen dat de schade niet zou zijn ontstaan zoals ze zich heeft voorgedaan indien de fout niet was begaan.
Kan er aansprakelijkheid bestaan bij samenlopende oorzaken?
Ja, maar enkel als bewezen is dat zonder de fout het schadeverloop anders zou zijn geweest. Bij onzekerheid wordt het oorzakelijk verband niet aangenomen.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Het bewijs van de fout volstaat niet. Er moet worden aangetoond dat de fout het schadeverloop heeft beïnvloed. De rechter vergelijkt daarom altijd de feiten met een rechtmatig alternatief van dezelfde feiten.