Onder het begrip betekening zoals voorzien in artikel 32 van het gerechtelijk wetboek moet worden verstaan de afgifte, bij gerechtsdeurwaardersexploot van een eensluidend afschrift van een akte.
Als wijze van gemeenrechtelijke mededeling van de rechterlijke beslissingen heeft de betekening tot doel, enerzijds, de geadresseerde ervan in te lichten over de inhoud van de betekende beslissing, die aldus uitwerking kan hebben, en, anderzijds, de termijnen van beroep, waaronder de gemeenrechtelijke termijn van hoger beroep bepaald in artikel 1051, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, te doen ingaan.
Onder kennisgeving wordt verstaan: de toezending van een akte van de rechtspleging in origineel of in kopie.
Een betekening geschiedt steeds via een gerechtsdeurwaardersexploot.
Een kennisgeving daarentegen is mogelijk via een gewone brief,, een gerechtsbrief. bij de inwerkingtreding van de wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van de telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure, bij fax of elektronische post, op voorwaarde dat de geadresseerde een faxnummer of een e-mailadres heeft.
Een dagvaarding en een vonnis worden betekend door een gerechtsdeurwaarder. Een betekening is een officiële kennisgave. Wanneer u in persoon werd betekend wil dit zeggen dat de gerechtsdeurwaarder met u persoonlijk heeft aangetroffen bij het overhandigen van de dagvaarding of het vonnis.
Indien u niet aanwezig bent op het ogenblik dat de gerechtsdeurwaarder aanbelt, wordt een kopie van het document in uw brievenbus gedeponeerd en krijgt u nadien een schrijven met melding dat u een kopij kan komen afhalen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. De vereiste dat deze brief aangetekend diende verstuurd te worden werd in het gerechtelijk wetboek geschrapt.
U bent niet verplicht deze kopie af te halen.
Door de betekening van een dagvaarding bent u officieel op de hoogte gesteld dat u wordt opgeroepen voor de rechtbank, waardoor u een advocaat kunt raadplegen. Tussen de dag van de betekening van de dagvaarding en de dag waarop een zaak voorkomt zijn er in de regel minstens 8 dagen. In kortgeding of wanneer de rechtbank op grond van uiterste hoogdringendheid verlof (machtiging) verleent om deze termijn in te korten, zal deze termijn korter zijn.
artikel 32, 1° van het Gerechtelijk Wetboek stelt:
"onder betekening wordt verstaan de afgifte van een afschrift van de akte; zij geschiedt bij deurwaardersexploot"
artikel 32, 2° van het Gerechtelijk Wetboek stelt:
"onder de kennisgeving wordt verstaan: de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of een afschrift; zij geschiedt langs de post of, in de gevallen die de wet bepaalt, in de vormen die deze voorschrijft.."
De regels van het gerechtelijk wetboek zijn volgens artikel twee van het gerechtelijk wetboek van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechts beginselen, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepaling van het wetboek. de definities van het Gerechtelijk Wetboek zijn onder meer niet toepasselijk op de voorlopige hechteniswet, op de wegverkeerweten in beginsel ook niet op de diverse procedures in het administratief recht.
Termijnen van verzet, hoger beroep een voorziening in cassatie vangen aan bij de betekening van de beslissing (zie artikel 57 van het gerechtelijk wetboek) in een aantal gevallen heeft de wetgever voorzien dat de kennisgeving van het vonnis niet gebeurt middels een betekening maar wel middels een gerechtsbrief. In deze gevallen begint de termijn van verzet, hoger beroep en voorziening incassatie, bij gebreke aan andere wetsbepaling te lopen vanaf deze kennisgeving. (Zie ter zake artikel 57, 792, 1051, 792 en 1048 Gerechtelijk Wetboek).
In het administratief recht wordt aangenomen dat de betekening niet onderworpen is aan vormvereisten, behoudens de gevallen waarin dit anders door de wet wordt bepaald. Aldus wordt in het administratief recht onder betekening verstaan, de mededeling bij individuele aanzegging van een rechtshandeling aan de persoon wiens rechtstoestand door deze handeling wordt gewijzigd of beïnvloed. In het administratief recht kan er dus "betekend" worden met een aangetekende brief met ontvangstmelding waarbij dit aangetekend schrijven termijnen doet lopen.
Artikel 53 bis van het gerechtelijk wetboek bepaalt: "ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaald, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving berekend vanaf:
1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een per post aangetekende brief met ontvangstbewijs, de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden is geworden aan de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, aan zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.
2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, de derde dag die volgt op deze waarop de brief aan de postdiensten overhandigd is geworden, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
In het administratief recht is een kennisgeving middels aangetekend schrijven geldig zodra de postbode zich aan de woning van de belanghebbende heeft aangeboden. Wanneer de postbode de brief niet persoonlijk aan de betrokkene of zijn gemachtigde heeft kunnen overhandigen, laat de postbode in de brievenbus van de geadresseerde een bericht achter met de melding dat de brief kan worden afgehaald op het postkantoor voor zover deze vormvereiste vervuld is, wordt het niet afhalen van de brief binnen de voorgeschreven termijn op het postkantoor gelijkgesteld met een weigering om de brief in ontvangst te nemen, behoudens voor zover de betrokkene in de onmogelijkheid verkeerde om de brief binnen deze termijn af te halen. Let wel, voor zover de geadresseerde er niet kan inslagen het bewijs te leveren dat hij in de onmogelijkheid verkeerde de brief af te halen, wordt de brief geacht ontvangen te zijn op de dag dat de brief aan de woning van de geadresseerde werd aangeboden en wordt de kennisgeving ook op deze dag vastgesteld. thans wordt aangenomen dat een aangetekende zending geacht wordt te zijn ontvangen op de derde werkdag die volgt op de verzendingen ervan (de raad van state in 19 oktober 2006 163.785).
Rechtspraak: zie Cass. 12 januari 2007, RABG 200 7/10, 659 met noot.
Over de betekening van een afschrift in de zin van art. 792 en over de ondertekening van het afschrift
Onder ‘betekening’ moet worden verstaan: “de afgifte, bij deurwaardersexploot, van een eensluidend afschrift van de akte die de gerechtsdeurwaarder moet betekenen” (cassatiearrest van 26 oktober 20009).
De artikelen 1386 en 1495 Ger.W. – die de uitgifte viseren slechts de gedwongen tenuitvoerlegging
Het Gerechtelijk Wetboek vereist nergens de betekening van een uitgifte buiten het kader van de tenuitvoerlegging.
Hieruit volgt de vraag of een afschrift in de zin van art. 792 Ger. W. voldoet aan de voorwaarde van een eensluidend verklaard afschrift.
Welnu een eensluidend afschrift van het te betekenen vonnis is een integraal afschrift is aangezien de betekening van de volledige titel noodzakelijk is om de termijnen voor rechtsmiddelen te kunnen doen lopen (Cass. 6 juni 2012, Arr.Cass. 2012, afl. 6-7-8, 1557; www.cass.be (27 juni 2012); JLMB 2012, afl. 32, 1510 en http://jlmbi.larcier.be (18 oktober 2012); Pas. 2012, afl. 6-7-8, 1311; RDPC 2013, afl. 1, 44 (samenvatting); RW 2013-14, afl. 11, 419 (samenvatting) en www.rw.be (18 november 2013), noot; VAV 2012, afl. 6, 397.).
Het afschrift bedoeld in artikel 792 Ger.W. levert in die zin geen enkel bewijs op (Cass. 9 april 1992, Arr.Cass. 1991-92, 773, Bull. 1992, 722 (verkort), Pas. 1992, I, 722 en RW 1992-93, 1404) omdat het niet de vereiste garantie geeft dat het de integrale titel bevat.
De ondertekening door de griffier is een noodzakelijke voorwaarde is om te kunnen spreken van een eensluidend verklaard afschrift. Dit is weliswaar niet als dusdanig in het Gerechtelijk Wetboek wordt verwoord, maar in ons recht is het immers de handtekening die de erkenning met de inhoud van een akte of document aantoont (Cass. 13 november 1930, Pas. 1930, I, 356; Cass., 30 april 1942, Arr.Cass. 1942, 48; Cass. 13 mei 2005, Arr.Cass. 2005, afl. 5, 1046; www.cass.be (3 juni 2005); Pas. 2005, afl. 5-6, 1041; RW 2007-08, afl. 21, 857 (samenvatting) en www.rw.be (26 januari 2008); TBBR 2006, afl. 10, 589, noot B. VAN BAEVEGHEM.).
Net zoals de gerechtsdeurwaarder bij betekening van een vonnis verklaart middels zijn handtekening op het betekeningsexploot dat het betekende afschrift overeenstemt met het afschrift van het vonnis dat hem door de griffier werd overhandigd kan het afschrift van het vonnis dat door de griffier wordt verleend, slechts als eensluidend worden aanzien wanneer de griffier door zijn handtekening de inhoud van dit door hem afgeleverde afschrift in overeenstemming verklaart met de minuut.
De afgifte van een eensluidend verklaard afschrift van een akte van het gerecht, is een taak die wettelijk aan de griffier is voorbehouden (artikel 168, 3° Ger.W). Enkel de griffier ken het eensluidend verklaard afschrift afgeven.
Het afschrift van artikel 792, eerste lid voldoet dus niet aan de voorwaarde van een voor eensluidend verklaard afschrift.
Een gerechtsdeurwaarder moet beschikken over ofwel de grosse ofwel een door de griffier voor eensluidend verklaard afschrift om zich te kunnen vergewissen van de authenticiteit van zijn afschrift, en bijgevolg de conformiteit ervan met de minuut.
Uitzondering op deze regel geldt in bepaalde zaken in het sociaal- en familierecht waar de wetgever heeft voorzien in een uitzondering voorziet en de termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen laat lopen vanaf de kennisgeving bij gerechtsbrief (Het tweede, derde en vierde lid van artikel 792 Ger.W.) Zie ook Charissa Voet, De betekening van een niet-ondertekend afschrift van het vonnis: een dienstige shortcut voor de gerechtsdeurwaarder? TIBR 2/2019, 5 Jurisquarebibliotheek.