Artikel VII.106 bepaalt welke bedragen een kredietgever van een consument mag eisen wanneer deze zijn verplichtingen niet nakomt.
§ 1 – Bij ontbinding of verval van de termijn
Wanneer de kredietovereenkomst wordt ontbonden of de termijn vervalt omdat de consument zijn verplichtingen niet nakomt, mag enkel het volgende worden gevorderd:
-
• het resterende verschuldigde saldo;
-
• de vervallen en onbetaalde kredietkosten;
-
• de overeengekomen nalatigheidsinterest op dat saldo;
-
• eventuele contractuele boetes of schadevergoedingen, beperkt tot:
§ 2 – Bij gewone betalingsachterstand (zonder ontbinding of verval)
Bij een eenvoudige wanbetaling kan enkel worden gevraagd:
-
• het vervallen en onbetaalde kapitaal;
-
• de vervallen en onbetaalde kredietkosten;
-
• de overeengekomen nalatigheidsinterest op dat kapitaal;
-
• kosten voor aanmaningen of ingebrekestellingen, beperkt tot één per maand en forfaitair vastgesteld op 7,50 euro plus de geldende portokosten (aanpasbaar door de Koning).
Wanneer de overeenkomst beëindigd is en de consument drie maanden na een aangetekende ingebrekestelling nog steeds niet betaalt, mogen dezelfde bedragen worden gevraagd, aangevuld met eventuele boetes of schadevergoedingen binnen de grenzen van § 1.
§ 3 – Beperking van de nalatigheidsinterest
De nalatigheidsinterest mag niet hoger zijn dan de laatst toegepaste debetrentevoet, verhoogd met maximaal 10%.
§ 4 – Informatie aan de consument
De gevraagde bedragen moeten duidelijk worden opgesomd en toegelicht in een gratis document dat aan de consument wordt overhandigd.
Op verzoek moet de consument tot driemaal per jaar gratis een nieuw overzicht krijgen. De Koning kan bepalen welke vermeldingen dit document moet bevatten of een model opleggen.
§ 5 – Toerekening van betalingen
Bij ontbinding of verval worden de betalingen van de consument, borg of garant eerst aangerekend op het verschuldigde saldo en de kredietkosten. Pas daarna mogen ze worden toegerekend op nalatigheidsinteresten of schadevergoedingen.
§ 6 – Nietige bedingen
Elke contractuele bepaling die bijkomende straffen of schadevergoedingen oplegt buiten wat in dit artikel is toegestaan, is verboden en wordt voor niet geschreven gehouden.