Het roerend beslag staat bekend als een relatief laagdrempelige uitvoeringsmaatregel, maar in de praktijk botst deze vorm van tenuitvoerlegging steeds vaker op efficiëntie- en proportionaliteitsproblemen. De bijdrage benadrukt dat de gerechtsdeurwaarder als uitvoerend ambtenaar een evenwicht moet vinden tussen het belang van de schuldeiser bij realisatie van zijn vordering en de bescherming van de schuldenaar tegen onnodige, kostenverhogende en weinig zinvolle maatregelen.
Een nieuwe wettelijke regel, werd ingevoerd op 10 juli 2024, waardoor de gerechtsdeurwaarder niet langer mag overgaan tot verkoop wanneer manifest vaststaat dat:
-
• de waarde van de goederen onvoldoende is om de kosten van de verkoop te dekken,
en
-
• er geen twijfel bestaat over deze ontoereikendheid.
Eén en ander betreft een strikte verplichting gaat; weze het dat de gerechtsdeurwaarder uitzonderlijk toch kan verkopen wanneer er “gegronde redenen” bestaan.
Deze proportionaliteitsbeoordeling is dus wettelijk verankerd en niet langer louter een kwestie van billijkheidsafweging.
Administratieve verantwoording en transparantie
Indien geen verkoop mag plaatsvinden, moet de gerechtsdeurwaarder een vaststelling van niet-bevinding (avis de constat de carence) neerleggen in de berichten van beslag (Fichier central des avis de saisie). Dit versterkt:
-
de • transparantie tegenover andere schuldeisers,
-
• de collectieve evaluatie van de haalbaarheid van verdere executies.
Hiermee legt de wetgever een extra laag van proportionaliteit op:
geen nutteloze kosten, geen herhaalde executies die op voorhand gedoemd zijn te mislukken.
Bij roerende beslagen moet een afweging gebeuren tussen:
-
• de waarde van de inbeslaggenomen goederen
-
• de kosten van de verkoop
-
• het resultaat dat redelijkerwijze kan worden verwacht
Proportionaliteit is niet enkel een marginale toets, maar een structureel element van een goed uitgevoerde roerende executie, waardoor voorkomen wordt dat de executie zichzelf neutraliseert
Collectieve dimensie als proportionaliteitstool
Sinds 2024 moet de gerechtsdeurwaarder, wanneer een vorig beslag minder dan drie jaar oud is, verplicht aansluiten bij het eerdere beslag ("saisie rendue commune").
Dit mechanisme voorkomt:
Dit is een institutionele verankering van proportionaliteit: de positie van de schuldenaar wordt beschermd door te vermijden dat een instrument met lage opbrengst maar hoge kostprijs wordt herhaald ingezet.
FAQ – Proportionaliteit en efficiëntie van het roerend beslag
Wanneer moet een gerechtsdeurwaarder onderzoeken of een roerend beslag proportioneel is?
Altijd vóór het nemen van de maatregel. De proportionaliteitstoets maakt deel uit van de verplichting om voorafgaand alle beschikbare informatie te raadplegen, met inbegrip van het centrale beslagregister en andere databronnen. De gerechtsdeurwaarder moet op basis daarvan kunnen motiveren dat een roerend beslag een redelijke kans op resultaat heeft.
Wat houdt de proportionaliteitstoets concreet in?
De gerechtsdeurwaarder moet nagaan of de maatregel een evenwicht vormt tussen de omvang van de schuld, de verwachte opbrengst van de in beslag te nemen goederen, de kosten van uitvoering en de mogelijke alternatieven. De toets is niet optioneel: wanneer de maatregel kennelijk nutteloos of buitensporig belastend is, mag zij niet worden uitgevoerd.
Wanneer mag de gerechtsdeurwaarder niet overgaan tot verkoop?
Wanneer de waarde van de in beslag genomen goederen manifest onvoldoende is om de kosten van de verkoop te dekken. Enkel wanneer er duidelijke gegronde redenen bestaan, kan toch tot verkoop worden overgegaan. De ontoereikendheid moet objectief vaststaan en geen redelijke twijfel laten.
Moet de gerechtsdeurwaarder de waarde van de goederen exact kennen?
Neen. De verplichting tot weigering van verkoop geldt enkel wanneer de ontoereikendheid van de waarde evident is. De gerechtsdeurwaarder hoeft geen formele taxatie te laten uitvoeren, maar moet wel beschikken over voldoende elementen om te besluiten dat verkoop economisch zinloos is.
Wat is de rol van eerdere beslagen bij de proportionaliteitstoets?
Wanneer een inventaris van roerend beslag minder dan drie jaar oud is, moet de gerechtsdeurwaarder daarop aansluiten en mag hij in principe geen nieuwe inventaris opmaken. Dit voorkomt dubbele kosten en maakt deel uit van de proceseconomische proportionaliteit die de wetgever beoogt.
Welke databronnen moet de gerechtsdeurwaarder consulteren vóór een roerend beslag?
Het centrale beslagregister, databanken met betrekking tot tewerkstelling en sociale informatie, en de gegevens over bankrekeningen wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Deze consultaties laten toe te beoordelen of roerend beslag de meest efficiënte maatregel is, of dat loon- of bankbeslag meer kans op resultaat biedt.
Hoe beïnvloeden onbeslagbare goederen de proportionaliteitsbeoordeling?
De uitgebreide lijst van onbeslagbare goederen reduceert de potentiële waarde van een roerend beslag aanzienlijk, vooral omdat veel hedendaagse gebruiksgoederen beschermd zijn of economisch verwaarloosbare waarde hebben. In de praktijk betekent dit dat het roerend beslag nog maar zelden een reëel uitvoerbaar actief vertegenwoordigt.
Kan een onzorgvuldig proces-verbaal leiden tot disproportionaliteit?
Ja. Een onnauwkeurig of onvolledig proces-verbaal kan de rechten van partijen schaden, betwistingen uitlokken en onnodige kosten veroorzaken. Een correct en technisch nauwkeurig PV maakt integraal deel uit van een proportionele beslagprocedure.
Wanneer is het roerend beslag een geschikte maatregel?
Alleen wanneer uit de voorafgaande analyse blijkt dat de maatregel zowel economisch zinvol als juridisch verantwoord is. In de moderne praktijk geldt roerend beslag steeds meer als ultimum remedium, vooral omdat andere vormen van executie doorgaans efficiënter en minder kostengenererend zijn.
Kan de gerechtsdeurwaarder aansprakelijk worden gesteld wanneer de proportionaliteit niet wordt gerespecteerd?
Ja. De professional kan aansprakelijk worden voor onnodige kosten of onjuiste maatregelen, onder meer wanneer blijkt dat hij een kennelijk inefficiënte of buitensporige maatregel heeft genomen. Niet-naleving van de proportionaliteitsvereisten kan worden beschouwd als een fout in de uitvoering.