Het beslag op roerend goed bij de burgers is de laatste jaren steeds minder doeltreffend geworden. Een doorslaggevende factor is de sterk gedaalde marktwaarde van roerende goederen in tweedehands staat. In een economisch klimaat waarin gebruikt meubilair en apparatuur nauwelijks nog iets opbrengen, verliest de openbare verkoop haar nut: de opbrengst volstaat vaak niet eens om de procedurekosten te dekken, laat staan de schuld van de schuldenaar.
Voor de praktijkjurist betekent dit dat elke voorgenomen verkoop een zorgvuldige belangenafweging vereist. Relevante elementen zijn onder meer de hoogte van de schuldvordering, de informatie waarover de schuldenaar beschikt, de verhouding tussen de gemaakte kosten en de te verwachten opbrengst, de (soms verwaarloosbare) waarde van de in beslag genomen goederen en het realistische resultaat van de geplande verkoop.
Sinds juli 2024 is deze afweging bovendien verstrengd (zie 1527 Ger. W.). Wanneer de gerechtsdeurwaarder vaststelt dat de waarde van de beslagen goederen manifest onvoldoende is om zelfs maar de verkoopkosten te dekken, mag geen openbare verkoop meer plaatsvinden. De wetgever beschouwt een dergelijke verkoop als zinloos voor de schuldeiser en onevenredig nadelig voor de schuldenaar. Het gaat daarbij om een verplichting, maar enkel in situaties waarin de ontoereikendheid van de goederen evident is. In de praktijk kent de gerechtsdeurwaarder immers zelden de exacte waarde of de te verwachten verkoopopbrengst op voorhand.
Toch voorziet de regeling in uitzonderingen: wanneer er legitieme motieven bestaan om toch over te gaan tot verkoop, moeten die uitdrukkelijk worden vermeld in het proces-verbaal. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de overheid een verkoop nodig acht in het kader van een faillissementsprocedure.
Ongeacht of er wordt verkocht of niet, wordt telkens een bericht van vastgestelde ontoereikendheid neergelegd in het Centrale Bestand van Berichten van Beslag. Dit stelt andere schuldeisers in staat kennis te nemen van het deficitair karakter van de procedure en onderstreept de collectieve benadering van beslagmaatregelen die de wetgever nastreeft.
Share