De wettelijke omschrijving van de totale kosten van het krediet voor de consument bundelt alle bedragen die de consument moet betalen in verband met de kredietovereenkomst en die de kredietgever kent, met uitzondering van het ereloon van de notaris. Dit kostenbegrip is cruciaal omdat het rechtstreeks doorwerkt in de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage. De regelgever beoogt een volledig en representatief beeld van de kredietlast, zodat de consument verschillende kredietaanbiedingen kan vergelijken op basis van een uniforme kostennorm.
Het uitgangspunt is ruim: alle kosten die voortvloeien uit de kredietovereenkomst zelf en die de kredietgever kent of redelijkerwijze kan kennen, vallen onder het kostenbegrip. De wet hanteert daarbij een aantal vuistregels. Het moet gaan om kosten die aan de consument worden aangerekend, die verbonden zijn aan een contractuele verplichting uit het krediet, en waarvan de kredietgever kennis draagt of moet dragen met toepassing van professionele zorgvuldigheid. Wanneer de prijs van een dienst afhankelijk is van specifieke kenmerken van de consument, volstaat het dat de kredietgever de consument daarop wijst indien de exacte kost niet vooraf kan worden vastgesteld.
Tot de relevante kredietkosten behoren onder meer dossierkosten, schattingskosten, zekerheidskosten, belastingen die via de notaris worden geheven, en de kosten van diverse administratieve handelingen. De wet verduidelijkt dat bepaalde kosten van nevendiensten – zoals verzekeringspremies – eveneens moeten worden opgenomen voor zover het afsluiten van deze diensten verplicht is om het krediet te bekomen of om het te verkrijgen tegen de aangeboden commerciële voorwaarden. Bij verzekeringen wordt bovendien verwacht dat de kredietgever zich informeert naar de premie of, indien dat niet mogelijk is, werkt met representatieve ramingen.
Bij hypothecaire kredieten moeten de kosten die door de notaris worden geïnd in verband met de vestiging van zekerheden – zoals registratiebelasting, hypotheekrecht, retributies voor hypothecaire formaliteiten en diverse aktekosten – worden opgenomen, met uitzondering van het eigenlijke ereloon van de notaris. De praktijk maakt hierbij gebruik van forfaitaire ramingstabellen die de vergelijkbaarheid bevorderen. Kosten van notarissen die verband houden met de aankoop van het onroerend goed zelf vallen daarentegen buiten het kostenbegrip, aangezien zij ook verschuldigd zijn bij een aankoop zonder financiering.
Verzekeringskosten vormen een aparte categorie. Indien een verzekering een acceptatievoorwaarde of een voorwaarde voor de voortzetting van het krediet vormt, moet de premie in de totale kosten worden opgenomen. Bij gebundelde aanbiedingen kan dit aanleiding geven tot complexe beoordelingen. Wordt een korting toegekend louter omdat een verzekering is of zal worden afgesloten, zonder contractuele verplichting en zonder impact op de rente of kredietvoorwaarden bij stopzetting, dan is opname van de premie niet vereist. Bij collectieve brandverzekeringen in mede-eigendom is opname evenmin nodig, onder meer omdat de premie niet door de consument zelf wordt betaald en omdat de verzekeringsverplichting losstaat van het al dan niet aangaan van een krediet.
Niet alle kosten worden evenwel in de totale kredietkost opgenomen. Uitsluitingen gelden bijvoorbeeld voor kosten ten gevolge van niet-naleving van contractuele verplichtingen, voor kosten die de consument sowieso moet dragen ongeacht betaling in contanten of op krediet, en voor registratie- en overschrijvingskosten bij overdracht van vastgoed. De notarisvrijstelling heeft een beperkte draagwijdte en slaat uitsluitend op het eigenlijke ereloon, niet op de rechten en heffingen die aan de notaris worden doorgestort en verband houden met de zekerheid die de kredietgever verlangt.
Het normatieve kader leidt tot een gedetailleerde en veeleisende toepassing, waarbij kredietgevers gehouden zijn alle relevante en kenbare kosten in kaart te brengen. De regeling beoogt aldus transparantie, vergelijkbaarheid en bescherming van de consument, maar vergt tegelijk een zorgvuldige juridische en administratieve verwerking bij het structureren van kredietproducten en het opstellen van kredietaanbiedingen.
Kosten die in de totale kredietkost zijn vervat
De totale kredietkost omvat in de eerste plaats alle kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de kredietovereenkomst. Het gaat om kosten die inherent zijn aan het krediet en die de consument verplicht moet betalen om het krediet te verkrijgen of te behouden. Zo maakt de debetrente altijd deel uit van de kredietkost, omdat deze de kern vormt van de financiële tegenprestatie voor het krediet. Ook dossierkosten worden opgenomen: zij omvatten onderzoekskosten, administratieve kosten, kosten voor het samenstellen van het kredietdossier en het raadplegen van databanken. Schattingskosten behoren eveneens tot de kredietkost wanneer de waardebepaling van een goed noodzakelijk is om het krediet al dan niet toe te kennen.
Tot de kredietkost behoren verder de diverse belastingen en administratieve kosten die via de notaris worden geïnd in verband met het vestigen van zekerheden. Hoewel de wet spreekt van een uitzondering voor de notariskosten, blijkt uit de toelichting en de richtlijnen dat deze uitzondering strikt beperkt moet worden begrepen. Het ereloon van de notaris wordt niet opgenomen in de kredietkost, maar alle andere kosten die via de notaris worden geïnd en die verband houden met het vestigen van een zekerheid, maken wél deel uit van de totale kredietkost. Dit betreft onder meer registratiebelasting en hypotheekrecht, retributies voor hypothecaire formaliteiten en diverse aktekosten zoals het recht op geschrift en opzoekingskosten. De reden hiervoor is dat deze kosten rechtstreeks voortvloeien uit de eisen die de kredietgever stelt voor de toekenning van het krediet.
Ook premies van nevendiensten maken deel uit van de totale kredietkost wanneer het afsluiten ervan verplicht wordt gesteld. Dit geldt vooral voor verzekeringen die de kredietgever oplegt, zoals een schuldsaldoverzekering of brandverzekering. Indien het afsluiten van een dergelijke verzekering een voorwaarde is voor de verkrijging van het krediet of voor het bekomen van voordeligere commerciële voorwaarden, moet de premie worden opgenomen in de totale kredietkost. De kredietgever wordt verondersteld kennis te hebben van de premie, zeker wanneer hij samenwerkt met preferente verzekeringspartners. Indien de precieze premie nog niet gekend is, moet hij werken met representatieve ramingen en de consument wijzen op het feit dat de uiteindelijke prijs afhankelijk is van persoonlijke kenmerken.
De kosten die verbonden zijn aan betaalrekeningen of betaalmiddelen worden opgenomen in de kredietkost wanneer de consument verplicht is een dergelijke rekening te openen of een betaalmiddel te gebruiken om het krediet te kunnen laten functioneren. Wanneer de rekening niet facultatief is, maar noodzakelijk is voor het beheer en de uitvoering van het krediet, moet de kost ervan worden meegerekend. Alleen wanneer de consument volledig vrij is om al dan niet een rekening te openen en wanneer alle kosten duidelijk en afzonderlijk vermeld zijn, wordt de rekening buiten het kostenbegrip gehouden.
Zekerheidskosten maken eveneens deel uit van de totale kredietkost. Zowel persoonlijke zekerheden zoals borgstellingen als zakelijke zekerheden zoals hypothecaire mandaten en hypotheekinschrijvingen genereren kosten die door de consument worden gedragen omdat de kredietgever ze vereist. Deze kosten behoren daardoor tot de kosten van het krediet.
In sommige gevallen kan ook het commissieloon van een kredietbemiddelaar tot de kredietkost behoren, namelijk wanneer de consument deze vergoeding moet betalen. Hoewel dit in België doorgaans niet voorkomt, blijft de wettelijke bepaling van toepassing wanneer het uitzonderlijk wél aan de consument wordt aangerekend.
Kosten die niet in de totale kredietkost zijn vervat
Niet alle kosten die in de ruime context van een kredietopname kunnen ontstaan, worden opgenomen in de totale kredietkost. De eerste categorie bestaat uit kosten die geen rechtstreeks gevolg zijn van een contractuele verplichting uit de kredietovereenkomst. Indien de kredietgever een verzekering enkel aanbeveelt maar niet verplicht, maakt de premie ervan geen deel uit van de kredietkost. Dit geldt ook voor extra dekkingen of uitbreidingen die de consument vrijwillig afsluit zonder dat deze een impact hebben op de kredietvoorwaarden of op een rentevoordeel.
Het ereloon van de notaris vormt een expliciete uitzondering op het kostenbegrip. Hoewel de term “notariskosten” in de wet misleidend kan lijken, omdat ook heffingen en administratieve kosten via de notaris worden betaald, is het uitsluitend het ereloon dat buiten de totale kredietkost blijft. Alle andere notarieel geïnde kosten die voortvloeien uit de vereiste zekerheden van de kredietgever, moeten wel worden opgenomen.
Kosten die het gevolg zijn van nalatigheid of wanprestatie door de consument behoren evenmin tot de totale kredietkost. Het gaat onder meer om schadevergoedingen, nalatigheidsinteresten en forfaitaire invorderingskosten. Deze kunnen pas ontstaan wanneer de consument een contractuele verplichting niet nakomt en kunnen daarom de representativiteit van het JKP niet beïnvloeden.
Daarnaast zijn er kosten die volledig losstaan van de kredietovereenkomst, hoewel zij soms gelijktijdig voorkomen. Aankoopkosten van goederen, leveringskosten, registratierechten op de aankoop van onroerend goed en andere kosten die de consument ook bij contante betaling zou moeten dragen, worden niet opgenomen in de kredietkost. De rechtvaardiging hiervoor is dat deze kosten geen verband houden met de kredietverlening zelf, maar met de aankoop of de transactie waarop het krediet betrekking heeft.
Kosten die niet door de consument worden gedragen, worden niet opgenomen in de kredietkost. Een voorbeeld hiervan is de premie van een collectieve brandverzekering in een appartementsgebouw, die door de vereniging van mede-eigenaars wordt betaald en niet door de individuele kredietnemer. Evenmin worden premies opgenomen die afhankelijk zijn van persoonlijke kenmerken van de consument wanneer deze niet op voorhand kunnen worden vastgesteld en niet gekend zijn door de kredietgever.
Ten slotte worden kosten die verband houden met een andere, vroegere kredietovereenkomst niet in aanmerking genomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kosten van de doorhaling van een bestaande hypotheek in het kader van een herfinanciering. Dergelijke kosten behoren tot de vorige kredietrelatie en worden om die reden niet opgenomen in de totale kosten van het nieuwe krediet.
FAQ – Totale kosten van het krediet voor de consument
Wat wordt bedoeld met de ‘totale kosten van het krediet’?
De totale kosten van het krediet omvatten alle bedragen die de consument verplicht moet betalen om het krediet te verkrijgen of te behouden, voor zover deze kosten door de kredietgever gekend zijn. Het gaat om een ruime definitie die zowel financiële lasten als administratieve en fiscale kosten omvat, tenzij de wet uitdrukkelijk anders bepaalt.
Wordt het ereloon van de notaris opgenomen in de totale kredietkost?
Nee. Het ereloon van de notaris is de enige expliciete wettelijke uitzondering. Alle andere notarieel geïnde kosten die verband houden met de zekerheden die de kredietgever vereist, zoals registratiebelasting, hypotheekrecht en diverse aktekosten, worden wél opgenomen in de totale kredietkost.
Maken dossierkosten deel uit van de totale kredietkost?
Ja. Kosten voor onderzoek, dossieropmaak, administratie en raadpleging van bestanden behoren tot de kredietkost. Zij vloeien rechtstreeks voort uit de interne kostenstructuur van de kredietgever bij het beoordelen en verstrekken van het krediet.
Worden schattingskosten opgenomen in de totale kredietkost?
Ja, wanneer de waardebepaling van een goed een voorwaarde vormt voor de kredietverstrekking. Omdat de schatting noodzakelijk is voor de kredietbeslissing, wordt de kost ervan beschouwd als een kredietkost.
Worden verzekeringspremies opgenomen in de totale kredietkost?
Dat hangt af van de contractuele verplichting. Premies van verzekeringen die verplicht worden opgelegd voor de verkrijging of de voordelige voorwaarden van het krediet (zoals een schuldsaldoverzekering of een brandverzekering) worden meegenomen in de totale kredietkost. Facultatief aanbevolen verzekeringen of uitbreidingen die door de consument vrijwillig worden gekozen, worden niet opgenomen.
Wat gebeurt er wanneer de verzekeringspremie nog niet gekend is?
De kredietgever moet werken met representatieve ramingen en de consument erop wijzen dat de prijs afhankelijk is van persoonlijke kenmerken. Enkel wanneer de premie volledig onbekend is en niet kan worden bepaald, wordt zij niet opgenomen.
Maken kosten voor betaalrekeningen deel uit van de kredietkost?
Ja, wanneer de consument verplicht is een rekening te openen of te gebruiken om het krediet te laten functioneren. Indien de rekening volledig facultatief is en de kosten ervan afzonderlijk in de overeenkomst zijn vermeld, hoeft zij niet te worden opgenomen.
Worden commissielonen van kredietbemiddelaars opgenomen in de kredietkost?
Alleen wanneer de consument deze zelf moet betalen. In België betaalt de consument deze vergoeding doorgaans niet, zodat zij in de praktijk meestal niet voorkomt.
Welke zekerheidskosten worden opgenomen in de totale kredietkost?
Alle kosten die verbonden zijn aan verplicht opgelegde zekerheden maken deel uit van de totale kredietkost. Dit betreft onder meer hypothecaire inschrijvingen, hypothecaire mandaten en borgstellingen, inclusief de fiscale en administratieve kosten die daarmee samenhangen.
Welke kosten worden nooit opgenomen in de totale kredietkost?
Kosten die voortvloeien uit wanprestatie, zoals nalatigheidsinteresten en schadevergoedingen, worden nooit opgenomen. Evenmin worden aankoopkosten van goederen of vastgoed, leveringskosten, registratierechten op de aankoop van een woning, of kosten die de consument ook bij contante betaling zou dragen, opgenomen. Ook kosten die door een derde worden betaald, zoals premies vanuit een VME in een collectieve brandverzekering, blijven buiten beschouwing.
Worden kosten van doorhaling van een bestaande hypotheek opgenomen in de kredietkost?
Nee. Deze kosten hebben betrekking op een voorgaande kredietovereenkomst en maken geen deel uit van de totale kosten van het nieuwe krediet.
Wat als een kost niet op voorhand door de kredietgever kan worden gekend?
Wanneer de kost afhankelijk is van persoonlijke kenmerken van de consument (bijvoorbeeld medische bijpremies) en niet te ramen valt, wordt zij niet opgenomen in de totale kredietkost. De kredietgever moet de consument wel informeren over deze afhankelijkheid.