Doel en draagwijdte van het verbod
VII.68 WER verbiedt dat een verkoper een prijsvermindering afhankelijk maakt van het opnemen van krediet, het gebruik van een kredietopening of van een eraan verbonden betaalinstrument. De regel wil vermijden dat consumenten tot krediet worden verleid enkel om van een korting te kunnen genieten. Veelvuldig voorkomende situaties zijn promoties waarbij men een korting krijgt wanneer men een aankoop financiert via een kredietformule of wanneer men betaalt met een kredietkaart die aan een kredietopening is gekoppeld.
Toegelaten promoties bij betaalmiddelen zonder kredietfaciliteit
Het verbod geldt niet wanneer de korting wordt gekoppeld aan een betaling met een debetkaart of een betaalkaart die wel maandelijks wordt afgerekend maar niet is verbonden aan een consumentenkrediet. Waar geen kredietfaciliteit bestaat, bestaat ook geen gevaar dat de promotie consumenten richting krediet stuurt. Dergelijke commerciële aanbiedingen blijven dus mogelijk.
Focus op de verkoper, niet op de kredietgever
De verplichting rust uitsluitend op de verkoper. Klassieke kredietgevers vallen buiten het bereik van VII.68 WER, tenzij de verkoper zelf als kredietgever optreedt. De achterliggende gedachte is dat vooral verkopers een prikkel hebben om kredietgebruik te stimuleren, onder meer omdat zij commissies ontvangen als bemiddelaar en deze commissie kunnen aanwenden om een korting te financieren.
Korting mag, koppeling niet
VII.68 WER verhindert niet dat een verkoper een algemene korting aanbiedt. Zolang alle klanten dezelfde prijsvermindering krijgen, ongeacht of zij contant betalen of op krediet, is de regeling niet van toepassing. Het probleem ontstaat uitsluitend wanneer de korting wordt voorbehouden aan wie het goed of de dienst op krediet koopt.
Beperkt toepassingsgebied naar soort krediet
Het verbod geldt enkel voor kredietovereenkomsten die onder de consumentenkredietregels vallen. Bepaalde lichte kredietvormen, zoals kortlopende en kosteloze kredieten met zeer beperkte kosten, vallen buiten deze regeling. In die gevallen blijft het dus wel toegelaten om een korting te koppelen aan het aangaan van dergelijk krediet.
FAQ
Wat is het kernverbod van VII.68 WER?
VII.68 WER verbiedt dat een verkoper een prijsvermindering koppelt aan het opnemen van een krediet, het gebruik van een kredietopening of van een hiermee verbonden kaart of betaalinstrument. De consument mag dus geen korting krijgen enkel omdat hij kiest voor een betaling met krediet.
Waarom bestaat dit verbod?
Het verbod maakt deel uit van de herwerking van de wet consumentenkrediet binnen het Wetboek van Economisch Recht. De bedoeling is te vermijden dat consumenten in krediet worden geduwd omwille van commerciële voordelen. De wetgever wilde het risico op overmatige schuldenlast beperken door verkopers tegen te houden om kredietgebruik te stimuleren via promoties.
Geldt het verbod voor alle verkopers?
Ja, het verbod richt zich tot elke verkoper van goederen of diensten. Het gaat uitsluitend om de verkoper, niet om de kredietgever. Een kredietgever die zelf reclame maakt, wordt dus niet geviseerd door VII.68 WER, tenzij de verkoper ook kredietgever is.
Mag een verkoper nog kortingen aanbieden?
Ja. Een verkoper mag kortingen toekennen zolang die niet afhankelijk zijn van het opnemen of gebruiken van krediet. Wanneer alle klanten dezelfde korting krijgen, ongeacht hun betaalwijze, is er geen probleem. Enkel de koppeling tussen korting en krediet is verboden.
Zijn promoties wel toegestaan bij betaling met debetkaart of betaalkaart zonder kredietfaciliteit?
Ja. Wanneer de korting wordt toegekend bij betaling met een debetkaart of met een kaart die geen kredietfaciliteit omvat, valt dit niet onder VII.68 WER. In dat geval is er geen kredieteffect en dus geen verboden promotie.
Geldt VII.68 WER voor alle soorten krediet?
Nee. Het verbod geldt enkel voor kredietvormen die onder de consumentenkredietregels van boek VII titel 4 WER vallen. Voor bepaalde lichte of uitzonderlijke kredietvormen die buiten dit toepassingsgebied blijven, mag een verkoper wel een korting koppelen aan de kredietopname.
Welke regels gelden voor reclame over krediet los van prijsverminderingen?
Naast VII.68 WER bestaan er uitgebreide regels voor kredietpromotie. Reclame die rentevoeten of kosten vermeldt, moet verplicht standaardinformatie bevatten, waaronder debetrentevoet, kredietbedrag, jaarlijks kostenpercentage, looptijd en totaal te betalen bedrag. Bovendien moet elke reclame de waarschuwing bevatten dat geld lenen ook geld kost. Deze vereisten moeten duidelijk, beknopt en opvallend worden weergegeven overeenkomstig VII.64 WER.
Welke reclamevormen zijn verboden volgens de wet?
VII.65 WER verbiedt reclame die kwetsbare consumenten aanzet tot krediet, reclame die het gemak of de snelheid van krediet benadrukt, of reclame die aanmoedigt tot hergroepering van kredieten. Ook misleidende vermeldingen, verwijzingen naar vergunningen of “gratis krediet” zijn verboden, evenals elke reclame die handelingen promoot die strijdig zijn met het kredietrecht.
Bestaan er nog bepalingen over kredietpromotie die intussen zijn opgeheven?
Ja. Sommige vroegere regels, zoals de bepaling die vroeger onder VII.66 WER stond, zijn opgeheven in het kader van de bijsturing van de regelgeving.
Wat is het praktisch gevolg voor handelaars?
Een handelaar moet erop letten dat geen enkele korting, promotie of voordeel expliciet of impliciet wordt gekoppeld aan het gebruiken of afsluiten van krediet. Een campagne zoals “5% korting bij betaling met kredietkaart” is verboden wanneer die kaart aan een kredietopening gekoppeld is.
Wat is het praktisch gevolg voor consumenten?
De consument wordt beschermd tegen aanbiedingen die hem verleiden tot kredietgebruik. Een korting mag nooit afhangen van de keuze voor krediet. Wanneer dit toch gebeurt, is de promotie in strijd met VII.68 WER en kan zij worden verboden of gesanctioneerd.