Naar Belgisch recht is vandaag (16/10/2019) geen uitvoering van euthanasie toegelaten voor demente personen.
Euthanasie bij een dementerende (dus nog niet demente) patiënt is in België vandaag enkel mogelijk op basis van een actueel euthanasieverzoek, waarbij de patiënt op het ogenblik van het verzoek en de uitvoering van euthanasie wilsbekwaam moet zijn.
In onze rechtspraak wordt wilsbekwaamheid eerder juridisch dan medisch benaderd. Aldus vormt een ziekte op zich geen bewijs van wilsonbekwaamheid en wordt algemeen aanvaard dat Alzheimer of een andere ziekte, nooit op zich gelijkgesteld kan worden met wilsonbekwaamheid en in een (vroeg) stadium geen wilsongeschiktheid dient uit te sluiten.
Binnen het actuele Belgische wettelijk kader is euthanasie bij dementie mogelijk zolang de betrokkene nog zelf, op dat moment, een geldige en voldoende autonome vraag kan formuleren. Zodra de beslissingscapaciteit door de dementie verloren gaat, biedt het systeem meestal geen uitweg, omdat de voorafgaande verklaring enkel in zeer specifieke omstandigheden kan worden toegepast, namelijk bij onomkeerbare bewusteloosheid. De cruciale moeilijkheid is dat de ziekte precies evolueert naar een toestand waarin de persoon de actuele wil niet meer kan bevestigen, terwijl zijn beleving in de vroege fase en in de latere fase wezenlijk kan verschillen.
FAQ – Euthanasie bij dementie (België, huidige wet)
Kan euthanasie bij dementie vandaag in België?
Ja, maar enkel zolang de persoon met dementie nog zelf een geldige “actuele vraag” kan stellen. Zodra de persoon de beslissingscapaciteit verliest, wordt het juridisch (meestal) onmogelijk.
Bestaat euthanasie bij dementie dan niet in de praktijk?
Ze bestaat wel, maar doorgaans alleen in een relatief vroege fase van dementie. De wet vereist dat de betrokkene op het moment van de vraag voldoende kan begrijpen, afwegen en zijn wil kan uitdrukken.
Wat bedoelt men met een “actuele vraag”?
Dat is een euthanasieverzoek dat wordt gedaan op het moment zelf, door de patiënt persoonlijk. De patiënt moet het verzoek vrijwillig, weloverwogen en herhaald uiten, zonder druk.
Waarom is dementie juridisch problematisch?
Omdat dementie progressief het vermogen kan aantasten om te begrijpen wat euthanasie inhoudt, de gevolgen te overzien en een stabiele, eigen wil te formuleren. Net die capaciteit is juridisch essentieel.
Is een voorafgaande wilsverklaring voldoende om later euthanasie te krijgen als men dement wordt?
Neen. De voorafgaande verklaring in de euthanasiewet is zeer beperkt: ze kan alleen leiden tot euthanasie wanneer de patiënt onbewust is én die toestand onomkeerbaar is. Gevorderde dementie is meestal geen “onomkeerbare bewusteloosheid”.
Kan een vertegenwoordiger (partner, kind, bewindvoerder) euthanasie vragen in plaats van de patiënt?
Neen. Euthanasie blijft een strikt persoonlijke beslissing: het verzoek moet door de patiënt zelf komen. Vertegenwoordiging zoals in het kader van patiëntenrechten speelt hier niet dezelfde rol.
Kan een vertrouwenspersoon euthanasie aanvragen?
Neen. Een vertrouwenspersoon kan ondersteunen of informatie overbrengen, maar kan de euthanasievraag niet “stellen in plaats van” de patiënt.
Kan een arts euthanasie uitvoeren als de patiënt het vroeger duidelijk zo had gewild, maar het nu niet meer kan zeggen?
Binnen de huidige wet: in principe niet, tenzij de patiënt zich in de strikt omschreven toestand bevindt die past binnen de voorafgaande verklaring (onbewust én onomkeerbaar). Voor gevorderde dementie zonder die bewusteloosheid biedt de wet meestal geen basis.
Hoe beslist men of iemand nog wilsbekwaam is?
Dat is een medische beoordeling: kan de persoon informatie begrijpen, argumenten afwegen, de gevolgen op zichzelf toepassen en een keuze uitdrukken? Bij dementie is dit vaak contextueel en kan dit schommelen.
Is wilsbekwaamheid “alles of niets”?
Neen. Iemand kan nog eenvoudige beslissingen begrijpen maar niet meer complexe. Ook kan het vermogen fluctueren. Voor euthanasie is de lat hoog omdat de beslissing definitief is.
Waarom is er soms spanning tussen de vroege en de late fase van dementie?
In een vroege fase kan iemand sterk lijden onder het besef van achteruitgang en zeer bang zijn voor wat komt. In een latere fase kan ziekte-inzicht verminderen of verdwijnen, kan de persoonlijkheid veranderen, en kan de beleving anders worden. Dat maakt het moeilijk om te bepalen welke “wil” doorslaggevend moet zijn wanneer iemand later niets meer kan bevestigen.
Moet een arts euthanasie uitvoeren als alle voorwaarden voldaan zijn?
Neen. Euthanasie is niet afdwingbaar. Een arts kan weigeren vanuit gewetensbezwaren.
Wat moet een arts doen als hij weigert?
Hij moet tijdig uitleggen dat hij weigert en waarom, en het traject niet blokkeren: hij moet de patiënt of de vertrouwenspersoon in staat stellen om verder te gaan (o.a. door doorverwijzing en overdracht van informatie/dossier volgens de wettelijke regels).
Bestaat er een “recht op euthanasie”?
De wet organiseert een mogelijkheid onder voorwaarden, maar geen afdwingbaar recht tegenover een bepaalde arts.
Kan iemand met dementie nog euthanasie vragen in een woonzorgcentrum?
Ja, als hij nog beslissingscapaciteit heeft en alle wettelijke voorwaarden zijn vervuld. De plaats (thuis of woonzorgcentrum) verandert de basisregels niet.
Wat als de patiënt fysiek weerstand biedt tijdens een uitvoering?
Dat is één van de praktische moeilijkheden die in het debat vaak wordt genoemd. Bij gevorderde dementie kan iemand de situatie niet begrijpen. Dit raakt aan de uitvoerbaarheid en aan het risico dat men handelt zonder actuele bevestiging van de wil.
Samenvattend: wat is de kern van het huidige kader?
Euthanasie bij dementie kan vandaag enkel als er nog een actuele, geldige vraag mogelijk is. Zodra de persoon door dementie niet meer kan beslissen of zijn wil niet meer kan uitdrukken, voorziet de huidige wet meestal geen mogelijkheid om euthanasie uit te voeren.
Voorbeeld van een onderzoeksvorm - beslissing euthanasie
De arts (eventueel samen met een geriater, neuroloog of psychiater) voert een gesprek dat expliciet gekoppeld is aan de beslissing waarover het gaat (bijvoorbeeld: “u vraagt euthanasie” of “u weigert een bepaalde behandeling”). De arts herhaalt informatie in eenvoudige taal, checkt of de persoon die informatie kan vasthouden, en stelt vervolgens vragen die vier kernvaardigheden testen: begrijpen, afwegen, toepassen op zichzelf, en een keuze uitdrukken. Het gesprek kan op een ander moment opnieuw gebeuren om na te gaan of de keuze stabiel is.
Voorbeeld van soorten vragen (concreet en begrijpelijk geformuleerd)
Hieronder staan typische vragen in gewone mensentaal. Het gaat niet om “trucvragen”, maar om controlevragen die peilen naar dezelfde vier pijlers.
Begrijpen (kan de persoon uitleggen wat het is?)
“Kan u in uw eigen woorden zeggen waarom we dit gesprek hebben?”
“Wat vraagt u precies aan mij als arts?”
“Wat betekent euthanasie volgens u?”
“Wat is uw ziekte of probleem volgens u, en wat vertelt men u daarover?”
Afwegen (kan de persoon voor- en nadelen tegenover elkaar zetten?)
“Welke mogelijkheden ziet u nog behalve euthanasie?”
“Wat zijn voor u de voordelen van euthanasie?”
“Wat vindt u de nadelen of risico’s?”
“Wat maakt dat u dit nu wil en niet later (of omgekeerd)?”
Toepassen op zichzelf (begrijpt de persoon de persoonlijke gevolgen?)
“Wat denkt u dat er zal gebeuren als euthanasie wordt uitgevoerd?”
“Wat betekent dat voor u, en voor uw gezin?”
“Wat hoopt u te vermijden door dit te vragen?”
“Wat zou voor u veranderen als u deze beslissing niet neemt?”
Keuze uitdrukken en consistentie (kan de persoon een duidelijke, stabiele keuze communiceren?)
“Wat is vandaag uw keuze?”
“Is dat ook wat u vorige keer bedoelde?”
“Kan u mij zeggen of u hierover twijfelt?”
“Als ik u nu uitleg dat ik dit niet meteen kan doen en dat er stappen zijn, blijft uw vraag dan dezelfde?”
Weerstand tegen druk (is het echt de eigen wil, zonder (zichtbare) beïnvloeding?)
“Heeft iemand u dit aangeraden of gevraagd?”
“Voelt u zich een last voor anderen?”
“Zou u dit ook vragen als u alleen moest beslissen, zonder rekening te houden met verwachtingen van anderen?”
Hoe dementie dit bemoeilijkt (praktisch punt)
Bij dementie let men extra op geheugen en aandacht: iemand kan een beslissing “begrijpen” op het moment zelf, maar vijf minuten later niet meer weten wat besproken werd. Daarom laat men de persoon in eigen woorden herhalen, herneemt men de kerninformatie, en kijkt men of de redenering en de keuze coherent blijven binnen hetzelfde gesprek en bij herhaling.
Voorbeeld van een inleidend gesprek (algemene babbel)
In de praktijk start een arts (of geriater/psychiater) vaak met een heel gewone babbel, net om op een natuurlijke manier te peilen naar aandacht, taal, geheugen, oriëntatie en ziektebesef, vóór men naar de “zware” vraag (zoals euthanasie) gaat. Dat is niet bedoeld om iemand te doen “falen”, maar om te zien hoe iemand functioneert in een normaal gesprek en of hij voldoende grip heeft op de werkelijkheid en op zichzelf.
Hieronder een realistisch voorbeeld van zo’n inleidend gesprek “over koetjes en kalfjes”, zoals het in een consultatie zou kunnen klinken.
Arts: “Goeiemorgen mevrouw Peeters, ik ben dokter X. Hoe gaat het vandaag met u?”
Patiënt: “Goh… het gaat wel, denk ik.”
Arts: “Bent u gemakkelijk tot hier geraakt?”
Patiënt: “Ja, mijn dochter heeft mij gebracht.”
Arts: “Van waar bent u vertrokken?”
Patiënt: “Van thuis… in Zottegem.”
Arts: “Woont u daar al lang?”
Patiënt: “Al jaren… heel lang.”
Arts: “Met wie woont u samen?”
Patiënt: “Met mijn man… euh… die is overleden. Ik woon nu alleen.”
Arts: “Hoe ziet een gewone dag er bij u uit?”
Patiënt: “Ik sta op, ik drink koffie, ik kijk tv, soms komt iemand helpen.”
Arts: “Wie komt er helpen? Familie of thuiszorg?”
Patiënt: “Thuiszorg. Ze komt poetsen.”
Arts: “Hebt u vandaag al gegeten?”
Patiënt: “Ja, een boterham.”
Arts: “Met kaas of confituur?”
Patiënt: “Confituur.”
Vragen over oriëntatie in tijd en plaats
Arts: “Weet u welke dag het vandaag is?”
Patiënt: “Dinsdag?”
Arts: “Welke maand zitten we nu ongeveer?”
Patiënt: “November… of december?”
Arts: “Weet u waar we nu zijn?”
Patiënt: “In het ziekenhuis.”
Arts: “In welke stad zijn we?”
Patiënt: “Gent.”
Vragen over persoonlijke gegevens en algemene kennis
Arts: “Hoe oud bent u?”
Patiënt: “73.”
Arts: “Weet u uw geboortedatum nog?”
Patiënt: “13 april 1951.”
Arts: “Wie is de koning van België?”
Patiënt: “Filip.”
Arts: “En wie is nu ongeveer de eerste minister?”
Patiënt: “Dat weet ik niet meer.”
Arts: “Uw dochter heeft u gebracht. Hoe heet zij?”
Patiënt: “Annick.”
Arts: “Woont ze in de buurt?”
Patiënt: “Ja, in de straat achter ons.”
Kleine babbelvragen (‘koetjes en kalfjes’) die tegelijk veel toetsen
Arts: “Kijkt u graag naar het nieuws op tv?”
Patiënt: “Ja, ’s avonds.”
Arts: “Welke zender kijkt u het liefst?”
Patiënt: “VTM Nieuws.”
Arts: “Volgt u sport? Voetbal of koers?”
Patiënt: “De koers.”
Arts: “Wie is voor u zo’n renner van vroeger?”
Patiënt: “Merckx.”
Arts: “Leest u soms een krant?”
Patiënt: “Soms, ja.”
Geheugen testen zonder ‘test-sfeer’
Arts: “Ik ga u straks nog iets vragen. Ik zeg nu drie woorden: appel – stoel – munt. Kunt u die herhalen?”
Patiënt: “Appel – stoel – munt.”
Arts: “Goed. We praten even verder.”
(na enkele minuten)
Arts: “Welke drie woorden waren dat daarnet?”
Patiënt: “Appel… stoel… euh… iets met geld?”
Arts: “Juist, munt.”
Inzicht en ziektebesef (voorzichtig en niet confronterend)
Arts: “Merkt u zelf dat dingen moeilijker gaan dan vroeger?”
Patiënt: “Ja, ik vergeet veel.”
Arts: “Wat vergeet u vooral?”
Patiënt: “Afspraken en namen.”
Arts: “Wat doet u als u iets niet meer weet?”
Patiënt: “Dan bel ik mijn dochter.”
Arts: “Bent u al eens de weg kwijt geraakt?”
Patiënt: “Neen… misschien één keer.”
Arts: “Weet u waarom uw huisarts u naar hier gestuurd heeft?”
Patiënt: “Omdat ik vergeetachtig ben.”
Overgang naar het eigenlijke onderwerp (bv. euthanasiewens)
Arts: “Dank u. Ik vind het belangrijk dat ik u eerst rustig leer kennen. Uw huisarts noteerde dat u vragen hebt over het levenseinde. Klopt dat?”
Patiënt: “Ja… ik wil niet zo eindigen als mijn moeder.”
Arts: “Wat bedoelt u precies met ‘zo eindigen’?”
Patiënt: “In een rusthuis… niet meer weten wie ik ben… niks meer kunnen.”
Arts: “Oké. Dan gaan we daar nu rustig en stap voor stap over spreken. Ik zal u ook uitleggen wat wettelijk kan en niet kan, en ik ga nagaan of u alles begrijpt en of dit echt uw eigen, vaste wens is.”