In ons recht gaat men er eerst van uit dat een beslissing van de overheid rechtmatig en dus geldig is. Zo’n beslissing kan meestal meteen uitgevoerd worden, zelfs als de rechtsonderhorige het er niet mee eens bent. Dat betekent dat de overheid met éénzijdige beslissingen rechten en plichten kan opleggen. Dat “voorrecht” ook ‘privilège du préalable geheten wordt vandaag niet verdedigd omdat de overheid “macht” heeft, maar omdat ze het algemeen belang moet dienen.
Maar de overheid is niet vrij om te doen wat ze wil. Ze is gebonden door het wettigheidsbeginsel: het bestuur moet zich houden aan de wet. De uitvoerende macht mag de wet uitvoeren, maar mag de wet niet op eigen houtje uitbreiden of beperken. Zaken die niet uitdrukkelijk aan iemand anders zijn toegewezen, blijven in principe bij de wetgever, ook al kan de wetgever bepaalde regels laten uitwerken door de regering.
Als je zo’n overheidsbeslissing wil aanvechten, verandert de bewijslast niet, maar wel de praktische situatie: jij moet zelf de stap zetten. Met andere woorden: wie zich benadeeld voelt, moet naar de rechter gaan. Dat kan op twee manieren. Je kan de beslissing onrechtstreeks aanvallen in een lopend proces, via de exceptie van onwettigheid. Of je kan ze rechtstreeks aanvechten met een vordering voor een gewone rechtbank of een administratieve rechter. Meestal schorst zo’n procedure de beslissing niet automatisch. De beslissing blijft dus gelden tot een rechter ze vernietigt of buiten werking zet.
De exceptie van onwettigheid betekent concreet dit: als in een proces een overheidsbeslissing tegen de rechtsonderhorige wordt gebruikt, deze kan en mag zeggen dat die beslissing onwettig is. Als de rechter de rechtsonderhorige volgt, zal hij die beslissing in dat dossier niet toepassen. De beslissing verdwijnt daardoor niet uit de rechtsorde, maar ze “werkt niet” in dat concrete geschil tussen de betrokken partijen.
De controle op wettigheid is ruim. Elke rechter die een zaak behandelt, moet kunnen nagaan of de bestuurshandeling waarop iemand zich beroept wel wettig is. Het basisidee is eenvoudig: een rechter mag geen regel toepassen die strijdig is met een hogere regel.
Sinds de vorige eeuw is die controle sterker geworden. Artikel 159 is niet alleen een “verweer” geworden, maar ook een middel om burgers beter te beschermen tegen onrechtmatig bestuur. In bepaalde gevallen kan de gewone rechter de overheid bevelen om een schending van een subjectief recht te voorkomen, te stoppen of te herstellen, zolang de rechter niet in de plaats treedt van politieke beleidskeuzes. Wel blijft een grens bestaan: je kan niet zomaar in het algemeen vragen dat een bestuurshandeling “verdwijnt” zonder dat er een concrete (dreigende) schending van een subjectief recht speelt waarover de gewone rechter bevoegd is.
Naast de gewone rechter is er ook de Raad van State. Die behandelt annulatieberoepen tegen onwettige bestuurshandelingen. Als de Raad van State vernietigt, wordt de bestuurshandeling geacht nooit geldig te zijn geweest en wordt ze uit de rechtsorde gewist. Dat lost echter niet altijd alles op: soms zijn bijkomende maatregelen nodig en de Raad van State beslist niet over jouw subjectieve rechten zelf.
Belangrijk is ook het verschil in gevolg. Als een gewone rechter een bestuurshandeling onwettig vindt via artikel 159, geldt dat in principe alleen in dat ene geschil. De beslissing blijft in de rechtsorde bestaan. Als de Raad van State vernietigt, heeft dat daarentegen een algemene werking. En als de Raad van State een beroep verwerpt, bindt dat de gewone rechter meestal niet, behalve wanneer in een later geschil exact dezelfde bezwaren over dezelfde feiten en dezelfde rechtsnorm opnieuw worden opgeworpen.
FAQ
Wat betekent het wettigheidsbeginsel?
Het wettigheidsbeginsel betekent dat de overheid alleen mag handelen binnen de grenzen van de wet. Ze moet de wet volgen en mag die niet naar eigen inzicht uitbreiden of beperken.
Wat betekent het dat een bestuurshandeling “vermoedelijk wettig” is?
Dat betekent dat men er in het begin van uitgaat dat een overheidsbeslissing geldig is. De beslissing blijft als wettig beschouwd totdat een rechter oordeelt dat ze onwettig is.
Kan ik een overheidsbeslissing negeren als ik denk dat ze fout is?
In principe niet. De beslissing blijft bestaan en kan uitgevoerd worden zolang geen rechter ze vernietigt of buiten toepassing verklaart.
Wie moet bewijzen dat een bestuurshandeling onwettig is?
De overheid moet niet spontaan bewijzen dat haar beslissing wettig is. Wie de beslissing wil aanvechten, moet zelf het initiatief nemen en naar de rechter stappen.
Hoe kan ik een overheidsbeslissing aanvechten?
Je kan dat rechtstreeks doen via een procedure die de beslissing zelf aanvalt, of onrechtstreeks in een lopend proces door te argumenteren dat de beslissing waarop men zich beroept onwettig is.
Wat is de exceptie van onwettigheid?
Dat is een verweer in een proces. Als een bestuurshandeling tegen jou wordt gebruikt, kan je aanvoeren dat die onwettig is. Als de rechter je volgt, zal hij die beslissing niet toepassen.
Wat is het gevolg als de rechter de exceptie van onwettigheid aanvaardt?
Dan geldt de beslissing als “niet toepasbaar” in dat concrete dossier. Ze verdwijnt niet automatisch uit de rechtsorde en kan in andere zaken nog een rol spelen.
Is de rechter verplicht om de wettigheid te controleren?
Ja. Elke rechter die over een geschil oordeelt moet nagaan of de bestuurshandeling waarop iemand zich beroept wel wettig is. Een rechter mag geen onwettige norm toepassen.
Wat betekent artikel 159 van de Grondwet in gewone taal?
Dat artikel verplicht rechtbanken om geen toepassing te maken van besluiten en verordeningen die in strijd zijn met hogere rechtsregels.
Wat is het verschil met de Raad van State?
De Raad van State kan een bestuurshandeling vernietigen. Bij vernietiging verdwijnt de beslissing uit de rechtsorde en geldt ze voor iedereen niet meer. De controle via artikel 159 leidt meestal alleen tot niet-toepassing in één concreet geschil.
Heeft een vernietiging door de Raad van State gevolgen voor iedereen?
Ja. Een vernietigingsarrest van de Raad van State heeft algemene werking. Het besluit wordt als het ware uit het recht geschrapt.
Wat als de Raad van State een beroep verwerpt?
Dan blijft de bestuurshandeling bestaan. De gewone rechter is door zo’n verwerping meestal niet gebonden, behalve wanneer later precies dezelfde bezwaren opnieuw worden opgeworpen over dezelfde feiten en dezelfde rechtsnorm.
Kan de gewone rechter de overheid bevelen om iets te doen of niet te doen?
In sommige gevallen wel. De rechter kan bijvoorbeeld bevelen om een schending van een subjectief recht te voorkomen, te stoppen of te herstellen. Hij mag daarbij wel niet in de plaats treden van de overheid voor politieke of beleidsmatige keuzes.
Waarom bestaat dit systeem?
Het doel is burgers te beschermen tegen onrechtmatig bestuur. Het wettigheidsbeginsel, artikel 159, de exceptie van onwettigheid en de procedures bij de Raad van State zorgen samen voor controle op de overheid en voor rechtsbescherming.
Share