De gerechtsdeurwaarder legt beslag op onbeslagbare goederen...wat nu?
Een gerechtsdeurwaarder mag niet op alle goederen beslag leggen. Sommige goederen zijn onbeslagbaar. Bovendien dient de gerechtsdeurwaarder alle in beslag genomen goederen duidelijk te omschrijven. Hij kan bv. geen beslag leggen door de omschrijving: beslag op alle gebruiks- en siervoorwerpen. Dit zou uw rechten schaden.
Indien u hiermee geconfronteerd wordt kan u aan de gerechtsdeurwaarder uw opmerkingen formuleren die hij in zijn proces-verbaal dient te acteren en waarna hij de discussie dient voor te leggen aan de beslagrechter. In praktijk is dit voor u als beslagene niet zo eenvoudig. Daarom heeft de wetgever u een termijn van 5 kalenderdagen gelaten om uw opmerkingen schriftelijk over te maken aan de gerechtsdeurwaarder.
Klik hier voor een model tot verzet op onbeslagbare goederen
U raadpleegt hiertoe best onmiddellijk na de beslaglegging uw advocaat en vraagt een afspraak bij hoogdringendheid. Wijs er in uw telefonische melding op dat u onmiddellijk een afsprak nodig hebt, omdat de termijn van verhaal slechts 5 dagen is.
Uw advocaat zal dan een protestschrijven opstellen conform de bepalingen van art. 1408§3 van het gerechtelijk wetboek. Dit kan zelfs per gewone brief, doch gebeurt best aangetekend of per fax. De gerechtsdeurwaarder heeft hierna de keuze tussen 2 mogelijkheden. Ofwel heft hij vrijwillig het beslag op voor de goederen waartegen bezwaar; ofwel is hij verplicht het verzet neer te leggen op de rechtbank, waarna de beslagrechter u en de schuldeiser zal oproepen en op grond van de wettelijke bepalingen een oordeel zal vellen. Het kan zijn dat de gerechtsdeurwaarder weigert het rolrecht voor te schieten. Volgens bepaalde rechtspraak kan hij u inderdaad verplichten dit rolrecht voor te schieten. Uw advocaat zal u hierover verder informeren.

De regelgeving met betrekking de onbeslagbare goederen beoogt te waarborgen dat een persoon die aan een uitvoeringsmaatregel wordt onderworpen, samen met zijn gezin, een menswaardig bestaan kan blijven leiden. De bepalingen zijn strikt van toepassing en vereisen bijzondere aandacht van de uitvoerende gerechtsdeurwaarder, die bij elke daad van beslag rekening moet houden met de wettelijke bescherming van bepaalde goederen.
De lijst van beschermde goederen is recent gemoderniseerd. Zij omvat het essentiële huisraad dat nodig is voor het slapen en het nuttigen van maaltijden, de voorwerpen die bestemd zijn voor kinderen ten laste, evenals de hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor gezinsleden met een handicap. Ook studiemateriaal, zoals boeken en benodigdheden, valt onder deze bescherming. Verder zijn intussen ook het computersysteem, de printer en de mobiele telefoon van de betrokkene en de gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen beschermd, op voorwaarde dat de waarde van elk mobiel toestel op het ogenblik van het beslag niet hoger ligt dan een bepaalde grens.
Wanneer discussie ontstaat over de vraag of bepaalde goederen al dan niet voor beslag vatbaar zijn, voorziet de wetgever in een vereenvoudigde procedure. Het geschil wordt voorgelegd aan de beslagrechter, die oordeelt aan de hand van het proces-verbaal van beslag. Dit proces-verbaal moet de opmerkingen bevatten die door de beslagene werden geformuleerd, hetzij op het moment van het beslag, hetzij binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de betekening van het eerste beslagstuk.
De procedure heeft een beperkt schorsend effect: enkel voor de betwiste goederen wordt de voortzetting van het beslag tijdelijk opgeschort. De beslagrechter beslist met voorrang, ongeacht de aanwezigheid van de partijen. Zijn beslissing is definitief: noch verzet, noch hoger beroep is mogelijk. Na deze uitspraak kan de beslagprocedure onmiddellijk worden hervat.