Bij een schadebeding verbindt een persoon er zich toe een forfaitaire vergoeding te betalen bij niet uitvoering van de overeenkomst. Een schadebeding vergoedt de schade wegens de niet uitvoering van de overeenkomst. In een schadebeding hebben partijen dus voorafgaand aan een eventuele niet uitvoering bepaalt hoe groot de schadevergoeding zal zijn die betaald zal moeten worden bij wanprestatie.
De wettelijke regeling inzake schadebedingen werd ingeschreven in art. 5.88 (nieuw) BW: zie www.elfri.be - Artikel - Schadebeding
De schadebedingen worden voorheen geregeld door artikel 1226 van het burgerlijk wetboek, weze het dat de wetgever hier de term strafbeding heeft gekozen. Schadebedingen kunnen op basis van artikel 1231 van het burgerlijk wetboek gematigd worden, met als absolute minimum de werkelijk geleden schade. Toch is het criterium zoals door de rechter toegepast niet de werkelijk geleden schade maar wel de potentiële schade die voorzienbaar was op het ogenblik van de contractsluiting.
In tegenstelling tot een schadebeding verleent een opzeggingsbedingen aan een contractpartij de mogelijkheid om eenzijdig een einde te maken aan de overeenkomst tegen een vooraf bepaalde vergoeding. Deze vergoeding dekt geen schade er is dus niets verschuldigd op basis van een wanprestatie maar is wel eisbaar als een wederprestatie voor het contractueel verleende recht tot opzegging, lees de voortijdige beëindiging van de overeenkomst.
In tegenstelling tot de schadebedingen zijn opzegvergoedingen niet vatbaar voor matiging op grond van artikel 1231 (5.88 NBW) van het oud burgerlijk wetboek. Dit neemt niet weg dat een opzeggingsbedingen nietig kan zijn wanneer de wederpartij speculeert op een onrechtmatige wijze op de voortijdige beëindiging van het contract, hetgeen strijdig is met de openbare orde.
Rechtsmisbruik
Zowel de uitoefening van een recht op vergoeding gesteund op een schadebeding als op een opzeggingsbedingen kan rechtsmisbruik uitmaken. Het criterium hierbij is het gedrag van een normale voorzichtige en bezorgde persoon. Van rechtsmisbruik zal in dit geval sprake zijn wanneer hij die een schadebeding of een vergoeding wegens opzeggingsbedingen vordert, dit doet op kennelijke o om evenredige wijze in het nadeel van zijn wederpartij.
De sanctie die de rechter oplegt is de herleiding tot de normale uitoefening van het contractueel recht. Dit is bij de opzeggingsbedingen minder evident dan bij de schadebedingen, zodat bij de opzeggingsbedingen ook gebruik wordt gemaakt van het recht om aan de schuldeiser de mogelijkheid te ontzeggen om een vergoeding te eisen bij uitoefening van de opzegging.
De criteria die hierbij door de rechtbank gehanteerd worden zijn (niet cumulatief):
- de hoogte van de vergoedingen;
- het gedrag van de partijen
- de goede trouw in de hoofden van de partijen
- de gebeurlijke weigering van de sterkste partij om de vergissing van de zwakste partij te laten rechtzetten
- de opgelegde duur van de overeenkomst
- de duidelijkheid van de termen van de overeenkomst
- de afwezigheid van een prestatie en hoofde van de schuldeiser
- de afwezigheid van werkelijk geleden schade door de schuldeiser anders dan de niet uitvoering van het contract.