Bijkomende straf in het verkeersrecht.
wettelijke basis (art. 38 Wegverkeerswet)
In een aantal gevallen verplicht in andere facultatief,
Meestal tijdelijk. In uitzonderlijke omstandigheden levenslang (hetgeen in werkelijkheid betekent dat om de 6 maand een verzoek kan gericht worden tot herroeping van het rijverbod i.c. ongeschikt verklaring).
De intrekking door de rechter kan soms voorafgegaan worden door een voorlopige intrekking vanwege het parket.
Modaliteiten:
- effectief rijverbod
- rijverbod met uitstel
- opschorting van de uitspraak.
Ook mogelijkheid tot
- beperkte intrekking voor bepaalde categorieën van voertuigen
- of beperkte intrekking vb. tijdens het weekend.
over de preventieve afgifte van het rijbewijs, zie de rechtsleer, met name de bijdrage: "het Leuvense parket waakt over uw veiligheid in het verkeer, maar hij waakt erover uw fundamentele rechten?" In het rechtskundig weekblad 2006-2007, 1622.
Art. 686 Sw. 2024 (Inwerkingtreding 8 april 2026) Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod stelt:
“Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod is het opzettelijk overtreden van een van de volgende straffen:
1° het verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen, bedoeld in artikel 57;
2° het beroepsverbod, bedoeld in artikel 48 of enig ander beroepsverbod dat op basis van dit wetboek kan worden opgelegd;
3° het verval van het recht tot sturen, bedoeld in artikel 49;
4° het verblijfs-, plaats- of contactverbod, bedoeld in artikel 50 of enig ander verblijfs-, plaats- of contactverbod dat op basis van dit wetboek kan worden opgelegd;
5° de sluiting van de inrichting, bedoeld in artikelen 188, 269 en 297.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.”
Commentaar:
Wat de strafmaat betreft, meende de wetgever van het Sw. 2024 dat een straf van niveau 2 gepast is aangezien het hier gaat om een manifeste en opzettelijke onttrekking aan een door een rechter opgelegde straf, wat als een vorm van “contempt of court” kan worden beschouwd. Bovendien kan het, voor wat het woon- of contactverbod betreft, in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk zijn de betrokken persoon van zijn vrijheid te beroven om de doelstelling van deze straf te realiseren en zijn slachtoffers te beschermen.