Het "pretium voluptatis" kan niet alleen bestaan in het verlies van het seksuele genot van het slachtoffer, maar ook van diens partner, zoals door deze schade door een weduwe gevorderd kan worden voor het overlijden van haar echtgenoot door fout.
Het "pretium voluptatis" kan immers specifieke morele schade uitmaken;
Een onderscheid kan gemaakt tussen de algemene morele schade (dat wil zeggen het pijnlijk gevoel dat veroorzaakt wordt door het bewustzijn van verlies of van de aantasting van zijn fysieke integriteit, met andere woorden "het verdriet)) en de vergoeding van de bijzondere en specifieke morele schadeposten (zoals : esthetische schade, schade door gederfde levensvreugde, seksuele of affectieve schade)".
Het vermogen en het genoegen van de beleving van de seksualiteit en de mogelijkheid tot voortplanting, maakt een deel uit van onze persoonlijke integriteit. De aantasting resulteert in een afzonderlijke schadevergoeding bovenop de algemene morele schade, zij wordt bepaald rekening houdende met het belang van de ze schade voor het slachtoffer.
Het pretium voluptatis is deze schade door het verlies of de vermindering van seksueel genot.
Rekening houdend met de verschillende wijzen waarop deze specifieke schade kan tot uiting komen, wordt de vergoeding ervan overgelaten aan het oordeel van de rechter.
Richtbedrag tussen de 25.000 en de 50.000 euro.
Deze vorm van schade kan zich in allerlei gradaties en vormen aandienen, gaande van gevoelloosheid, impotentie, erectiestoornissen, psychologische aversie van seksualiteit, verlies van seksueel genoegen door verlies van de partner, onmogelijkheid om nog (op natuurlijke wijze kinderen) te krijgen.
Let wel voor schadegevallen vanaf 1 januari 2025 is het nieuwe boek 6 BW van toepassing met verfijning van het begrip schade en een aantal nieuwe regels. Zie deze link: Grondbegrippen over de schade en schaderegeling in het boek 6 van het (nieuw) BW
Artikel 6.26 (nieuw) BW stelt geen nomenclatuur op van de soorten vergoedbare schade. De wetgever van het nieuw BW heeft dit niet wenselijk geacht gelet op het evolutieve karakter van deze materie en wou dan ook niet de indicatieve tabel vervangen die periodiek opgesteld wordt door het Nationaal verbond van magistraten van eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede-en politierechters wegschuiven.
Voor de indicatieve tabel 2020: klik hier