Het verval van het recht tot sturen is uitgesproken door een rechter en heeft als resultaat dat de veroordeelde wordt belet om motorvoertuigen te besturen (ook de voertuigen waarvoor geen rijbewijs is vereist) tijdens een periode die kan variëren van 8 dagen tot levenslang.
Deze veroordeling kan worden beperkt tot bepaalde categorieën van wagens.
ER BESTAAN TWEE TYPES VERVAL IN HET KADER VAN DE VERKEERSWETGEVING:
1. Het verval als straf uitgesproken door de rechter in geval van een overtreding (art. 38 van de wet: “De uitgesproken vervallenverklaringen bedragen ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar, zij kunnen evenwel worden uitgesproken voor een periode van meer dan vijf jaar of voorgoed bij recidive binnen de drie jaar”)
Aan deze veroordeling kunnen een aantal voorwaarden worden verbonden: verplicht afleggen van herstelexamens, beperking van het verval tot bepaalde categorieën van voertuigen, beperking van het verval tot het weekend en de feestdagen.
Het weekend-verval kan uitgesproken als doelgerichte sanctie specifiek (naar jongeren toe) om weekendongevallen te vermijden, dan wel als (sociale) gunst om aldus de veroordeelde toe te laten in de week met de wagen te werken. Let wel dit onderbroken verval is enkel in het weekend mogelijk, lees tussen vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag. Voor personen die in het weekend werken kan er geen uitzondering gemaakt worden. Het grondwettelijk hof stelde in haar arrest van 2 juni 2016, AR 88/2016 dat zulks geen discriminatie inhield (Roeland Vasseur, Onderbroken verval tot sturen blijft beperkt tot weekends en feestdagen, De Juristenkrant, 331, 15 juni 2016, 16)
2. Verval wegens lichamelijke ongeschiktheid moet worden uitgesproken wanneer, naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijke toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig (art. 42 van de wet: “Het verval wordt uitgesproken, hetzij voorgoed, hetzij voor een termijn gelijk aan de waarschijnlijke duur van de ongeschiktheid”).
De feitenrechter oordeelt onaantastbaar op grond van de hem overgelegde feitelijke gegevens of een beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. De vaststelling van een dergelijke ongeschiktheid vereist niet noodzakelijk een voorafgaande veroordeling wegens het veroorzaken van een verkeersongeval met lichamelijk letsel of wegens het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol of drugs. Een dergelijke vaststelling vereist evenmin noodzakelijk een verslag van een medisch deskundige, hoewel dit in het licht van de omstandigheden van de zaak aangewezen kan zijn.
(Art. 44 van de wet: “Hij die wegens lichamelijke ongeschiktheid van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan na twee jaar om opheffing van het verval verzoeken indien aan zijn ongeschiktheid een einde is gekomen. Wordt het verzoek afgewezen, dan kan een nieuw verzoek worden ingediend na twee jaar.”)
AANVANG VAN HET VERVAL
- Elk verval dat als straf is uitgesproken, gaat in de vijfde dag na die waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan (art. 40 van de wet).
- Het verval van het recht tot sturen (wegens lichamelijke ongeschiktheid) van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, niettegenstaande voorziening (art. 43 van de wet).
INLEVERING VAN HET RIJBEWIJS BIJ DE GRIFFIE
(Artikel 67 van het KB van 23/03/1998). Hij die een verval van het recht tot sturen heeft opgelopen, is gehouden bij de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken, te laten toekomen, naargelang het geval:
1° het rijbewijs waarvan hij houder is, wanneer het gaat om verval van het recht tot sturen van
een motorvoertuig waarvoor het document is afgegeven;
2° het voorlopige rijbewijs waarvan hij houder is.
Deze formaliteit moet vervuld worden binnen de 4 dagen na de dag waarop het openbaar ministerie de kennisgeving aan de veroordeelde heeft gedaan, overeenkomstig artikel 40 van de wet of, in geval van verval uitgesproken wegens lichamelijke ongeschiktheid, binnen de 4 dagen na de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen, of na de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen niettegenstaande voorziening; zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in deze termijn niet begrepen.
VERVAL MET VOORWAARDEN
De rechter kan voorwaarden verbinden aan het verval:
• EXAMENS TOT HERSTEL IN HET RECHT TOT STUREN:
De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor een of meer examens en onderzoeken.
- Theoretisch examen
- Praktisch examen
- Geneeskundig onderzoek
- Psychologisch onderzoek
In dit geval is het herstel in het recht tot sturen enkel mogelijk wanneer men is geslaagd voor de examens en onderzoeken.
• BEPERKING VAN HET VERVAL TOT BEPAALDE CATEGORIEËN:
De rechter kan het verval tot bepaalde categorieën beperken. In dat geval levert de gemeente een rijbewijs “op proef” af met vermelding van enkel de categorieën waarop het verval geen betrekking heeft (zie verder) op basis van het formulier in bijlage 1 op het einde van dit hoofdstuk.
Tot 1 maart 2007 geeft de gemeente bij het herstel in het recht tot sturen een duplicaat van het originele rijbewijs af en wordt het rijbewijs op proef ingeleverd.
Vanaf 1 maart 2007 kan de vervallenverklaarde zijn originele rijbewijs dat ter griffie is neergelegd, terugkrijgen.
• BEPERKING VAN HET VERVAL TOT WEEKENDS EN FEESTDAGEN:
De rechter kan bevelen dat het verval enkel wordt uitgevoerd:
- van vrijdag 20 u. tot zondag 20 u.
- vanaf 20 u. op de vooravond van een feestdag tot 20 u. op de feestdag zelf (art. 38 van de wet).
In dat geval levert de gemeente een rijbewijs “op proef” af met vermelding van code 200 (zie verder) op basis van het formulier in bijlage 2 op het einde van dit hoofdstuk.
Let op: men moet het aantal feestdagen, zaterdagen en zondagen optellen om te komen tot het aantal dagen of maanden waartoe de vervallenverklaarde is veroordeeld.
Voorbeeld: een verval van 20 dagen, uitvoerbaar tijdens de weekends en feestdagen, komt overeen met 10 weekends of 8 weekends en 2 feestdagen enz... afhankelijk van de kalender
Tot 1 maart 2007 geeft de gemeente bij het herstel in het recht tot sturen een duplicaat van het originele rijbewijs af en wordt het rijbewijs op proef ingeleverd.
Vanaf 1 maart 2007 kan de vervallenverklaarde zijn originele rijbewijs dat ter griffie is neergelegd, terugkrijgen.
Beperking tot bepaalde categorieën van voertuigen - Herstel in het recht tot sturen dat afhankelijk is van het slagen voor een of meer examens en onderzoeken
Art. 45, eerste lid Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot sturen kan beperken tot de categorieën van voertuigen die hij aangeeft overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens art. 26 van de wet, maar dat dit niet kan als het herstel in het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt van het slagen voor een of meer van de in art. 38, § 3 Wegverkeerswet vermelde examens en onderzoeken.
Het verval van het recht tot sturen kan volgens Belgisch strafrecht onder de gelding van het Sw. 1867 als bijkomende straf worden uitgesproken overeenkomstig artikel 38 van de Wegverkeerswet. Het verval van het recht tot sturen kan hier een facultatieve of een verplichte straf zijn. Sedert de inwerkingtreding op 1 augustus 2014 van de wet van 12 mei 2014 houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden is het verval van het recht tot sturen eveneens een facultatieve bijkomende straf bij het misdrijf familieverlating (art. 391bis Sw.1867).
Het verval van het recht tot sturen in het raam van familieverlating (zie www.elfri.be - Artikel - Rijbewijs kwijt bij onbetaalde onderhoudsgelden) roept volgens de wetgever van het Sw. 2024 vele vragen op en zou best worden afgeschaft. Een veralgemeend verval van het recht tot sturen als spiegelstraf, m.n. wanneer het motorrijtuig gediend heeft of bestemd was tot het plegen van het misdrijf of tot het verzekeren van de vlucht na het plegen van het misdrijf (wat ook de strafbare poging tot het plegen van een misdrijf behelst), werd door het Strafwetboek 2024 voorzien als een bijkomende straf.
Art. 49 Sw. 2024 (inwerking 8 april 2026) stelt
“Art. 49. Verval van het recht tot sturen
De rechter kan de dader veroordelen tot een verval van het recht tot sturen indien een motorrijtuig gediend heeft of bestemd was tot het plegen van het misdrijf of tot het verzekeren van de vlucht.
Het verval van het recht tot sturen bedraagt minstens zes maanden en ten hoogste vijf jaar.
De rechter kan het verval beperken tot de uitvoering buiten de beroepsactiviteit.
Het verval gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of de behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling.
Artikel 40, tweede lid tot vierde lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer is van toepassing.
Indien daartoe grond bestaat, kan de strafuitvoeringsrechtbank beslissen een in kracht van gewijsde getreden veroordeling tot verval van het recht tot sturen te wijzigen door de duur van het verval te verminderen, het verval op te schorten of te beëindigen.
De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de vervallenverklaringen van het recht tot sturen.”
COMMENTAAR
Het verval van het recht tot sturen kan volgens Belgisch strafrecht onder de gelding van het Sw. 1867 als bijkomende straf worden uitgesproken overeenkomstig artikel 38 van de Wegverkeerswet. Het verval van het recht tot sturen kan hier een facultatieve of een verplichte straf zijn. Sedert de inwerkingtreding op 1 augustus 2014 van de wet van 12 mei 2014 houdende wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een effectieve invordering van onderhoudsschulden is het verval van het recht tot sturen eveneens een facultatieve bijkomende straf bij het misdrijf familieverlating (art. 391bis Sw.1867).
Het verval van het recht tot sturen in het raam van familieverlating roept volgens de wetgever van het Sw. 2024 vele vragen op en zou best worden afgeschaft. Een veralgemeend verval van het recht tot sturen als spiegelstraf, m.n. wanneer het motorrijtuig gediend heeft of bestemd was tot het plegen van het misdrijf of tot het verzekeren van de vlucht na het plegen van het misdrijf (wat ook de strafbare poging tot het plegen van een misdrijf behelst), kan daarentegen volgens deze wetgever een nieuwe accurate bijkomende straf zijn.
Bepaald werd dat het verval ingaat in de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden en dat de termijn evenwel wordt verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of de behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode van vervroegde invrijheidstelling.”.
Het dient benadrukt te worden dat deze regel niet geldt t.a.v. de straf onder elektronisch toezicht en de strafuitvoeringsmodaliteiten van de vervroegde invrijheidstelling. Als stok achter de deur bij een overtreding van het uitgesproken verval wordt er niet in een vervangende straf voorzien, doch wel in een autonome strafbaarstelling naar analogie met artikel 49/1 Wegverkeerswet op grond waarvan diegene die zijn rijbewijs of als zodanig geldend bewijs niet inlevert nadat tegen hem een verval van het recht tot sturen wordt uitgesproken, wordt gestraft met een geldboete. Elke overtreding van het uitgesproken verval zou in casu dan worden gestraft met een straf van niveau 2. Dit strafniveau is verantwoord, aangezien de overtreding van het verval een vorm van ‘contempt of court’ uitmaakt; het is een manifeste onttrekking aan de door een rechter opgelegde straf.
De strafuitvoeringsrechtbank moet eveneens de mogelijkheid krijgen om een in kracht van gewijsde gegane veroordeling tot verval van het recht tot sturen te wijzigen door de duur van het verval te verminderen, het verval op te schorten of te beëindigen.
De inspiratiebron hiervoor is enerzijds artikel 95/1 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (m.b.t. de vermindering van de duur van de door de rechter uitgesproken ontzetting van het recht in een bepaalde aangewezen zone te wonen, te verblijven of er zich te vertonen) en anderzijds het Voorontwerp van Strafwetboek van Legros waar wordt vooropgesteld dat t.a.v. vervallenverklaringen en ontzettingen de tijd van uitvoering van de straf door de executierechtbank zou moeten kunnen worden gewijzigd.
De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de vervallenverklaringen van het recht tot sturen. Op die manier kunnen de regels met betrekking tot de uitvoering van het opgelegde verval vastgelegd worden in het Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.
Art. 38, § 2bis van de Wegverkeerswet beoogt weekendongevallen te vermijden en schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet doordat er geen mogelijkheid is voorzien om het verval van het recht tot sturen te beperken tot weekdagen, terwijl die mogelijk wel voorzien is voor het weekend.