Krachtens artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek is een vordering in rechte niet ontvankelijk ingeval de eiser die ze instelt geen belang erbij heeft.
Het bedoelde processuele belang behelst het voordeel dat de eiser met zijn vordering beoogt en waardoor zijn rechtstoestand kan worden gewijzigd of verbeterd. Het is derhalve verbonden met het voorwerp van de vordering, zoals omschreven bij het instellen ervan.
Het belang moet voorhanden blijven gedurende het verdere verloop van het geding. Valt het belang weg in de loop van het geding, dan verliest de vordering haar voorwerp.
Het hoger beroep in civiele zaken is voorbehouden voor wie partij was in eerste aanleg en ingevolge de beslissing van de eerste rechter belangenschade lijdt.
Een partij lijdt belangenschade wanneer de eerste rechter een door haar ingestelde vordering geheel of gedeeltelijk afwijst dan wel een tegen haar gerichte vordering geheel of gedeeltelijk inwilligt. De belangenschade, die zij uit bij de opgave van haar grieven in hoger beroep, vloeit voort uit hetzij een veroordeling hetzij een in haar nadeel gewezen constitutieve dan wel declaratieve rechterlijke beslissing.
Een vordering tot schadevergoeding van een partij bij een verkoopovereenkomst van een onroerend goed die is gesteund op de beweerde wanprestatie van een andere partij die leidde tot de niet-vervulling van de opschortende voorwaarden in de overeenkomst, verliest haar voorwerp niet doordat de uitvoering in natura van deze overeenkomst niet langer mogelijk is ingevolge de verkoop van het onroerend goed aan een derde.
Het gegeven dat de uitvoering in natura van deze overeenkomst niet langer mogelijk is ingevolge de verkoop van het onroerend goed aan een derde ontneemt evenmin het belang van voormelde partij bij haar hoger beroep tegen de beslissing tot afwijzing van haar vordering tot schadevergoeding.